Categorie archief: Vlaamse dichters

Lang verwacht

Een nieuwe MUGzine

.

We hebben er even op moeten wachten (wat problemen met de distributeur) maar hij is er! De nieuwe MUGzine, editie 34. En in deze nieuwe editie staat weer veel moois, zoals poëzie van Dorien De Vylder, Masja Vrijland en Hanna Kirsten (de Meanderdichter van deze editie). Maar ook een korte Muggencolumn van Karel Feenstra, natuurlijk een kakelverse Luule en uiteraard wordt dit alles voorafgegaan door weer een poëtisch voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne. De kunst is dit keer van een oude (jonge) bekende namelijk Marilou Klapwijk die eerder al als dichter een bijdrage leverde.

Wil je nu, als ware poëzieliefhebber, dit moois graag op papier ontvangen, dan kan dat. Word jaardonateur en je ontvangt 5 x per jaar een nieuwe MUG via de post in je brievenbus. Als nieuwe donateur krijg je van ons nog een leuk extraatje. Donateur ben je al voor € 22,50 per jaar. Voor dat bedrag koop je een dichtbundel of krijg je 100 pagina’s poëzie en illustraties/kunst via de MUG.

Een van de dichters die dit keer in de nieuwe MUGzine staat is de Vlaamse Dorien De Vylder (1988). Zij is dichter en apotheker. Haar debuut ‘Vertraagd stilleven’ (2017) werd gevolgd door ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’ (2020). Ze bracht haar poëzie al op het podium van onder meer Kunstenfestival Watou, Felix Poetry Festival en Dichters in de Prinsentuin, maar ook op boten, in roze caravans en in gevangenissen. In 2020 won ze de publieksprijs van Cultuurlaureaat Lochristi. Als voorproefje hier het gedicht ‘Alles is er’ dat verscheen in literair tijdschrift DB W.

.

Alles is er

.

Er is water. Het stroomt niet

onder een pier. Het stroomt niet. Het stroomt niet onder een pier

die er is, maar niet wordt bewandeld door mensen

die er zijn. Het water draagt geen schepen,

voert geen handel, geen piraterij,

huisvest geen zeemeerminnen, dolfijnen of boodschappen in flessen.

Het is er. En al het overige vermelde ook.

Er is droog land. Er is water. Er zijn levende wezens

maar ze raken elkaar niet aan.

Ze zijn er, het droge land, het water, de levende wezens.

Alles is er. Om in liefde en vruchtbaarheid te voorzien.

.

De 43ste nacht van de poëzie

Wees niet verdrietig, hier is de nacht

.

Onder dit motto of deze dichtregels van dichter Antjie Krog was afgelopen zaterdag op zondagnacht de 43ste Nacht van de Poëzie. En dit keer voelde het heel vertrouwd en was het bijna zoals thuiskomen. Dat moet ik even uitleggen. Elke Nacht van de Poëzie voelt als thuis, het vieren van de poëzie, van de dichtkunst, van de dichters tijdens een avond en nacht is een feest. Om samen met een uitverkocht Tivoli maar liefst 19 dichters en verschillende entr’acts te mogen beleven, dichters en bekenden te spreken en naast het aankopen van dichtbundels ook ons eigen mini poëziemagazine MUGzine te promoten, is elke keer weer een hoogtepunt van het jaar.

Maar dit jaar voelde anders, dit jaar waren er verschillende dichters uitgenodigd die ik ken, jaren geleden op podia had uitgenodigd toen ze nog volledig onbekend waren, op open podia tegen kwam bij poëziestichting Ongehoord!, bij de Poëziebus en dichters die de afgelopen jaren in MUGzine hadden gestaan.

