Site-archief

Woorden vallen uiteen

Sasha Stiles

.

In 2018 vroeg Sasha Stiles(1980), een Kalmykisch-Amerikaanse dichter, kunstenaar en AI-onderzoeker van de eerste generatie, zich af wat de opkomst van grote taalmodellen zou betekenen voor schrijvers en voor creativiteit in het algemeen. Om de mogelijkheden te verkennen, begon ze meer dan tien jaar aan analoge gedichten en onderzoek te vertalen naar een gepersonaliseerd AI-model, waarbij ze de menselijke stem aanvulde met de verbeeldingskracht van de volgende generatie.

Ze wordt algemeen erkend als een pionier op het gebied van generatieve literatuur en taalkunst. ‘Technelegy’ (2021), een gezamenlijk project van Stiles en haar poëtische alter ego,  is een vooruitziend artefact uit het tijdperk vóór ChatGPT, een verzameling generatieve gedichten ingebed in hun eigen trainingsdata, en een ongekend experiment dat verleden en toekomst, vrouw en machine, vers en code, elegie en woordspel versmelt, op zoek naar antwoorden op de dringende vraag: wat betekent het om mens te zijn in een bijna postmenselijke wereld? 

In een tentoonstelling getiteld “Poem in Residence” in het Museum of Modern Art in New York (MoMA) die tot het voorjaar van 2026 liep, onderzochten Sasha Stiles en haar samenwerkingsverband Technelegy wat het betekent om te leven in het tijdperk van kunstmatige intelligentie. Via een oneindige tekst, aangedreven door menselijke verbeelding en computeralgoritmes geïnspireerd op tekstkunst uit de collectie van MoMA, herschrijft het gedicht zichzelf elk uur. Wat hieruit voortkomt is niet alleen een nieuwe generatieve methodologie, maar ook een kader voor het begrijpen en uitdrukken van wat het betekent om vandaag de dag mens te zijn. 

Hieronder zie je een paar voorbeelden en van het eerste voorbeeld ook de tekst.

.

Words come undone
in our hands —
a pulse not heard
but felt. Deep
within, vibrations stir
the core. You
read — lines
form, meanings
shift. Each
mark a revelation.

.

Dus je wil schrijver/dichter worden?

Charles Bukowski

.

Op zoek naar wat informatie over een van mijn favoriete dichters, de Amerikaanse dichter Charles Bukowski (1920-1994) kwam ik op een website waar een uitspraak gedaan werd over de beste gedichten van Bukowski. Dat waren ‘Bluebird‘, ‘Roll the Dice’, ‘Dinosauria, We’ en ‘So You Want to Be a Writer’. Nu heb ik al vele gedichten van Charles Bukowski gedeeld op dit blog en één van deze vier al in 2015, maar drie dus nog niet. Alle reden om een begin te maken met een vervolg. Daarom vandaag het gedicht ‘So You Want to Be a Writer’ uit zijn bundel ‘sifting through the madness for the Word, the line, the way’ New Poems uit 2003. En voor Writer mag wat mij betreft ook ‘Poet’ worden gelezen.

.

So you want to be a writer

.

if it doesn’t come bursting out of you
in spite of everything,
don’t do it.
unless it comes unasked out of your
heart and your mind and your mouth
and your gut,
don’t do it.
if you have to sit for hours
staring at your computer screen
or hunched over your
typewriter
searching for words,
don’t do it.
if you’re doing it for money or
fame,
don’t do it.
if you’re doing it because you want
women in your bed,
don’t do it.
if you have to sit there and
rewrite it again and again,
don’t do it.
if it’s hard work just thinking about doing it,
don’t do it.
if you’re trying to write like somebody
else,
forget about it.

if you have to wait for it to roar out of
you,
then wait patiently.
if it never does roar out of you,
do something else.

if you first have to read it to your wife
or your girlfriend or your boyfriend
or your parents or to anybody at all,
you’re not ready.

don’t be like so many writers,
don’t be like so many thousands of
people who call themselves writers,
don’t be dull and boring and
pretentious, don’t be consumed with self-
love.
the libraries of the world have
yawned themselves to
sleep
over your kind.
don’t add to that.
don’t do it.
unless it comes out of
your soul like a rocket,
unless being still would
drive you to madness or
suicide or murder,
don’t do it.
unless the sun inside you is
burning your gut,
don’t do it.

when it is truly time,
and if you have been chosen,
it will do it by
itself and it will keep on doing it
until you die or it dies in you.

there is no other way.

and there never was.

