Site-archief

Zachtste dood

J. Meulenbelt

.

Jan Meulenbelt (1921-2011), oom van schrijfster Anja Meulenbelt, verzetsstrijder en dichter, kwam al eens op dit blog langs in 2020. Toen met een vakantiegedicht. Onlangs kocht in in een tweedehandswinkeltje de bundel ‘De ziekte van Hodgkin en oudere gedichten’ uit 1981. De bundel verscheen in de reeks Seismogram onder redactie van Ad den Besten en met subsidie van het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk. De Seismogram-reeks verscheen tussen 1973 en 1984 en in totaal werden 41 titels uitgegeven in deze reeks.

‘De ziekt van Hodgkin en oudere gedichten’ bestaat uit drie delen; Oude gedichten ((1954-1964), Nieuwere gedichten (1974-1978) en De ziekte van Hodgkin (1980). De gedichten in dit laatste hoofdstuk schreef Meulenbelt in ‘de verwachting van de dood van zijn vrouw’ zo lees ik op de achterkant van de bundel. Op twee gedichten na heeft ze alle gedichten uit dit hoofdstuk gelezen.

Uit de intimiteit van de stervensbegeleiding die de maker zijn vrouw heeft gegeven is nu (volgens opnieuw de achterflap informatie) zoals de gestorvene heeft gewild, deze ongewone reeks voor een ieder beschikbaar gekomen, aangevuld met enkele gedichten die na haar dood zijn geschreven. Uit dat laatste hoofdstuk koos ik het gedicht ‘Zachtste dood’.

.

Zachtste dood

.

Stond in je ogen te lezen

liefste in jou

in jou heb ik de dood voor ogen

buiten jou is het uit den boze,

.

en konden mijn blikken doden –

.

ik zou je aanzien

zonder omzien of opzien,

ik bedoel zonder blikken of blozen.

.

Lernert Engelberts

Nog eens

.

Daar sta ik weer voor mijn almaar uitdijende boekenkast (stapels dichtbundels op dichtbundels). En dit keer pak ik zonder te kijken de bundel ‘Ik heb alleen woorden’ De honderd meest troostrijke gedichten over afscheid en rouw uit de Nederlandse poëzie, uit 1998 . De bundel gedichten werd verzameld door Hans Warren en Mario Molengraaf. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde (pagina 70 dit keer) en daar staat het gedicht ‘Nog eens’ van dichter en televisiemaker Lernert Engelberts (1977) dat werd opgenomen uit de bundel ‘Oedipoes werpt jongen’ uit 1996.

.

Nog eens

.

De dood, de mooiste

van alle mogelijkheden,

laat ook vannacht op zich wachten.

Al ligt het koele mes tegen

zijn pols, zijn vlees lijkt van ijzer.

.

Al heeft hij de afscheidsbrief geschreven

-waarin hij vraagt om begrip niet om compassie-

morgenvroeg wordt hij gewoon weer wakker,

slaat de dekens van zich af,

scheurt de brief tot kleine stukjes,

legt het mes terug in de la.

.

Wim T. Schippers overleden

Helaas dood

.

Gisteren werd bekend dat programmamaker, acteur, stemacteur, schrijver, dichter, presentator en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers (1942-2026) is overleden. Er is ontzettend veel te vertellen over Wim T. Schippers maar ik zal me beperken tot de keren dat hij en zijn werk op dit blog een plek kregen. De eerste keer was in 2014, ik schreef toen een stuk over deel 3 in de Ronflonflon reeks (verwijzend naar het gelijknamige radioprogramma Ronflonflon met Jacques Plafond, dat Wim T. Schippers in de jaren 1984-1991 op radio 3 en radio 5 presenteerde en waar de huisdichter Wilhelmina Kuttjke (met twee T een prominente plaats innam) met als titel ‘Kuttje compleet’ gedichten van Wilhelmina Kuttje uitgelegd aan Jacques Plafond.

