Categorie archief: websites over poëzie

Gepubliceerde gedichten

Literair tijdschrift Pardon

.

Sinds ik me met poëzie bezighoud en dat is inmiddels al heel veel jaren, ben ik altijd geïnteresseerd geweest in literaire- en poëzietijdschriften. In eerste instantie tijdschriften op  papier maar de afgelopen jaren ook steeds meer de digitale variant. Sinds ik samen met Marianne en Bart MUGzine ben begonnen is die interesse alleen maar toegenomen. Elk nieuw initiatief op dit gebied mag ik dan ook graag verwelkomen.

En er is een nieuw initiatief onder de naam Literair Tijdschrift Pardon. Ik heb op hun website rondgekeken en werd er enthousiast van. Een plek waar beginnende en gevorderde schrijvers en dichters hun werk naartoe kunnen sturen en waar beginnend talent de eerste stappen kunnen zetten in het literaire veld. In aanleg lijkt de werkwijze van Pardon wel op die van MUGzine; uit enthousiasme geboren en gefinancierd met eigen geld. Natuurlijk zijn er verschillen, Pardon is voor proza en poëzie en alleen digitaal.

Als een van de eerste inzenders, naast die van redacteur Marcel Rijken, las ik de bijdrage van Pieter Drift. En laat hij nou een van de eerste dichters zijn die in MUGzine stond, samen met Sabine Kars en Daniël Dee. Omdat het alweer even geleden was dat ik een gedicht heb ingezonden naar een tijdschrift of Zine, heb ik de stoute schoenen maar eens aangetrokken. Dat heeft geleid tot een zeer vriendelijke introductie en het plaatsen van 4 van mijn gedichten. Neem vooral een kijkje op de website en laat je inspireren.

Geen bericht zonder gedicht, en daarom het gedicht ‘Publikatie’ van de dichter Lenze L. Bouwers (1940) uit ‘Het schuim bedekt de messen’ uit 1990.

.

Publikatie

.

Die ogen. Ze hebben woorden gewogen

en vragen mij verantwoording van recht

en opdracht. Ontmoeting leidt tot gevecht.

Vanaf nu breken alle spanningsbogen.

.

Blijf kalm: de lezer is recensent. Echt,

puur leven wordt gedoodverfd als gortdroge

verbeelding. Wie wordt totaal letterknecht,

drenkeling, door de maalstroom meegezogen?

.

Maar jij, jij huilt zo angstig. Vernislaag

werd handhandig afgekrabd met daaronder

een diepbruine kleur zwaartillend verzwijgen.

Wie bracht de bedekking aan? Open vraag.

.

Reageer fel, ik geloof in het wonder:

in de winter, onder sneeuw, bloeien twijgen.

.

Talen

Carl Sandburg

.

Carl Sandburg (1878-1967) was een vooraanstaand Amerikaans dichter, biograaf, journalist en redacteur. Hij won onder andere drie Pulitzerprijzen, twee voor poëzie ( voor ‘Cornhuskers’ in 1919 en in 1951 voor ‘The Complete Poems of Carl Sandburg’) en één voor zijn biografie van Abraham Lincoln (1940).

Tijdens zijn leven werd Sandburg algemeen beschouwd als “een belangrijke figuur in de hedendaagse literatuur”, met name vanwege zijn verzamelde gedichten, waaronder ‘Chicago Poems’ (1916), ‘Cornhuskers’ (1918) en ‘Smoke and Steel’ (1920). Hij genoot een ongeëvenaarde aantrekkingskracht als dichter in zijn tijd, omdat de breedte van zijn ervaringen hem verbond met zoveel facetten van het Amerikaanse leven.

Hij begon zijn schrijverscarrière als journalist voor de Chicago Daily News en schreef vervolgens poëzie, geschiedenisboeken, biografieën, romans, kinderboeken en filmrecensies. Hij verzamelde en redigeerde ook boeken met ballades en volksverhalen.

President Lyndon B. Johnson erkende Sandburg na zijn overlijden als een belangrijke stem en belichaming van Amerika. In 2000 heeft de Chicago Public Library Foundation de Carl Sandburg Literary Award in het leven geroepen, die jaarlijks wordt uitgereikt aan een geprezen auteur wiens werk het publieke bewustzijn van het geschreven woord heeft vergroot.

