Site-archief

Tekening

Vicky Francken

.

Vorig jaar schreef ik een blogbericht over ‘De ritssluiting van de zee‘ een bundel samengesteld door Jeugd en Poëzie, Doe Maar Dicht Maar en stichting Kinderen en Poëzie in Mechelen in 2005. De reden dat ik daar toen over schreef was dat in die bundel gedichten van piepjonge dichters stonden die inmiddels bekend waren geworden zoals Anne van den Dool (12 jaar), Lieke Marsman (14 jaar) en Lotte Dodion (17 jaar).

Ik moest meteen aan deze bundel en dit bericht denken toen ik in een kringloopwinkel de bundel ‘Doe Maar Dicht Maar‘ uit 2003 doorlas. In deze bundel namelijk las ik tussen de vele gedichten van jonge dichters een gedicht van Vicky Francken (toen 13 jaar). Francken (1989) studeerde Frans en vertaalwetenschap aan de Universiteit Utrecht en is thans vertaler uit het Frans en Engels. Zij publiceerde onder andere in Het Liegend Konijn, Revisor, Hollands Maandblad, Tirade en Meander. Na de Meander Dichtersprijs in 2008 ontving ze de Hollands Maandblad Schrijversbeurs voor Poëzie. In 2017 debuteerde ze met de bundel ‘Röntgenfotomodel‘ dat later dat jaar de C. Buddingh’-prijs voor debutanten won. Ook was zij lid van het Utrechts Stadsdichtersgild en droeg de Letters 989 t/m 1157 (2018-2022) bij aan de Letters van Utrecht.

Terug naar ‘Doe Maar Dicht Maar‘ en het gedicht van Vicky Francken in die bundel. Haar gedicht is getiteld ‘Tekening’

.

Tekening

.

Ik vaar

met mijn boot

zonder roer of kompas

.

Ik speel

in mijn orkest

zonder begeleiding of bas

.

Ik kijk

naar mijn klok

zonder wijzers of getik

.

Ik schets

een meisje

een meisje zoals ik

.

Nestblijvers

Pauline Pisa

.

Pauline Pisa (1968) is dichter en schrijver. Zij was huisdichter bij het radioprogramma ‘Echo’ op NPO Klassiek, was een van de stadsdichters van Utrecht en is momenteel stadsdichter van Zeist samen met Jan-Paul Rosenberg. ‘Huilen uit één oog’ gedichten en voorvallen, is haar derde bundel. In 2006 won ze wel de maandelijkse poëzieslag in Festina Lente. In 2008 debuteerde ze met de bundel ‘Het gestolen wijf’ geïnspireerd op en opgedragen aan Kanaleneiland, een wijk in Utrecht. In 2015 volgde de bundel ‘Halfrust’ en nu dus, in 2026 haar derde bundel ‘Huilen uit één oog’. Poëzie van haar is te lezen op de website van Literair Zeist.

Uit haar nieuwe bundel koos ik het gedicht ‘Nestblijvers’.

.

Nestblijvers

.

We staan voor het raam, mijn broer en ik.
De stand van zijn schouders houdt hem zestien.
Buiten bluffen de merels, hun lied overstijgt de ouderdom.

.

Achter de luxaflex rusten onze jaren dertig-ouders.
Pa’s lok stamt uit de tijd van James Dean.
Ook de oude klok is nog in leven, zijn ballen neigen naar de grond.

.

In de bijkeuken is een boom gegroeid.
We zijn inmiddels opgeschoven. Onze kinderen dragen de trekken
van onze voorouders, in hun tongval leeft ons dialect.

.

De schoorsteen rookt, er is nog pluim, en vuur voor een gedicht.
Ma heeft een stroopwafel voor ons apart gelegd.

.

De 43ste nacht van de poëzie

Wees niet verdrietig, hier is de nacht

.

