Site-archief

liefdesgedicht

Jean Pierre Rawie

.

Tussen alle bezigheden door ben ik momenteel erg druk met het lezen, ervaren, begrijpen, en genieten van een aantal nieuwe bundels waar ik een recensie over wil schrijven. Recensies van de bundels ‘Spiegel van de ziel’ van Antoon Van den Braembussche, ‘Randschade’ van Johan Clarysse, ‘Eenzame goden’ van Han van der Vegt, ‘Ruisen van berken’ van Jan Kleefstra en ‘Urgent & Uniek’ van Anne Broeksma (in die volgorde ook) komen allemaal in de komende maanden op dit blog.

Omdat ik elke dag iets wil schrijven over poëzie, betekent dat, dat ik soms ga voor het (zonder te kijken) kiezen voor een bundel uit mijn boekenkast, daar een willekeurig gedicht uit te kiezen en dat te delen op dit blog. Dat is dan ook wat ik vandaag gedaan heb. Het is de bundel ‘Wij hebben alles nog te goed‘ de mooiste liefdesgedichten van Jean Pierre Rawie (1951) uit 2001. En hoewel de titel suggereert dat het hier om liefdesgedichten gaat (en eigenlijk is dat ook zo, de liefde kent tenslotte vele gezichten), zijn de gedichten in deze bundel af en toe wrang, negatief, wraakzuchtig en donker.

Ik opende de bundel op pagina 15 en daar las ik het gedicht ‘Spinrag’. Een liefdesgedicht zoals ik ze graag lees.

.

Spinrag

.

Je had iets baan de heg staan te verschikken;

ik haalde de herfstdraden uit je haar,

en wist: dit is éen van die ogenblikken

die ik in mijn herinnering bewaar,

tegen de tijd.

Maar straks, als wij al weg

zijn en geen weet meer van ons tweeën hebben,

straks rukt wellicht in deze zelfde heg

de wind nog aan de spinnewebben.

.

Een blik over zee is genoeg voor een lome duik

MUGzine #30

.

Sluit je ogen. Transponeer jezelf van je dulle druilkantoor naar een windstille dag aan zee, panty en laarsjes in de tas en met je blote voeten door het zand. Een witgeel gestreepte strandstoel staat op de duintop op je te wachten, je zit en kijkt uit over de zee, een vluchtige vlinder tuimelt langs je oog, een lieveheersbeestje op je blote dij.

Zo begint het voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne in de nieuwe MUGzine, nummer 30 en het laatste nummer van 2025. In dit nummer gedichten van Trudy Dijkshoorn, Bas Belleman (muggedicht), Dietske Geerlings, Elbert Gonggrijp en Jan Kleefstra. Het artwork is dit keer van Mark Fayot. En natuurlijk leveren we je een kakelverse Luule.

MUGzines zijn te lezen op mugzines.nl en voor de ware poëzieliefhebber is dit pronte en eigenwijze minipoëziemagazine (A6) ook op papier verkrijgbaar. Hoe? simpel, gewoon donateur worden en je ontvangt 5 keer per jaar een MUGzine in je brievenbus (plus altijd iets extra’s). Mugzine is een initiatief van MUGbooks, Poetry Affairs en BRRT.Graphic.Design.

Als opwarmertje een gedicht van Dietske Geerlings (1971) stadsdichter van Zutphen 2025-2026, getiteld ‘Eenzaamheid’.

.

Eenzaamheid

.

één

hart dat zo krachtig
verbindingen legt in een lichaam
klopt een weg naar buiten

maar strandt op de rand

het is niet eenvoudig
vat te krijgen op wat er
rondspookt in je hoofd

maar duizendmaalduizendvoudig

is de stilte tussen de tikken
van de klok die je verder en verder
voeren van je voorouders
terwijl je vastloopt in het wereldwijde web van

nu

voor wachten heb je allang geen woorden
meer nodig je staat stil met je rug tegen het raam

je kan het glas niet breken
de kou niet verdrijven
die tussen je botten omhoog kruipt

je lach zit aan de andere kant van je gezicht
waar je niet meer bij kunt
een grimas zit vast om je mond en stoot af

je begrijpt wel dat niemand jou schrijft
niemand jou belt want je ziet de wolf
in je eigen ogen en ruikt de angst in je vacht

ergens diep huist het

kind dat aanbelt
ernstig vraagt of je zegels wilt kopen

vrijmoedig legt het een blad en een pen
in het netwerk van je blauwe aderen
wacht geduldig tot je klaar bent
breekt een woord voor jou in twee stukken
deelt het en maakt voor even van één

saam

.