Op de website amblesideonline.org is een deel van zijn gedichten te lezen. Ik koos voor het gedicht ‘Languages’ dat ik voor het leesgemak vertaalde naar het Nederlands.

.

Talen

.

Er zijn geen handvatten aan een taal

waarmee mensen haar vastgrijpen

en markeren met tekens ter herinnering.

Deze taal is als een rivier, die

eens in de duizend jaar

een nieuwe koers uitslaat

en haar weg naar de oceaan verandert.

Het is bergwater dat

naar valleien stroomt

en van land tot land,

grenzen overschrijdt en zich vermengt.

Talen sterven als rivieren.

Woorden die vandaag om je tong gewikkeld zijn

en tussen je tanden en lippen
tot gedachten worden gevormd,

zullen over tienduizend jaar

vervaagde hiërogliefen zijn .

Zing – en zingend – onthoud

dat je lied sterft en verandert

en er morgen niet meer is,

net zomin als de wind

die tienduizend jaar geleden waaide.

.

We geven de zaak uit handen

MUGzine #33

.

Omdat wij, de makers van MUGzine, een bepaald idee hebben over hoe we MUGzine willen maken (verrassend eigenwijs, lieflijk irritant en niet onopgemerkt) hebben we voor de nieuwe editie iets nieuws bedacht: De gastredacteur. We willen poëziekenners en -liefhebbers gaan vragen of ze gastredacteur willen zijn van MUGzine. Hoe vaak en wanneer we dat gaan doen, tsja dat weten we zelf eigenlijk nog niet, maar tenminste een keer per jaar.

Een gastredacteur krijgt van ons de vrije hand om dichters te benaderen en te vragen om een bijdrage. Uiteraard geven we een gastredacteur wat kaders mee, MUGzine kent tenslotte haar beperkingen (A6 dus geen ellenlange gedichten en geen heel lange regels). En wanneer een gastredacteur ook een kunstenaar of illustrator wil aandragen dan mag dat ook.

Als eerste gastredacteur vroegen we Wim van Til (1955), voor wie ook maar enige notie heeft van de stand van de poëzie in Nederland, geen onbekende. Wim wist dichter en schrijver Frouke Arns te strikken en twee debuterende jonge talenten Famke Houthoff en Solaris. Uiteraard droeg hij zelf een paar gedichten aan en voor de illustraties wist hij niemand minder dan Julia le Fevre binnen te halen, de dochter van Esther Jansma.

Natuurlijk wordt de nieuwe editie geopend door onze redactiefilosoof Marianne en tekende Bart van BRRT.graphic.design voor de vormgeving, is de rubriek Muggenzuchten terug en ronden we ook deze editie af met een Luule.

Zoals je inmiddels ongetwijfeld weet is elke editie van MUGzine gratis te lezen op mugzines.nl maar de ware liefhebber wil natuurlijk het papieren kleinood dat van elk nummer wordt gemaakt thuis ontvangen. Dat kan heel eenvoudig door donateur te worden. Klik hier en lees hoe.

Geen blog zonder gedicht, dit keer van de gastredacteur zelve.

.

Bagdad-Amersfoort, enkele reis

.

Waar zwijgen zich keert tegen de kade,
deze tien vingers dit landschap betasten
en mijn muze rust in de val van blad,
verdwijnt wat ik liefheb.

Mijn woorden gaan scheep in de maan,
mijn lippen houden de wacht bij de bron.
Tot het water terugkeert,
houden mijn lippen de wacht.

.

 

Al van kleins af aan

Roziena Salihu

.

Als liefhebber mag ik graag rondstruinen op de website van Poetry Circle want daar staat allerlei informatie over getalenteerde, vaak jonge, dichters. Wat me dan ook opvalt is dat al die jonge dichters zichzelf vaak niet zien als dichter maar als woordkunstenaar of als creatieveling in de brede zin des woords. Zo vind ik combinaties in de volgende disciplines: dichter/spoken word artiest/beeldend kunstenaar/filmer/tattoo artist/ schrijver/fotograaf/theatermaker/collage artiest/acteur/verhalenverteller/muzikant en coach.