Onder dit motto of deze dichtregels van dichter Antjie Krog was afgelopen zaterdag op zondagnacht de 43ste Nacht van de Poëzie. En dit keer voelde het heel vertrouwd en was het bijna zoals thuiskomen. Dat moet ik even uitleggen. Elke Nacht van de Poëzie voelt als thuis, het vieren van de poëzie, van de dichtkunst, van de dichters tijdens een avond en nacht is een feest. Om samen met een uitverkocht Tivoli maar liefst 19 dichters en verschillende entr’acts te mogen beleven, dichters en bekenden te spreken en naast het aankopen van dichtbundels ook ons eigen mini poëziemagazine MUGzine te promoten, is elke keer weer een hoogtepunt van het jaar.

Maar dit jaar voelde anders, dit jaar waren er verschillende dichters uitgenodigd die ik ken, jaren geleden op podia had uitgenodigd toen ze nog volledig onbekend waren, op open podia tegen kwam bij poëziestichting Ongehoord!, bij de Poëziebus en dichters die de afgelopen jaren in MUGzine hadden gestaan.

Zo traden Lotte Dodion, Lucas Rijneveld en Merlijn Huntjens op. De eerste twee ken ik van Ongehoord! en Lotte van de Poëziebus, Lucas van samen een podium delen in Zeist, Merlijn van Ongehoord!, de Poëziebus en MUGzine. Ook Anton Korteweg (in rolstoel, hij had zijn onderbeen gebroken maar was er gewoon) van MUGzine en tot slot Dean Bowen waar ik destijds samen mee in de Raad van Toezicht van de Poëziebus zat en wie zelf de eerste editie mee ging (waar ik ook aan deelnam maar niet als meerijdend dichter). En dan was er Lin An Phoa die de Nacht mocht openen nadat ze deze vorig jaar de Nacht sloot en die ik bij een poëzieavond in Beelden aan Zee had leren kennen als begenadigd dichter en Ingmar Heytze die ik al op zoveel podia tegen kwam (poëzie lagogo, Augusta Peaux festival etc.).

Allemaal dichters waar ik de afgelopen jaren mee ben gegroeid en die ik heb gevolgd. Maar er was meer. Een prachtig en gedenkwaardig optreden van Antjie Krog, David van Reybrouck als dichter, Francesca Birlogeanu die ik niet kende maar die ik zeker ga volgen, Charles Ducal, Els de Moor en ga zo maar door. En als verrassing tussen de dichter optredens door Jenny Areans (op 84 jarige leeftijd en dan zo zuiver zingen) samen met Cor Bakker, Duo Zeffiretti (Virtuoos klavecimbelspel met barokzang van de ‘Freddy Mercury van de klassieke muziek’) dat heel veel indruk maakte, Elmer die de zaal liet kolken en Klezmagic die net voor de afsluitend dichter Merlijn Huntjens iedereen de voetjes van de vloer liet gaan. En dan natuurlijk niet te vergeten het heerlijke langjarige presentatie duo Ester Naomi Perquin en Piet Piryns. Kortom opnieuw een Nacht om nooit te vergeten.

Uit de Nachtbundel die elke bezoeker krijgt bij binnenkomst koos ik voor het gedicht ‘Aan de dood’ van dichter Ivar van der Walle (1998) uit zijn in 2026 verschenen bundel ‘Aluminiumfolie’.

.

Aan de dood

.

Ik wil geloven dat ik je heb verzonnen.

Je bestond wel maar ik heb je verzonnen,

besloten je niet los te laten,

iedere dag te overwegen.

.

Ik heb je verzonnen zoals

mensen verzinnen hoeveel schepjes suiker

ze in hun koffie lekker vinden.

Als iemand die wacht op een ongekreukte liefde.

.

Ik liet je binnen.

Het leek verstandig om je uit te nodigen,

zoals mensen besluiten in een dorp te blijven wonen,

agenda’s meenemen.

.

Ik gaf je een eenpersoonsmatras in de keuken.

Ik liet je aan het woord met geliefden,

zo kwamen ze achter mijn ogen.

.

Ik heb je verzonnen

als muziek bij een afscheid.

