Categorie archief: Vlaamse dichters

Poëziewandelingen

Dorien De Vylder

.

Op de website In de voetsporen van schrijvers, literaire wandelingen in Nederland en Vlaanderen, staan tal (20) van interessante literaire poëziewandelingen. Eén van die wandelingen wil ik hier behandelen en wel die in Damme. Want behalve dat Damme een heel gezellig en mooi historisch dorpje is in West Vlaanderen, herbergt het dorp ook het Tijl Uilenspiegelmuseum (de moeite waard) en profileert het zich al jarenlang als boekendorp van Vlaanderen.

Naar aanleiding van 25 jaar Damme Boekendorp vernieuwde Stad Damme in 2022, in samenwerking met curator Willy Tibergien van boekhandel Diogenes, een reeds bestaande literaire wandeling. De literaire wandeling werd een Poëziewandelpad en telt tien gedichten van tien dichters die bij het poëziefonds van uitgeverij Vrijdag publiceren.

Naast Esohe Weyden, Moya De Feyter, Sylvie Marie en David Troch is Dorien De Vylder één van de dichters waarvan een gedicht is opgenomen. Dorien De Vylder (1988) studeerde in 2011 af als apotheker. Ze debuteerde als dichter in 2017 met de bundel ‘Vertraagd stilleven’ gevolgd in 2020 door de bundel ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’. Haar gedicht ‘Alles is er’ werd opgenomen in ‘De 44’, een bloemlezing met de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2021.

Ze won verschillende poëzieprijzen en  bracht haar poëzie op het podium van onder andere het Kunstenfestival Watou, Felix Poetry Festival en Dichters in de Prinsentuin. Werk van haar verscheen in Het gezeefde gedicht, Het Liegend Konijn, Meander Magazine en Poëziekrant. Ook was ze enkele jaren (eind)redacteur bij het literaire tijdschrift Kluger Hans.

Uit haar bundel ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’ nam ik het gedicht ‘Luciferdoosje’.

.

Luciferdoosje

.

Die strakke oostenwind, het eerste okkernootje, slaap in een
pissebed, deze maïshakselaar-schorpioen, een cheetasprint,
een verpletterende golf en een majestueuze rots, een leeg en
geblutst olievat met een houten kruis op gebonden, kastanjeglans,
een weggewaaide vlakte, een kapotte bladblazer, hoogzwangere
maretakbol, in een grimas getrokken nachtmerrie, blanco info-
bord, die dolende taxonoom, erosie, zwavelgeel, pimpelmees,
de vertrappelde vouwmeter, deze verreiker-giraf, de pauzeknop,
de pas genivelleerde asfaltweg. Al deze objecten raap ik op uit
de berm, ik pulk ze uit het onkruid, vanonder een peukje, vanuit
een achtergelaten reiskoffer, er gaat niks verloren, in mijn kleine,
kartonnen doosje vang ik ze op en schuif het dicht.

.

De liminale fase

MUGzine #32 bijna klaar

.

April is daar, de lente is begonnen en dat betekent dat er een nieuwe MUG uitkomt. Dit keer is de richting van de MUG de luminale of liminale fase (een antropologisch begrip dat de chaotische, onzekere tussentijd beschrijft tussen twee situaties in). Nog nooit was MUGzine zo actueel. Maar het betreft hier slechts een richting, geen thema. De bijdragende dichters mogen dit naar eigen inzicht invullen met hun gedichten. En dat hebben ze gedaan.

In #32 is poëzie opgenomen van Katelijne Brouwer (1966), de Vlaamse dichter Lies Wullaert en de eerste Meanderdichter Annet Zaagsma (1971). Het artwork is dit keer van de jonge Ben Smeets a.k.a. Pseudowight (2002). Natuurlijk een voorwoord van Marianne en een Luule. Wil je nou een leuk poëtisch cadeau (zelf samenstellen)? Maak dan gebruik van onze voorjaarsactie die loopt tot de zomer.

MUGzine verschijnt op de website mugzines.nl maar de echte poëzieliefhebber wil al dat moois natuurlijk gewoon in handen hebben. Dat kan, word dan donateur. Of volg ons op Instagram, X of gewoon op dit blog.

Geen blogbericht zonder poëzie, vandaar hier een gedicht van Lies Wullaert.

.

zij las boeken, bouwde steden
en honderden huisjes aan het strand.
in het zandpaleis liet ze mensen toe,
daar speelde het lichte leven.
elke kamer had een bad, minstens een.
de mensen in de huisjes eromheen,
wasten en spiegelden zich in zee.
brachten water naar de grachten,
zetten voor hun kleinsten thee.
in het zandpaleis dachten zij niet
aan de zwaarte
in de huisjes eromheen.

