Site-archief
Clerihew
Versvormen
.
Als je de categorie Versvormen op dit blog aanklikt, krijg je een grote hoeveelheid van verschillende versvormen te zien die ik door de jaren heen heb beschreven. Voor de liefhebber van ‘vaste’ versvormen is er dan ook heel wat te genieten op dit vlak, niet alleen zijn er heel veel versvormen (bekend en onbekend) maar er worden er ook nog altijd nieuwe bedacht.
Op de website mentalfloss.com (een website die nieuwsgierigheid stimuleert door kennis verrassend en plezierig te maken) las ik een artikel over een versvorm die ik nog niet kende, de clerihew. De clerihew is vernoemd naar zijn uitvinder, de Engelse schrijver Edmund Clerihew Bentley (1875-1956), die zijn eerste clerihew als tiener op school schreef in de jaren 1890. Het onderwerp was Sir Humphry Davy (die Bentley als Humphrey spelde ), de scheikundige uit het begin van de 19e eeuw die wordt beschouwd als de ontdekker van natrium en andere elementen. De allereerste clerihew ging als volgt:
Sir Humphrey Davy
Detested gravy.
He lived in the odium
Of having discovered Sodium.
In sommige publicaties verving Bentley ‘ detested’ door ‘abominated‘ of ‘was not fond of’, wat een goede indicatie is van hoe weinig hij zich in deze specifieke gedichten bekommerde om het metrum. Sterker nog, clerihews zijn vaak opzettelijk aritmisch (en niet helemaal historisch accuraat) om ze kinderlijker en daardoor grappiger te laten lijken.
Om als traditionele clerihew te worden aangemerkt, moet een gedicht aan de volgende regels voldoen:
- Het moet vier regels lang zijn.
- De eerste twee regels moeten rijmen, en de laatste twee regels moeten ook rijmen.
- Het moet gaan over een persoon, die je in de eerste regel noemt.
Er is zelfs zoiets als een National Clerihew Day en laat dat nou op 10 juli zijn (vandaag dus, toeval bestaat niet denk ik).
Uiteraard heb ik ook een poging gedaan.
Boerenvoorganger Koekoek
was destijds al vaak de weg zoek.
Maar Lientje, die zich er daarna in vastbeet
heeft van die hele weg geen weet.
.
Gebonden
Herman van Veen
.
Dat Herman van Veen bekend en geliefd is mag wel duidelijk zijn. Op zijn Wikipedia pagina staat hij omschreven als toneelartiest, acteur, auteur, singer-songwriter, muzikant en schilder. Dat hij ook dichter was wordt niet genoemd, wat opvallend is want op zijn eigen website staat wel een kopje ‘schrijver’ met daaronder het kopje ‘liedjes, verhalen & gedichten’.
Die liedjes en die verhalen kennen de meeste van ons wel, de verhalen van Alfred J. Kwak en liedjes als ‘Hilversum 3’ en ‘Anne’ om er maar een paar uit een eindeloos lange reeks te noemen. De gedichten zijn minder bekend. En toch was er een tijd dat ook de poëzie van Herman van Veen zeer goed verkocht. In een gratis mee te nemen boekentafel op het station van Den Haag vond ik zijn bundel “gebonden” uit 1978. Het betreft hier een derde druk binnen 5 maanden! Hoewel de bundel stevig is (96 pagina’s) zijn veel van de gedichten kort tot zeer kort. Een paar voorbeelden:
.
kind
mens
in onvolwassen staat
de reutel
nog niet in de keel hebbende
*
al eeuwen
gebukt
onder het juk
van de armen
deo in excelsis
deo in dorant
*
ze waren zo beschaafd
ze neukten met mes en vork
en nooit met volle mond
.
Grappig, soms curieus maar altijd met het taalgevoel dat we van Herman van Veen kennen. Maar er staan ook serieuze gedichten (allemaal zonder titel overigens) in deze bundel, gedichten waarover je je gedachten kan laten gaan. Het gedicht over een soldaat maakt dat duidelijk.
