Site-archief
De 43ste nacht van de poëzie
Wees niet verdrietig, hier is de nacht
.
Onder dit motto of deze dichtregels van dichter Antjie Krog was afgelopen zaterdag op zondagnacht de 43ste Nacht van de Poëzie. En dit keer voelde het heel vertrouwd en was het bijna zoals thuiskomen. Dat moet ik even uitleggen. Elke Nacht van de Poëzie voelt als thuis, het vieren van de poëzie, van de dichtkunst, van de dichters tijdens een avond en nacht is een feest. Om samen met een uitverkocht Tivoli maar liefst 19 dichters en verschillende entr’acts te mogen beleven, dichters en bekenden te spreken en naast het aankopen van dichtbundels ook ons eigen mini poëziemagazine MUGzine te promoten, is elke keer weer een hoogtepunt van het jaar.
Maar dit jaar voelde anders, dit jaar waren er verschillende dichters uitgenodigd die ik ken, jaren geleden op podia had uitgenodigd toen ze nog volledig onbekend waren, op open podia tegen kwam bij poëziestichting Ongehoord!, bij de Poëziebus en dichters die de afgelopen jaren in MUGzine hadden gestaan.
Zo traden Lotte Dodion, Lucas Rijneveld en Merlijn Huntjens op. De eerste twee ken ik van Ongehoord! en Lotte van de Poëziebus, Lucas van samen een podium delen in Zeist, Merlijn van Ongehoord!, de Poëziebus en MUGzine. Ook Anton Korteweg (in rolstoel, hij had zijn onderbeen gebroken maar was er gewoon) van MUGzine en tot slot Dean Bowen waar ik destijds samen mee in de Raad van Toezicht van de Poëziebus zat en wie zelf de eerste editie mee ging (waar ik ook aan deelnam maar niet als meerijdend dichter). En dan was er Lin An Phoa die de Nacht mocht openen nadat ze deze vorig jaar de Nacht sloot en die ik bij een poëzieavond in Beelden aan Zee had leren kennen als begenadigd dichter en Ingmar Heytze die ik al op zoveel podia tegen kwam (poëzie lagogo, Augusta Peaux festival etc.).
Allemaal dichters waar ik de afgelopen jaren mee ben gegroeid en die ik heb gevolgd. Maar er was meer. Een prachtig en gedenkwaardig optreden van Antjie Krog, David van Reybrouck als dichter, Francesca Birlogeanu die ik niet kende maar die ik zeker ga volgen, Charles Ducal, Els de Moor en ga zo maar door. En als verrassing tussen de dichter optredens door Jenny Areans (op 84 jarige leeftijd en dan zo zuiver zingen) samen met Cor Bakker, Duo Zeffiretti (Virtuoos klavecimbelspel met barokzang van de ‘Freddy Mercury van de klassieke muziek’) dat heel veel indruk maakte, Elmer die de zaal liet kolken en Klezmagic die net voor de afsluitend dichter Merlijn Huntjens iedereen de voetjes van de vloer liet gaan. En dan natuurlijk niet te vergeten het heerlijke langjarige presentatie duo Ester Naomi Perquin en Piet Piryns. Kortom opnieuw een Nacht om nooit te vergeten.
Uit de Nachtbundel die elke bezoeker krijgt bij binnenkomst koos ik voor het gedicht ‘Aan de dood’ van dichter Ivar van der Walle (1998) uit zijn in 2026 verschenen bundel ‘Aluminiumfolie’.
.
Aan de dood
.
Ik wil geloven dat ik je heb verzonnen.
Je bestond wel maar ik heb je verzonnen,
besloten je niet los te laten,
iedere dag te overwegen.
.
Ik heb je verzonnen zoals
mensen verzinnen hoeveel schepjes suiker
ze in hun koffie lekker vinden.
Als iemand die wacht op een ongekreukte liefde.
.
Ik liet je binnen.
Het leek verstandig om je uit te nodigen,
zoals mensen besluiten in een dorp te blijven wonen,
agenda’s meenemen.
.
Ik gaf je een eenpersoonsmatras in de keuken.
Ik liet je aan het woord met geliefden,
zo kwamen ze achter mijn ogen.
.
Ik heb je verzonnen
als muziek bij een afscheid.
Sinds het orkest me heeft omringd,
ga ik nergens meer vandaan.
.
Maarten van der Graaff
Merlijn Huntjens
Lin An Phoa
Lucas Rijneveld
Noppenfoliefolie
.
Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en heb ik, met mijn ogen dicht, de bundel ‘Kalfsvlies’ van Marieke Rijneveld (1991) gepakt. Van (sinds 2023) Lucas Rijneveld heb ik al enige tijd niets meer gehoord. Zijn laatste wapenfeit is alweer van 2022 toen hij het Boekenweekessay schreef voor het CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek).
In 2015 ging er een kleine schok door literair Nederland toen Rijnevelds debuutbundel ‘Kalfsvlies‘ werd gepubliceerd, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs 2016 voor het beste poëziedebuut van het jaar. Hierna volgde het uitroepen van Rijneveld door de Volkskrant tot literair talent van 2016.