Aan de ene kant heb ik hier geen mening over in de zin dat ik zelf ook niet alleen dichter ben, maar het verschil is dat ik creatief gezien daarnaast alleen blogger ben en geen andere creatieve aspiraties heb. Het lijkt me dan ook lastig kiezen uit al die mogelijke combinaties. Dat gezegd hebbende zit er erg veel talent tussen de dichters/performers op Poetry Circle. Een aantal van de daar geportretteerde dichters ken ik (bijvoorbeeld van de Poëziebus -Steff Geelen en Rellie Telg-, de Kunstbende – Daniëlle Zawadi- en Raamwerk | Dichtwerk -Benzokarim-) of zijn inmiddels landelijk bekend (Derek Otte en Babs Gons) maar er staan ook namen bij die ik niet ken.

Zoals bijvoorbeeld Roziena Salihu (1994). In 2018 werd haar werk voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘En ze leefde nog’. Ook is ze een van de schrijvers die is opgenomen in de bundel ‘Hardop‘ die in 2019 verscheen, samengesteld door Babs Gons. Ze werd gescout voor het nieuwe talentontwikkelingstraject WOLK, dat tot stand is gekomen door een samenwerking tussen Poetry Circle Nowhere, Tilt en Watershed. Daarnaast schrijft ze proza, maakt ze documentaires en is actrice.

Voor aan het sympathieke Raadgedicht deed ze mee. Dat gedicht lees je hieronder.

.

Al van kleins af aan

leren ze ons

over moed

we lezen het in boeken

zien het in cartoons

en vlak voor het slapengaan

vertellen ze het ons,

over prinsen, over ridders

over het redden van prinsessen

en in al die verhalen gaat het altijd hetzelfde

.

Moed

daar word je mee geboren

staat gelijk aan het ontbreken van angst

het redden van prinsessen uit hoge torens

doet alleen een moedig man

.

Maar dat is het ding met sprookjes

het is en blijft op fantasie gebaseerd

en de verhalen die wij hoorden als kind

zijn inmiddels enorm gedateerd

.

Want als we de echte verhalen horen

de geschiedenis terug volgen

dan heeft moed niks te maken met wapens of zwaarden

dan komt er geen prinses en geen ridder aan te pas

dan kan iedereen het vinden

terwijl het daarvoor nooit in je zat

.

Want we worden er niet mee geboren

en da’s maar goed ook, liever niet

want moed heb je pas nodig

als het verschrikkelijk tegenzit

.

En soms is het niet groots

en ook niet gewelddadig

soms zit moed gewoon in

het kleine, het alledaagse

.

Er is maar één correcte definitie van moed

dat ondanks dat iets eng is

je het toch gewoon doet.

.

 

Campusdichters

Martina Pocchiari

.

Op de website van de universiteit van Utrecht verscheen in 2017 een aardig overzicht van Ries Agterberg over campusdichters aan universiteiten in Nederland. Ik weet dat er verschillende campusdichters actief zijn, ik schreef al over campusdichters in Nijmegen (Wout Waanders, Thijs Kersten, Merel van Slobbe), Antwerpen, (Esohe Weyden),  Twente, (Egbert van Hattem) en Groningen (Jephta de Visser).

In het artikel van Agterberg lees ik dat er ook campusdichters actief zijn in Tilburg, Rotterdam en Amsterdam (UvA en VU). In 2016 werd de eerste internationale campusdichter geïnstalleerd en wel aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. De Italiaans Martina Pocchiari (1994) was toen masterstudente Marketing Management en inmiddels, 10 jaar later assistent professor aan de Esade Business School in Spanje.

Omdat ze de nieuwe, en eerste internationale, campusdichter van de Erasmus universiteit was, werd in het Erasmusmagazine een interview met haar geplaatst. Daar werd ook een Engelstalig gedicht bij geplaatst ‘Four times December’ dat ik heb vertaald en hieronder te lezen is.

.

Vier keer december Websie

.

Het was kouder, er waaide een fellere wind –

en in de wind gaf ik mijn hart weg.

Alles

is sindsdien veranderd.

Vandaag is de wind zachter;

de kou, gastvrij.

Maar mijn hart is bevroren

en te midden van een storm.

