Site-archief
Slopersverdriet
Philip Hoorne
.
Vandaag een gedicht van een dichter in de geest van een andere dichter. Philip Hoorne (1964) is een Vlaamse dichter, schrijver, bloemlezer en recensent. Hij debuteerde in 2002 met de bundel ‘Niets met jou’ in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrit Komrij. De bundel werd genomineerd voor de Vlaamse Debuutprijs. Voor zijn tweede bundel ‘Inbreng nihil’ uit 2004 werd hij genomineerd voor de J.C. Bloemprijs.
Zijn werk werd opgenomen in meerdere bloemlezingen, onder meer in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in duizend en enige gedichten’ van Gerrit Komrij en verschijnt in literaire tijdschriften als Het liegend konijn, De Revisor, Bunker Hill, Landauer en Tirade. Hoorne richtte de poëzierecensiewebsite Poëzierapport op en schreef recensies voor onder meer Knack, de Poëziekrant en Meander.
In 2022 verscheen ‘Beste meneer, Bloem’, een selectie uit 20 jaar op J.C. Bloem geïnspireerd werk, uitgegeven door de Stichting Mr. J.C. Bloem Poëzieprijs. Wanneer een dichter wordt genomineerd voor de J.C. Bloemprijs, zoals Hoorne in 2005, dan wordt deze gevraagd een gedicht te schrijven geïnspireerd op de persoon Bloem, zijn werk of zelfs een regel of titel uit zijn oeuvre. In deze bundel zijn 20 van deze dichters (niet alle dichters hebben gereageerd op het verzoek tot het schrijven van een dergelijk gedicht) met hun gedicht opgenomen waaronder dus het gedicht ‘Slopersverdriet’ van Philip Hoorne.
.
Slopersverdriet
Naar ‘Insomnia’ van J.C. Bloem
.
Denkend aan de daad kan ik niet slopen,
En niet slopend denk ik aan de daad,
En mijn hamer aarzelt voor hij slaat,
Zijn puin en gruis mijn enige hopen?
.
Hoe onmachtig klinkt het schriel ‘ga lopen’,
Als een muur tegen de vlakte gaat.
Stof waait door de opgebroken straat.
‘k Denk dat ik mij beter op kan knopen.
.
Om de vrouw die zich te weinig geeft,
Slechts eens per maand wil minnekozen,
Te min haar vreugde om mijn krachtig zaad,
.
Tot meer paringsdaden niet in staat.
Op steenslag zal ik mijn kiemen lozen,
‘k Wil in mij geen leven dat niet leeft.
.
Otiot
Lut de Block
.
Lut De Block (1952) studeerde filosofie aan de RUG; zij werkt als freelance journaliste, o.a. voor Knack. In 1984 debuteerde ze met de bundel ‘Vader’. In haar werk is één van de kernthema’s de vader-dochter relatie (evenals de natuur en de dood). Reden hiervan ligt in het feit dat ze in februari 1963 haar vader dood aan de keukentafel vond. Dit trauma was een belangrijke inspiratiebron voor haar vroege werk. Lut de Block heeft inmiddels 7 poëziebundels en een roman gepubliceerd.
In Vlaanderen heeft ze een aantal literaire prijzen gewonnen. Haar werk is in het Engels, Frans en Afrikaans vertaald.
Uit:’De luwte van het late middaguur’ uit 2002 een gedicht geschreven voor Harry Mulisch.
.
Otiot
.
Het vlees komt los van de botten. De ziel zingt
zich weg van het lichaam. De klinkers botsen
tegen het karkas van tweeëntwintig letters aan.
In den beginne was het woord. Een alefbeet
van slijk en klei. Hoor ik haar heer of huur haar hier.
Kon ik maar al jouw klinkers zijn en weerklinken
in de klankkast van je lijf. Ik koester het skelet van
zachte consonanten. De meester van ‘de procedure’
noemde hen het zichtbare lichaam van de woorden.
De klinkers noemde hij hun ziel en dus onzichtbaar.
D KLNKRS ZN HN ZL N DS NZCHTBR. Zo bijbels
klinkt het niet in onze ingedijkte moddertaal. en ander-
maal stoor ik je rust, staar je me aan, stuur je me weg.
.





