Categorie archief: websites over poëzie
We geven de zaak uit handen
MUGzine #33
.
Omdat wij, de makers van MUGzine, een bepaald idee hebben over hoe we MUGzine willen maken (verrassend eigenwijs, lieflijk irritant en niet onopgemerkt) hebben we voor de nieuwe editie iets nieuws bedacht: De gastredacteur. We willen poëziekenners en -liefhebbers gaan vragen of ze gastredacteur willen zijn van MUGzine. Hoe vaak en wanneer we dat gaan doen, tsja dat weten we zelf eigenlijk nog niet, maar tenminste een keer per jaar.
Een gastredacteur krijgt van ons de vrije hand om dichters te benaderen en te vragen om een bijdrage. Uiteraard geven we een gastredacteur wat kaders mee, MUGzine kent tenslotte haar beperkingen (A6 dus geen ellenlange gedichten en geen heel lange regels). En wanneer een gastredacteur ook een kunstenaar of illustrator wil aandragen dan mag dat ook.
Als eerste gastredacteur vroegen we Wim van Til (1955), voor wie ook maar enige notie heeft van de stand van de poëzie in Nederland, geen onbekende. Wim wist dichter en schrijver Frouke Arns te strikken en twee debuterende jonge talenten Famke Houthoff en Solaris. Uiteraard droeg hij zelf een paar gedichten aan en voor de illustraties wist hij niemand minder dan Julia le Fevre binnen te halen, de dochter van Esther Jansma.
Natuurlijk wordt de nieuwe editie geopend door onze redactiefilosoof Marianne en tekende Bart van BRRT.graphic.design voor de vormgeving, is de rubriek Muggenzuchten terug en ronden we ook deze editie af met een Luule.
Zoals je inmiddels ongetwijfeld weet is elke editie van MUGzine gratis te lezen op mugzines.nl maar de ware liefhebber wil natuurlijk het papieren kleinood dat van elk nummer wordt gemaakt thuis ontvangen. Dat kan heel eenvoudig door donateur te worden. Klik hier en lees hoe.
Geen blog zonder gedicht, dit keer van de gastredacteur zelve.
.
Bagdad-Amersfoort, enkele reis
.
Waar zwijgen zich keert tegen de kade,
deze tien vingers dit landschap betasten
en mijn muze rust in de val van blad,
verdwijnt wat ik liefheb.
Mijn woorden gaan scheep in de maan,
mijn lippen houden de wacht bij de bron.
Tot het water terugkeert,
houden mijn lippen de wacht.
.
Al van kleins af aan
Roziena Salihu
.
Als liefhebber mag ik graag rondstruinen op de website van Poetry Circle want daar staat allerlei informatie over getalenteerde, vaak jonge, dichters. Wat me dan ook opvalt is dat al die jonge dichters zichzelf vaak niet zien als dichter maar als woordkunstenaar of als creatieveling in de brede zin des woords. Zo vind ik combinaties in de volgende disciplines: dichter/spoken word artiest/beeldend kunstenaar/filmer/tattoo artist/ schrijver/fotograaf/theatermaker/collage artiest/acteur/verhalenverteller/muzikant en coach.
Aan de ene kant heb ik hier geen mening over in de zin dat ik zelf ook niet alleen dichter ben, maar het verschil is dat ik creatief gezien daarnaast alleen blogger ben en geen andere creatieve aspiraties heb. Het lijkt me dan ook lastig kiezen uit al die mogelijke combinaties. Dat gezegd hebbende zit er erg veel talent tussen de dichters/performers op Poetry Circle. Een aantal van de daar geportretteerde dichters ken ik (bijvoorbeeld van de Poëziebus -Steff Geelen en Rellie Telg-, de Kunstbende – Daniëlle Zawadi- en Raamwerk | Dichtwerk -Benzokarim-) of zijn inmiddels landelijk bekend (Derek Otte en Babs Gons) maar er staan ook namen bij die ik niet ken.
Zoals bijvoorbeeld Roziena Salihu (1994). In 2018 werd haar werk voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘En ze leefde nog’. Ook is ze een van de schrijvers die is opgenomen in de bundel ‘Hardop‘ die in 2019 verscheen, samengesteld door Babs Gons. Ze werd gescout voor het nieuwe talentontwikkelingstraject WOLK, dat tot stand is gekomen door een samenwerking tussen Poetry Circle Nowhere, Tilt en Watershed. Daarnaast schrijft ze proza, maakt ze documentaires en is actrice.
Voor aan het sympathieke Raadgedicht deed ze mee. Dat gedicht lees je hieronder.