Hoeveel dingen kunnen er gebeuren,

bij een windvlaag.

Hoeveel dingen kunnen veranderen,

zonder dat wij het merken.

Ik verloor mijn hart in de wind, en nu

Ik weet niet waar het is neergezet.

Maar ik zal voortdurend over de wegen van de wereld

lopen om het opnieuw te vinden.

.

Verblijf

Yasmin Namavar

.

Yasmin Namavar (1983) werkt als psychiater en is daarnaast schrijver en dichter. Haar gedichten verschenen onder andere in De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, Samplekanon en Poëziekrant. Ze won de Hollands Maandbladbeurs voor poëzie in 2024. In 2022 was ze finalist bij de El Hizjra Literatuurprijs. Ze debuteerde in 2025 met de bundel ‘Verblijf’. In deze bundel komt steeds de vraag naar boven wat het betekent om ergens te zijn. Ze trad op tijdens de 42e Nacht van de Poëzie en bij Dichters in de Prinsentuin.

In een interview op de website van Meander zegt ze over hoe ze in aanraking kwam met poëzie: “Als kind las mijn vader soms Perzische poëzie voor. Vooral Hafez. Ik begreep er niets van, maar ik werd meegenomen door het ritme en de klanken. Met Nederlandse poëzie kwam ik pas op de middelbare school in aanraking, en tijdens mijn studententijd begon ik zelf poëzie te lezen. De bundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen‘ van Tjitske Jansen was de eerste dichtbundel die ik op mijn nachtkastje had liggen. Destijds was mijn favoriet, het gedicht dat zo begint: ‘Liefste, Op deze dag zo grijs als haring schrijf ik je een brief waarin het waait’”.

Op de website Sampol.be staat een gedicht van haar hand waarin ze naar Iran trok om te kijken wat haar vader heeft nagelaten. Het gedicht ‘Droogte’ kun je hier lezen. Uit de festivalbundel van de 42ste Nacht van de Poëzie nam ik het onderstaande gedicht van haar hand zonder titel.

.

ze ploegt haar gangen, elke dag

met de schop in haar handen, sandalen in aarde

vrouw uit klei gemaakt

.

daarginds op het erf

bewegen kippen amechtig en schuw – de mens!

in haar schort legt ze eieren in stro

.

na het avondgebed dipt ze koek in sterke thee

en wanneer de nacht door het ledikant zakt

herneemt de schepping opnieuw haar kleine kiem

.

de volgende morgen in de kou – in de holte

van haar buik, spint een rupsachtig beest

nesten vol witte moerbeizijde

.

in de keuken zucht de gootsteen

stokt het hart van een segrijnslak

wacht het servies argeloos op de dood

.

en het paard knikkebolt in de stal

hij let niet op de vrouw

of haar ruw gesponnen draad.

.

Tent

Lote Vilma Vītiņa

.

Wanneer ik op zoek ben naar dichters, gedichten of onderwerpen die met poëzie te maken hebben of poëzie in het algemeen, kom ik regelmatig website pagina’s tegen die ik interessant vind. Gelukkig hebben de uitvinders van het wereldwijde web daar een fijn knopje voor uitgevonden; de bookmark. Meestal vergeet ik die bookmarks weer maar af en toe bekijk ik ze weer en dan valt me op dat er veel moois te ontdekken is op de websites die ik heb vastgezet.

Een van die pagina’s is Versopolis.com. Op deze website kwam ik de dichter Lote Vilma Vītiņa (1993) uit Letland tegen. Zij is dichter, schrijver, striptekenaar en illustrator. Ze werkt graag met zowel tekst als tekeningen en schrijft naast poëzie ook boeken voor kinderen en jongeren. Lote Vilma’s debuutbundel ‘Meitene’ (Meisje) verscheen in 2021. Haar gedichten zijn gepubliceerd in verschillende literaire tijdschriften in Letland en poëziebundels, waaronder de bundel met gedichten van jonge dichters ‘Kā pārvarēt niezi galvaskausā’ (Hoe je de jeuk in je schedel kunt overwinnen) uit 2018, samengesteld door Artis Ostups en uitgegeven door Valters Dakša.