Zo traden Lotte Dodion, Lucas Rijneveld en Merlijn Huntjens op. De eerste twee ken ik van Ongehoord! en Lotte van de Poëziebus, Lucas van samen een podium delen in Zeist, Merlijn van Ongehoord!, de Poëziebus en MUGzine. Ook Anton Korteweg (in rolstoel, hij had zijn onderbeen gebroken maar was er gewoon) van MUGzine en tot slot Dean Bowen waar ik destijds samen mee in de Raad van Toezicht van de Poëziebus zat en wie zelf de eerste editie mee ging (waar ik ook aan deelnam maar niet als meerijdend dichter). En dan was er Lin An Phoa die de Nacht mocht openen nadat ze deze vorig jaar de Nacht sloot en die ik bij een poëzieavond in Beelden aan Zee had leren kennen als begenadigd dichter en Ingmar Heytze die ik al op zoveel podia tegen kwam (poëzie lagogo, Augusta Peaux festival etc.).

Allemaal dichters waar ik de afgelopen jaren mee ben gegroeid en die ik heb gevolgd. Maar er was meer. Een prachtig en gedenkwaardig optreden van Antjie Krog, David van Reybrouck als dichter, Francesca Birlogeanu die ik niet kende maar die ik zeker ga volgen, Charles Ducal, Els de Moor en ga zo maar door. En als verrassing tussen de dichter optredens door Jenny Areans (op 84 jarige leeftijd en dan zo zuiver zingen) samen met Cor Bakker, Duo Zeffiretti (Virtuoos klavecimbelspel met barokzang van de ‘Freddy Mercury van de klassieke muziek’) dat heel veel indruk maakte, Elmer die de zaal liet kolken en Klezmagic die net voor de afsluitend dichter Merlijn Huntjens iedereen de voetjes van de vloer liet gaan. En dan natuurlijk niet te vergeten het heerlijke langjarige presentatie duo Ester Naomi Perquin en Piet Piryns. Kortom opnieuw een Nacht om nooit te vergeten.

Uit de Nachtbundel die elke bezoeker krijgt bij binnenkomst koos ik voor het gedicht ‘Aan de dood’ van dichter Ivar van der Walle (1998) uit zijn in 2026 verschenen bundel ‘Aluminiumfolie’.

.

Aan de dood

.

Ik wil geloven dat ik je heb verzonnen.

Je bestond wel maar ik heb je verzonnen,

besloten je niet los te laten,

iedere dag te overwegen.

.

Ik heb je verzonnen zoals

mensen verzinnen hoeveel schepjes suiker

ze in hun koffie lekker vinden.

Als iemand die wacht op een ongekreukte liefde.

.

Ik liet je binnen.

Het leek verstandig om je uit te nodigen,

zoals mensen besluiten in een dorp te blijven wonen,

agenda’s meenemen.

.

Ik gaf je een eenpersoonsmatras in de keuken.

Ik liet je aan het woord met geliefden,

zo kwamen ze achter mijn ogen.

.

Ik heb je verzonnen

als muziek bij een afscheid.

Sinds het orkest me heeft omringd,

ga ik nergens meer vandaan.

.


Lucas Rijneveld

Anton Korteweg

Maarten van der Graaff

Merlijn Huntjens

Lotte Dodion

Lin An Phoa

 

 

Genot

Dubbelgedicht

.

In de categorie erotische gedichten kwamen in de loop der jaren al verschillende vormen van erotiek langs op dit blog. Lijfelijkheid, de erotiek in de vorm van de liefde voor een plant, slechte mannen, verukkelijk vrijen of machtige geslachten, net als in de rest van de poëzie komen thema’s in vele verschijningsvormen voor. Maar een dubbelgedicht over erotiek had ik nog niet gedeeld. Daar komt nu verandering in.

Vandaag een dubbelgedicht over genot. Een eerste gedicht waarin dit gegeven voorkomt is het titelloze gedicht van Paul Snoek (1933-1981) dat komt uit de bundel ‘Renaissance’ uit 1963. Het tweede gedicht is van dichter Erik Solvanger (1976) ook zonder titel, I uit de cyclus ‘Deze liefde een ziekbed’ uit de bundel  ‘Eenvoudig schedellichten’ uit 2004.

.

