Site-archief
Kunst in de poëzie
Marc Tritsmans
.
De combinatie van kunst en poëzie heeft me altijd bezig gehouden. Aan de ene kant is poëzie een literaire kunstvorm en behoeft dus geen bekrachtiging door een andere kunstvorm maar aan de andere kant is de combinatie van twee kunstvormen juist vaak wel een spannende. Ik ken dichters die niets moeten hebben van poëzie die op muziek gezet wordt of poëzie in een kunstwerk (bijvoorbeeld een schilderij), maar ik ken er ook die juist steeds die combinatie opzoeken om een extra laag toe te voegen aan hun poëzie.
Combinaties zijn er in allerlei vormen, zo schreef ik al eens over Nico Dijkshoorn en de bundel die hij schreef bij kunstwerken van het Kröller-Müllermuseum, over de gedichten van Elise Vos bij foto’s van Eddy Verloes, gedichten bij tekeningen van Charlotte Mutsaerts, de collages van Herta Müller, gedichten van en bij schilderijen van Marlene Dumas, de grafische kunst poëzie van Eelkje Christine Bosch, een gedicht van Christian Bök bij zijn kunstwerk ‘Protein 13’, gedichten over kunstwerken van duinen en zo kan ik nog wel even doorgaan. In de categorie Poëzie en Kunst kun je nog veel meer voorbeelden vinden.
Ook in Vlaanderen is de combinatie van verschillende kunstvormen geen onbekende, het beste voorbeeld is misschien wel het kunstenfestival in Watou. Maar ook in boekvorm verschijnt er regelmatig een combinatie. Zo ook in 2006, toen verscheen de bundel ‘Zie’ Kunst en poëzie uit Vlaanderen, verzameld en ingeleid door Kurt De Boodt, dichter en kunstcriticus (1969). Hij werkt bij Bozar in Brussel, en stippelt daar mee het artistieke beleid uit. Geregeld komen kunst en poëzie bij hem samen. Poëzie ziet hij als woordkunst. Als dichter schrijft hij speelse, muzikale gedichten, en zo wordt elke nieuwe bundel voor hem een ontdekkingstocht. Moderne kunst ligt hem na aan het hart, hij maakte tentoonstellingen over kunstenaars en hij verdiept zich in de banden tussen kunst, politiek en oorlog.
Uit de bundel ‘Zie’ die hij samenstelde koos ik het gedicht ‘Vermeer’ van dichter Marc Tritsmans (1959).
.
Vermeer
.
Zoals dode fazanten en patrijzen
precies hun plaats kennen op een
glanzende schaal, versierd met
een handvol bedauwde druiven, zo
vanzelfsprekend mooi in kamers
met een raam op het noorden, in
ingehouden licht, als vogels in een
kooi met het deurtje open, niet bij
machte om te vluchten, wachtend
op iets dat vanuit dat raam misschien
ooit: deze vrouwen vaak het hoofd
gebogen, bezig met wat nauwelijks
bewegen nodig maakt. Een brief
die wordt gelezen, melk gegoten,
een parel gewogen, een leven geleefd.
.
L’homme qui marche II
Dijkshoorn kijkt kunst
.
Afgelopen week las ik ergens een gedicht over een kunstwerk en het was erg grappig. Dat deed me denken aan een bundel die ik ergens in mijn kast heb staan van Nico Dijkshoorn (1960) met de veelzeggende titel ‘Dijkshoorn kijkt kunst’. In deze bundel uit 2012 zijn gedichten opgenomen die Nico Dijkshoorn schreef deze gedichten nadat hij in een museum achter een groep Japanners stond die vrijwel simultaan hun hoofden van links naar rechts bewogen. Dat kwam door de audiotour die de Japanners stuurde. Dat wilde hij ook en samen met het Kröller-Müllermuseum schreef hij bij 25 werken uit de vaste collectie gedichten en sprak deze in. Daarna zag hij hoe zijn stem en zijn gedichten mensen stuurde en aan het lachen bracht.
In ‘Dijkshoorn kijkt kunst’ zijn deze gedichten aangevuld met nog eens 30 nieuwe verhalen en gedichten, opnieuw geïnspireerd door werken uit het Kröller-Müllermuseum. Aangezien ik, naast zoveel andere vormen en stijlen, ook van humor in poëzie hou (light verse bijvoorbeeld) heb ik het boek opgezocht en koos ik een gedicht bij de foto van het beeld ‘L’homme qui marche II’ uit 1960 van Alberto Giacometti
.
L’homme qui marche II
.
al dertig jaar
keek ik naar foto’s van dit beeld
ik wist niet waarom
nu ik er vlak voor sta
weet ik wat het is
het is iemand
die
loopt
alsof hij ergens naar toe gaat
.
Het begin van de wereld
Kunst kijken
.