Een recensent zegt over haar gedichten in deze bundel: “Ondanks het feit dat alles zo kalm en herkenbaar lijkt uit onze eigen zomers van onze kindertijd, schuilt er een nauwelijks merkbare spanning in deze regels, en ontstaat er in de geest van de achterdochtige lezer een situatie waarin de schijnbare rust mogelijk verstoord kan worden en het idyllische landschap de potentie krijgt om een ​​stukje tv-nieuws te worden dat eindigt met een oproep om kinderen niet zonder toezicht achter te laten.”

In het gedicht ‘Tent’ (Telsts) komt deze spanning mooi naar voren. De vertaling is van de dichter zelf.

.

Tent

.

Alles is versteend.

uitgeknepen nat

een donkere tent

slakken zonder schelp

 

En wat moest ik doen?

toen je vond

en kozen mij

onder alle meisjes

rond het vuur

was er

vuur helemaal

de vormen van tieners

zijn zo vaag

onhandig als ze

elkaar passeren

flessen

gevuld met pulsen

in een belangrijke kring

in het donker

Je moet het in het donker doen.

maar jij

Je was slim.

je had een zaklamp

 

een warme straal gleed eroverheen

mijn gezicht

wat bijna

verbrijzeld in zijn licht

en ik heb je aangeboden

de meest kostbare

wat ik had

verlangen dat zich gedurende vele jaren heeft opgestapeld

zoals sommige geknipte haren

in een schoenendoos

 

het is een fragiel

afgesloten ruimte

je bevindt je in

een tent

twee tongen

beweging

maar men doet dat niet

onthoud de andere

.

Flanders Literature

Albert Bontridder

.

Behalve van poëzie hou ik erg van alles wat met poëzie te maken heeft. Ook websites over poëzie of over dichters mag ik graag bekijken. Of het nu van één dichter is of, zoals in het geval van de poëziesectie van de website ‘Flanders Literature’, een website over meerdere dichters of poëzie in het algemeen, het heeft mijn interesse. Op de website ‘Flanders Literature’ staat in de poëzie sectie een overzicht van Vlaamse dichters. Het zijn er 45 en ik durf te beweren dat elk van deze dichters wel ergens op dit blog voorbij komt. Waarom deze website over het literaire landschap van Noord-België een Engelstalige titel heeft is me overigens een raadsel. Juist de Vlamingen staan bekend om hun behoud van de Nederlandse taal.

Eén van de 45 dichters is Albert Bontridder (1921-2015). Deze Vlaamse architect en dichter was, vanaf 1949, redacteur van het vernieuwende tijdschrift ‘Tijd en Mens, waarmee hij het modernisme in de Vlaamse poëzie en literatuur introduceerde. Bontridder debuteerde in 1951 met de bundel ‘Poésie se brise’ in het Frans en ‘Hoog water’ in het Nederlands. Zijn doorbraak kwam in 1955 met zijn maatschappelijk geëngageerde gedichten over Willie McGee in ‘Dood hout’. 

Hij won in 1957 de Arkprijs van het Vrije Woord. In 1967 werd hij opgenomen in de groep rond het tijdschrift Kentering. In 1972 mocht Bontridder de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. In 1975 werd hij voorzitter van PEN Vlaanderen, in 1984 lid van de Académie Royale de Belgique, Classe des Beaux-Arts, en van 1987 tot 1993 was hij voorzitter van de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie.

Uit zijn laatste bundel uit 2012 getiteld ‘Wonen in de vloed’ komt het gedicht ‘Overweging’.

.

Overweging

.

De maat van alle dingen
– zo die al bestaat –
is de juiste nabijheid,
inclusief de geboden afstand
van wat mét ons
en tégen ons is,
niet in enige afgebakende ruimte,
niet in een vermoede
of gevreesde confrontatie,
maar in het begrip
van de buigzame,
weerbare,
slijtbare
tussenruimte.

.

 

Rhizome

Wortel woorden

.

