Site-archief

Lagogo Rotte

Poëzie evenement

.

In de afgelopen jaren (2019 en 2020) organiseerde Edwin de Voigt samen met onder andere Jiske van De zoek naar schittering en een aantal vrijwilligers Poëzie Lagogo aan de Bergse Voorplas in Rotterdam. Een vrolijk gevarieerd festival met veel poëzie, dichters dichtbij (in een bootje) en een mooie dwarsdoorsnee van Rotterdamse dichters die zich via dit festival laten horen.

Dit jaar wordt Lagogo opnieuw georganiseerd op 30 augustus maar nu aan de Rotte. Vanaf drie afvaartlocaties: Kerkhoflaan 145, Bergse Rechter Rottekade 1 en de Zaagmolenkade 1. Met onder andere oude bekende en vaste waarde Ingmar Heytze, Joz Knoop, Von Solo, Michline Plukker, Jeroen Naaktgeboren en vele anderen waaronder  muzikanten, schrijvers en cabaretiers.

Het reserveren van een kaartje voor een van de bootjes is gratis maar wacht niet te lang.  Lagogo Rotte begint om 13.00 en duurt tot 19.00 uur. Een van de optredende dichters is Jeroen Naaktgeboren (1977). Jeroen Naaktgeboren is dichter, performer en presentator. Daarnaast is hij ook actief als organisator en docent.
Solo en met zijn poetryrockgroep de WoordDansers heeft hij in de afgelopen jaren vele optredens verzorgd in theaters/ poppodia en (literatuur)festivals. In 2007 werd hij met de Woorddansers de eerste officiële stadsdichter van Rotterdam.

In Onze Taal, jaargang 73 uit 2004 verscheen het gedicht ‘Nacht in Rotterdam’ van de Woorddansers.

.

Nacht in Rotterdam

.

De Maas
slaat gelaten
tegen haar kade.
De stad
recht ruggen,
bruggen, nu en dan
het is nacht in Rotterdam.
De hoek om, het spoor onder, het
Weena op, over het stationsplein,
langs de Kruiskade, over de Wes-
tersingel, de Nieuwe Binnenweg,
voorbij het Boijmans en de Kunst-
hal, over het Vasteland naar het
water, langs de kade tot de touwen
en dan weer terug, het is nacht in
Rotterdam.
Zwarten, bakra’s,
schichtige Chinezen,
kakkers, snollen,
lustloezend kezen,
koelies, doekies,
scooters, skaters,
mokkels, sjonnies,
dopies, zweters,
dozen, yuppies,
dealers, hoolies,
taxi’s, kickers,
hillfiggerflikkers,
vastberaden poederdozen,
van blinkend nat ontladen
nuchtere neuzelaars,
en briesende woordenaars.
De stad
recht ruggen,
bruggen nu en dan
het is nacht in Rotterdam.
Rotterdam, cynische cilinder
van gassen en walmen
die fontanellen bedwelmen,
warme kwalmen, zucht van lucht
de flakkerende fakkels boven
Pernis.
Containers stapelen hoge muren
om de moskeeën, housetempels,
verloederde ALDI’s en de koopgoot.
Slachtafval wordt discreter afge-
voerd
dan de meeste vluchtelingen.
Maar de stad recht haar ruggen,
bruggen tussen nu en dan
het is nacht in Rotterdam.
Een oude man
prevelt een godvergeten gebed
in de taal van zijn moeder.
Een oude vrouw
met een geelgrauwe brandarishuid
jaagt zijn kinderen uit haar portiek.
Uit een passerende trein
schreeuwen de hooligans
Rotterdam Kankerstad
in de oorlog lag je plat
waarop wij antwoorden
Hamas Hamas
joden aan het gas.
Wie niet springt
blijft zeker zitten
Wie niet springt
blijft soms ook staan.
Maar een voorbijganger
is hier geen passant
een grote bek een stap te ver.
Stad van daad, geen gat voor
kwaad,
stad van solidair de straten op-
schonen
Autochtoon en Allochtoon de
schouders recht en rechtdoor
door onterechte berechting en
onverrichte berichten
van recht en ontwrichting.
Deze stad
recht mijn rug,
is mijn brug,
dit is nacht
in Rotterdam.

.

Ewewig

Dichter aan huis

.