.
Al van kleins af aan
leren ze ons
over moed
we lezen het in boeken
zien het in cartoons
en vlak voor het slapengaan
vertellen ze het ons,
over prinsen, over ridders
over het redden van prinsessen
en in al die verhalen gaat het altijd hetzelfde
.
Moed
daar word je mee geboren
staat gelijk aan het ontbreken van angst
het redden van prinsessen uit hoge torens
doet alleen een moedig man
.
Maar dat is het ding met sprookjes
het is en blijft op fantasie gebaseerd
en de verhalen die wij hoorden als kind
zijn inmiddels enorm gedateerd
.
Want als we de echte verhalen horen
de geschiedenis terug volgen
dan heeft moed niks te maken met wapens of zwaarden
dan komt er geen prinses en geen ridder aan te pas
dan kan iedereen het vinden
terwijl het daarvoor nooit in je zat
.
Want we worden er niet mee geboren
en da’s maar goed ook, liever niet
want moed heb je pas nodig
als het verschrikkelijk tegenzit
.
En soms is het niet groots
en ook niet gewelddadig
soms zit moed gewoon in
het kleine, het alledaagse
.
Er is maar één correcte definitie van moed
dat ondanks dat iets eng is
je het toch gewoon doet.
.
Campusdichters
Martina Pocchiari
.
Op de website van de universiteit van Utrecht verscheen in 2017 een aardig overzicht van Ries Agterberg over campusdichters aan universiteiten in Nederland. Ik weet dat er verschillende campusdichters actief zijn, ik schreef al over campusdichters in Nijmegen (Wout Waanders, Thijs Kersten, Merel van Slobbe), Antwerpen, (Esohe Weyden), Twente, (Egbert van Hattem) en Groningen (Jephta de Visser).
In het artikel van Agterberg lees ik dat er ook campusdichters actief zijn in Tilburg, Rotterdam en Amsterdam (UvA en VU). In 2016 werd de eerste internationale campusdichter geïnstalleerd en wel aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. De Italiaans Martina Pocchiari (1994) was toen masterstudente Marketing Management en inmiddels, 10 jaar later assistent professor aan de Esade Business School in Spanje.
Omdat ze de nieuwe, en eerste internationale, campusdichter van de Erasmus universiteit was, werd in het Erasmusmagazine een interview met haar geplaatst. Daar werd ook een Engelstalig gedicht bij geplaatst ‘Four times December’ dat ik heb vertaald en hieronder te lezen is.
.
Vier keer december Websie
.
Het was kouder, er waaide een fellere wind –
en in de wind gaf ik mijn hart weg.
Alles
is sindsdien veranderd.
Vandaag is de wind zachter;
de kou, gastvrij.
Maar mijn hart is bevroren
en te midden van een storm.
Hoeveel dingen kunnen er gebeuren,
bij een windvlaag.
Hoeveel dingen kunnen veranderen,
zonder dat wij het merken.
Ik verloor mijn hart in de wind, en nu
Ik weet niet waar het is neergezet.
Maar ik zal voortdurend over de wegen van de wereld
lopen om het opnieuw te vinden.
.
Verblijf
Yasmin Namavar
.
Yasmin Namavar (1983) werkt als psychiater en is daarnaast schrijver en dichter. Haar gedichten verschenen onder andere in De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, Samplekanon en Poëziekrant. Ze won de Hollands Maandbladbeurs voor poëzie in 2024. In 2022 was ze finalist bij de El Hizjra Literatuurprijs. Ze debuteerde in 2025 met de bundel ‘Verblijf’. In deze bundel komt steeds de vraag naar boven wat het betekent om ergens te zijn. Ze trad op tijdens de 42e Nacht van de Poëzie en bij Dichters in de Prinsentuin.
In een interview op de website van Meander zegt ze over hoe ze in aanraking kwam met poëzie: “Als kind las mijn vader soms Perzische poëzie voor. Vooral Hafez. Ik begreep er niets van, maar ik werd meegenomen door het ritme en de klanken. Met Nederlandse poëzie kwam ik pas op de middelbare school in aanraking, en tijdens mijn studententijd begon ik zelf poëzie te lezen. De bundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen‘ van Tjitske Jansen was de eerste dichtbundel die ik op mijn nachtkastje had liggen. Destijds was mijn favoriet, het gedicht dat zo begint: ‘Liefste, Op deze dag zo grijs als haring schrijf ik je een brief waarin het waait’”.