De keer daarna was in 2019 bij het overlijden van Janine van Elzakker, die de rol van Wilhelmina Kuttje vervulde in Ronflonflon met Jacques Plafond. In de overlijdensadvertentie stond toen de tekst: Helaas dood. Een typische Wim T. Schipperiaanse opmerking. In 2021 schreef ik over een verzamelbundel ‘Congressen‘ van de dienstenbond FNV waarin een van de verassende keuzes van Cox Habbema, de samensteller, van Wim T. Schippers was.

In 2022 schreef ik over een vakantiegedicht van Ingmar Heytze (zelf een groot bewonderaar van Wim T. Schippers) dat begint met een quote van Wim. En als laatste wijdde ik twee berichten aan de winnaar van de Jana Beranováprijs (waar ik als jurylid deel van uitmaakte). Die prijs werd in 2023 toegekend aan Wim T. Schippers. Wat ik me vooral heel goed herinner is de speech die Wim gaf bij de overhandiging van de prijs in Boekhandel Donner in Rotterdam. Ongelofelijk grappig, eloquent, absurd, typisch maar zo goed, zo typisch Wim T. Schippers. Hij was oprecht blij met de prijs vertelde hij (en iedereen aanwezig geloofde hem) omdat dit de eerste prijs was die hij kreeg voor zijn werk als schrijver/dichter. Hij had vele prijzen gekregen maar allemaal voor zijn werk als kunstenaar en scenarioschrijver.

Ik zal hem altijd onthouden om zijn geweldige shows, zijn programma’s op televisie, zijn radioprogramma’s en zelfs zijn manier van presenteren van Zomergasten bij de VPRO. En als dichter, want dat was hij ook. In 1975 verscheen onder de naam B. Servet (Barend Servet, een van zijn creaties) het bundeltje ‘Eén per pagina’ in een oplage van 1500 stuks. Ergens op internet las ik dat het hier een dichtbundel van de kunstenaar Fluxus betreft, die op amusante wijze aan zijn titel is gekomen doordat de uitgever de instructie om slechts één gedicht per pagina te plaatsen verkeerd begreep en het per ongeluk op de omslag afdrukte. Ik denk dat het allemaal uit het heerlijke absurde brein van Wim T. Schippers kwam.

In dit bundeltje korte gedichtjes, een die nu veel op de social media langs komt; Dood / Niks aan te doen. Een gedichtje dat doet denken aan de overlijdensadvertentie van Janine van Elzakker. Maar ook iets langere gedichtjes. Hier een paar voorbeelden.

.

Het zonnetje

.

Lacht het zonnetje?

of is het zonnetje soms kwaad

of alleen maar verdrietig.

De Maan

lacht de Maan?

een straatbeeld van zegge en schrijve

zeven pond en ruim drie ons

ik dank u wel

ik pas voor dergelijke gortige gedachten

dit soort poeha

staat mij in ’t geheel niet aan

doch mocht ik onverhoopt

op andere gedachten geraken

dan hoort u nog van mij

daar kunt u van op aan

het zij zo

.

Credo

.

daar kom ik ook nog es

aankakken

met wat wazig materiaal

.

Crossend door woestenijen

.

het bekende geëikel

van vallen en opstaan

in een extra dimensie

dit keer

want op weg naar jou, mijn liefste

.

 

Lieke Marsman (1990-2026)

Bericht van overlijden

.

Vandaag, op de dag dat Poetry International van start gaat in Rotterdam, werd bekend gemaakt dat schrijver, dichter, essayist, filosoof en voormalig Dichter des Vaderlands (2021-2023) Lieke Marsman is overleden aan de gevolgen van kraakbeenkanker. Hoewel bekend was dat ze ongeneeslijk ziek was kwam dit bericht toch onverwacht. Met haar overlijden verdwijnt opnieuw een bijzondere stem uit de poëzie in Nederland.

Ze debuteerde als dichter in 2010 met de bundel ‘Wat ik mijzelf graag voorhoud’ maar eigenlijk werd al een gedicht van haar gepubliceerd toen ze nog maar 12 jaar oud was. In 2010 werd ook een gedicht van haar opgenomen in de jubileumbundel ‘Nog een lente‘ van Meander waar ze haar poëzie ook al deelde voor haar officiële debuut. Haar werk werd meerdere malen bekroond, de laatste maal in 2025 toen ze de Constantijn Huygens-prijs kreeg voor haar gehele oeuvre, en ze was een graag geziene gast op vele poëziepodia en in de media.