Sinds het orkest me heeft omringd,

ga ik nergens meer vandaan.

.


Lucas Rijneveld

Anton Korteweg

Maarten van der Graaff

Merlijn Huntjens

Lotte Dodion

Lin An Phoa

 

 

Straatpoëzie in het ‘nieuws’

Willem Hussem

.

In de zomerspecial Lezen en Luisteren van Elseviers Weekblad (week 29/30) staat een aardig artikel over Straatpoëzie met als titel ‘Alleen dichters (soms dwazen) mogen schrijven op muren en glazen, geschreven door René van Rijckevorsel. In het artikel beschrijft René een wandeling met Gerben Beutick (masterstudent journalistiek en redactie stagiair bij dagblad Trouw, die deze wandeling langs poëzie in de openbare ruimte verzorgt in opdracht van de bibliotheek Utrecht.

In het artikel wordt de wandeling beschreven; langs welke gedichten men gaat, iets van de achtergrond van de gedichten en de dichters en er wordt wat breder stil gestaan bij straatpoëzie in het algemeen. Straatpoëzie die niet begint bij de neonletters op het verzekeringskantoor Nieuw Rotterdam, een regel van Lucebert ‘Alles van waarde is weerloos’ daterend van 1978, maar die al veel ouder is. Zo wordt bijvoorbeeld de regel ‘De cost gaet voor de baet uyt’ van de Romeinse toneelschrijver Platus dat al sinds 1912 de gevel van een gebouw aan het Damrak in Amsterdam siert, en de regels op de beurs van Berlage van Albert Verwey ‘Beidt uw tijd’ en Duur uw uur’ uit 1903.

Die laatste regels, en dan met name ‘Beidt uw tijd’ staan me heel goed bij. Toen ik in Amsterdam studeerde liep ik dagelijks langs de Beurs van Berlage en las ik die regel al (jaren ’80 van de vorige eeuw). Destijds heb ik er zelfs over geschreven in het huisblad van de P.A. Tiele Academie in Den Haag ‘Schuddegeest’.

De schrijver van het zeer inhoudelijke artikel maakt wat mij betreft wel een uitglijder. Over Ingmar Heytze (1970) van 2009 – 2011 de eerste stadsdichter van Utrecht en ruim vertegenwoordigd in de stad met straatpoëzie, schrijft René: “Heel virtuoos ongetwijfeld, maar het is geen poëzie die patsboem binnenkomt, zoals het gedicht over Truus” (Truus van Lier, verzetsvrouw die haar leven verloor in de oorlog). Ik vind hier wat van. Heytze wegzetten als een dichter zonder inhoud gaat me echt te ver. René begaat hier de fout die veel lezers van poëzie maken en dat is dat een gedicht emotioneel moet zijn of in ieder geval een emotie moet losmaken bij de lezer (en dan bedoelen ze meestal niet de emotie van schoonheid ervaren).

Elders in het artikel wordt het gedicht dat ik hier onder met jullie wil delen van Willem Hussem (1900-1974) als populair en aansprekend beoordeeld. Een aardig gedicht, zeker, maar in vergelijking met gedichten van Heytze zeker niet erboven uit stekend. Uiteraard wordt de onvolprezen studie ‘Poëzie buiten het boek‘ uit 2017 waar ze in 2021 op promoveerde, van Kila van der Starre (1988) aangehaald in het artikel, evenals de gedichten op vuilniswagens in Rotterdam en de Letters van Utrecht. Al met al geen nieuws maar aardig om te lezen, zeker voor lezers die niet veel hebben met poëzie.

.

zet het blauw

van de zee

tegen het

blauw van de

hemel veeg

er het wit

van een zeil

in en de

wind steekt op

.

 

 

Gedichten in het spoorwegmuseum

Gedichtenroute

.

In het spoorweg museum in Utrecht is een gedichtenroute voor alle leeftijden te volgen. ‘Bestijg nooit de trein zonder uw valies met dromen’. Deze eerste regel uit het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ (1934) van Jan van Nijlen (1884-1965) staat groot op de muur van het Maliebaanstation. Op de labels van de koffers onder dit gedicht staan verschillende ander gedichten, geïnspireerd door de trein.