Op de website Sampol.be staat een gedicht van haar hand waarin ze naar Iran trok om te kijken wat haar vader heeft nagelaten. Het gedicht ‘Droogte’ kun je hier lezen. Uit de festivalbundel van de 42ste Nacht van de Poëzie nam ik het onderstaande gedicht van haar hand zonder titel.
.
ze ploegt haar gangen, elke dag
met de schop in haar handen, sandalen in aarde
vrouw uit klei gemaakt
.
daarginds op het erf
bewegen kippen amechtig en schuw – de mens!
in haar schort legt ze eieren in stro
.
na het avondgebed dipt ze koek in sterke thee
en wanneer de nacht door het ledikant zakt
herneemt de schepping opnieuw haar kleine kiem
.
de volgende morgen in de kou – in de holte
van haar buik, spint een rupsachtig beest
nesten vol witte moerbeizijde
.
in de keuken zucht de gootsteen
stokt het hart van een segrijnslak
wacht het servies argeloos op de dood
.
en het paard knikkebolt in de stal
hij let niet op de vrouw
of haar ruw gesponnen draad.
.
Tent
Lote Vilma Vītiņa
.
Wanneer ik op zoek ben naar dichters, gedichten of onderwerpen die met poëzie te maken hebben of poëzie in het algemeen, kom ik regelmatig website pagina’s tegen die ik interessant vind. Gelukkig hebben de uitvinders van het wereldwijde web daar een fijn knopje voor uitgevonden; de bookmark. Meestal vergeet ik die bookmarks weer maar af en toe bekijk ik ze weer en dan valt me op dat er veel moois te ontdekken is op de websites die ik heb vastgezet.
Een van die pagina’s is Versopolis.com. Op deze website kwam ik de dichter Lote Vilma Vītiņa (1993) uit Letland tegen. Zij is dichter, schrijver, striptekenaar en illustrator. Ze werkt graag met zowel tekst als tekeningen en schrijft naast poëzie ook boeken voor kinderen en jongeren. Lote Vilma’s debuutbundel ‘Meitene’ (Meisje) verscheen in 2021. Haar gedichten zijn gepubliceerd in verschillende literaire tijdschriften in Letland en poëziebundels, waaronder de bundel met gedichten van jonge dichters ‘Kā pārvarēt niezi galvaskausā’ (Hoe je de jeuk in je schedel kunt overwinnen) uit 2018, samengesteld door Artis Ostups en uitgegeven door Valters Dakša.
Een recensent zegt over haar gedichten in deze bundel: “Ondanks het feit dat alles zo kalm en herkenbaar lijkt uit onze eigen zomers van onze kindertijd, schuilt er een nauwelijks merkbare spanning in deze regels, en ontstaat er in de geest van de achterdochtige lezer een situatie waarin de schijnbare rust mogelijk verstoord kan worden en het idyllische landschap de potentie krijgt om een stukje tv-nieuws te worden dat eindigt met een oproep om kinderen niet zonder toezicht achter te laten.”
In het gedicht ‘Tent’ (Telsts) komt deze spanning mooi naar voren. De vertaling is van de dichter zelf.
.
Tent
.
Alles is versteend.
uitgeknepen nat
een donkere tent
slakken zonder schelp
En wat moest ik doen?
toen je vond
en kozen mij
onder alle meisjes
rond het vuur
was er
vuur helemaal
de vormen van tieners
zijn zo vaag
onhandig als ze
elkaar passeren
flessen
gevuld met pulsen
in een belangrijke kring
in het donker
Je moet het in het donker doen.
maar jij
Je was slim.
je had een zaklamp
een warme straal gleed eroverheen
mijn gezicht
wat bijna
verbrijzeld in zijn licht
en ik heb je aangeboden
de meest kostbare
wat ik had
verlangen dat zich gedurende vele jaren heeft opgestapeld
zoals sommige geknipte haren
in een schoenendoos
het is een fragiel
afgesloten ruimte
je bevindt je in
een tent
twee tongen
beweging
maar men doet dat niet
onthoud de andere
.
Flanders Literature
Albert Bontridder
.
Behalve van poëzie hou ik erg van alles wat met poëzie te maken heeft. Ook websites over poëzie of over dichters mag ik graag bekijken. Of het nu van één dichter is of, zoals in het geval van de poëziesectie van de website ‘Flanders Literature’, een website over meerdere dichters of poëzie in het algemeen, het heeft mijn interesse. Op de website ‘Flanders Literature’ staat in de poëzie sectie een overzicht van Vlaamse dichters. Het zijn er 45 en ik durf te beweren dat elk van deze dichters wel ergens op dit blog voorbij komt. Waarom deze website over het literaire landschap van Noord-België een Engelstalige titel heeft is me overigens een raadsel. Juist de Vlamingen staan bekend om hun behoud van de Nederlandse taal.