Soms lees ik iets, een zin of een woord in een krant, tijdschrift of op een website waar ik de betekenis niet van ken. Vroeger hadden wij thuis Readers Digest (De Nederlandse versie) en daar stond altijd 1 pagina met moeilijke woorden onder de titel Verrijk uw woordenschat. waarvan je dan de betekenis kon raden. Je kreeg dan 4 mogelijke betekenissen en de juiste zat daarbij. Ik heb daar heel veel woorden van geleerd waar ik later profijt van heb gehad. Ook zoiets als het Woordenboekspel kan je woordenschat behoorlijk vergroten.

Ik moest hier aan denken toen ik in een museum op een verklarend bordje bij een kunstwerk van de Belgische kunstenaar Michel Francois (1956) het woord Rhizome las. Ik vraag me af hoeveel van jullie lezers dit woord kennen? Waarschijnlijk de biologen en botanisten onder ons wel want het woord betekent zoveel als ondergrondse plantenstengel die wortels en scheuten uit zijn knopen laat groeien . Rizomen worden ook wel kruipende wortelstokken of gewoon wortelstokken genoemd. 

Wanneer je het woord opzoekt staat er ook een verwijzing bij naar de betekenis die het heeft in de filosofie: een concept in het poststructuralisme dat een samenstelling beschrijft die verbindingen mogelijk maakt tussen alle samenstellende elementen, ongeacht een vooraf bepaalde ordening, structuur of ingangspunt. Je begrijpt meteen waarom de filosofen deze term hebben omarmt. 

Zoekend naar een gedicht over Rhizome of het rizoom kwam ik terecht bij de dichter Forester McClatchey (@forestermcclatchey op Instagram) die een gedicht heeft geschreven over dit fenomeen (of toch in de sfeer van dit fenomeen) getiteld ‘Root Words’. McClatchey (1994) publiceerde gedichten in tijdschriften als ’32 Poems’, ‘The Hopkins Review’ en ‘Literary Matters’. Hij is naast dichter ook kunstenaar, schrijver, criticus en recensent. In februari van dit jaar debuteerde hij met de bundel ‘Killing Orpheus’ waarin hij de confrontatie aangaat met leven en dood vanuit het perspectief van beroemde sprekers uit de geschiedenis en literatuur, van Penelope tot het monster van Frankenstein. Het gedicht ‘Root Words’ is ook op de website ‘Versecraft‘ gedeeld en besproken.

.

Root Words

.

They say that trees can feel it when you walk.

Their fungal nerves are shuddering as your foot

thumps earth. They ponder you. A threat? They talk

about you, sending sugar through their roots,

uttering sugar-language, a grammar thick

as honey, in which every word is a root word,

and takes a week to say. A sentence trickles

over months. Conversations ooze in slurred

centuries. Long after you are dead,

they’re still debating you. They recall

the pattern of your feet, the seedlings snapped

by your passage, what little difference you made.

Your name goes dark in human circles first.

It’s held by trees a while. And then dispersed

.

Bloot in het gras

Astrid Haerens

.

Uit de bundel ‘Oerhert’ uit 2022 van de Vlaamse dichter, schrijver en voormalig leerkracht woord en toneel aan de muziekacademie van Anderlecht, Astrid Haerens (1989) komt het gedicht zonder titel met een eerste regel die meteen uitnodigt om verder te lezen. In vrijwel elk gedicht van deze bundel is het vrouwelijk lichaam prominent aanwezig en dat is niet anders in dit gedicht.

Op zoek naar recensies van ‘Oerhert’ kwam ik op de pagina terecht van Gedichten proeven een geweldige website waarop al ruim 50 poëzie analyses te lezen zijn van gedichten van allerlei dichters, oorspronkelijk in het Nederlands geschreven en vertaalde gedichten. Tot mijn grote vreugde staan er op deze website van Joost Dancet (die ook de redactie doet van de Klassiekers voor Meander) ook nog eens 14 vertaalde gedichten van één van mijn favorietste dichters E.E. Cummings. Maar dus ook een uitgebreide analyse van dit (onderstaande) gedicht. Wat mij betreft dus een aanrader om eens een kijkje te nemen.

Terug naar ‘Oerhert’ van Astrid Haerens. In de bundel, genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de C. Buddingh-prijs en bekroond met de Poëziedebuutprijs 2023, gaan veel gedichten over een ik die geen kind wil. Ook in het onderstaande gedicht zijn allerlei verwijzingen te vinden naar dit gegeven.

 

.