Hij komt, hij komt..

Nummer 30

.

Hij komt inderdaad, het laatste nummer van 2025, de nieuwe MUGzine. Dus als je nog geen cadeautje hebt voor Sinterklaas of Kerstmis is dit de uitgelezen (no pun intended) mogelijkheid om geliefden eens iets echt origineels te geven. En zoals je van ons gewend bent doen we er altijd een klein presentje bij. Dus geef iemand een MUGzine cadeau (gewoon of in een speciale MUGzine Japanse enveloppe) of nog beter, geef een jaar lang MUGzines in de brievenbus (5 exemplaren) en word donateur.

Het december nummer van MUGzine is weer een fraai exemplaar geworden. Met poëzie van Trudy Dijkshoorn, Elbert Gonggrijp, Dietske Geerlings en Jan Kleefstra. Het muggedicht is dit keer van Bas Belleman en de kunstenaar is dit keer Mark Fayot. Natuurlijk is er ook een kakelverse Luule en wordt je weer getrakteerd op een poëtisch voorwoord van Marianne.

Als opwarmertje hier alvast een gedicht van Jan Kleefstra (1964). Deze Friese dichter verschenen gedichten  in bloemlezingen als ‘Dichters in de Prinsentuin’ (2006), ‘Kastanjegedichten’ (2006), ‘Schoonheid’, Hernehim (2007), ‘Mengelwerk Drentse open’ 2007, ‘Openbare Bibliotheek Amsterdam’ (2007), ‘7e Regenboog, Breedevallei Dichters’ (2008), ‘Haarlemse Dichtlijn’ (2008), ‘Inkijk, interieurs in de Hollanderwijk’ (2009) en ‘Giftige simmer’ (2009). In 2008 kwam zijn Friestalig debuut uit, ‘Fragminten’, wat niet een vertaling is van de voormalige Nederlandse bundel met dezelfde naam.

.

Bloei kent geen denken

teder tot een eind gebracht

 

ongehavend op zwarte modder

zonder zomerstof gekmakend

vingerzacht groen op de wangen

 

langs het spoor van de achterblijver

het rag om roestige spijkers slaan

 

verwaaid zingen aanklampen

 

een stroomdraad spannen

.

Een slaperige ruis

Jan Kleefstra

.

De Friese dichter Jan Kleefstra heeft meerdere Fries- en Nederlandstalige bundels uitgegeven bij De Friese Pers en uitgeverij Aspekt. Daarnaast brengt hij samen met zijn broer Romke al ruim tien jaar in verschillende internationale samenwerkingen muziek- en filmreleases met Friese titels en Friestalige poëzie uit. Die worden over de hele wereld uitgegeven.

Zijn laatste bundel ‘Veldwerk’ is uit 2020 dat hij samen maakte met Christiaan Kuitwaard. De bundel gaat over de teloorgang van de biodiversiteit in het Friese Landschap. Het is de neerslag van een project ‘woorden en waterverf’, dat heeft geduurd van half maart 2018 tot en met begin maart 2019. Eén avond per week of twee weken trokken ze er samen op uit. Ze kozen een plek uit op het Friese platteland, op grond van herinneringen of intuïtief, waar ze zich installeerden. ‘Een uur lang schilderde Christiaan wat hij zag en schreef Kleefstra op wat hij hoorde of zag en wat mogelijk aan zijn schildersoog ontsnapte.’

.

Een slaperige ruis
vlinder diepe zee
stug aan alles geloven

.

we dragen land naar het duin waar zilvermeeuwen broeden
leggen er wat wolken over
een stem om niet te bederven

.

maan ogen verwilderd schuin over de met wijnrank
gevangen nevel uit onbewoonde burchten

.

een gele kelk om mijn verzinsels
op bijenhaar te lijmen

.

zandkrassend fijngewreven koortskruid
uitgebrand muggenlijf
huid doorzichtig om een beetje tijd
zoutminnend spuug op haar wijd
uitgestreken wang
bij schubbentreden opgeklommen bloei

.