Tussen 1991 en 2011 organiseerde de stichting ‘Dichter aan huis‘ een tweejaarlijks poëzie-evenement, vanaf 2013 gecombineerd met proza, in huiskamers in Den Haag. Het programma bood ruimte aan poëzie in al zijn facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis en biografieën. Helaas, met nog een herstart in 2016, bleef het bij 11 edities en werd de stichting die dit bijzonder sympathieke en zeer goed bezochte evenement organiseerde, in 2017 opgeheven.

Maar zoals er altijd bij ‘Dit was het nieuws’ wordt gezegd, ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog’ of in het geval van Dichter aan huis; Gelukkig hebben we de bundels nog. Want in de loop van de tijd dat dit evenement werd georganiseerd, werden er bundels met poëzie uitgegeven van de deelnemende dichters. En dat waren niet de minste. Heel veel bekende dichters kwamen de huiskamers van gewone Hagenaars binnen om daar voor een klein maar zeer geïnteresseerd publiek hun poëzie voor te dragen.

In de loop der tijd heb ik verschillende van de uitgegeven bundels weten te bemachtigen. En afgelopen week heb ik weer een exemplaar (1997) gekocht met de titel ‘Alleen de kamer luistert’ een zin genomen uit het gedicht ‘Nacht’ van Johanna Kruit (1940-2026) dat in de bundel is opgenomen. Het omslag werd genomen uit een tekening van een andere deelnemende dichter Eva Gerlach (1948). Ook opgenomen is het gedicht ‘Ewewig’ van Herman de Coninck (1944-1997).  Hij zou meedoen aan de editie van 1997 maar tijdens de voorbereidingen kwam het bericht dat hij plotseling was overleden. Hij zou als een van de meest prominente dichters deelnemen aan de manifestatie. Als eerbetoon werd het door hem ingezonden gedicht ‘Ewewig’ in de bundel opgenomen. Omdat Herman de Coninck al sinds jaar en dag een van mijn favorietste dichters is en het gegeven dat het alweer even geleden is dat ik een gedicht van hem plaatste, is reden genoeg om het gedicht, dat oorspronkelijk verscheen in ‘Vingerafdrukken‘ uit 1997 hier met jullie te delen.

.

Ewewig

.

Simon Vinkenoog over de zee nabij Kaapstad:

‘Ongelooflijk hoe waterpas, hè!’

‘En zo weinig scheepjes!’

‘Jamaar, ’t is zondag.’

.

Later verteld Phil du Plessis hoe zijn grootvader

metselaar was, viool speelde, en een glazen oog had.

Om te zien of een muur waterpas stond, legde hij zijn glazen

oog erop, begon viool te spelen, en als het oog stil bleef liggen

.

was de muur waterpas. Zo schrijft werkelijkheid soms

een strofe of twee voor me op en begint viool te spelen,

omdat het zondag is.

.

Bij een graf

P.C. Boutens

.

Vanavond is het alweer zover, de 10e editie van Dichter bij de Dood, een prachtig project waarbij dichters voordragen op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Van origine werd deze activiteit georganiseerd op 2 november (Allerzielen wanneer men de gestorvenen herdenkt) maar door interne verschuivingen bij de begraafplaats is dat sinds 2 jaar nu op Allerheiligen, op 1 november. Omdat deze activiteit in het leven geroepen is om de doden te herdenken en stil te staan bij de dood als onlosmakelijk element van het leven hangen we niet zo sterk aan deze datumverwisseling al is het wel jammer.

Maar vanavond dus aan de Laan van Oud Eik en Duinen. Een keur van dichters staan langs een route afgezet met fakkels en bij elke dichter kan geluisterd worden naar twee gedichten; 1 gedicht over een bekende Nederlander die op de begraafplaats ligt in combinatie met het thema en 1 vrij gedicht. Ik zal het gedicht ‘Bij een graf’ voordragen over P.C. Boutens (1970-1943) en het gedicht dat ik schreef over de NAVO top in Den Haag van afgelopen zomer.

De toegang is uiteraard gratis en voor de liefhebbers is er een gratis bundeltje met de gedichten die worden voorgedragen vanavond. De avond begint 10 18.45 en eindigt om 21 uur. Vanaf de ingang van de begraafplaats rechtdoor lopen tot de aula en daar begint de route. het blijft droog (heel fijn!), trek iets warms aan en kom luisteren naar poëzie en troubadours. Parkeren met de auto kan voor de begraafplaats maar vanaf 18.00 uur is het betaald parkeren.