Eén van de 45 dichters is Albert Bontridder (1921-2015). Deze Vlaamse architect en dichter was, vanaf 1949, redacteur van het vernieuwende tijdschrift ‘Tijd en Mens‘, waarmee hij het modernisme in de Vlaamse poëzie en literatuur introduceerde. Bontridder debuteerde in 1951 met de bundel ‘Poésie se brise’ in het Frans en ‘Hoog water’ in het Nederlands. Zijn doorbraak kwam in 1955 met zijn maatschappelijk geëngageerde gedichten over Willie McGee in ‘Dood hout’.
Hij won in 1957 de Arkprijs van het Vrije Woord. In 1967 werd hij opgenomen in de groep rond het tijdschrift Kentering. In 1972 mocht Bontridder de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. In 1975 werd hij voorzitter van PEN Vlaanderen, in 1984 lid van de Académie Royale de Belgique, Classe des Beaux-Arts, en van 1987 tot 1993 was hij voorzitter van de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie.
Uit zijn laatste bundel uit 2012 getiteld ‘Wonen in de vloed’ komt het gedicht ‘Overweging’.
.
Overweging
.
De maat van alle dingen
– zo die al bestaat –
is de juiste nabijheid,
inclusief de geboden afstand
van wat mét ons
en tégen ons is,
niet in enige afgebakende ruimte,
niet in een vermoede
of gevreesde confrontatie,
maar in het begrip
van de buigzame,
weerbare,
slijtbare
tussenruimte.
.
Bloot in het gras
Astrid Haerens
.
Uit de bundel ‘Oerhert’ uit 2022 van de Vlaamse dichter, schrijver en voormalig leerkracht woord en toneel aan de muziekacademie van Anderlecht, Astrid Haerens (1989) komt het gedicht zonder titel met een eerste regel die meteen uitnodigt om verder te lezen. In vrijwel elk gedicht van deze bundel is het vrouwelijk lichaam prominent aanwezig en dat is niet anders in dit gedicht.
Op zoek naar recensies van ‘Oerhert’ kwam ik op de pagina terecht van Gedichten proeven een geweldige website waarop al ruim 50 poëzie analyses te lezen zijn van gedichten van allerlei dichters, oorspronkelijk in het Nederlands geschreven en vertaalde gedichten. Tot mijn grote vreugde staan er op deze website van Joost Dancet (die ook de redactie doet van de Klassiekers voor Meander) ook nog eens 14 vertaalde gedichten van één van mijn favorietste dichters E.E. Cummings. Maar dus ook een uitgebreide analyse van dit (onderstaande) gedicht. Wat mij betreft dus een aanrader om eens een kijkje te nemen.
Terug naar ‘Oerhert’ van Astrid Haerens. In de bundel, genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de C. Buddingh-prijs en bekroond met de Poëziedebuutprijs 2023, gaan veel gedichten over een ik die geen kind wil. Ook in het onderstaande gedicht zijn allerlei verwijzingen te vinden naar dit gegeven.
het was een opgezwollen dag toen ik bloot in het gras
de bijen aan mijn oren hoorde zingen mijn kuiten voelde branden
mijn baarmoeder als een warme motor optrok
bijna ben ik zo oud dat alles langzaam keert
ik onttrek het gewicht van heel West-Vlaanderen
leg het in vette plakken op mijn heupen
geef het leven een kans op een tweede indruk beeld me in dat
jij hier toch zou zijn zou dat dan bezitten heten
ik zou je naast me neerleggen
als een trage reportage naar je kijken
je zoals steeds proberen te behoeden
voor de zon die uitgeput schijnt mijn kleintje zou je aaien
niets anders durven
dan mijn vingers verstrengelen en bidden
laat ons terug gras worden terug steen
terug kluiten op een aardappelveld
.
AMAI en MUG
Instadichtersbal
.
Ik wil één gedicht voor alle vrouwen. Het zou een
monument worden en tegelijkertijd een toevluchtsoord
van woorden die nodig zijn om een plek te bouwen
die ons heel houdt.
Ik schrijf er kamers in. Zinnen zijn het pleisterwerk
op wonden, de wanden slechts in potlood,
zodat we vrij zijn om ons binnen of buiten de lijnen
te bewegen. Ze uit te vegen tot zachte roze rullen
die we wegblazen als een kus van een vlakke hand.