Uit de goudkust

van mijn handen

dreef zij aan als een natte tijger

traag en tropisch.

.

Mild onder mijn mannelijke schilden

plooide zich open haar meisjesgewei,

haar klieren trilden

veilig onder de spons van de stilte.

.

Zocht ze suiker in het rietveld

van mijn handen,

of vond ze in mijn adem leeuwen,

met manen harder dan ijzer?

*

Deze liefde

is een ziekbed

.

zien hoe ratten

op klaarlichte dag

over het plafond rennen

.

een koortsachtig samenzijn

in het stro

dit is geen suite maar een stal

.

we vreten het genot

uit de voederbak

we eten wat de pot schaft

.

Nieuwe MUG

Editie 34

.

De nieuwe editie van MUGzine, editie 34 alweer, komt eraan. Dit keer met de dichters Hanna Kirsten (de Meanderdichter deze keer), Masja Vrijland en Dorien De Vylder. Een Muggedicht dat niet echt een gedicht is maar een minicolumn, van Karel Feenstra, een dagverse Luule, een poëtisch voorwoord en kunst van Marilou Klapwijk.

Natuurlijk komt ook deze editie gratis op de website van MUGzine, maar de ware poëzieliefhebber wil zo’n poëtisch kleinood natuurlijk gewoon in handen hebben en lezen. Dat kan. Word donateur voor maar € 22,50 per jaar en ontvang 5 edities (nummers 31 t/m 34 en later dit jaar #35) en altijd een leuk extraatje. Interesse? Stuur een mailtje naar mugazines@yahoo.com Hiermee steun je ons en kunnen wij oudere, jonge, talentvolle en gearriveerde dichters in het zonnetje blijven zetten en illustrators en kunstenaars een plekje bieden om hun werk te laten zien.

Eén van de deelnemende dichters uit # 34 is Masja Vrijland (1971). Masja Vrijland studeerde Taal- en Cultuurstudies en is actief op verschillende poëziepodia. Regelmatig treedt zij op met voordrachten uit eigen werk, zoals tijdens de Kunstschouw Ellemeet, alternatief muziekfestival Midgard, Nacht van het boek of Literaire wandeling Tilburg. Ze maakte deel uit van een voorleestheater dat eigen werk voordroeg in Tilburg, Amsterdam en Nijmegen. Eerder publiceerde zij in literaire tijdschriften zoals Op Ruwe Planken, Hollands Maandblad, Meander, Meelij & Afschuw, korreltje Zeezout, De poëzie lacht op straat, gebeitelde gedichten in Tilburg. Haar bundel ‘Het huis’ kwam uit bij Consulaat der letteren. Haar nieuwe bundel ‘Straks vertrekt onze trein’ is in voorbereiding. Als voorproefje het gedicht ‘Amulet’ (niet in de nieuwe MUGzine).

.

Amulet

.

Zeg nou maar gewoon wat er gebeurde
en leg het af tegen een veer

vertel hoe ik ether kocht op bestelling
en aan mijn vader gaf zodat de woestijnbaby’s
ongemerkt in een emmer uitdoofden

zoals hij mijn band plakte
of een haanhoofd afzaagde met ons broodmes
voor de wedergeboorte van zijn nieuwe haan
terwijl ik mijn oor tegen de schuurdeur hield

in het dons ploften ’s nachts jonge kevers
die onder het zaagsel vandaan kropen
in mijn wilde kamer als zandzakken uit
luchtballonnen naast mijn schuldige hoofd

ik wil niet dat je zwijgt
getuig tegen mij
zonder balsem van magisch spreken

ik heb geen scarabee nodig
om mij te behouden

.

Emotiemanagement

Lotte Dodion

.

Op internet zag ik een filmpje over het reguleren van emoties. Ik wist niet dat dat een ding was, je emoties horen bij je, elk mens heeft emoties en die kunnen sterk en minder sterk zijn maar waarom die reguleren? Uiteindelijk begreep ik, is het reguleren van je emoties bedoelt om ze te herkennen, te begrijpen en ze op een gezonde manier te beïnvloeden zonder ze te onderdrukken.