.
als een soldaat
iemand doodschiet
schiet hij
uiteindelijk
zichzelf dood
.
dat dacht de man
voor het vuurpeloton
.
maar
hij had geen tijd meer
om dat uit te leggen
.
en dat maakte hem nog verdrietiger
.
maar hij had tenminste de troost
dat zijn verdriet
van korte duur was
.
Tot slot nog een aantekening. In deze bundel staan een paar, in twee verschillende handschriften geschreven tekstjes als ‘denkend aan alle goede momenten die we samen met H.v.V. hebben doorgebracht, voelde ik me “gebonden” jou deze bundel te geven. En: Met de zoete herinnering aan een onverwacht, gestolen samenzijn met jou, Baukje, Lekkum, 2 februari 1979. Ook dat maakt zo’n bundel extra bijzonder.
.
Geborduurde poëzie
Joost Broere
.
Bij Studio Kers is begin dit jaar de bundel ‘Geborduurde poëzie’ van Joost Broere (1965) verschenen. Rotterdammer Joost Broere, die ernstig ziek is en in een hospice verblijft, debuteert hiermee als dichter die zijn gedichten of tekstjes in de geest van Jules Deelder (1944-2019) en C.B. Vaandrager (1935-1992) de wereld instuurt. Zijn goede vriend en Volkskrant journalist John Schoorl (zelf ook dichter) verzamelde jarenlang de oneliners (ironische en observerende waarnemingen) van Broere (vandaar de omschrijving van Schoorl ‘de best niet-dichtende dichter’) en bracht die tezamen in de bundel ‘Geborduurde poëzie’ als cadeau voor zijn 60ste verjaardag.
De droogkomische, stoïcijnse dichtregels die Schoorl noteerde zullen veel mensen niet direct als poëzie zien. Toch zijn ze heel goed te plaatsen in de absurdistische en ‘niet-poëtische’ gedichten van Vaandrager, Deelder en Riekus Waskowsky (1932 – 1977). Niet toevallig allemaal Rotterdamse dichters. Bijzonder en grappig ook dat Broere helemaal niet de intentie heeft dichter te worden, het lijkt hem een hoop nodeloos gedoe, en tijd ervoor heeft hij ook niet.
Toch verdient deze bundel wat mij betreft een plekje onder de poëziehemel. Heel veel mensen zullen smullen van de ‘gedichten’ van Joost Broere. Daarom hieronder een paar voorbeelden uit deze bundel.
.
Over hartzeer
.
Doet je hart pijn,
eet dan na het wandelen een garnalenkroket
.
Over voortplanten
.
Als de motor
eenmaal loopt
Draait het
vanzelf.
.
Over historisch besef
.
Voor die ene gelegenheid
droeg opa altijd
zijn Duitse tropenbroek.
.
Deze kant boven
C. Buddingh’
.
Vorige maand heb ik een paar oudere bundels van C. Buddingh’ (1918-1985) gekocht en lezend in deze bundels wordt mijn waardering voor Buddingh’ als dichter steeds groter. Waar ik in het verleden nog weleens dacht dat Buddingh’ de boel in de maling nam met korte gedichten die vooral grappig waren en die je snel weer vergat, nu kijk ik daar toch wat anders naar. Zijn fantasie en manier van dichten is zo eigen. Een gedicht van Buddingh’ pik je er zo uit. De typografie, zijn eigenzinnige kijk op de taal en de poëzie, en zijn experimenteerdrang kenmerken zijn gedichten.
Op de achterkant van de bundel ‘Deze kant boven’ uit 1965 lees ik: “Jaren vóór de experimentelen het bolwerk der vaderlandse poëzie bestormden en innamen schreef hij experimentele gedichten; jaren vóór ‘de nieuwe stijl’ op haar beurt een knuppel in onze zwanenvijver wierp, vloeide uit zijn puntige pen het soort poëzie waarop deze jongste stroming in onze dichtkunst haar program zou baseren”.