.

Bij een graf

 

De bloemen van plastic, vergeelde foto, plantjes dood.

Zo dood als jij.

Kopjes gebogen in strijd met de tijd, stenen los van

elkaar als eenheid, ongebroken stralend in de zon, rumoer

van een nabijgelegen balkon, het lied van een merel.

 

Gedachten bij hoe het was en wat je teweegbracht.

Gedachten boven materie, stilte doorbroken door

menselijk handelen, een gevleugelde aria.

 

Tegenstellingen liggen als as uitgestrooid hier los

en vast, stil in beweging, in altijd durende rust, levendig

doorbroken door het lied van een merel.

.

 

De bruid

Jan Prins

.
Op 2 november tijdens Allerzielen wordt al enige jaren het bijzondere poëzie-evenement Dichter bij de dood georganiseerd. Ik deed al mee als deelnemer en sinds een paar jaar organiseer ik namens poëziestichting Ongehoord! dit mooie evenement mee. Elk jaar adopteren een aantal dichters een van de bekende Nederlandse dichters, schrijvers of kunstenaars die begraven liggen op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag.

Op de avond van 2 november nemen de dichters plaats langs een, middels fakkels, afgezette route. De bezoekers van de begraafplaats kunnen bij de dichters langs lopen waar ze het gedicht, speciaal voor deze avond geschreven, ten gehore brengen. Ook ik doe dit jaar mee met een gedicht geschreven op een van de dichters die begraven liggen op Oud Eik en Duinen, Jan Prins (1876-1948) pseudoniem van C.L. Schepp. Prins werd geboren in Rotterdam en overleed in Naarden maar ligt dus begraven in Den Haag.

Prins was dichter en vertaler.  In 1903 debuteerde hij in het tijdschrift ‘De XXste eeuw’. Zijn eerste poëziebundel ‘Tochten’ verscheen acht jaar later, in 1911. Daarin staat zijn bekendste gedicht, ‘De bruid’. In dit gedicht wordt Nederland (Holland) allegorisch vergeleken met een bruid, waarbij de lentezon de bruidegom is. De laatste twee strofen zijn in de twintigste eeuw aan generaties Nederlanders op school bijgebracht: De bruigom is de lentezon / En Holland is de bruid.

.

De bruid
.
De lucht, over de jonge dag,
Was helderder dan ooit.
Iets ongewoon-verblijdends lag
In weide en veld gestrooid.
De torenklok zong, wat ze kon,
De vlaggen staken uit:
De bruigom was de lentezon
En Holland was de bruid.
.
Ze was des morgens opgestaan,
Een ranke, frisse meid.
Ze deed haar gazen sluier aan
van dunne dauwigheid.
Ze stak zich van de perenboom
De bloesem in het haar,
Die witter dan een winterdroom
Is, – wonder, wonderbaar.
.
Ze deed een gladde gordel om
Van zilverig allooi,
Van zuivre waterglans, – wat glom
Die ronde gordel mooi!
Toen hechtte ze als een donzen vacht
Aan haar satijnen kleed
De schuimrand die de zee haar bracht.
Toen was de bruid gereed.
.
Een ooievaar trad op de deel,
Gewichtig, met zijn stok.
De merel was in zwart fluweel,
De zwaluw kwam in rok.
Toen keken, daar ’t zó prachtig was
– En Holland is de bruid, –
De madeliefjes in het gras
Haar gouden oogjes uit.
.
De bruigom is een edel man,
De bruid is jong en sterk.
Daar komen schone kinders van
En blijdschap bij het werk.
De bruid, – waar zag men weker leest,
Een vriendelijker mond, –
De bruid, – die maakten zeewind meest
En ruimte zo gezond.
.
Nu komt ze met haar lief gezicht
De bruigom tegemoet.
Wat is de hemel wijd, – en licht,
Wat is het leven goed!
De wereld is een wonderbron
Van telkens nieuw geluid.
De bruigom is de lentezon
En Holland is de bruid.
.

Dichterspodium

Dichters en troubadichters

.