Poëzie en emoties hebben een moeilijke relatie met elkaar. Poëzie die voortkomt uit een (sterke) emotie, is niet altijd de beste poëzie. Waar een emotie een innerlijke beleving van gemoedsbeweging is daar is poëzie juist de vertaling van een emotie of beleving op een manier waarin de emotie niet de bovenliggende partij is. Poëzie gebruikt de gereedschappen die haar is gegeven (klank, rijm, ritme, vorm, muzikaliteit, woordgebruik, zinsindeling etc.) om een bepaalde emotie weer te geven of op te roepen bij de lezer.

Ik moest na het zien van dit filmpje en de gedachten die ik hierbij had denken aan een gedicht dat ik had gelezen in de laatste bundel van de Vlaamse dichter Lotte Dodion (1987) getiteld ‘Verzachtende omstandigheden’ uit 2025. Het betreft hier het gedicht ‘Emotiemanagement’. Een mooi voorbeeld van wat poëzie vermag in relatie tot emoties.

.

Emotiemanagement

.

Het leven is geen ponykamp

fluister ik tegen het paard

dat ik al weken op mijn rug moet dragen,

zijn zwarte manen hangend in mijn hals.

.

Het besprong me in het donker,

zag mij voor zijn nachtmerrie aan.

Ik wilde het verdoven,

maar geen paardenmiddel kon baten.

.

Nu trainen we samen.

Ik schenk het paard

mijn aandachtsveld

en drinkbakken verse tranen.

.

’s Avonds steek ik zacht licht aan,

vraag of het wil dansen

langzaam de nacht door schuifelend

het paard en ik, huiddicht tegen elkaar.

.

Herman de Coninck

Intimiteit onder de melkweg

.

Afgelopen weekend was ik in België en daar verbleef ik in een huis met veel boeken. Een van die boeken had meteen mijn aandacht want het was geschreven door een van mijn favoriete dichters Herman de Coninck (1944-1997). Het bleek een bundel uit 1994 met beschouwingen over poëzie te zijn bijeengebracht onder de titel ‘Intimiteit onder de melkweg’, waarvan de meeste in de jaren daarvoor verschenen in het Nieuw Wereldtijdschrift, De Morgen of Ons Erfdeel. ‘Over poëzie’, zo luidt ook de ondertitel, hoewel er ook twee stukken instaan over fotografie. Fotografie dan als een soort van taalloze poëzie, hetzelfde maar anders: ‘Poëzie en fotografie gaan over iedereen, altijd, overal. Persoonlijk vond ik deze twee stukken wel interessant om te lezen maar vanuit een poëzie standpunt minder belangrijk.

Tijdens het lezen bedacht ik me dat ik dit boek wilde hebben, ook omdat ik niet genoeg tijd had om het uit te lezen. Dus bestelde ik het tweedehands bij een antiquariaat in Rotterdam. Wel noteerde ik al een paar zinnen die ik las en die ik interessant vond. Deze twee zinnen zijn:

‘Poëzie komt pas als het er niet meer op aankomt’  en ‘Door een beschaving van het teveel, sterft de kunst van het weinige uit’.

Over beide zinnen is veel te zeggen. De eerste zin geeft aan dat (in de visie van Herman de Coninck) poëzie niet aan actualiteit hoeft te doen, niet activistisch hoeft te zijn. Pas wanneer er ruimte en tijd is om rustig te contempleren wordt poëzie geboren. Een interessante gedachte en kloppend in wat ik weet van Herman de Coninck en hoe hij poëzie schreef.

De tweede zin is juist weer heel actueel. Poëzie opnieuw is de kunst van het weglaten, het ruimte bieden aan inzichten en ideeën die de dichter niet opschrijft maar waar de dichter wel ruimte toe biedt door het gedicht. De Coninck was ook heel uitgesproken over proza en poëzie; die gaan niet samen. Als je kijkt naar de prozaïsche poëzie die momenteel zo populair is, dan weet ik zeker dat Herman de Coninck daar niet blij van zou worden. Maar deze uitspraak gaat op voor zoveel meer dan alleen de poëzie. Leg zo’n uitspraak tegen de wereld van nu en je begrijpt wat ik bedoel.