.

Flanders Literature

Albert Bontridder

.

Behalve van poëzie hou ik erg van alles wat met poëzie te maken heeft. Ook websites over poëzie of over dichters mag ik graag bekijken. Of het nu van één dichter is of, zoals in het geval van de poëziesectie van de website ‘Flanders Literature’, een website over meerdere dichters of poëzie in het algemeen, het heeft mijn interesse. Op de website ‘Flanders Literature’ staat in de poëzie sectie een overzicht van Vlaamse dichters. Het zijn er 45 en ik durf te beweren dat elk van deze dichters wel ergens op dit blog voorbij komt. Waarom deze website over het literaire landschap van Noord-België een Engelstalige titel heeft is me overigens een raadsel. Juist de Vlamingen staan bekend om hun behoud van de Nederlandse taal.

Eén van de 45 dichters is Albert Bontridder (1921-2015). Deze Vlaamse architect en dichter was, vanaf 1949, redacteur van het vernieuwende tijdschrift ‘Tijd en Mens, waarmee hij het modernisme in de Vlaamse poëzie en literatuur introduceerde. Bontridder debuteerde in 1951 met de bundel ‘Poésie se brise’ in het Frans en ‘Hoog water’ in het Nederlands. Zijn doorbraak kwam in 1955 met zijn maatschappelijk geëngageerde gedichten over Willie McGee in ‘Dood hout’. 

Hij won in 1957 de Arkprijs van het Vrije Woord. In 1967 werd hij opgenomen in de groep rond het tijdschrift Kentering. In 1972 mocht Bontridder de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. In 1975 werd hij voorzitter van PEN Vlaanderen, in 1984 lid van de Académie Royale de Belgique, Classe des Beaux-Arts, en van 1987 tot 1993 was hij voorzitter van de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie.

Uit zijn laatste bundel uit 2012 getiteld ‘Wonen in de vloed’ komt het gedicht ‘Overweging’.

.

Overweging

.

De maat van alle dingen
– zo die al bestaat –
is de juiste nabijheid,
inclusief de geboden afstand
van wat mét ons
en tégen ons is,
niet in enige afgebakende ruimte,
niet in een vermoede
of gevreesde confrontatie,
maar in het begrip
van de buigzame,
weerbare,
slijtbare
tussenruimte.

.

 

Verrassingspakket

Doe jezelf poëzie cadeau

.

MUGzine is , na 6 jaar en 31 edities, inmiddels een bekende naam onder dichters en liefhebbers van poëzie. Wij, de makers, zijn altijd op zoek naar talentvolle dichters, bekende dichters en dichters die, onterecht en ongewild, wat minder in de spotlights staan. We doen dit met veel enthousiasme en onze missie is dan ook om zoveel mogelijk mensen met de schoonheid van poëzie kennis te laten maken of te interesseren in wat poëzie vermag. Bekijk ook onze social media kanalen op Instagram (@mugzines, @L.uule) en op X (@mugzines) en natuurlijk onze website mugzines.nl

Daarom hebben we een actie. Wanneer je een MUGzine zou willen ontvangen dan kun je ons een mailtje sturen en tegen kostprijs sturen we je dan een nummer toe. We hebben van alle edities nog een aantal exemplaren en voor de liefhebbers hebben we nu een actie. Voor een bedrag van een tientje sturen we je drie exemplaren toe. Welke exemplaren? Dat is de verassing. We doen er in ieder geval ook nog een extraatje bij (een GUMzine, een ansichtkaart of een special).

Interesse? Mail ons dan op mugazine@yahoo.com en voor je het weet ontvang je een leuke verrassing. Een klein voorproefje? Stel we sturen je nummer 6. In editie 6 van MUGzine uit begin 2021 verschenen onder andere van gedichten van Marleen De Crée (1941-2021).

.

Slaap

.

toen ik aankwam, kwam ik nergens aan.

er was niemand, niemand zei iets.

ik werd niet herkend, niet verwacht.

ik was niets, een schaduw op de weg.

.

stilstand, hitte, nergens op bedacht.

wat ik had willen zeggen, willen zien

was al in nevel opgelost. zwijgen

druppelde vettig in de keel. stotterde

.

als een verlaten kind op een denkbeeldig

plein, leunde tegen me aan alsof

we oude bekenden. we hoorden honden

.

hijgen, de honden van de nacht.

toen wist ik dat dit slaap was, droom

een stukje eeuwigheid misschien.