Dichter bij de Dood organiseert sinds twee jaar het evenement Dichter bij de dood op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag op Allerzielen (2 november). Dat is een poëzie-evenement dat al langer loopt maar sinds twee jaar ben ik via poëziestichting Ongehoord! aangehaakt en worden er behalve de avond op 2 november ook (open) dichters[podia georganiseerd. De eerste jaren in Loft maar vanaf dit jaar in de geheel gerestaureerde en prachtige aula van de begraafplaats.

Wil je meedoen als (trouba)dichter? Dat kan. Naast de dichters die dit jaar meedoen op Allerzielen is er plek voor een ‘open podium’. Kom dan op zondag 24 september naar begraafplaats Oud Eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. De inloop is vanaf 13.30 uur en de start is om 14.00 uur. De middag duurt tot 16.00 uur en is uiteraard gratis te bezoeken. Wil je meedoen zorg er dan voor dat je voor 14.00 uur je aanmeldt bij Marjon van der Vegt of bij mij. Elke dichter wordt in de gelegenheid gesteld om drie gedichten voor te dragen.

.

Verleden verbinden

Augusta Peauxfestival

.

Aanstaande zondag 3 september zal ik samen met nog 24 dichters voordragen op het Augusta Peauxfestival in Simonshaven (nabij Spijkenisse). Tussen 14.00 en 17.00 uur zullen 25 dichters en een A capellakoor de bezoekers van dit festival meenemen in hun poëzie rondom het thema ‘Verbinding’. Ik zal twee maal een kwartier vullen met mijn gedichten op twee verschillende plekken op het festivalterrein in de tuin van de voormalige pastorie aan de Ring 42 in Simonshaven waar dichter Augusta Peaux (1859-1944) woonde.

Als jong meisje speelde Augusta Peaux met de latere dichter Jacques Perk die even oud was als zij. Ze groeide op als dochter van een dominee. Als dichter wordt Peaux beschouwd als een van de belangrijkste symbolistische dichters uit het einde van de 19e en begin 20ste eeuw. Ondanks haar bescheiden oeuvre en leefstijl heeft ze een belangrijke en blijvende invloed gehad op de Nederlandse poëzie. Zo werd ze door Gerrit Komrij en Hans Warren opgenomen met werk in hun bloemlezingen. Maar ook dichters Albert Verwey en J.C. Bloem waren bewonderaars.

Haar poëzie kenmerkt zich door haar introspectieve en mystieke karakter. Haar gedichten hebben thema’s als de liefde, verlangen, melancholie en de zoektocht naar zingeving. Ze schreef met subtiele, beeldrijke taal en gebruikte vaak symbolen en verwijzingen naar de natuur. Ze had in haar poëzie het vermogen om de diepere emotionele en spirituele ervaringen te verkennen en te verwoorden. In en rond haar woonplaats is een organiserend comité actief dat het werk van Peaux onder de aandacht blijft brengen. Lesley Sanford, Julius Caesar, Ronald Bottelier en Frans van den Akker doen dit onder andere door het organiseren van een festival op 3 september. Naast dichter Ingmar Heytze en een aantal dichters uit de regio komen ook een aantal dichters van daarbuiten een bijdrage leveren, waaronder ik dus.

Hieronder een voorbeeld van een gedicht van Augusta Peaux uit de bundel  ‘De wilgen, de velden, het water’ uit 2014 getiteld ‘Verleden’.

.

Verleden

.

Met handen ben ik gebonden

in een ver verleên,

dat is te aller stonde

onzichtbaar om mij heen.

.

Met geuren ben ik betooverd

terug in vroeger tijd,

als staat de boom ontlooverd,

al ben ik ’t voetspoor kwijt.

.

In klanken lig ik gevangen

van een verzonken bestaan

die bleven om mij hangen

toen alles was vergaan.

.

De klokken door mijn dagen

luiden en lokken mij

zoete bedwelming dragen

de geuren mij voorbij.

.

Met banden ben ik gebonden

en ga geen weg alléén

mij heeft altijd gevonden

wat in de tijd verdween.

.

NLMDO2_P-00243-II-012, 22-01-2008, 13:36, 8C, 1892×1436 (3419+3870), 100%, LetterkundigMu, 1/80 s, R40.4, G21.3, B29.2

Meisjes van 40

Jolies Heij

.