De bundel ga ik verder lezen en ik kom er hier vast en zeker nog op terug. Voor nu wil ik eindigen met, uiteraard, een gedicht van Herman de Coninck. Ik koos voor het gedicht ‘Parabel van de verloren vader’ uit zijn bundel ‘Vingerafdrukken uit 1997.

.

Parabel van de verloren vader

.

Zoon wil wereld veranderen.
Vader eigenlijk liever zoon.
Maar hij kan alleen een zin veranderen
tot die niet meer anders wil.

Je zal maar jong zijn en meningen hebben
van anderen, en verder niks,
niet eens een dode vader.

‘Dat eigen leven, begin daar gvd. eens mee,
en kom over tien jaar eens terug met verdriet
in plaats van gelijk, bijvoorbeeld na een vrouw of twee.
Dat ik kan zeggen: je bent dezelfde gebleven.’

Het bovenstaande is tien jaar geleden geschreven.
En aldus is tien jaar later geschied.

.

Het gezin

Dubbelgedicht

.

Vandaag een dubbelgedicht over het gezin, de hoeksteen van de samenleving zoals sommige mensen ernaar kijken. Tegenwoordig vaker een samengesteld gezin of een mozaïekgezin (met plusouders, Vlaams voor stiefouders zo leerde ik afgelopen weekend in Leuven) maar de boodschap is duidelijk. Ik koos voor twee gedichten met toevallig exact dezelfde titel namelijk ‘Het gezin’.

Het eerste gedicht is van Anthonie Donker (1902-1965) en is genomen uit ‘De grondtoon’ Een keuze uit de gedichten, uit 1963. Het tweede gedicht is van Charles Ducal (1952) en is genomen uit de bundel ‘Het huwelijk’ uit 1996.

.

Het gezin

.

Het was zo vreemd weemoedig het te weten,

ons samenzijn, de zomeravond buiten,

dit vredige – en toch niet te vergeten

dat vrede noch geluk de tijd kan stuiten.

.

De rode schemering zonk op de ruiten.

Toen zwegen wij, alsof we elkaar verweten

wat niemand wist. Wij hoorden afgemeten

klokslagen de stilte trillend omsluiten.

.

Zouden wij lang nog bij elkander wezen?

Angstig van liefde ontvluchtte ik hun ogen,

eenzaam en naar mijzelve afgewezen.

.

Had mij de rode schemering bedrogen

of rees in allen een onmeetlijk vrezen?

De donkre takken langs het raam bewogen.

.

Het gezin

.

Vader, moeder, hun eenvoudig leven.

Vingers om het mes, de smakeloze plicht.

Zijn kaken malen vreedzaam. Kouwe kip.

Haar lichaam heeft niets mee te delen

.

tenzij: dat zij met elkaar een tafel delen

zonder brekend glas en zonder gif.

Het kind scheurt een toevallig moordbericht

uit oude kranten, inkt in sombere vegen

.

als een teken op zijn wang.

Want alles kan in een eenvoudig leven:

vader, moeder, mes geslepen,

en een kind uit zelfbedwang.

.

Dorpsbibliotheek

Geert van Istendael en Wim van den Abeele

.

Ik kreeg de bundel ‘Dorpsbibliotheek’ in handen, een bundel met poëzie van twee Vlamingen te weten prozaschrijver, dichter, essayist, publicist en vertaler Geert van Istendael (1947) en dichter en leraar Nederlands Wim van den Abeele (1940-2023).

Van den Abeele publiceerde onder andere gedichten in Dietsche Warande & Belfort, Poëziekrant en De Brakke Hond. Van hem verschenen  vier dichtbundels: ‘Archetypen’ (1963), ‘Poëzie in 300 lijnen’ (1965), ‘Archetypen II’ (1968), ‘Archetypen III’ (1983) en ‘Ingeblikt’ (1993).