Dat het gedicht ‘Bericht aan de reiziger’ tot allerhande inspiratie heeft geleid blijkt uit het gedicht van voormalig dichter des vaderlands Driek van Wissen (1943-2010) met diezelfde titel, of wat dacht je van de bundel ‘Gedicht aan de reizigers‘. En het gedicht van Jan van Nijlen is ook te lezen op het Centraal Station van Antwerpen.

Maar het Spoorwegmuseum gaat verder dan het plaatsen van gedichten over het spoor her en der in het museum. Als je zelf een mooi gedicht geschreven hebt over de trein en je wil dat terugzien in de verzameling labels op de koffers, dan kun je je gedicht doorsturen  per e-mail naar gedichten@spoorwegmuseum.nl

Elk half jaar worden twee nieuwe gedichten gekozen die worden toegevoegd op een label. Let wel, het gedicht mag uit maximaal 50 woorden bestaan en moet over treinreizen gaan. Het moet een zelf geschreven gedicht zijn. Over de selectie van de gedichten wordt niet gecorrespondeerd.

Om in stijl dit bericht te beëindigen een gedicht over treinreizen van dichter Armando (1929-2018) met als titel ‘September in de trein’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1999.

.

September in de trein

(fragment)

.

– oh, het is hier verboden te roken.

– verboden te roken? ja, verboden te roken.

– ja. het is nu eenmaal verboden, hè.

– er is anders elders nog plaats genoeg.

– nou ja, ik zit nou eenmaal.

– da’s waar.

– als ik zit dan zit ik.

.

De lente komt

Ali Şerik

.

Afgelopen week moest ik in de bibliotheek van Utrecht zijn en wanneer ik daar ben loop ik altijd even naar de poëzie afdeling. Om wat tijd te doden nam ik plaats op een deel van de tijdschriften en krantenafdeling op de tweede verdieping en las ik het tijdschrift ‘Schreef’ proza en poëzie door en voor liefhebbers, uitgegeven door Taalpodium, een vereniging van ruim honderd (vrijetijds-)schrijvers en -dichters, waarvan diverse leden hun sporen verdiend hebben met het winnen van dicht- en verhalenwedstrijden, anderen met de uitgave van dichtbundels, verhalenbundels en romans.

In ‘Schreef’ dat vier keer per jaar verschijnt staat poëzie van allerlei dichters die niet of vaak nog maar net gepubliceerd zijn, opgenomen met een gedicht. Een van die dichters is Ali Şerik (1962). Deze uit Turkije afkomstige dichter publiceerde in Turkije drie dichtbundels en in Nederland inmiddels 5 bundels waaronder ‘De zachte veren van de tijd‘ uit 2024.

Voor het Nationale Boekblog schrijft hij van maart 2012 tot augustus 2013 elke vrijdag een gedicht. In 2024 begint hij hier opnieuw mee, nu maandelijks met een gedicht. Op dit moment publiceert hij ook regelmatig gedichten in het blad ‘Dichter’ van Plint. Ook is Ali recensent voor Meander.

In de ‘Schreef’ is het gedicht ‘De lente komt’ van zijn hand opgenomen. En hoewel de zomer bijna een feit is, toch een toepasselijk gedicht voor deze tijd van het jaar.

.

De lente komt

.

Wat zeker is, is dat de lente komt.

Of wij lief voor elkaar zijn

of het tegendeel proberen te bewijzen

de lente komt sowieso, als een eigenwijze kleuter.

.

De kou van de winter ontdooit

bomen schudden zich wakker

de leeuwerik is weer terug om te zingen.

De lente komt als vechtende meerkoeten.

.

De aarde ontwaakt met spinnen en vleermuizen

houten vogelnestjes worden schoongemaakt

winterjassen krijgen een stille plek.

De lente komt als de vleugels van zwanen.

.

