Site-archief
Ewewig
Dichter aan huis
.
Tussen 1991 en 2011 organiseerde de stichting ‘Dichter aan huis‘ een tweejaarlijks poëzie-evenement, vanaf 2013 gecombineerd met proza, in huiskamers in Den Haag. Het programma bood ruimte aan poëzie in al zijn facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis en biografieën. Helaas, met nog een herstart in 2016, bleef het bij 11 edities en werd de stichting die dit bijzonder sympathieke en zeer goed bezochte evenement organiseerde, in 2017 opgeheven.
Maar zoals er altijd bij ‘Dit was het nieuws’ wordt gezegd, ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog’ of in het geval van Dichter aan huis; Gelukkig hebben we de bundels nog. Want in de loop van de tijd dat dit evenement werd georganiseerd, werden er bundels met poëzie uitgegeven van de deelnemende dichters. En dat waren niet de minste. Heel veel bekende dichters kwamen de huiskamers van gewone Hagenaars binnen om daar voor een klein maar zeer geïnteresseerd publiek hun poëzie voor te dragen.
In de loop der tijd heb ik verschillende van de uitgegeven bundels weten te bemachtigen. En afgelopen week heb ik weer een exemplaar (1997) gekocht met de titel ‘Alleen de kamer luistert’ een zin genomen uit het gedicht ‘Nacht’ van Johanna Kruit (1940-2026) dat in de bundel is opgenomen. Het omslag werd genomen uit een tekening van een andere deelnemende dichter Eva Gerlach (1948). Ook opgenomen is het gedicht ‘Ewewig’ van Herman de Coninck (1944-1997). Hij zou meedoen aan de editie van 1997 maar tijdens de voorbereidingen kwam het bericht dat hij plotseling was overleden. Hij zou als een van de meest prominente dichters deelnemen aan de manifestatie. Als eerbetoon werd het door hem ingezonden gedicht ‘Ewewig’ in de bundel opgenomen. Omdat Herman de Coninck al sinds jaar en dag een van mijn favorietste dichters is en het gegeven dat het alweer even geleden is dat ik een gedicht van hem plaatste, is reden genoeg om het gedicht, dat oorspronkelijk verscheen in ‘Vingerafdrukken‘ uit 1997 hier met jullie te delen.
.
Ewewig
.
Simon Vinkenoog over de zee nabij Kaapstad:
‘Ongelooflijk hoe waterpas, hè!’
‘En zo weinig scheepjes!’
‘Jamaar, ’t is zondag.’
.
Later verteld Phil du Plessis hoe zijn grootvader
metselaar was, viool speelde, en een glazen oog had.
Om te zien of een muur waterpas stond, legde hij zijn glazen
oog erop, begon viool te spelen, en als het oog stil bleef liggen
.
was de muur waterpas. Zo schrijft werkelijkheid soms
een strofe of twee voor me op en begint viool te spelen,
omdat het zondag is.
.
Bevrijdingsdaggedichten
Rogi Wieg
.
Het is bijna 4 mei (dodenherdenking) en 5 mei (bevrijdingsdag) en op de website van Nationaal Comité 4 en 5 mei, is een mooi overzicht te downloaden van gedichten die zijn geschreven door de jaren heen (tussen 1995 en 2005) in opdracht van het Comité, door gerenommeerde dichters. Zo is er poëzie van Jana Beranová, Toon Tellegen, Gerrit Komrij, Remco Campert, Karel Eyckman, Ankie Peypers, Eva Gerlach, Anna Enquist en nog vele anderen te lezen.
Uit 1997 is onder andere een gedicht van Rogi Wieg (1962-2015) opgenomen getiteld ‘Inktvlekken’. In een tijd waarin in de Verenigde Staten de dagboeken van Anne Frank op sommige scholen wordt verboden, is een gedicht als dit harder nodig dan ooit.
.
Inktvlekken
.
Dagboeken zijn als levens, data, dag in dag
uit. Blauwe, strakke hemels, regen. Als het aan mij lag
zou ik zeggen: laat men de dagboeken voltooien,
handschriften, thema’s doen er niet toe. Gooien
.
we de mens voor leegoogige, gladgeschoren leeuwen
die om het bestaan van een dagboek slechts geeuwen,
dan zijn we niet die betere, verre vriend of goede buur,
al kleden we ons naar de tijd en betalen we zuivere huur.
.
Er zijn slechte buren geweest. Het theeservies
van de mens wiens dagboek als een raam
werd dichtgeklapt – glasgerinkel, inktvlekken – staat vies
op andermans aanrecht. Maak het nu beter, was het af en breng het terug.
.
Maar alleen de doden mogen vergeven en zij kunnen niet spreken.
Hun buren zijn andere doden, eindelijk veilig, zij hebben geen mond
of een kaarsrechte rug.