.

Het wilde feest

Verfilmd verhalend gedicht

.

In 1928 schreef Joseph Moncure March (1899 – 1977) een Amerikaanse dichter, scenarioschrijver en essayist, een lang verhalend gedicht getiteld ‘The Wild Party’. Na een periode van vier jaar als hoofdredacteur van The Telephone Review werd March in 1925 hoofdredacteur van The New Yorker en hielp hij mee aan de oprichting van de voorpagina-sectie “Talk of the Town” van het tijdschrift.  Hij verliet het tijdschrift en schreef het eerste van zijn twee belangrijke lange verhalende gedichten uit het Jazz-tijdperk , The Wild Party .

Vanwege de gewaagde inhoud kon dit gewelddadige verhaal over een variétédanseres die een feest vol drank en seks organiseert, pas in 1928 een uitgever vinden. Eenmaal gepubliceerd was het gedicht echter een groot succes, ondanks het verbod in Boston omdat het als obsceen werd beschouwd. In 1968 zou hij ‘The wild Party’ herzien.

In 1975 werd ‘The Wild Party’ verfilmd maar March veranderde het plot om het gedicht te vermengen met het Fatty Arbuckle -schandaal. De film, met onder andere Raquel Welch, die gebaseerd is op het verhalende gedicht gaat over een stomme filmkomiek (een type zoals Roscoe ‘Fatty’ Arbuckle) die met de komst van de geluidsfilm een extravagant feest geeft om zijn tanende carrière te redden. Zijn plan is om één laatste, groots stomme meesterwerk uit te brengen. Het feest loopt nogal uit de hand. Uit het gedicht ‘The Wild Party’ en deel vertaald naar het Nederlands.

.

Sommige liefde is vuur, sommige liefde is roest,
maar de felste, zuiverste liefde is lust.
En hun lust was overweldigend. Het voelde aan
als kletterende hamers, steen en staal,
en als woeste, brullende fakkels
die door ijzer heen scheuren en mensen blind maken.
Lange treinen denderden door spelonken onder
grijze, trillende straten, als woedende donder.
Bruisende motoren, schorre stoom die uitspuwde,
stampende voeten en schreeuwende menigten.
Een lust zo woest, dat ze het vlees van het bot hadden kunnen rukken
zonder te verkrampen.

.

Talen

Carl Sandburg

.

Carl Sandburg (1878-1967) was een vooraanstaand Amerikaans dichter, biograaf, journalist en redacteur. Hij won onder andere drie Pulitzerprijzen, twee voor poëzie ( voor ‘Cornhuskers’ in 1919 en in 1951 voor ‘The Complete Poems of Carl Sandburg’) en één voor zijn biografie van Abraham Lincoln (1940).

Tijdens zijn leven werd Sandburg algemeen beschouwd als “een belangrijke figuur in de hedendaagse literatuur”, met name vanwege zijn verzamelde gedichten, waaronder ‘Chicago Poems’ (1916), ‘Cornhuskers’ (1918) en ‘Smoke and Steel’ (1920). Hij genoot een ongeëvenaarde aantrekkingskracht als dichter in zijn tijd, omdat de breedte van zijn ervaringen hem verbond met zoveel facetten van het Amerikaanse leven.

Hij begon zijn schrijverscarrière als journalist voor de Chicago Daily News en schreef vervolgens poëzie, geschiedenisboeken, biografieën, romans, kinderboeken en filmrecensies. Hij verzamelde en redigeerde ook boeken met ballades en volksverhalen.

President Lyndon B. Johnson erkende Sandburg na zijn overlijden als een belangrijke stem en belichaming van Amerika. In 2000 heeft de Chicago Public Library Foundation de Carl Sandburg Literary Award in het leven geroepen, die jaarlijks wordt uitgereikt aan een geprezen auteur wiens werk het publieke bewustzijn van het geschreven woord heeft vergroot.

Op de website amblesideonline.org is een deel van zijn gedichten te lezen. Ik koos voor het gedicht ‘Languages’ dat ik voor het leesgemak vertaalde naar het Nederlands.

.

Talen

.

Er zijn geen handvatten aan een taal

waarmee mensen haar vastgrijpen

en markeren met tekens ter herinnering.