Dichter en performer Jolies Heij (1964) ken ik al vele jaren. Regelmatig kwam en kom ik haar tegen op podia en andere poëzie-evenementen, zo was ze deelnemend dichter aan de Poëziebustoer van 2019. Jolies studeerde Duitse Taal- en letterkunde in Utrecht en Freiburg im Breisgau in Duitsland. Vanaf 1999 is ze actief als (slam) dichter en sinds 2008 doet ze mee aan diverse slampoetrywedstrijden in Nederland en Duitsland. Ze was winnares van Slam by the Sea, ze deed mee bij Kargadoorslam, U-slam, iPoetry, Slamersfoort, in Delft, Zeist en Vlissingen. Ze won de tweede prijs bij ‘Het woord in de wijk’, een schrijfwedstrijd over de Utrechtse wijk Zuilen.

Ze treed zoals gezegd regelmatig op bij allerlei podia in het land en haar werk werd gepubliceerd bij onder andere Meander, De Contrabas en Pomgedichten. Haar stem klinkt amusant, versneld en bewust articulerend. Ze is serieus en grappig, gebruikt daadkrachtige beelden, schuwt provocaties niet en neemt totaal geen blad voor haar mond. En elke keer als ik haar hoor of zie optreden denk ik: Ik moet eens over Jolies schrijven.

Op 2 juli jongstleden, op de dag van de roos, droegen we beide voor in het Westbroekpark in Den Haag (samen met nog enkele dichters). Opnieuw werd ik gegrepen door haar puntige en ironische poëzie. Ik kocht haar debuutbundel ‘Lolita zei…’ waar ze in 2016 mee ‘debuteerde’ en uit die bundel koos ik het gedicht ‘Meisjes van 40’ waar alles in zit wat me zo inneemt voor Jolies.

.

Meisjes van 40

.

ze raadt korte rokjes aan

ook al staan

haar benen als zuilen

haar spijkerhakkentiktakken

menig gat in de grond

bezaaid met handkussen

.

talloze gulle minnaars

heeft ze achter zich gelaten

.

maar niemand bezat het paspoort

niemand die koning mocht heten

of de bolster strelen

dit territorium ligt braak

nooit door laarzen aangestampt

of door pummels bemest

.

ze doet maar alsof

ze ergens tussen het hangende vel

een onderkomen heeft bewaard

voor koeriers

voor avonturiers

ook rovers

zijn niet te versmaden

.

daarom schikt zij haar lichaam

voordat het verlepte rozen braakt

en kobolds op doorzakpaarden

te gebocheld en afgedankt

.

er schuilt een zekere lijdzaamheid

in dit volharden

.

niemand ziet

hoe zij aaiend het hart

onder de riem draagt

.

meisjes van 40

zijn niks wijzer

hooguit wat aftandser

en zitten beter in hun harnas

.

 

Tot stilte gemaand

Dichter bij de dood

.

Afgelopen 2 november was het Allerzielen, een dag dat veel mensen hun overleden dierbaren herdenken. Samen met Marjon van der Vegt en de medewerkers van Begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag onder leiding van Francis en Herlina, organiseerde we onder de titel ‘Dichter bij de dood’ alweer voor de vijfde maal een Allerzielen met dichters die voordroegen tijdens deze avond.

Uit ervaring (voordat ik mee deed in de organisatie mocht ik een aantal keer als dichter aanwezig zijn) weet ik dat dit een heel bijzondere avond en poëzie-ervaring is. Op het eerste deel van de begraafplaats was met vuurpotten en fakkels een route uitgezet waaraan 12 dichters een plekje hadden gekregen. Gelukkig was het droog en zo’n 120 mensen bezochten de avond. En opnieuw was het een avond om nooit te vergeten, in een bijzondere ambiance poëzie live te horen over een onderwerp (dood en troost) blijkt vele mensen te raken, zowel bezoekers als de dichters zelf. Alle dichters heel veel dank voor hun aanwezigheid en inzet, volgend jaar opnieuw een editie.

Omdat dit de 5e keer was en de Cultuurschakel Den Haag zo vriendelijk was geweest wat middelen te verschaffen konden we een bundeltje uitgeven met de gedichten van de dichters (en de paar die helaas niet aanwezig konden zijn). Dit bundeltje ‘Tot stilte gemaand’ werd gratis uitgedeeld aan de bezoekers van deze avond en aan de deelnemende dichters.