.
De beste gedichten
Mango’s
.bloemlezing, poëzie, poëziebundel, gedichtenbundel, dichtbundel, dichters, dichter, gedicht, gedichten,
Door de tijd heen heb ik al heel wat bundels van de Poëzieprijs verzameld. Zoals je op de foto hieronder kan zien heb ik er al acht en daar is er sinds vorige week weer een bijgekomen. De 100 beste gedichten van 2004, gekozen door Thomas Vaessens. Deze bundel uit 2005 bevat de beste gedichten gekozen door Vaessens uit de 86 bundels die werden ingestuurd ter beoordeling. In totaal kon hij kiezen uit ruim 3000 gedichten. Hij koos ervoor gedichten van in totaal vijftig dichters op te nemen. Dus van de inzendingen zijn er 36 niet gehonoreerd in deze bundel. Vaessens maakte een schifting, zo schrijft hij in het voorwoord, op basis van wat hij als kwaliteit herkent en wat niet. Een persoonlijke keuze dus, zoals eigenlijk altijd bij samenstellers van dit soort bundels.
Vaessens vroeg aan zijn medejuryleden (Eva Gerlach, Dietlinde Willockx, Hagar Peeters en Marc Reugebrink) naar hun favoriete gedicht. Deze heeft hij opgenomen in de bundel. Vaessens is momenteel decaan van de faculteit Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Daarvoor was hij van 2005 tot 2020 verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, achtereenvolgens als hoogleraar Nederlandse letterkunde, onderzoeksdirecteur, onderwijsdirecteur en vice-decaan van de Faculteit Geesteswetenschappen. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht en promoveerde in 1998 op een proefschrift getiteld ‘Nijhoff, Van Ostaijen en de mentaliteit van het modernisme’.
Vaessens publiceerde verschillende boeken over onder meer het modernisme (1998), postmoderne poëzie (Postmoderne poëzie in Nederland en Vlaanderen, 2003, met Jos Joosten), Lucebert (De verstoorde lezer, 2001) en over de ‘identiteitscrisis’ van de poëzie (Ongerijmd succes. Poëzie in een onpoëtische tijd, 2006).
Uit de beste 100 gedichten van 2004 van de VSB Poëzieprijs koos ik het gedicht ‘Mango’s’ van Paul Janssen uit zijn bundel ‘Instructies voor een ober’. Dit gedicht was ook Hagar Peeters keuze.
.
Mango’s
.
Quickstep, slowstep, de stad licht op in klinkende muntjes,
doet haar lampen aan. Zestien fruitkistjes
heeft men buiten staan,
groentejongens rennen af en aan
met mango’s;
lichtgeprijsde, Argentijnse mango’s
van het kwikstaartjesmerk
dat de monden doet tuiten, fluiten
van een cent. Blozende,
van ver vervoerde, feel-good
mango’s;
in mango’s steekt
een happy end.
.
En leefde er
Eva Gerlach
.
Geen vakantie zonder een gedicht van Eva Gerlach (1948) leek me, en daarom uit de bundel ‘De kracht van verlamming’ uit 1988 het gedicht ‘En leefde er’.
.
En leefde er
.
staand in de paskamer merkt
mijn uitgeklede lichaam
dat het niet goed meer werkt,
het valt, het houdt op te staan.
.
Languit op de vloer tussen
kreukels zie ik mijzelf
languit aan ophanglussen
tegen de wanden sterven.
.
Stel dat je hier nu was.
Dadelijk hield ik je vast
tot je, precies, gedegen,
dood tot vertrek zou bewegen.
.
Ik veeg mijn natte vel droog,
kijk langs de spiegels omhoog
tot waar zij de zoldering raken,
sta op en verlaat de zaak.
.
Partijtje worstelen
Revolver
.
In een klein Vlaams dorpje onder de rook van Antwerpen kocht ik in een kringloopwinkel twee exemplaren van het tijdschrift ‘Revolver’. Ik kende het tijdschrift niet maar na enig speurwerk blijkt dit driemaandelijkse tijdschrift verschenen te zijn tussen 1968 en 2009. Verantwoordelijk uitgever was Gerd Segers en mijn exemplaren zijn uit 1994 en 1995. De prijs voor een jaarabonnement was toen 850 respectievelijk 900 Belgische Franc (zo’n 45 gulden voor 4 nummers) en daarvoor kreeg je wel waar voor je geld.
In Revolver 20/3 (1994) Poetry on the road, of Revolver gaat op reis naar Rotterdam (Poetry International). In dat nummer poëzie van Leo Vroman, Herman de Coninck, Lars Gustafsson, Jack Mapanje, Eva Gerlach, Leonard Nolens, Joachim Sartorius en Kazuko Shiraishi. In de oorspronkelijke taal (wanneer niet Nederlands) en in vertaling.