Deze taal is als een rivier, die

eens in de duizend jaar

een nieuwe koers uitslaat

en haar weg naar de oceaan verandert.

Het is bergwater dat

naar valleien stroomt

en van land tot land,

grenzen overschrijdt en zich vermengt.

Talen sterven als rivieren.

Woorden die vandaag om je tong gewikkeld zijn

en tussen je tanden en lippen
tot gedachten worden gevormd,

zullen over tienduizend jaar

vervaagde hiërogliefen zijn .

Zing – en zingend – onthoud

dat je lied sterft en verandert

en er morgen niet meer is,

net zomin als de wind

die tienduizend jaar geleden waaide.

.

Rode zone

Irina Tsylik

.

Browsend (één van mijn favoriete woorden in de Engelse taal) door de collectie Internet, stuitte ik op een artikel in de Trouw van september 2025 met de veelbelovende titel ‘Gedicht van de week’ waarin elke week een dichter of poëzieliefhebber een gedicht bespreekt dat hen raakt. In dit geval was dat de Vlaamse dichter en schrijver Maud Vanhauwaert (1984) die een gedicht van de Oekraïense dichter Irina Tsylik (1982) besprak.

Iryna Tsilyk  is behalve dichter en schrijfster vooral ook filmmaker, lid van de European Film Academy en Ukrainian PEN International . Ze won de Directing Award: World Cinema Documentary voor de film ‘The Earth Is Blue as an Orange’ op het Sundance Film Festival in de Verenigde Staten in 2020. Naast poëzie schrijft ze ook proza en kinderboeken en  haar werk is vertaald in het Engels, Duits, Frans, Pools, Litouws, Tsjechisch, Roemeens, Catalaans, Zweeds, Grieks, Italiaans en Deens. In het artikel van Maud is te lezen dat haar man als soldaat aan het front dient en dat geeft het gedicht een extra emotionele lading. 

Het gedicht, dat in Trouw in het Engels is afgedrukt (in vertaling door een Russische vertaler) heb ik verder door vertaald naar het Nederlands en is is getiteld ‘Rode zone’.

.

Rode zone

.

Op weg naar de ‘rode zone’ van de oorlog,
telkens als ik mezelf betrap op extreme zorgvuldigheid
bij de voorbereiding van mijn lichaam:
Ik scheer alles zorgvuldig,
ik besteed veel tijd aan mijn manicure,
ik kies mooi ondergoed uit.
Zo bereid je je voor op een speciale intieme date.

“Je weet maar nooit wie je zal uitkleden.
Misschien wel vanavond,” –
zei mijn oma altijd,
als ze iets bijzonders in gedachten had.

Ik heb ook iets bijzonders in gedachten.

Ik kan het ook niet laten om te denken aan een mogelijke date
met die minnares
met koude ogen, natte vingers
en haar dat ruikt naar zwarte weidebloemen.

“Kom op, niet vandaag,” zeg ik. “Alsjeblieft, niet vandaag.”

Ze lacht lang in stilte,
en er verschijnt iets roods tussen haar tanden.

Maar vandaag kleed ik me zelf uit in mijn eentje.

.

Robert VanderMolen

Het meer

.

In het Volkskrantmagazine van afgelopen zaterdag staat een mooi artikel over een miljardair wiens vader begin vorige eeuw naar Amerika vertrok en daar een keten van supermarkten opzette. Zijn naam: Hendrik Meijer. Nu zul je je misschien afvragen waarom ik, op een blog over poëzie, iets ga schrijven over een miljardair die zijn geld verdient met het uitbaten van supermarkten in de Verenigde Staten? Een terecht vraag.

In het zeer leesbare artikel wordt Hendrik Meijer niet alleen als een zeer vriendelijk en sociaal begaan persoon beschreven maar wordt ook gewag gemaakt van het feit dat hij zeer in poëzie geïnteresseerd is, zelf poëzie schrijft maar zichzelf een zeer matig dichter noemt (hij heeft ooit eens een gedicht weten te laten publiceren in een verzamelbundel getiteld ‘Comfort Inn, een gedicht dat ik overigens nergens heb kunnen vinden in full text).