In deze bundel staan nog steeds de korte puntige (bijna Luule-achtige) gedichtjes als:
.
spreker
.
de spreker betoogde
wat betoogde de spreker?
ja, dat zei de spreker niet
.
Maar ik kwam ook een wat langer, inhoudelijker gedicht tegen, getiteld ‘improvisatie’ met een motto van de Franse dichter Paul Eluard (1895-1952) ‘le ciel change’ ( De lucht verandert). Dit gedicht wil ik hier graag met jullie delen.
.
improvisatie
.
le ciel change
paul eluard
.
welaan dan: de lucht verandert:
er komen kleine witte wolkje, ziet u wel
(de meteorologen zullen er ongetwijfeld
een naam voor hebben) ze drijven op blauw
(denkt u, maar vanzelfsprekend
is dat gezichtsbedrog)
als mollige meisjes in een natuurbad-
jaja als ik het niet dacht:
natuurlijk moeten er weer meisjes bij komen
(u kunt ook geen vijf minuten
zonder erotiek)
nu vooruit dan, van mij mag het: droom dus gerust
van mollige jonge meisjes
als u naar een stel schapewolkjes kijkt
.
(de zinnen zijn er tenslotte)
.
Minirap ter overweging
L. Th. Lehman
.
Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en daar pak ik, zonder te kijken, de bundel ‘ Zeventiende Nacht van de Poëzie’ uit 1997. Zoals inmiddels bekend sla ik deze bundel dan op een willekeurige pagina open en dan kom je, in dit geval uit bij het gedicht ‘Minirap ter overweging’ van de excentrieke Rotterdamse dichter, danser, surrealist, jurist en scheepsarcheoloog L. Th. Lehman (Louis Theodorus Lehman 1920-2012).
In dit gedicht klinkt kritiek ten opzichte van rap (“maak het maar bebabbelbaar”) en is toch ook grappig. In tegenstelling tot een aantal gedichten in deze bundel staat bij dit gedicht niet waar het uit genomen is, wat mij doet vermoeden dat Lehman het speciaal geschreven heeft voor de Nacht van de Poëzie of nog had liggen.
.
Minirap ter overweging
.
Tafeltje tiktak, klokje bom!
Dingen in de keuken vallen om.
Koekepan pingpong, kopje krak!
Uit door de voordeur, binnen door het dak.
.
Maak het maar, maak het maar,
maak het maar bebabbelbaar.
(te herhalen ad.infin.)
.
Rouwadvertentie
Johannes van der Sluis
.
In 2018 verscheen onder het heteroniem (Een heteroniem is een vorm van een pseudoniem waarbij een auteur een fictieve schrijverspersoonlijkheid creëert, soms als afsplitsing van zichzelf) Giovanni della Chiusa, de debuutbundel ‘Een mens moet ook niet alles willen weten’ van Johannes van der Sluis (1981)) wat zijn echte naam is. Deze bundel werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs.
In begin 2019, zag Johannes van der Sluis bij de Erasmusbrug in Rotterdam een demonstratie van de Gele Hesjes, die hem vanuit het niets obsedeerde, alsof de Zotheid hem in haar greep kreeg, vooral de jongen die ‘100% vrije jongen’ achterop zijn jas had geschreven. Dat werd ook de titel van zijn eerste gedicht (onder eigen naam), die werd gepubliceerd in Hollands Maandblad (waar hij daarna nog verschillende malen in zou publiceren en waar hij hoofdredacteur van is), en uit de stroom poëzie die daarop volgde, ontstond de bundel ‘Ik ben de verlosser niet’ (2020). Deze bundel verscheen onder zijn eigen naam en werd genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs 2021.