.

Astrologie voor beginners

Charlotte Van den Broeck

.

Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en daar pulkte ik, zonder te kijken, de bundel ‘Kameleon’ van Charlotte Van den Broeck uit 2015, tussen een dikke stapel dunnen bundels tevoorschijn. Opnieuw zonder te kijken liet ik de pagina’s door mijn vingers gaan en toen ik stopte (op pagina 42) las ik het gedicht ‘Astrologie voor beginners’. Nou weet ik niet of je in astrologie gelooft of dat je het meer ziet als een onschuldig volksvermaak. Maar wat Charlotte Van den Broeck (1991) mij hier voorschotelt is een verlangen naar duiding (zou astrologie dan toch…?) maar nee, uiteindelijk blijken er aan den einder slechts halogeenlampen aan een lege hemel te staan.

.

Astrologie voor beginners

.

Kilometers onder de korst

bewijst  de aarde roodverbrand zijn rondheid.

.

Zo zullen ook wij op een dag

samenvallen op eenzelfde as: amper vrouw

bijna man met een uniseks regenjas.

.

Je blik, die mijn rok aan mijn enkels denkt.

Ik heb een huid, die enkel nog jouw vingers kent.

.

Die keer toen we de haas aanreden en in zijn ingewanden

de oorzaak van verdriet probeerden te lezen.

We vreesden dat het nooit zou drogen.

.

Misschien ligt er een antwoord in het oog van de telescoop.

Een verklarende wetmatigheid in de baan van Venus.

.

Nachtenlang hebben we gekeken.

We zagen enkel halogeenlampen aan een lege hemel.

.

.

 

Bloot in het gras

Astrid Haerens

.

Uit de bundel ‘Oerhert’ uit 2022 van de Vlaamse dichter, schrijver en voormalig leerkracht woord en toneel aan de muziekacademie van Anderlecht, Astrid Haerens (1989) komt het gedicht zonder titel met een eerste regel die meteen uitnodigt om verder te lezen. In vrijwel elk gedicht van deze bundel is het vrouwelijk lichaam prominent aanwezig en dat is niet anders in dit gedicht.

Op zoek naar recensies van ‘Oerhert’ kwam ik op de pagina terecht van Gedichten proeven een geweldige website waarop al ruim 50 poëzie analyses te lezen zijn van gedichten van allerlei dichters, oorspronkelijk in het Nederlands geschreven en vertaalde gedichten. Tot mijn grote vreugde staan er op deze website van Joost Dancet (die ook de redactie doet van de Klassiekers voor Meander) ook nog eens 14 vertaalde gedichten van één van mijn favorietste dichters E.E. Cummings. Maar dus ook een uitgebreide analyse van dit (onderstaande) gedicht. Wat mij betreft dus een aanrader om eens een kijkje te nemen.

Terug naar ‘Oerhert’ van Astrid Haerens. In de bundel, genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de C. Buddingh-prijs en bekroond met de Poëziedebuutprijs 2023, gaan veel gedichten over een ik die geen kind wil. Ook in het onderstaande gedicht zijn allerlei verwijzingen te vinden naar dit gegeven.

 

.

Van alles de laatste

Elise Vos en Eddy Verloes

.

In de bundel ‘Van alles de laatste’ uit 2025, scharen dichter Elise Vos (1984, dichter en Slavist) en Eddy Verloes (1959, germanist, fotograaf, galerist en curator) zich rond het begrip vergankelijkheid en willen ze schoonheid toevoegen aan deze existentiële zoektocht. Hun observaties leggen onomstotelijk vast dat er een prachtige wereld verborgen ligt in die tijdelijkheid. Het verdiept de waarde van mensen, dingen en relaties. Het geeft een extra dimensie aan onomkeerbaarheid, aan te laat zijn.

Dit lees ik achterin de bundel ‘Van alles de laatste’ en ik kan het er alleen maar mee eens zijn. Vergankelijkheid in al zijn vormen (afbraak, leegstand, verrotting, slijtage, ineenstorting) blijkt steeds opnieuw een bron van inspiratie voor kunstenaars (en dus ook dichters en fotografen). Zo ook dus voor Elise en Eddy.

In 27 sfeervolle foto’s van vergankelijkheid en even zoveel gedichten nemen de beide auteurs je mee in hun wereld. Qua uitvoering en formaat deed de bundel me even denken aan mijn debuutbundel waarnaar dit blog is genoemd maar de foto’s en de gedichten zijn van een andere aard. Voor wie van pure fotografie houdt waarbij het in veel gevallen niet meteen duidelijk is waar je naar kijkt en de daarbij gemaakte gedichten die licht schijnen op deze onduidelijkheid (vanuit de dichter) is dit zeker de moeite waard te lezen en te bekijken (en ervaren!).