Poëzie komt en gaat in vele verschillende verschijningsvormen. Van ultrakort tot ellenlang, van super serieus tot hermetisch, van lyrisch tot humoristisch. Ik hou van alle vormen door wat ze te bieden hebben. Het is vooral de verscheidenheid die me aantrekt. Het is als met je lievelingseten, heel erg lekker maar je wil je ook niet elke dag je lievelingseten eten, dan gaat het je snel tegenstaan. In de verscheidenheid aan poëzie is humor een lastige. Wanneer wordt het cabaret of melig en wanneer blijft het poëzie die een glimlach op je gezicht tovert? Drs. P, C. Buddingh’ en vele light verse dichters, er zijn genoeg voorbeelden van dichters die een lichte toets vermengen met humor in hun poëzie.
Een voorbeeld van een dichter die dit als handelsmerk heeft is Nico Dijkshoorn. Jarenlang huisdichter van De Wereld Draait Door, maar in mijn boekenkast al vertegenwoordigd met de bundel ‘Daar schrik je toch van: De eerste 1000 gedichten’ onder pseudoniem uitgebracht als P. Kouwes in 2008. In 2012 verscheen ‘Dijkshoorn kijkt kunst’ een bundel met gedichten gemaakt bij kunstwerken uit het Kröller-Müller Museum. Voor dit museum stelde hij een succesvolle audio-rondleiding samen. Hij schreef nieuwe teksten bij kunstwerken en sprak die zelf in. Deze audio-rondleiding is ook als boek, met de afbeeldingen van de kunstwerken bij de gedichten, verschenen. Hieronder twee voorbeelden van hoe een gedicht bij een kunstwerk, in dit geval ‘Het begin van de wereld’ van Brancusi uit 1924, en ‘Grasgrond’ van Vincent van Gogh uit 1887, ook humoristisch kan zijn.
.
Het begin van de wereld
.
ik was 5 jaar
mijn nichtje was 6
samen aten wij
ei
eerst luisterden wij naar ei
het tikken tegen de bodem van het pannetje
een wanhopige dans zonder armen en benen
.
oma liet
ons ei schrikken
met koud water
eieren zijn bang van alles
boter
lepeltjes
messen
.
daarna volgde
het eten
het volmaakt simultaan ei eten
mijn nicht de witte buitenkant
ik de gele binnenkant
toen wist ik het nog niet
maar nu wel
een eitje delen
dat doe je niet zomaar
met iedereen
.
Grasgrond
.
de nieuwe broek
onverwacht gestoei
het glijden op
je rechterknie
en dan al
je moeder horen
,
dat gaat er dus
nooit meer uit
je wordt bedankt
.
Poëzie- en kunstfestival
Rotterdam, Noordereiland
.
Afgelopen zondag was de officiële aftrap van het kunst- en poëziefestival Raamwerk | Dichtwerk op het Noordereiland in Rotterdam bij NE Studio’s. Een keur aan dichters kwam langs om voor te dragen, er was muziek van Marjolein Meijers, de bekendmaking van de winnaar van de poëziewedstrijd Jasmijn Lobik ook al winnaar van de AMAI Awards begin dit jaar, er waren kleine uitgeverijen, boekhandel Bosch & de Jong en een tafel met dichtbundels die je kon ruilen.
Een dag vol poëzie en kunst. Bij eéén van de kleine uitgeverijen ‘De Weideblik’ kocht ik een bundel van een van de deelnemende dichters Hans Wap getiteld ‘De man zonder haast’ uit 2016, Hans Wap (1943). Hans heeft samen met Marjoke Schulten een raamkunstwerk gemaakt.
Hans Wap woont en werkt in Rotterdam. Hij las zijn gedichten voor op festivals te Jakarta en Palembang, in Paramaribo, in de Algarve, in Marrakesh, in Berlijn en Bremen. Zijn dagelijks brood verdient hij als beeldend kunstenaar. www.hanswap.nl
Marjoke Schulten gaat graag op reis. Het liefst met een zeppelin, een onderzeeboot of een raket. Haar avonturen legt ze vast in grafische kunstwerken, tekeningen en kleine ruimtelijke objecten. Marjoke heeft haar atelier op de NEstudio’s. www.marjokeschulten.nl
Uit de bundel ‘De man zonder haast’ nam ik het heerlijke optimistische gedicht ‘Diagnose’.
.
Diagnose
.
de diagnose staat sinds mensenheugenis vast
we gaan eraan
vermoedelijk niet allemaal tegelijk
hoewel dat niet geheel is uit te sluiten
.
nicotine, alcohol, fijnstof en het leven zelf
in al zijn facetten zijn goede hulpmiddelen
om het tijdelijke op te heffen en het eeuwige
gestaag en gedicideerd te laten beginnen
tussen ons en het stervensuur
staat slechts de dokter als een verkeersregelaar
die het sinds jaren defecte stoplicht
tracht de repareren
.