In 2022 verscheen in de groep Het mooiste gedicht, een gedicht van Lieke Marsman dat ze schreef als dichter des Vaderlands met de titel ‘Ter gelegenheid van poëzie’. Ik ben ervan overtuigd dat de poëzie van Lieke Marsman nog vele generaties gelezen zal worden. In haar te korte leven heeft ze zoveel moois geschreven (niet alleen poëzie). In het gedicht ‘Ter gelegenheid van poëzie’ zullen veel mensen troost vinden om het verdriet van een te jong gestorven vrouw en dichter.

.

Ter gelegenheid van poëzie
.
Er was niemand jarig, er was niemand dood.
Het gedicht zelf was de reden.
.
Als we zeggen: de mensen lezen
geen poëzie meer, wat bedoelen we?
.
We bedoelen dat ze niet langer voelen.
Allemaal cursussen om iets te worden,
.
maar niemand doorvoelt wat hij is.
Aan het eind van een gedicht ben je niet langer verloren.
.
De stekels van schaamte trekken zich terug.
Het leven is een leven lang zoeken naar metaforen
.
als het afstellen van een autoradio
op een landweg ruis van onbekende stemmen
.
in een lied dat vaag bekend voorkomt.
.
Dan een beller lang na middernacht:
ik zou het lied graag nog eens horen.
.

Foto: VPRO

Levensverhaal

Peter Ghyssaert

.

Het gebeurt steeds minder vaak dat ik een nieuwe dichter ontdek die ik niet ken. Tenzij deze uit het niets of debuterend als jong of nieuw talent zich aandient uiteraard. Nee, het betreft hier dichters die al enige tijd meelopen of soms al zijn overleden maar waar ik nog nooit tegen aan ben gelopen.

Zo’n dichter is Peter Ghyssaert (1966) en dat ik zijn naam nu pas leer kennen is vreemd want hij heeft al een behoorlijke staat van dienst. Zo werd zijn werk tweemaal genomineerd voor de VSB Poëzieprijs (‘Kleine lichamen’ uit 2oo5 en ‘Ezelskaakbeen’ uit 2011) , was hij te gast op onder meer Poetry International, Dichter aan Huis, Nacht van de Poëzie en de Maastricht International Poetry Nights.

Deze Vlaamse dichter en musicus studeerde muziekgeschiedenis, viool en kamermuziek aan de conservatoria van Brussel en Antwerpen. Als dichter debuteerde hij in 1991 met de bundel ‘Honingtuin’ en publiceerde sindsdien nog acht dichtbundels, de laatste in 2018 met de wonderlijke titel ‘Laiwarikon’.

Zijn werk werd meermaals bekroond, met onder andere de Poëzieprijs De Vlaamse Gids en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Cameo’ (1993) en de Poëzieprijs Antwerpen voor ‘Sneeuwboekhouding’ (1995). Ook verscheen zijn werk in literaire tijdschriften als  Hollands Maandblad, Maatstaf, De Revisor, Tirade, Dietsche Warande & Belfort, Nieuw Wereldtijdschrift en De Vlaamse Gids.

De jury van de VSB Poëzieprijs schreef over zijn poëzie: Doorgaans wordt de poëzie van Ghyssaert geplaatst in de traditie van het estheticisme en de decadentie, zoals die in het fin de siècle gestalte kreeg. Zijn gedichten hebben iets kunstmatigs, maar zonder dat ze daardoor aan natuurlijkheid verliezen. Zijn thematiek is de voornaamste reden om hem decadent te noemen. In zijn gedichten is een obsessieve aandacht voor dood en verval waar te nemen. In de werkelijkheid ziet hij vooral aftakeling, degeneratie en het zieke. Het beschrijven daarvan heeft bij hem een bezwerend karakter.