In het artikel wordt beschreven dat hij deel uitmaakt van een groep die zichzelf The Scribblers noemen (vertaling: de pennenlikkers), allemaal geboren zijn vanuit ouders die ooit Nederland voor Amerika verruilde, en samen over literatuur, poëzie, politiek (allemaal zijn ze anti-Trump) praten. Op tafel ligt een bundel poëzie van Bob VanderMolen (1947-2025), een vriend en dichter die overleden is. Een romantisch, poëtisch figuur en een lokale beroemdheid, volgens de schrijver van het artikel.

In het dagelijks leven huisschilder, publiceerde ‘Bob’ Robert VanderMolen maar liefst dertien bundels met glasheldere gedichten. Wanneer ik zoiets lees ga ik uiteraard op zoek en ik vond inderdaad allerlei gegevens en gedichten van deze Robert. Zo verscheen zijn werk in The London review of Books, Poetry Daily, The Poetry Foundation, Grand Street Parnassus, Poetry, Epoch Michigan Quarterly Review en Saint Ann’s Review. Uit zijn bundel ‘Skin’ uit 2021 komt zijn gedicht ‘The Lake’.

.

The Lake

.

Dry snow, the pines scaly

As deer parade single file

As if on duty, declining

The ridge without effort

Their nostrils and breath

Suddenly enlarged, down

To the dock stacked

Under snow and

What has blown into it,

Twigs and bark from birches,

And out onto ice

Above fish staring skyward

As dry as stuffed bass and pickerel

Mounted over a mantel

Growing smaller, like in a dust

Of snow flakes,

Or a broken sentence

In Old English

During that era we did

So many illuminating detours

—a breeze stirs,

Something barks back

.

As the surface bends

Under its own weight

.

Navajo poëzie

Shonto Begay

.

De 23ste Amerikaanse Poet Laureate (dichter des vaderlands) van 2019-2022 Joy Harjo (1951) schreef over de poëzie en literatuur van de inheemse bevolking van de Verenigde Staten: “De literatuur van de inheemse bevolking van Noord-Amerika definieert Amerika. Het is niet exotisch. De thema’s zijn specifiek, maar vaak universeel.” De dichters en gedichten die op de website van de Poetry Foundation verzameld zijn, laten zowel de universele als de specifieke benaderingen zien die inheemse Amerikaanse auteurs hebben gekozen om over diverse, inheemse culturen te schrijven.

De half Navajo, half Salt inheemse dichter, kunstenaar, illustrator, filmmaker, schrijver en docent Shonto Begay (1954) wordt op de website van de Colorado State University tot één van de 10 moderne Amerikaanse dichters die geschiedenis gaan schrijven, betiteld. Zijn werk is gepubliceerd in tal van tijdschriften en kranten, waaronder Canyon Road Arts, Warrior’s Voice en Arizona Daily Sun. Zijn kunst is op vele (solo)tentoonstellingen door de Verenigde Staten geëxposeerd geweest.

Zijn ervaringen met opgroeien in de inheemse Amerikaanse cultuur, zijn gedwongen verblijf op een kostschool van het Bureau of Indian Affairs en zijn tien jaar lange carrière als parkwachter bij de National Park Service hebben al zijn kunst en werk beïnvloed. Begays werk probeert de traditionele Navajo-cultuur levend te houden en tegelijkertijd de realiteit en de worstelingen van moderne inheemse Amerikanen weer te geven. Uit ‘Navajo, Visions and Voices Across the Mesa’ uit 1995 komt het gedicht ‘Down Highway 163.

.

Down Highway 163

.

The old lady in the back of the truck
Has seen days much colder
Someone’s grandmother
On the highway towards Kayenta
Only her face shows from a faded blanket
Her features are strong
Maybe she is related to the people in the front
Laughing and warm
Or maybe she is catching a ride to the trading post
She may even be returning
From the health clinic in Monument Valley
The back of the truck is cold
Among old spare tires and chains
Shovels and bare metal box
She is no stranger to Old Man Winter
She has seen many winters
It has been colder
.

Ntozake Shange

Gedicht  bij een tentoonstelling

.

Afgelopen weekend was ik in Parijs en daar bezocht ik het Fotomuseum, het MEP (Maison Européenne de la Photographie). In dit museum is een prachtige tentoonstelling van het werk van de Nederlandse fotograaf Dana Lixenberg (1964) met de titel ‘American Images’ (nog te zien tot 24 mei). De tentoonstelling, die meer dan drie decennia omvat, brengt een geëngageerd en diep menselijk oeuvre samen en schetst een gelaagd portret van de Verenigde Staten, waarin zowel beroemdheden als minder bekende personen met gelijke zorg worden benaderd en met waardigheid worden geportretteerd, aldus de aankondiging.