Ik koos voor het gedicht ‘Afscheidsritueel’ behorende bij de foto ‘The Origen’ op pagina 46 en 47.

.

Afscheidsritueel

.

altijd was er meer water dan aarde

elke bodem kon ons dragen

.

ik bracht de koude van de bron

aan tafel in stilte, de kracht intact

.

rolde over dampende weidegrond

het vocht drong binnen

voor de droogte intrad

.

maar kiemen werden gedragen

door wolken draden

en je kleed in geitenhaar

.

dit is geen verzoek, keer niet terug

ik strooi zout in je schoenen

.

knoop alvast een rode draad

om je gezwollen lichaam

.

leg een naald onder je kussen

het kind op de welving van je buik

.

Jouw muren vormden maar een huis

Saskia De Vriese

.

In 2025 verscheen bij uitgeverij De Zeef de bundel ‘Vulpasta’ van Saskia De Vriese (1978). In het dagelijks leven begeleider van personen met een beperking en hun netwerk, in haar vrije tijd dichter. Deze bundel behaalde de shortlist van De Zeef Poëzieprijs en eerder, in 2023 won zij met haar gedicht ‘Jouw muren vormden maar een huis’ dat ook in ‘Vulpasta’ staat, de Poëzieprijs Boontje in Dendermonde.

Zij volgde poëziecursussen bij ‘De Dichters’ en lessen bij Ivo van Strijtem. Gedichten van De Vriese verschenen in verschillende gelegenheidsbundels en bloemlezingen en haar gedicht ‘Bewaarder’ die ook in ‘Vulpasta’ is opgenomen, was het Uitverkoren gedicht van Woordentij in juli 2025. In een recensie op Meander schrijft Taco van Peijpe dat  Saskia De Vrieze met de bundel ‘Vulpasta’ een origineel en overtuigend debuut heeft geschreven: ‘In eenvoudige taal, zonder een woord te veel, geeft de dichter indringende sfeertekeningen. Bij elkaar vertellen de gedichten over belevenissen van een hoofdpersoon die zich ontwikkelt als was het een romanpersonage.’

Ik heb gekozen voor het fraai gecomponeerde gedicht ‘Jouw muren vormden maar een huis’ waarvan ik goed begrijp dat dit gedicht bekroond werd.

.

Jouw muren vormden maar een huis

.

ik wist al aan je voordeur dat ik niet lang zou blijven

een hoge drempel binnenshuis

geen kapstok voor mijn oude jas in je hal

te grote maten in je keuken

te weinig kruiden in je kast

.

op zolder stof van jaren ongeduld

dat de haren in mijn neus liet kriebelen, niet mijn zinnen

gegolfde pannen op je dak

waren die van glas gemaakt, ik had wat langer kunnen blijven

.

en in je tuin alleen een afgezaagde eik

die niet meer neer hoeft te kijken

op de adders onder het gras

geen weelderig groen

geen enkel achterpoortje

.

Liefdesgedicht

Luuk Gruwez

.

Lezend in de bloemlezing ‘Geen dag zonder liefde’ kwam ik bij het gedicht ‘Estetika’ van Luuk Gruwez (1953) uit, een bijzonder liefdesgedicht dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘De feestelijke verliezer‘ uit 1985. Met dit gedicht stuur ik jullie de dag in, geen beter begin mogelijk lijkt me. Mocht je meer over dit gedicht willen lezen dan kun je terecht bij dbnl.org

.

Estetika

.

het sierlijkste is niet de zwaan, maar het water

waar de zwaan zich spoorloos in weerspiegelt

en de rimpeling van vriendelijke huiver

die zij door haar stil bewegen weeft.

.

het sierlijkste is niet je lichaam, maar de spiegel

waar het lichaam licht bezeerd weerspiegeld wordt

(en rimpels toont als rimpelingen in water)

en hoe een hand ontastbaar haast

verschuift over je huid,

en hoe een streling dan,

als een omhelzing van zichzelf,

op jouw lichaam liggen gaat.

.

terwijl mijn blik die dat niet blijvend

vangen kan, gevangen blijft, en onomhelsd,

zoals wie ééns genodigd tot genot,

daarna voorgoed gegijzeld blijft in pijn.

.

 

Vers van de pers

MUGzine 31

.