De zaken die de jury van de VSB Poëzieprijs hierboven benoemen komen terug in het gedicht dat ik uitkoos met de titel ‘Levensverhaal’. Dit gedicht komt uit de bundel ‘Jubileum en andere gedichten’ uit 1997.

.

Levensverhaal

.

Toen hij geboren was begon het al:

zijn moeder had de bijsluiter verloren.

.

Nooit wist hij waartoe dit

of dat dienen moest. Hoewel

hij toch kan raden

liep het steeds verkeerd.

.

Zijn vrienden durfde hij niets vragen:

in hun jeugd hadden die goed

hun eigen voorschriften gelezen

en die toen verbrand.

.

Iedereen hield alles maar geheim

en deed volmaakt wat hij hij niet kon;

ze lachten hem al op de speelplaats uit:

.

een tegenstrijdigheid, verlamd

en huilend in de zon.

.

Rafels

Jan Eijkelboom

.

Soms lees ik een gedicht en dan vallen me dingen op. Dat gebeurde me ook toen ik in de bundel ‘Je bent mijn liefste woord’  gedichten voor bijzondere momenten uit 2015 aan het lezen was. In deze bundel heeft Anne Vegter ‘nuttige gedichten’ bijeengebracht zoals te lezen is op de achterflap. Het uitgangspunt van deze bloemlezing was dan ook het nut van een gedicht. Op zichzelf natuurlijk een best leuke insteek als het gaat om bloemlezen van poëzie. Of zoals er ook staat: “We zoeken nu eenmaal vaak naar woorden bij bijzondere gelegenheden. En wanneer we iets moeilijk onder woorden kunnen brengen, zijn er gelukkig onze dichters die het voorwerk hebben gedaan”.

Toch was de opzet en uitvoering van deze bloemlezing niet waarom ik specifiek bij een gedicht bleef hangen. Dat was het woord ‘caran d’ache’ of eigenlijk het merk caran d’ache want voor zover ik weet is dat het merk van kleurpotloden. Even opgezocht voor je en ja hoor: Caran d’Ache is afgeleid van het Russische woord karandaš (карандаш), wat overstroming betekent. Deze term stamt oorspronkelijk van het Turkse kara-tash , wat zwarte steen (grafiet) betekent. Het is de naam van een gerenommeerd Zwitsers merk van luxe schrijfwaren en kunstenaarsbenodigdheden, genoemd naar de Frans-Russische cartoonist Emmanuel Poiré, die dit pseudoniem gebruikte.

De reden dat ik juist bij dit woord bleef hangen is dat ik zelf ooit het woord heb gebruikt in een gedicht en ik mij herinner dat Gerrit Komrij het ooit gebruikte in een gedicht. Soms is een aanleiding gelegen in het detail, zoals in dit geval. Het gedicht waarin ik het las is van Jan Eijkelboom (1926-2008) is getiteld ‘Rafels’ en het onderwerp is de dood of doodgaan. Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000.

.

Rafels

.

Toen ving een roodbruine stam nog

de ochtendzon op, puur cederhout

van caran d’ache.

.

Later fladderden er raven

tussen de al even gerafelde takken

van de lariks.

.

Een schicht: de schaduw

van één zwaluw schoot

door de zomer.

.

En in het sprookjesbos

is plotseling de stinkzwam

dwingend aanwezig.

.

Doodgaan behoort tot het zeer weinige

dat niet zou mogen. Toch

wordt het veel gedaan.

.

 

Fin de saison

Cees Nooteboom

.

Normaal gesproken ga ik op vrijdag vaak voor een van mijn boekenkasten staan en dan pak ik, zonder te kijken, een poëziebundel uit de kast. Daar open ik dan op een willekeurige bladzijde en het gedicht dat daar staat deel ik hier op mijn blog. Vandaag deed ik dat ook maar toen ik voor mijn boekenkast ging staan viel eigenlijk meteen de bundel ‘Aas’ van Cees Nooteboom uit 1982 mij op.