Van Istendael debuteerde in 1978 met de bundel ‘Bomen wijzen niet maar wuiven’ en publiceerde hierna nog vele dichtbundels, essays, romans en zelfs een thriller. Hij schrijft bewust een heel toegankelijke poëzie met een thematische voorkeur voor het alledaagse eigentijdse en met een duidelijk humanitair engagement. Zijn poëzie breekt met een maatschappij die zichzelf verliest in “de desastreuze modernisering” van een geïndustrialiseerde en technologische wereld waar de mens en de menselijkheid dreigen verdrukt te worden.

Deze twee dichters hebben dus een bundel samen uitgegeven bij uitgeverij P. De bundel ‘Dorpsbibliotheek’ kwam tot stand omdat beide dichters in Oud-Heverlee wonen nabij Leuven. Zeer verschillende poëzie in één bundel maar alle gedichten hebben iets gemeenschappelijks. Ze gaan over de vijf dorpen van Oud-Heverlee; Vaalbeek, Weert. Oud-Heverlee, Rode en Blanden.  Of zoals de uitgeverij op de achterflap liet noteren: Lokaal. Mondiaal. Bezorgd en zorgend, maar evengoed recht voor zijn raap. Voeten op de grond, letterlijk, allesbehalve gladjes of weggestopt in een ivoren toren.

Ik koos voor het gedicht ‘Nevel op de Doode Bemde’ van Geert van Istendael, omdat ik daar gewandeld heb en hoewel een negatieve naam (Doode Beemde) een zeer mooi natuurgebied.

.

Nevel op de Doode Beemde

.

Is dit wit? Of grijs? Het kruipt, het glijdt,

nee hangt, het vlijt zich neer op geel en groen,

wat rest van bramen en spirea. Verspreidt

het zich? Het lijkt ochtend zijn te verdoen

in zon en stilte. Kilte. Wolligheid.

,

Zuigt struikgewas het in? Heft het zichzelf op?

Een paar uur duurt een veelbelovend waas.

Voorbij nu. Onverschillig. Wijs en dwaas.

.

Mijn ziel is op het lijf verliefd

René Verbeeck

.

De naam René Verbeeck (1904-1979) zal niet bij veel mensen een lichtje doen laten branden. Deze Vlaamse dichter was in zijn tijd echter geen onbekende dichter en was op het gebied van de poëzie onder de mensen brengen zeer actief. Hij is de auteur van elf dichtbundels en essayist.

Hij stond mee aan de wieg van de literaire tijdschriften De Tijdstroom (1930-1934) en Vormen (1936-1940) en richtte in 1937 de poëziereeks Bladen voor de Poëzie op. Tussen 1937 en 1943 verschenen in die reeks een zeventigtal dichtbundels, waaronder werk van collaboratiegezinde auteurs als Paul de Vree, Bert Peleman en Blanka Gijselen. Omdat hij samenwerkte met de Duitse bezetter zat hij na de oorlog 22 maanden in de gevangenis.

Samen met dichter als Buckinx en Demedts wordt hij gerekend tot de generatie van dertig, de zogenaamde postexpressionisten die een terugkeer naar de innerlijkheid en persoonlijke uitdrukking voorstonden. Verbeeck debuteerde in 1926 met de bundel ‘Oriëntering’ en pas in de jaren ’60 van de vorige eeuw werd zijn werk weer opgepakt en publiceerde hij een aantal bundels.

In 1973 werd een gedicht van Verbeeck opgenomen in ‘Gedichten 1973’ de poëziereeks van het Davidsfonds te Leuven onder redactie van Jos de Haes en Hubert van Herreweghen. Het gedicht ‘Mijn ziel is op het lijf verliefd’ lees je hieronder.

.

Mijn ziel is op het lijf verliefd

.