De deelnemende dichters waren dit jaar: Liesbeth de Blécourt, Martijn Breeman, Edith de Gilde, Aurora Guds, Diann van Faassen, Wouter van Heiningen, Ton Houtman, Joz Knoop, Karin van Kalmthout, Anne-Tjerk Mante, Miguel Santos, Eelco van der Waals, Marjon van der Vegt en Renske Visser.

Uit de bundel koos ik het gedicht van Edith de Gilde zonder titel.

.

Verdriet maakt krom als het nog vers is.

Je wilt een egel worden. Winterslapen.

Je krimpt. Slaat dicht. Een hoofd vol mist.

Haperen, vastlopen, stilstaan.

.

Niets helpt. Er is geen kaart, er ligt geen plan.

Geef het maar tijd, gun het zijn ruimte.

Verdriet verdient het. Sla je armen eromheen

en het zal langzaam zachter worden, toestaan

.

dat jij je rug recht, dieper ademt,

de zomer weer verdraagt.

Het zal je niet verlaten maar bij je horen,

diepte schenken aan je ogen, schaduw aan je leven.

.

 

 

De idioot op het dak

Tjitske Jansen

.

Afgelopen zaterdag was ik bij de Leidse PoëzieNacht georganiseerd door Fields of Wonder in De Burcht in hartje Leiden. Deze Poëzienacht (of eigenlijk avond) werd door Fields of Wonder gemaakt in samenwerking met stichting INDEX Poetry en stichting Leids Literair Landschap. Op deze avond kwamen Anton Korteweg, Dorien de Wit, Wout Waanders en Tjistske Jansen voordragen en de kandidaat stadsdichters droegen een gedicht voor. Paar opvallende dingen: de twee mannelijke dichters waren geblesseerd aan hun voet (Wout Waanders droeg voor gezeten in een rolstoel en Anton Korteweg bewoog) zich voort geholpen door twee stokken, het was een heerlijke ontspannen mooie nazomeravond en de sfeer was uitstekend. Naast serieuze poëzie viel er ook regelmatig te lachen om de gedichten en de voordrachten.

De presentator van dienst kondigde Tjitske Jansen (1971) aan met een verhaal over zijn eerste ervaring met Tjitske Jansen bij Festina Lente in 2001 waar ze de finale van deze Poetry Slam won. Daar hoorde hij haar voor het eerst het gedicht ‘ De idioot op het dak’ voordragen. Hij vroeg haar of ze dat wilde voordragen (waarschijnlijk niet zei hij erbij) maar Tjitske was zeer bereid om het gedicht voor te dragen en dat was voor mij een van de hoogtepunten van de avond. Daarom uit de bundel ‘ Het moest maar eens gaan sneeuwen’  uit 2003 het gedicht ‘ De idioot op het dak’.

.

De idioot op het dak

.

Ik vroeg de jongen op mijn werk – dat bestaat uit peperoni, melanzani en carciofi in de bakjes scheppen, kip en friet en gamba’s bakken, salades maken, enzovoort, ik deed de koude kant vandaag en hij de warme – of we na het werk wat gingen drinken. Na het werk gingen we wat drinken.

Er was een jongen die de Domtoren op zijn arm had laten tatoeëren, een jongen die Chris heette, een jongen die later weer in Groningen ging wonen, er was een jongen die het woord wist voor de geur die hertenwijfjes afscheiden.

Diezelfde avond fietste ik, stomdronken, naar mijn ex. Even kijken of zijn fiets er stond. Die stond er. Eén keer aanbellen. Nog een keer aanbellen. Nog één keer. Ik herinner me wat hij me over stalkers heeft verteld: die moet je negeren. Ik wil niet dat hij mij negeert. Ik bel nog een keer aan. Heel lang.

Steeds als ik denk: nu laat ik de bel los, laat ik de bel niet los. Hij doet nog steeds niet open. Ik zoek waar ik beginnen kan met op het dak te klimmen. Een paar daken van zijn dak vandaan is een begin. Ik begin met op het dak te klimmen. Als ik drie daken heb gehad, ik ben er bijna,

gaat er een dakraam open. Een vrouw schreeuwt godverdomme, een mannenhoofd verschijnt. Ik heb nog nooit van zo dichtbij, vanuit dit perspectief, een mannenhoofd uit een dakraam zien steken, Ik zeg: Ik ben geen inbreker, ik zeg dat ik me schaam, ik vraag of hij vroeg op moet morgen.