De nieuwe MUGzine is er!, op papier en morgen op de website. Dit keer met de winnende en genomineerde gedichten van de Rob de Vosprijs (de poëzieprijs van Meander). Deze prijs werd in 2025 toegekend door de jury aan de Vlaamse dichter Rik Dereeper (1962). MUGzine #31 opent met het voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne Hermans en daarna meteen het winnende gedicht van Dereeper getiteld ‘Veldstraat 39. Een extra aanbeveling voor de kunst in #31 van Mariken van Heugten die deze editie van een voorjaarstintje voorziet, en het MUGgedicht van dichter Irene Wiersma.

De jury van de Rob de Vosprijs bij monde van Marc Bruynseraede en Monique Wilmer-Leegwater schreef over het winnende gedicht van Rik Dereeper:

In ‘Veldstraat 39’ heeft de dichter het thema ‘Dwalen’ treffend weergegeven. Het gedicht ontroert door zijn sobere toon en precieze waarneming van ouderdom, herinnering en verlies. Met groot inlevingsvermogen en zuivere formulering laat de dichter verstaan wat het is aan dementie te lijden. De Jury werd getroffen door de heldere, beheerste taal, waarmee de dichter een man schetst die, op weg naar een huis dat ooit zijn huis was, letterlijk en figuurlijk de weg kwijt is. De twijfel, stuurloosheid, slepende traagheid geven gestalte aan de tragiek. Bij mij kwam het beeld voor ogen van ‘De aardappeleters’ van Vincent Van Gogh: het schaarse licht, het duistere van de scène, de onontkoombaarheid der dingen weegt door in de woorden van de dichter.

De zinnen ademen rust, onzekerheid en melancholie. De dichter vermijdt sentiment en kiest voor kleine observaties: het slaan van de torenklok, het zweet dat parelt, het zoemen van het struikgewas. Juist die details maken de emotie tastbaar, zonder ze te benoemen. Het gedicht toont beheersing, de dichter ademt stilte en suggestie uit.

Thematisch is het werk sterk gelaagd. Achter de zoektocht naar een adres schuilt het besef van het verdwalen in tijd en geheugen. De man zal ‘het woonhuis op een middag amper vinden’ en dat zal – in de toekomende tijd – legt een zachte voorbode van verlies. De slotstrofe brengt een indrukwekkende verschuiving: van concrete handelingen (‘zalf proberen’, ‘zijn gebit betalen’) naar een bijna metafysische aanvaarding van vergankelijkheid.
Vormgeving en taalgebruik zijn klassiek, gestructureerd in strofen van driemaal vijf versregels. De onderliggende betekenis in sober beeldgebruik, zonder taaltechnische kunstgrepen, vormgegeven.

Veldstraat 39 is een ingetogen miniatuur over ouder worden, geheugenverlies en het langzaam verdwijnen van wat eens vanzelfsprekend was. De dichter roept in enkele strofen een wereld van weemoed op, zonder één woord teveel.
Een gedicht dat staat als een huis. Het huis waarnaar de getroffene op zoek is.

Het gedicht staat dus in MUGzine #31. Om niet meteen alles hier al weg te geven kun je het gedicht lezen op de website of donateur worden van MUGzine. Een particulier en spontaan poëzie initiatief van drie mensen die een groot hart voor poëzie hebben. MUGzine gaat haar 6e jaar in en ‘is here to stay’. Wil je ons steunen om dit fijne minipoëziemagazine uit te blijven geven, word dan donateur en ontvang alle nummers van 2026 in je brievenbus. Wij doen er dan een leuk extraatje bij.

Om niet zonder gedicht te eindigen hier een ander prijswinnend gedicht van Rik Dereeper (prijswinnend in Poëziepad van A tot Z) uit De schaal van Dighter uit 2020.

.

De kennisboom voorbij

.

Paradijselijke wortels vroegen geen beloning
om de kruin vol appeltjes te hangen. Dankzij
hoge takken kreeg de Schepper wind te horen,
zag Hij wuifplezier. De laagste takken reikten

naar piepjong gevogelte en uitgefloten zielen,
naar de kortgearmde fruitplukster en al te luie
lekkerbek; hij droomde van een houten ladder
uit de stam waarboven verre vruchten lonkten.

Door zo’n hemels ooft ontstonden klimaapjes,
gezonde tanden, zaadpithandel, bloesemwinst
van gaarden, apfelstrudel, cider, sproeistoffen

en bovenal laagstammigen voor hooggehakte
heksen. Met hun lingerie polijsten zij de schil
en krijsen: wie in appels bijt, krijgt gore schijt.

.