Mijn ziel is op het lijf verliefd

zij heeft er alles van ontvangen

.

zij mag in al zijn kamers wonen

in ’t wonder van de warmte binnenin

.

in ’t hart dat haar zo teder dwingt

te paren met de dingen die daarbuiten zijn.

.

zij kan er wandelen in haar ver verleden

over de vruchtbare weiden van de slaap

.

feestvieren in het schuimend bloed, ’t luidruchtig vlees

waarin de beenderen zo stil hun uur verbeiden.

.

zij krimpt ineen soms in de vingers van de pijn

die in de zenuw boort en beitelt

.

verstomt bij ’t instorten van de stem

terwijl vanuit de grond een andre dwingend roept

.

en leert allengs in liefdes lijflijk avontuur

– arm zieltje mij – wat tijd is en verval

.

en wat, wat kan zij later daarmee doen?

.

Soldaatje spelen

Laurens Hoevenaren

.

Het is soms wonderlijk hoe ik aan informatie over poëzie, gedichten of dichters kom. Zo kwam ik op Facebook een video over een website tegen waar je miljoenen boeken kon downloaden en/of beluisteren. De website welib.org heb ik bekeken en ik heb daar gewoon eens gekeken of en welke poëzie in het Nederlands daar terug te vinden is. Een van mijn eerste hits was ‘De schuilkelders van de poëzie’ van De Scriptomanen Vzw.

Vzw de Scriptomanen organiseerde in 2014 in samenwerking met de Afdelingen Literaire Creatie en Voordracht van de Academie voor Podiumkunsten Aalst een poëziewedstrijd, naar aanleiding van 100 Jaar Kerstbestand Eerste Wereldoorlog, met als thema ‘Oorlog & Vrede’. Een poëziewedstrijd dus waarvan een bundel is uitgegeven.

Onder de inzenders van de gedichten een voor mij bekende namen als Hervé Deleu en Gerard Scharn, beide winnaar van de Ongehoord! poëziewedstrijd (respectievelijk in 2012, de eerste editie, en 2014). Toch werd een andere dichter als laureaat gekozen of in het Nederlands tot winnaar van deze poëziewedstrijd, namelijk Laurens Hoevenaren met het gedicht ‘Soldaatje spelen’ (die overigens ook de tweede plaats won met een ander gedicht).

In het juryrapport opgesteld door Ellen Lanckman, wordt het winnende gedicht als volgt beschreven: “Soldaatje spelen / Hoe ver is veilig hier vandaan? De gedichten Soldaatje spelen en Hoe ver is veilig hier vandaan? zijn de respectievelijke nummer een en twee van de wedstrijd. Ze werden beide geschreven door Laurens Hoevenaren en waren erg aan elkaar gewaagd. De jury was het unaniem eens dat de gedichten kwalitatief hoogstaand zijn: er is nagedacht over de vorm, de inhoud, het ritme én het onderwerp. Dat Soldaatje spelen als winnend gedicht werd gekozen, ligt enkel en alleen aan het verschil in smaak van de juryleden onderling. Beide gedichten zijn literaire pareltjes. Een terechte winnaar!”

Laurens Hoevenaren (1960) debuteerde in 2015 met de bundel ‘Hoe ver is veilig hiervandaan?’, werd met gedichten opgenomen in vele verzamelbundels en won in 2015 de Jotie T’Hooft poëzieprijs en de Turing gedichtenwedstrijd. Wil je het andere gedicht ook lezen zoek deze bundel dan zelf even op. Hieronder het winnende gedicht.

.

Soldaatje spelen

.
we gingen kruisen tellen
op het allereerste veld
maar wisten niet
wat er na honderd kwam
dus deden we: wie vindt de jongste
je had er wel van zeventien

.
en daarna: wie heet er net als jij
dezelfde voornaam gaf vijf punten
een achternaam wel tien

.
ooit vond ik er
mijn voor- en achternaam
in marmeren zonlicht staan
toen ben ik stil
en zonder punten
heel stil gegaan

.