De man geeft me geen kans verder te klimmen. Hij blijft met zijn hoofd uit het dakraam. Er gaat nog een dakraam open. Ik had nog nooit één mannenhoofd van zo dichtbij uit een dakraam zien steken, laat staan twee tegelijk. Zitten blijven! zeggen ze. Zitten blijven! Ik vraag me af of ik een strafblad krijg.

De politie is gearriveerd. Waar is hij? Hoor ik vragen. Het is een vrouw. Ik begeef me naar de dakrand om me te laten zien. Het is een soort optreden, maar dan van onderaf belicht. Er is ook een hond bij. Een labrador die op mijn ex lijkt. Die is ook blond.

Ik klim naar binnen door het dakraam van het eerste mannenhoofd. Ik sta op een zolder. Ik zie de vrouw die godverdomme riep, ik aai de hond, ik zeg: Sorry, sorry. Ik zeg:
Ik ben geen inbreker.

Iemand vraagt me hoe ik op dat dak gekomen ben. Iemand vraagt me waarom ik dit deed. Liefdesverdriet, zeg ik. Ja, zegt een politieman, uit liefdesverdriet kun je rare dingen doen. Hoe heet je? Vraag ik hem. Ik heet Paul, zegt hij. En waar woon je?

.

 

 

Poëziebustoer 2018

Dichter schrijf je in!

.

De Poëziebus is een tour voor podiumdichters die in 2018 voor de 4e keer wordt georganiseerd. Maar liefst 20 podiumdichters uit Nederland en België rijden van 6 tot en met 12 augustus 2018 in een prachtige rode oldtimerbus door de lage landen om onderweg op te treden en workshops te verzorgen. De bus stopt in verschillende steden op de route.

Als voorzitter van de Raad van Toezicht van de stichting Poëziebus ben ik niet alleen een groot supporter maar ken ik (ook van binnenuit) de kracht en de invloed van deze toer op dichters en de podiumkunsten in Nederland en Vlaanderen. In de afgelopen drie jaar zijn er vele prachtige en memorabele momenten geweest op podia en Nederland en Vlaanderen, zijn er vriendschappen voor het leven ontstaan, zijn er stappen gezet (grote en kleine) door dichters die met de Poëziebus mee gingen op toer.

Je kunt je nog inschrijven tot 30 november 2017, dus heb je in de week van 6 t/m 12 augustus 2018 geen andere plannen, ben je een dichter die een hele nieuwe ervaring wil opdoen, sta je open voor interactie met andere dichters (jong en oud, man en vrouw) en gun je jezelf die extra mogelijkheid om je als dichter verder te ontwikkelen? Geef je dan hier op: http://poeziebus.nl/inschrijfformulier/

De Poëziebus streeft naar een goede afspiegeling van de dichters in leeftijd, sexe, culturele achtergrond en ervaring. Dus denk niet te snel dat je niet in aanmerking komt. Mijn advies: Geef je op!

Een voorbeeld van een dichter uit de editie van 2016 is Elten Kiene, bekend van het platform Woorden Worden Zinnen en het hiphop collectief Brandwerk met zijn gedicht uit de Poëziebusbundel 2016.

.

Kapotte Spiegel

.

Ik…

Dolend in een wereld

vol met onbegrip

.

Met kapotte spiegels

.

Scherven liggen overtal verspreid

En ik snijd mezelf constant

wanneer ik pleit voor mijn gelijk

.

Zo scherp als ik kan zijn

Brengt mijn gedrag mij in gevaar…

Want wat ik wou was daar

Maar ik kreeg het weer niet voor elkaar

.

Dus ik kijk in mijn kapotte spieghel

En die weerspiegelt alleen maar commentaar!

.

Ben ik even weer…

Dat zekere, onzekere

Beter wetende, gauw meeslepende

En gedreven type

.

Ik ga verder…

En blijf ondanks teleurstellingen

Toch van het leven genieten

.

Als ik mij onder de mensen bevind

Ben ik vaak nog bezig

Ook al zit het soms even tegen

.

Toch word ik op school gelabeld als laks

Door een hogere macht

Ik ben het boek

Zij zien de kaft

.

Zwevend in een wereld vol met onbegrip

Kijk ik in mijn kapotte spiegel

.

En vraag mij af…

Wie ben ik

.

.