Zaad voor nieuw leven ontkiemt

geschreeuw van kinderen steekt de straat over

iemand kust iemand vol op zijn of haar mond.

Wat zeker is, is dat de lente komt.

.

Metamorfosis-Poetica

Activiteiten Poëzieweek 2026

.

In aanloop naar de Poëzieweek pik ik uit het aanbod aan activiteiten elke keer een activiteit die ik interessant vind. Vandaag een activiteit van Casa Munganga uit Amsterdam. Op 1 februari 2026 organiseren Glen Hernández en Ramón Hanio in samenwerking met teatro Munganga en Poetry International een gratis evenement van 14.00 tot 17.00 uur onder de titel Meta-Morfósis-Poética. Een podium waar tien dichters uit allerlei hoeken van de wereld voorlezen en voordragen uit hun eigen werk. In twee blokken en afgelsoten door een open podium.

Deelnemende dichters zijn Daniela Rosas, Karina Miñano, Nafiss Nia, Mohammad Al-Amin, Rómulo Meléndez, Carlos Trafic, Alexandra de Castro, Pablo Garrido, Simon Mulder en Jos van Hest. Zij lezen en dragen voor in het Spaans, Arabisch en het Nederlands. Teatro Mungana vind je aan de Schinkelhavenstraat 27 HS in Amsterdam.

Nafiss Nia (1968) is een Iraans-Nederlandse filmmaker, dichter, cultureel ondernemer en spreker. In 1992 vluchtte ze uit Iran naar Nederland. Nafiss is directeur van de Granate Foundation in Amsterdam en produceert in die hoedanigheid programma’s zoals ‘Words That Matter’, ‘The Poetry on the Sidewalk’ en ‘How do you dance a poem’. Ze studeerde film in Iran aan de filmfaculteit van de Kunstuniversiteit en moderne Perzische literatuur aan de Staatsuniversiteit in Teheran. In Nederland studeerde ze scenarioschrijven aan de Film- en Televisieacademie in Amsterdam.

In 2019-2020 volgde Nafiss het LinC Lage Landen-programma, georganiseerd door de Universiteit Utrecht en de Business School in Antwerpen. LinC is een programma voor leiders in de kunst- en cultuursector die werkzaam zijn in Nederland en Vlaanderen. Ze draagt regelmatig haar gedichten voor op literaire & culturele podia en geeft poëzieworkshops in Nederland en het buitenland, op uitnodiging en in opdracht.

Haar eerste gedicht in het Nederlands is getiteld ‘Ja of nee’. In het licht van de gebeurtenissen momenteel in Iran is dit gedicht weer heel actueel.

.

Ja of nee

.

Zeg: nee

luid en sterk

zeg ik tegen mezelf.

.

Er valt niet te proberen

nee komt er niet makkelijk uit.

Nee durf ik niet te zeggen.

.

En ja!

betekent geen smeken

geen sympathie kopen

geen hogerop komen

.

ja betekent gewoon ja.

.

Zeg geen ja

wanneer je nee wil zeggen

zeg ik tegen mezelf.

.

 

 

Jonge dichter

Tesse Reversma

.

Afgelopen donderdagavond was de jury van de Jana Beranováprijs bijeen om te bepalen wie deze prijs begin 2026 ontvangt. Ik mocht opnieuw deel uitmaken van deze jury (eerder was ik jurylid in 2023). De Jana Beranováprijs is een landelijke prijs voor literaire verdiensten, toegekend aan een auteur uit het Nederlandse taalgebied, vernoemd naar de dichter Jana Beranová. Een onafhankelijke jury kiest een schrijver die de artistieke vrijheid en integriteit vooropstelt, zonder te hechten aan waardering op grond van conventionele, modieuze of morele criteria. Een van de andere juryleden Gina van den Berg, vertelde me over een jonge dichter en organisator van poëziepodia in Utrecht Tesse Reversma. Op zoek naar werk van haar kwam ik op de website van 3voor12 Utrecht.