Nu mag inmiddels wel bekend zijn bij iedereen dat Cees Nooteboom (1933-2026) op 11 februari jongstleden is overleden. Daarom heb ik ervoor gekozen in dit geval niet het toeval te laten bepalen welke bundel ik pak maar deze bundel te pakken. Ik heb wel op een willekeurige bladzijde de bundel geopend en daar op pagina 31, staat het gedicht ‘Fin de saison’ waar je met een beetje fantasie het einde van een leven in zou kunnen zien.

.

Fin de saison

.

Het werd een maand als oktober.

De kleur van de wijn was onzichtbaar,

de obers verdronken in het bevroren

terras.

.

Dit is hoe de demon het deed:

hij waadde door het marmeren water

en tilde haar schim van de rots.

.

Zo zag het eruit:

de wind kwam aan over zee

met de nacht in zijn vleugels.

De demon vervoerde haar schaduw

naar waar ik die nooit meer kon zien.

.

Zo sloot hij het raadsel dat zij eenmaal

geweest was. Hij verbrandde mijn ogen en oren

en brak het verleden.

.

Toen liet hij haar gaan als een prooi

met haar scherven.

En mij, mij liet hij besterven

met de laatste fooi van het jaar.

.

Wijsgerige gedichten

Heere Heeresma

.

Onderwerpen en thema’s voor gedichten zijn zeer divers, ik zou zeggen alomvattend, er zijn geen onderwerpen waarover niet ooit een gedicht is geschreven. Sommige onderwerpen en thema’s zijn populairder onder dichters dan andere; ik noem de liefde, de dood, het dichterschap. En er is poëzie die geschreven is vanuit een ‘andere’ functie die de dichter heeft. Ik heb hier al vaker geschreven over de combinatie kunstenaar/dichter, wetenschapper/dichter, journalist/dichter en zo kan ik nog wel meer voorbeelden noemen. De meest voorkomende is natuurlijk dichter/schrijver want ik geloof niet dat er veel dichters zijn die alleen en exclusief het métier van dichter beoefenen.

Een andere, interessante combinatie is die van filosoof of wijsgerige en dichter. Een aardig voorbeeld vind ik Sanne ten Wolde (al is zij toch vooral filosoof) maar ook aan Eva Meijer en Jabik Veenbaas. De Poëzie van deze dichters/filosofen is vaak serieus en diepgravend (filosofisch). Toch kan het ook anders. Heere Heeresma (1932-2011) publiceerde in zijn bundel ‘Eens en nooit weer…‘ uit 1979 een aantal gedichten in het hoofdstuk Wijsgerige gedichten 1970-1971 die je met een knipoog wijsgerig kan noemen. Heeresma is als schrijver eerder te vergelijken met iemand als C. Buddingh’ (qua humor) dan met de filosofen die ik hierboven noem.

Hieronder een aantal voorbeelden van gedichten uit deze bundel die hij dus rangschikte als zijnde wijsgerig. De laatste is wat mij betreft zeer actueel en kan zo op Trump of de volksverlakkers van de FvD worden geprojecteerd.

.

Wie het leven beschouwd als een toverbal,

slechts gulzig-zuigend gaat zijns wegen,

die raakt noch kant die raakt noch wal,

en daar is niets op tegen.

.

Het is altijd beter leugens te bedenken

dan ongevraagd de waarheid te schenken.

Want waarheid is als het volle pond,

het verstopt het hart; verstopt de mond.

.

Het leven is als een pijp kaneel,

zegt Wijsheid; en neemt méér dan haar deel.

Want boven al’ torent Zakendoen

en niets zo goed als de zak vol poen.

.

Bibliotheekleven

Pierre Kemp

.

In 2017 verscheen de bundel ‘Het regent in de trompetten’ de mooiste gedichten van Pierre Kemp (1886-1967). Wiel Kusters en Ingrid Wijk maakten een keuze uit het werk van Kemp en zij kozen voor een thematische ordening van de gedichten. Er zijn gedichten opgenomen over het verlangen, de vrouw, licht en kleuren, klank en muziek, planten en dieren, nacht en dromen, stad en land, ouderdom en dood, maar ook over kind zijn op latere leeftijd.