Hans Wap
Maureen Ghazal
Amber Hernandez
Winnaar van de Poëziewedstrijd Jasmijn Lobik
Iris Brunia
Daniël Dee
Publicatie gedichten
De veerman
.
Enige tijd geleden stuurde ik twee gedichten in naar De veerman, Tijdschrift voor West- en Noord-Europese literatuur en kunst. In het februari nummer van dit jaar (nummer 6) zijn mijn gedichten opgenomen en vertaald in het Duits en Deens. De vertalingen zijn van de hand van Romain John van de Maele. Alle nummers van De veerman kunnen online worden gelezen door bemiddeling van de Hendrik Conscience Erfgoedbibliotheek. Je kunt ze lezen door op deze Link te klikken.
Ik ben in goed gezelschap want andere dichters van wie werk is opgenomen in dit nummer zijn onder andere Else Lasker-Schüler, Gerard Scharn, Marcel Wauters, Liliane Debrouwer, Gottfried Benn, Monique Wilmer-Leegwater, Georg Trakl en Christina Guirlande.
Mijn gedicht ‘Hij leert haar taal’ werd in het Duits vertaald ‘Er lernt ihre Sprache’.
.
First Poem Piece
Bruce Nauman
.
In het Stedelijk Museum in Amsterdam is momenteel een tentoonstelling te zien van het werk van Bruce Nauman (1941). Deze tentoonstelling bestaat uit een dwarsdoorsnede van deze Amerikaanse kunstenaar. Nauman hoeft geen onbekende kunstenaar te zijn want werk van zijn hand is in verschillende Nederlandse musea (Kröller-Müller museum, Bonnefanten museum, van Abbe museum, Stedelijk museum) te zien. Hoewel er veel videokunst is te zien (aardig maar ik vond het niet bijzonder) is er ook voldoende beeldend werk te bewonderen, waaronder het werk ‘First Poem Piece’.
Bij ‘First Poem Piece’ staat als verklaring: “Dit werk bestaat uit een vierkante stalen plaat waarop Nauman in rasters en regels zinnen heeft geëtst, een eerste gedicht zeg maar. In elke nieuwe regel is een woord weggelaten, waardoor de betekenis van de zin verandert. De lichtheid van de tekst die steeds verdwijnt staat in contrast met de fysieke aanwezigheid van de meer dan 250 kilo zware plaat.”
De regel luidt: You may not want to be here, maar in de twee laatste regels verandert Nauman het woord here, voor hear (hier voor horen) waardoor het gedicht extra lading krijgt.
Het werk komt uit de collectie van Martin en Mia Visser. Zij hebben op basis van een tekening (zie hieronder) dit sculptuur door Nauman laten uitvoeren.
.
Red poem
Rives Granade
.
Kunstenaar Rives Granade uitv het plaatsje Mobile in Alabama in de Verenigde Staten exposeerde afgelopen jaar met, wat hij noemt, poetically charged architectural fusions. Omdat ik graag de grens tussen poëzie en kunst verken viel mijn oog op één van de schilderijen die deze tentoonstelling bevatte (de tentoonstelling was tot december 2015). Het betreft hier het schilderij ‘Red Poem’.
Hoewel Red Poem geen gedicht is, volgens mij is het zelfs geen tekst of taal, deed het me erg herinneren aan eerdere kunstwerken van kunstenaars die zich lieten inspireren door poëzie.
Zo ook Rives Granade. De schilderijen in deze tentoonstelling hebben allemaal een tekstueel element, een soort graffiti met een poëtische referentie. Dit slaat terug op Rives’ filosofie over het maken van kunst, het creëren van ruimte en het definiëren van kleur.
Veel van de werken in Red Poem zijn een middenweg tussen taal, architectuur en beeldhouwkunst. Het uitgangspunt voor deze werken was het lezen van poëzie. Rives schrijft ook poëzie, zijn dichtbundel komt in het voorjaar van 2016 uit.
.
Kunst in readymades
Nogmaals stiftgedichten
.
Ik dacht, na een aantal maal al over stiftgedichten te hebben geschreven, dat dit onderwerp wel behandeld was. Toch kom ik steeds weer nieuwe en mooiere vormen tegen. Wordt het ‘traditionele’ stiftgedicht vervaardigd met een dikke stift of pen waarmee je alle woorden uit een tekst wegstift die je niet wil gebruiken, in deze kunstzinnige vorm van stiftgedichten gebeurd dat net even anders.
Hier worden niet alle woorden weggestreept die je niet wilt gebruiken, hier worden de woorden die je wel wil gebruiken gehighlight. Op deze manier is de verschijningsvorm kunstzinnig en de inhoud ook. Hier een aantal voorbeelden van bijzondere readymade stiftgedichten.
.




