Ik koos voor een gedicht van dichter Jack Mapanje (1944) uit Malawi met het gedicht ‘Partrijtje worstelen’ in een vertaling van Daan Bronkhorst.
.
Partijtje worstelen
.
Dus zoon
de volgende keer als je
weer dier speelt op het zand,
speel geen hyena meegesleurd
door de leeuw, speel
liever de leeuw,
zonodig
sleur je hem mee
doe de hyena die
de leeuw heeft gedood
en als hij gromt
zeg hem dan dat het maar
een spel is – beestenspel
jullie zijn mensen en
de volgende keer is hij
sowieso aanvoerder
in kippenstelen
varkensbloedtappen
en zulk vermaak.
dit was het laatste
partijtje
worstelen!
.
Het laatste bed
Ingmar Heytze
.
In 2013 gaf Dagblad Trouw tien dichtbundels uit onder de titel Trouw Poëziecollectie. Het eerste deel van Judith Herzberg werd gratis weggegeven en dat kom ik dan ook vaak tegen bij kringloopwinkels en op rommelmarkten. De andere delen zie ik veel minder vaak. Dit zijn verzamelbundels van Lucebert, Remco Campert, Eva Gerlach, K. Michel, Gerrit Kouwenaar, Ester Naomi Perquin, Rutger Kopland, Ida Gerhardt en Ingmar Heytze.
Van de laatste dichter heb ik nu het deel te pakken. In deze verzamelbundel staan gedichten uit de (toen nog) 10 poëziebundels die van hem verschenen bij uitgeverij Podium. Ik koos voor het gedicht ‘Het laatste bed’.
.
Het laatste bed
.
Als kind had je een eigen leven
op je kleine jongenskamer
met de grote deur vol stickers
die de wereld buitensloot
.
met je beer tussen de dekens
lag je in een glanzend ei
van fantasie, je hebt altijd
geslapen in een soort van boot
.
dit alles komt gewoonlijk bij je op
in onbekende bedden
zoals nu – van een vreemd lichaam
krijg je slaperig een zoen
.
het liefste meisje voor vanavond
alsof zij je kan behoeden
voor je allerlaatste bed
in ziekenhuis of paviljoen.
.
Alle Poëten
Esther Jansma
.
In 1994 gaf de Arbeiderspers het bundeltje ‘Alle Poëten’ uit, 33 gedichten uit het poëziefonds van deze uitgeverij. Dit bundeltje werd samengesteld door Peter de Boer en Ed Leeflang en is daarom zo aardig, omdat het ook gedichten van nog redelijk onbekend (gebleven) zijnde dichters betreft. Toch staan er ook namen in die iedereen kent zoals Gerrit Komrij, Eva Gerlach en Anna Enquist. Ik koos voor een gedicht van dichter Eshter Jansma, zeker geen onbekende voor poëzieliefhebbers maar niet zo bekend dat iedereen haar naam meteen zal kunnen plaatsen.
De belangrijkste reden dat ik voor het gedicht ‘Hoogtevrees’ koos dat verscheen in haar bundel ‘Waaigat’ uit 1993 is omdat het zo’n leuk en grappig gedicht is.
.
Hoogtevrees
.
Ze ligt met een landschap van een man
in bed. Hij is enorm en zij
heeft nooit voor bergbeklimmer gestudeerd.
.
Verkleind tot een verliefde kleuter
klautert ze rond: tong in zijn oor,
spitse vingers in zijn maag, verder omlaag –
.
ze hoort niets. Een landschap praat niet.
Hooguit gromt het zachtjes, liggend
op de rug, zichzelf, waardig.
.
Trouw poëziecollectie
Judith Herzberg
.
In 2013 selecteerde het dagblad Trouw de mooiste Nederlandstalige poëzie in een tiendelige serie. Het eerste deel betrof dichteres Judith Herzberg. Hierna volgden nog o.a. verzamelbundels van Eva Gerlach, Remco Campert, maar ook Ingmar Heytze en Ester Naomi Perquin. In een mooi en met zorg uitgegeven bundel staan 50 gedichten, een keuze uit haar vele dichtbundels.
Ik heb uit deze bundel gekozen voor het gedicht ‘Hij bidt’ uit de voor mij nog onbekende bundel ‘Zoals’ uit 1992.
.
Hij bidt
.
Hij bidt maar niet tot god
niet tot maar bidt.
Dan moet hij plassen en staat op
maar komt, vóór kleren, auto, weer in bed,
omhelzend verlangt hij naar omhelzen, haar.
Een hemelsbreedte rekt zich in hem
om haar, dagelijks, omhelsbaar.
.
