Per 1 mei 2024 heeft muziekcomplex dB’s het CAB-gebouw verlaten. Het CAB gebouw is een gemeentelijk monument. Toen het laatste concert was gespeeld en de laatste biertjes waren gedronken legde fotograaf Lisanne Lentink het gebouw vast in beeld en Tesse Reversma schreef een tekst bij. Een gedicht zou je kunne stellen. Hier is dat gedicht.

.

vraag: is er een dB’s wc in de hemel?
het is niet hetzelfde: geen leven, de stickers zijn verdwenen
het mist de mensen, een verleden

blijf spelen
death metal, okergeel en ook de tegels
bezaaid met plaatjes, prikken gaten
op de stoelen waar we zaten, bier dronken
het is niet verlaten als je niemand achterlaat

door klapperende klapperdeuren
naar krappe backstage en niet zo zeuren
lang haar stug graaien in een lege kom
de zaal terug draaien rond en rond en andersom
mok achter mok vaasje de chaos en dan toch

het is er
lege fusten, nieuw geluk en
bouwen, verhuizingen
een volgorde van de dingen

nieuwe tegels, rauwe randjes (ze glanzen)
de kansen om te plakken, alles even op te pakken
aan te raken voor een eerste keer en heel veel daarna

in precies genoeg zooi
graai je naar koekjes in opnieuw gevulde bakken
blijft af van volle bierkratten
plakt belangrijke boodschappen
wijst in alle richtingen
glimmende bestickeringen

het is er
een volgorde van de dingen
doei is niet het einde

het is er 2x
het hart is niet te klein je
hebt de rest als geschiedenis
belooft elkaar, precies

genoeg te missen
totdat het er weer is

.

Tesse Reversma

Lisanne Lentink

dB’s in het CAB-gebouw

Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer

Twan Vet

.#

Ik las dat de debuutbundel van Twan Vet (1998) ‘Troostpogingen’ die dit jaar uitkwam het erg goed doet in de verkopen en als liefhebber van poëzie kan je daar alleen maar blij mee zijn. Blijkbaar wordt er dus nog wel degelijk poëzie gekocht (en niet alleen gelezen of geschreven). Van Twan Vet werden er in MUGzine #28 enkele gedichten gepubliceerd. Maar hij werkt al langer als dichter aan de weg. Zo werden zijn gedichten gepubliceerd in onder meer Het Liegend Konijn , Hollands Maandblad en NRC. Hij droeg voor op literaire festivals zoals Crossing Border en Dichters in de Prinsentuin.

En eigenlijk is ‘Troostpogingen’ feitelijk niet zijn echte debuut. Zo verscheen in 2022 ‘DEMarrage’ een poëzie chapbook met Sofie Verraest, in datzelfde jaar ‘Amersfoorts Heimwee’ (gedichten bij foto’s van Cas Oorthuys) en in 2024 ‘Dag stad’ verzamelde stadsgedichten die hij schreef als stadsdichter van Amersfoort in de periode 2021 tot 2024.

In 2021 richtte hij, samen met Sjors Nab en Wijnand Reijmerink, literair tijdschrift Landauer op. In 2023 werd in Landauer een gedicht van mijn hand opgenomen ‘Lijnen‘. In 2021 was Vet Ambassadeur van de Vrijheid van het Bevrijdingsfestival Utrecht. Maar zijn grootste bekendheid kreeg hij na optredens bij Eus’ Boekenclub en als deelnemer aan De Slimste Mens, beide in 2025.

Lezend in zijn bundel ‘Troostpogingen’ kwam ik bij het gedicht ‘Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer’ een gedicht dat vet schreef nadat eind 2024 bekend werd dat Minister Faber deze cynische borden had willen laten plaatsen bij AZC’s. Zover is het gelukkig nooit gekomen maar het gaf Vet genoeg inspiratie voor dit gedicht.

.

Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer

.

Wij wisten het land te liggen, kruisten hoopvol

een plaatsnaam aan en besloten om te gaan.

.

Alles wat we in de haast konden verzamelen

namen we mee: kinderen, kleding en elkaar.