Het deel dat mij bijzonder aansprak en waar het engagement van Lixenberg heel duidelijk naar voren komt is het deel over Imperial Courts dat is begonnen in 1993 en doorloopt tot heden ten dage. Imperial Courts is een sociale woningbouwproject in Watts, Los Angeles, Californië. Een plek van armoede, onveiligheid, drugs en misdaad maar ook een plek waar de mensen die daar wonen een hechte gemeenschap vormen.

Lixenberg kreeg het voor elkaar om het vertrouwen van de bewoners te winnen en zij maakte op drie verschillende momenten (1993, 2008 en 2015) foto’s van de bewoners in hun wijk, en een documentaire over het leven in Imperial Courts. Sommige bewoners zie je terug steeds iets ouder, andere zijn overleden of zitten in de gevangenis maar wat steeds opnieuw uit haar foto’s en de documentaire blijkt is het menselijke aspect en de bijzondere wijze waarop de bewoners Lixenberg in hun hart hebben gesloten.

Van haar eerste serie uit 1993 werden een aantal foto’s gepubliceerd in het magazine Vibe tezamen met een gedicht van Ntozake Shange (1948-2018) getiteld People of Watts (de wijk Watts, waarin de Imperial Courts deel van uitmaakt). Ntozake Shange was een Amerikaanse toneelschrijfster en dichter. Als zwarte feministe behandelde ze in veel van haar werk thema’s rond ras en zwarte emancipatie.

.

People of Watts

.

where we come from, sometimes, beauty
floats around us like clouds
the way leaves rustle in the breeze
and cornbread and barbecue swing out the backdoor
and tease all our senses as the sun goes down.

dreams and memories rest by fences
Texas accents rev up like our engines
customized sparkling powerful as the arms
that hold us tightly black n fragrant
reminding us that once we slept and loved
to the scents of magnolia and frangipani
once when we looked toward the skies
we could see something as lovely as our children’s
smiles white n glistenin’ clear of fear or shame
young girls in braids as precious as gold
find out that sex is not just bein’ touched
but in the swing of their hips the light fallin cross
a softbrown cheek or the movement of a mere finger
to a lip many lips inviting kisses southern
and hip as any one lanky brother in the heat
of a laid back sunday rich as a big mama still
in love with the idea of love how we play at lovin’
even riskin’ all common sense cause we are as fantastical
as any chimera or magical flowers where breasts entice
and disguise the racing pounding of our hearts
as the music that we are
hard core blues low bass voices crooning
straight outta Compton melodies so pretty
they nasty cruising the Harbor Freeway
blowin’ kisses to strangers who won’t be for long
singing ourselves to ourselves Mamie Khalid Sharita
Bessie Jock Tookie MaiMai Cosmic Man Mr. Man
Keemah and all the rest seriously courtin’
rappin’ a English we make up as we go along
turnin’ nouns into verbs braids into crowns
and always fetchin’ dreams from a horizon
strewn with bones and flesh of those of us
who didn’t make it whose smiles and deep
dark eyes help us to continue to see
there’s so much life here.

.

 

Shrikanth Reddy

Poëzie op een bus

.

Het Amerikaanse Poetry in Motion-programma werd in 1992 gelanceerd door de Poetry Society of America (PSA) en is tegenwoordig een van de populairste publieke literaire programma’s in de Amerikaanse geschiedenis. Sinds 1992 plaatsen MTA (Metropolitan Transportation Authority) New York City Transit en de Poetry Society of America gedichten in het openbaar vervoer van de stad, in bussen en treinen, op posters en aan de muren van metrostations.

Poetry In Motion selecteert en toont elk kwartaal twee gedichten, in totaal acht per jaar, in de metro van New York City Transit. In de loop der jaren heeft het soortgelijke programma’s in meer dan 30 steden in het hele land geïnspireerd. Tot de meest recente toevoegingen aan Poetry In Motion behoren ‘ Little Prayer’ van Danez Smith en ‘Everything’ van Srikanth Reddy in Nashville.