In 2022 verscheen vervolgens de bundel ‘Profane verlichting’ en in 2023 de bundel ‘De Groenvoorziening’, over zijn tijd bij de plantsoenendienst in Rotterdam-IJsselmonde, waar van der Sluis woonachtig is. Deze bundel is ‘een poging om grip op het leven te krijgen’ volgens de dichter. Op de website met Rotterdamse dichters staan een paar gedichten van zijn hand waaronder het gedicht ‘Rouwadvertentie’ uit de bundel ‘Een mens moet ook niet alles willen weten’ waarover Remko Ekkers in Tzum schreef: “De gedichtjes zijn grappig en treurig” zo ook het gedicht ‘Rouwadvertentie’.
.
Rouwadvertentie
.
Doodongelukkig
zou hij zichzelf niet willen noemen
de laatste tijd echter
verlangt hij
bijvoorbeeld als hij op een begraafplaats rondloopt
of begrafeniswagens voorbij ziet rijden
of rouwadvertenties leest
naar de dood.
Zichzelf ophangen
zichzelf verstikken in een plastic zak
of voor de trein springen,
daar moet hij alleen niet aan denken,
nooit zou hij de hand aan zichzelf slaan.
Als het even kan
zou hij in een onbewaakt ogenblik
in een ravijn willen worden geduwd.
Vínd maar eens iemand.
.
Het begin van de wereld
Kunst kijken
.
Poëzie komt en gaat in vele verschillende verschijningsvormen. Van ultrakort tot ellenlang, van super serieus tot hermetisch, van lyrisch tot humoristisch. Ik hou van alle vormen door wat ze te bieden hebben. Het is vooral de verscheidenheid die me aantrekt. Het is als met je lievelingseten, heel erg lekker maar je wil je ook niet elke dag je lievelingseten eten, dan gaat het je snel tegenstaan. In de verscheidenheid aan poëzie is humor een lastige. Wanneer wordt het cabaret of melig en wanneer blijft het poëzie die een glimlach op je gezicht tovert? Drs. P, C. Buddingh’ en vele light verse dichters, er zijn genoeg voorbeelden van dichters die een lichte toets vermengen met humor in hun poëzie.
Een voorbeeld van een dichter die dit als handelsmerk heeft is Nico Dijkshoorn. Jarenlang huisdichter van De Wereld Draait Door, maar in mijn boekenkast al vertegenwoordigd met de bundel ‘Daar schrik je toch van: De eerste 1000 gedichten’ onder pseudoniem uitgebracht als P. Kouwes in 2008. In 2012 verscheen ‘Dijkshoorn kijkt kunst’ een bundel met gedichten gemaakt bij kunstwerken uit het Kröller-Müller Museum. Voor dit museum stelde hij een succesvolle audio-rondleiding samen. Hij schreef nieuwe teksten bij kunstwerken en sprak die zelf in. Deze audio-rondleiding is ook als boek, met de afbeeldingen van de kunstwerken bij de gedichten, verschenen. Hieronder twee voorbeelden van hoe een gedicht bij een kunstwerk, in dit geval ‘Het begin van de wereld’ van Brancusi uit 1924, en ‘Grasgrond’ van Vincent van Gogh uit 1887, ook humoristisch kan zijn.
.
Het begin van de wereld
.
ik was 5 jaar
mijn nichtje was 6
samen aten wij
ei
eerst luisterden wij naar ei
het tikken tegen de bodem van het pannetje
een wanhopige dans zonder armen en benen
.
oma liet
ons ei schrikken
met koud water
eieren zijn bang van alles
boter
lepeltjes
messen
.
daarna volgde
het eten
het volmaakt simultaan ei eten
mijn nicht de witte buitenkant
ik de gele binnenkant
toen wist ik het nog niet
maar nu wel
een eitje delen
dat doe je niet zomaar
met iedereen
.
Grasgrond
.
de nieuwe broek
onverwacht gestoei
het glijden op
je rechterknie
en dan al
je moeder horen
,
dat gaat er dus
nooit meer uit
je wordt bedankt
.

