Pierre Kemp (1886–1967) werkte jarenlang als schilder, voordat hij in 1914 zijn eerste gedichten publiceerde in de bundel ‘Het wondere lied’. Hij brak pas echt goed met de bundel ‘Stabielen en passanten’ (1934) toen hij al bijna vijftig was. Kemp publiceerde vervolgens nog ruim tien bundels, in sommige speelden kleur en verf een belangrijke rol zoals ‘Engelse verfdoos’ (1956), ‘Vijf families en één poederblauw’ (1958). Hij ontving voor zijn werk de Constantijn Huygensprijs 1956 en in 1959 werd hem de P.C. Hooftprijs uitgereikt. Twee jaar voor zijn dood verscheen zijn laatste bundel, ‘Perzische suite’ (1965). Zijn Verzameld werk (drie delen) verscheen in 1976.

En in 2017 werd zijn poëzie dus opnieuw gebundeld. In deze verzamelbundel staat het gedicht ‘Bibliotheekleven’. En aangezien ik mijn leven heb gewijd aan de bibliotheek (inmiddels al meer dan 40 jaar werk in in bibliotheken) mag het geen verrassing zijn dat ik juist voor dit gedicht koos om hier met jullie te delen.

.

Bibliotheekleven

.

Zo nu en dan leg ik die prinses op haar rug.

Zij kijkt mij daar dankbaar voor aan

en zegt: doe mij nu niet meer te vlug

weer blijven staan.

.

Ik weet het en al bent u niet van vlees en doek,

u staat toch in mijn adelsboek.

.

Weet je dus werkelijk wie ik ben?

.

Of ik niet alle prinsessen op de erwten ken.

.

 

Els de Groen (1949-2025)

Wereldverbeteraars

.

Gisteren bereikte mij het verdrietige bericht dat Els de Groen (1949-2025) is overleden. Nog begin dit jaar had ik contact met haar via de mail dat ze ernstig ziek was maar dat ze in behandeling was. Ze had mij eerder benaderd met de vraag wat ik voor haar kon betekenen in het uitgeven van een dichtbundel via Mugbooks, mijn facilitaire poëzie uitgeverij.  Ondanks haar ziekte klonk ze nog steeds optimistisch. Het bericht van haar overlijden viel mede daarom nogal rauw op mijn dak.

Ik leerde Els kennen tijdens een optreden bij poëziestichting Ongehoord! in december 2016. Ik was al onder de indruk van haar verleden als Europarlementariër voor Groen Links en als schrijver van jeugdboeken en poëzie. Ik schreef een recensie over haar  dichtbundel ‘Wakker vallen‘ uit 2018, waarin ze blijk gaf van een grote mate van engagement. Ondanks het feit dat er van haar boeken (vertaald in 13 talen) maar liefst 1.750.000 exemplaren verkocht zijn was ze altijd heel benaderbaar en reageerde ze zelfs heel enthousiast toen we haar vroegen om gedichten aan te leveren voor MUGzine #16 die als richting had ‘gedenk te overstromen’ en waar naast Els ook andere klimaatdichters als Alex Gentjens, Sara Eeelen en David Troch bijdroegen.

Het klimaat en de klimaatveranderingen gingen haar aan het hart. In een interview met Els door Cora de Vos op de Meandersite zegt ze onder andere hierover: “Er gebeurt zoveel om ons heen waar we geen notie van hebben, omdat we ons boven het ecosysteem geplaatst hebben waarvan we onderdeel zijn en dat we in onze onnozelheid naar de barbiesjes helpen.”

Op de rouwkaart van Els is het gedicht ‘Wereldverbeteraars’ uit haar bundel ‘Wakker vallen’ geplaatst dat ik hier graag wil delen. Het is een prachtig voorbeeld van hoe Els tegen de wereldverbeteraars (en dus zichzelf) aankeek. Met het overlijden van Els de Groen wordt de wereld een klein stukje minder mooi.

.

Wereldverbeteraars

.

Bespot ze niet

de dromers

demonstranten

spandoekdragers

Ze hebben je hoon niet nodig

.

Uitlachen doen ze zichzelf wel

in hun momenten van twijfel

die het diepst zijn

wanneer hun geweten spreekt

en het jouwe zwijgt

.