In de meeste steden worden de winnende gedichten op posters in de bussen geplaatst. In Nashville, Tennessee, was de vraag vanuit de Music City-wedstrijd om gedichten van maximaal 25 woorden aan te leveren. De winnende gedichten werden aan de buitenkant van de bus afgedrukt (evenals op posters, OV-kaarten en bushaltes). Hieronder het gedicht van Srikanth Reddy (1973). 

Reddy is hoogleraar Engels en creatief schrijven aan de Universiteit van Chicago, zijn poëzie is gepubliceerd in Jacket magazine, Poetry Northwest,  Harper’s Magazine enThe Guardian en zijn literaire kritiek is verschenen in The New York Times , Lana Turner, Raritan, PEN America en andere publicaties. In oktober 2021 werd Reddy benoemd tot redacteur van Phoenix Poets, een boekenreeks uitgegeven door de University of Chicago Press en in december 2022 nam hij de rol van poëzieredacteur op zich voor The Paris Review.

 

Everything

She was watching the solar eclipse
through a piece of broken bottle

when he left home.
He found a blue kite in the forest

on the day she lay down
with a sailor. When his name changed,

she stitched a cloud to a quilt
made of rags. They did not meet,

so they could never be parted.
So she finished her prayer,

& he folded his map of the sea.

.

Valentijnsdag

Méér dan een gedicht

.

Vandaag is het Valentijnsdag en eerlijk gezegd heb ik daar vrij weinig mee. Het is alweer zo’n ‘feestdag’ die overgewaaid vanaf de overkant van de grote plas. Een commercieel marketinggedrocht. Dacht ik. Want vanmorgen heb ik de achtergrond van Valentijnsdag eens opgezocht. Op de website van het Meertens Instituut vond ik de uitleg. Het komt uit Engeland. Ontstaan rond het jaar 1400. Waarom dit uitgerekend op 14 februari was, de dag waarop de rooms-katholiek kerk de heilige Valentijn vereerde is niet meer te achterhalen. Je zou kunnen denken dat er iets in het leven van deze Valentijn (of Valentijns, want er waren meer heiligen met die naam) geweest moet zijn waardoor hij wat met verliefdheid had. Maar dat is niet zo. Het verband is echt volkomen willekeurig.

Ook lees ik op de website: “Wat deden ze in Engeland op Valentijnsdag? Jongeren op het platteland trokken lootjes om uit te maken wie die dag met wie mocht gaan. Er werd gezegd dat nogal wat van die paartjes later trouwden. Aan het hof en bij de adel stuurden ze elkaar liefdesgedichtjes en cadeautjes. Die gewoonte werd in de loop van de tijd door andere mensen overgenomen. Dat gebeurde vanaf zo 1850 ook in Amerika. Krachtig gestimuleerd door fabrikanten als Hallmark werd daar het sturen van speciale Valentijnsbriefkaarten enorm populair. Niet eens alleen door mensen die verliefd waren, maar door iedereen die het leuk vond om te laten blijken dat hij of zij op iemand gesteld was – anoniem of niet.”

Hoe het ook zij (vanmorgen las ik een column van dichter/schrijver Maud Vanhauwaert met nog een andere uitleg) inmiddels heb ik wat van mijn cynische houding ten opzichte van Valentijnsdag laten varen. Tenslotte is elke dag waarop mensen elkaar de liefde betuigen – anoniem of niet-  er een van aandacht voor de ander en daar kan je, wat mij betreft, nooit tegen zijn. Dus verras je geliefde eens met een gedicht. Dat mag van jezelf zijn maar ook een bestaand gedicht. Daarom ook vandaag een liefdesgedicht als voorbeeld. Niet dat ik Valentijnsdag nodig heb om liefdespoëzie hier te delen, integendeel, maar ach voor all you lovers out there..

Ik heb gekozen voor de dichter Pierre Kemp (1886-1967), die naar verluid een geheime muze had, met het gedicht ‘Méér dan een gedicht’. Het gedicht komt uit ‘Verzameld werk’ uit 1976.

.

Méér dan een gedicht

.

Hij had haar lichaam nagekeken

en grondig onderzocht.

Bij de wisseling van blozen en bleken

zag hij niets, wat niet mocht.

Hij hield haar het onderste boven

centraal in het zonnelicht.

Toen moest hij het wel geloven:

zij was toch méér dan een gedicht.

.