.

Met elke kilometer leken we iets van thuis

te vergeten: hoe het licht viel in de straten,

.

de geur van onze pasgewassen lakens,

de taal die we met vrienden spraken.

.

Na zeven taaie dagen kwamen we ergens aan-

er stond alleen een spandoek voor ons klaar.

.

 

De nacht, de prachtige nacht

Nacht van de Poëzie

.

Afgelopen zaterdag was ik op de 42ste editie van de Nacht van de poëzie in Utrecht georganiseerd door het ILFU. Voor de derde keer alweer en het was weer een feest om tussen de poëzieliefhebbers naar bijzondere, mooie en interessante poëzie te luisteren. Een avond en nacht waar je nooit helemaal iedereen kan bekijken en beluisteren. Zo heb ik helaas Lin An Phoa gemist. Omdat de programmering nooit bekend is (wel wie er komt maar niet wanneer en hoe laat) en ik om half drie weg moest in verband met mijn terugreis, en omdat Lin An als laatste was (wat ik al had verwacht) heb ik haar optreden dus gemist. Het goede nieuws is dat zij volgend jaar de Nacht van de poëzie mag openen.

Wie ik in ieder geval wel gezien heb was Judith Herzberg, al flink op leeftijd maar een uitnodiging van de Nacht liet ze niet aan haar voorbij gaan, Marc Reugebrink, die speciaal voor de Nacht een lang gedicht uit zijn hoofd had geleerd, tijdens zijn dagelijkse wandeling met zijn hond over de begraafplaats in de plaats waar hij woont, Charlotte Van den Broeck, die nog eens in Utrecht het gedicht ‘Plakboel’ deed, net zo indrukweekend en mooi als eerder, en dat nadat ze 9 weken geleden was bevallen van een zoon, Neeltje Maria Min, die me toch weer verraste met haar bijzondere (en vaak ook grappige) poëzie, Lieke Marsman, als altijd met prachtige poëzie, Bob Vanden Broeck (geen familie van) met een heerlijk surrealistisch aandoend gedicht waarin observatie een belangrijke rol speelde en Pim Lammers die maar weer eens bewees dat poëzie voor alle leeftijden belangrijk en inspirerend is.

Dit is maar een selectie van de dichters die ik zag en hoorde maar wel mijn favorieten. Tel daarbij de grappige, puntige, liefdevolle en zeer adequate inleidingen van elke dichter door Ester Naomi Perquin en Piet Piryns toe, alsmede de bijzondere entre-actes van bijvoorbeeld De Niemanders en de bizar geweldige dansers van Panama Pictures en de vele stands van poëzie-uitgevers en -organisaties en je hebt het recept te pakken van een geweldige en inspirerende Nacht van de Poëzie.

Een gedicht dat me erg is bijgebleven is het gedicht ‘Notendop’ van Neeltje Maria Min. In de bundel opgenomen die elk jaar wordt uitgedeeld en waarin gedichten van alle dichters terug te vinden zijn.

.

Notedop

.

Mijn favoriete programma begint om 7 uur ’s avonds.

Ik zit aan tafel met zicht op de digitale klok van het fornuis.

.

Kijk: 19.00, het geboortejaar van mijn vader.

Achttien minuten pauze voor koffie en krant en dan

verschijnt mijn moeders geboortejaar.

Een tweede kop koffie, het laatste stuk krant,

]10 over half 8: de oorlog nadert, mijn ouders gaan trouwen.

Na 1 minuut wordt A. geboren, na 3 minuten J.

Dan komt het ho0ogtepunt van de avond: 19.44, mijn

eigen jaar. Nog 6 minuten en het gezin is compleet.

.

M. werd om 3 voor half 8 geborenen stierf om 6 over 8.

Oogwenk na oogwenk verdwijnen wij van het scherm.

Onze leventjes niets dan notedopjes.

.

.

Marc Reugenbrink

 

Judith Herzberg

Lieke Marsman

Neeltje Maria Min

Charlotte Van den Broeck