Hier is een plek voor de vrouw die inwaarts schreeuwt
zo hard ze kan in een land waar zij wordt stuk gezwegen.
Er is een bed voor de vrouw die nog leeft, omdat ze
deed waar zij het bangst voor was. Een rugtas en haar
kind in halfslaap op de heup genomen.
Hier komen de vrouwen die niet voldoen, omdat de
norm een vorm is die niemand past. Je hoeft
maar weinig te doen om een lastige vrouw te zijn.
In dit gedicht ligt een wet te wachten die zacht is
voor het vrouwenlijf. Hier verblijven zij die
kozen of dat niet mochten, hulp zochten, maar niet
kregen, achterbleven met een lege schoot of meer leven
dan ze konden dragen.
Hier is plek voor Zij Die Hen zullen heten of een M in hun pas
kregen als een verkeerd gespelde naam. Hier gaan de vrouwen
die niet bidden tot de goede God of de juiste huid bewonen.
Hier zal het meisje wonen die in bomen klimt en probeert
om staand te plassen. Hier past de vrouw die niet geloofd wordt,
beroofd en weggehoond wordt. De vrouw die moeder, loeder, hoer,
secreet, een nymf, een milf, frigide heet. Een maagd, een heks,
te sexy is, die lesbisch is of niet meer van mannen houdt, de vrouw
die ziek is of te oud, want niet meer vruchtbaar is,
het vermogen mist tot gehoorzaamheid.
Ik wil één gedicht voor alle vrouwen. Opgevouwen tot
een klein geheim, bewaard in de zakken van jurken en
broeken, onder sluiers en de bandjes van een kanten bh.
En dat we het aan elkaar kunnen geven of herlezen
wanneer we zoeken naar woorden, een plek die vrouwen
heel houdt of onszelf.
.
Een blik over zee is genoeg voor een lome duik
MUGzine #30
.
Sluit je ogen. Transponeer jezelf van je dulle druilkantoor naar een windstille dag aan zee, panty en laarsjes in de tas en met je blote voeten door het zand. Een witgeel gestreepte strandstoel staat op de duintop op je te wachten, je zit en kijkt uit over de zee, een vluchtige vlinder tuimelt langs je oog, een lieveheersbeestje op je blote dij.
Zo begint het voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne in de nieuwe MUGzine, nummer 30 en het laatste nummer van 2025. In dit nummer gedichten van Trudy Dijkshoorn, Bas Belleman (muggedicht), Dietske Geerlings, Elbert Gonggrijp en Jan Kleefstra. Het artwork is dit keer van Mark Fayot. En natuurlijk leveren we je een kakelverse Luule.
MUGzines zijn te lezen op mugzines.nl en voor de ware poëzieliefhebber is dit pronte en eigenwijze minipoëziemagazine (A6) ook op papier verkrijgbaar. Hoe? simpel, gewoon donateur worden en je ontvangt 5 keer per jaar een MUGzine in je brievenbus (plus altijd iets extra’s). Mugzine is een initiatief van MUGbooks, Poetry Affairs en BRRT.Graphic.Design.
Als opwarmertje een gedicht van Dietske Geerlings (1971) stadsdichter van Zutphen 2025-2026, getiteld ‘Eenzaamheid’.
.
Eenzaamheid
.
één
hart dat zo krachtig
verbindingen legt in een lichaam
klopt een weg naar buiten
maar strandt op de rand
het is niet eenvoudig
vat te krijgen op wat er
rondspookt in je hoofd
maar duizendmaalduizendvoudig
is de stilte tussen de tikken
van de klok die je verder en verder
voeren van je voorouders
terwijl je vastloopt in het wereldwijde web van
nu
voor wachten heb je allang geen woorden
meer nodig je staat stil met je rug tegen het raam
je kan het glas niet breken
de kou niet verdrijven
die tussen je botten omhoog kruipt
je lach zit aan de andere kant van je gezicht
waar je niet meer bij kunt
een grimas zit vast om je mond en stoot af
je begrijpt wel dat niemand jou schrijft
niemand jou belt want je ziet de wolf
in je eigen ogen en ruikt de angst in je vacht
ergens diep huist het
kind dat aanbelt
ernstig vraagt of je zegels wilt kopen
vrijmoedig legt het een blad en een pen
in het netwerk van je blauwe aderen
wacht geduldig tot je klaar bent
breekt een woord voor jou in twee stukken
deelt het en maakt voor even van één
saam
.