De rest is geschiedenis. Het enorme succes van zijn roman ‘De avond is ongemak’ waarvoor hij in 2020 de prestigieuze International Booker Prize won, zijn 2e dichtbundel ‘Fantoommerrie‘ in 2019 waarvoor hij de Ida Gerhardt Poëzieprijs won in 2020, de rel rondom het mogelijke vertalen van Amanda Gormans voordracht ‘The Hill We Climb’ tijdens de inauguratie van president Biden in de Verenigde Staten en uiteindelijk het verschijnen van zijn derde bundel ‘Komijnsplitsers‘ in 2022.
Waar hij sinds 2018 elk jaar een roman of dichtbundel publiceerde, is er nu al sinds 2022 niets meer op literair vlak vernomen van Rijneveld behalve dan dat hij het gedicht voor de Nationale Dodenherdenking in 2023 schreef en dat zijn verwachtte roman ‘Het verdriet van Sigi F.’ om onduidelijke reden niet verscheen in 2023. En dat is spijtig. Ik ken Lucas al heel lang (sinds zijn 16e) en ik heb veel respect en waardering voor zijn werk. Als dichter is er geen ander zoals hem in het huidige tijdgewricht.
Maar gelukkig hebben we zijn bundels nog (in afwachting van nieuw werk). In de bundel ‘Kalfsvlies’ koos ik, opnieuw zonder te kijken, voor het gedicht ‘Noppenfolie’.
.
Noppenfolie
.
Van bovenaf gezien is dit trappenhuis net een badkuip, ik denk aan een film met een
clown die uit een putje kroop, sindsdien leg ik er bij het douchen een washandje op.
.
In een woning schuilen vele herinneringen als onderduikers die op een dag
tevoorschijn moeten komen, zoals de keer dat mijn broer onder mijn bed
was gekropen en een kat nadeed. Later was hij degene die voor het eerst
godverdomme riep, alleen met muren kun je kinderen binnen houden.
.
Toen ze hem kwamen ophalen stond vader in zijn overall half gebogen
met zijn hoofd tussen de spijlen van de trap, zweetdruppels op zijn
voorhoofd als noppenfolie als je hard werkt verbrand je op den duur
je tranen, riep hij. Ik vouwde mijn handen om mijn zusjes oren, hopend dat
hij naar beneden zou stormen, de radio aanzetten en dansen
.
zoals we van hem gewend waren. Vrolijk om de sfeer als verlichting
aan te knippen. Dat we zouden lachen en mijn broer niet opgeslokt werd
door monden van grijze meneren aan het einde van de traptreden. Mijn nachten
.
zwarter werden omdat ik nooit meer wist wie er zich nu dubbelvouwde om onder
mijn bed te kunnen passen, clowns niet langer eng waren, alleen maar eeuwig dronken.
.
Tweede moeder
Dicht Slam Rap
.
Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet ben ik een fervent bezoeker van tweedehandsboekenwinkels en kringloopwinkels. Vooral omdat ik daar met enige regelmaat boeken en bundels voor een nette prijs vind die (vaak) niet meer in de reguliere handel zijn te krijgen. Zo liep ik afgelopen weekend tegen het bundeltje Dicht Slam Rap uit 2014 tegen het lijf. Een bundeltje dus van 10 jaar geleden. En wat ik zo aardig vind aan deze bundel, samengesteld door Marcel Linssen, Maarten Gulden en ACG Vianen, is dat ik verschillende van de dichters die in de bundel vertegenwoordigd zijn ken uit die tijd (en vaak nog steeds). De link naar de website werkt niet meer helaas maar gelukkig hebben we deze bundel nog.
In de bundel staan gedichten van dichters die toen nog aan het begin van hun carrière als dichter stonden. Zo lees ik gedichten van Lotte Dodion, Marco Martens, Merlijn Huntjens, Loren Brouwers, Jelmer van Lenteren, Hervé Deleu, Irene Siekman, Rinske Kegel en Marieke Rijneveld. Stuk voor stuk dichters die ik op ons podium van poëziestichting Ongehoord! heb mogen ontvangen. Van de een hoor ik wat minder van de ander heel veel maar indertijd waren deze dichters vaak nog jong en nog niet landelijk bekend.
Marieke Rijneveld (inmiddels Lucas Rijneveld) was in 2014 23 en had op 17 jarige leeftijd al gedebuteerd op een poëziepodium (ook bij poëziestichting Ongehoord!) maar moest nog doorbreken bij het grote publiek in 2015 met de bundel ‘Kalfsvlies’. In ‘Dicht Slam Rap’ staan twee gedichten van hem. Een daarvan is getiteld ‘Tweede moeder’.
.
Tweede moeder
.
Eén keer in de maand maak ik van een onbekende vrouw
mijn tweede moeder. Ik geef haar de naam van iemand
.
uit de Libelle en laat haar steeds vragen hoe het met mij
gaat. Ze draagt legerkleding en schiet op mij als ik vind dat
.
ik eventjes dood mag. Af en toe moet ze kanker, het is
zwaar zo een zieke moeder, zeg ik dan tegen de taxichauffeur.
.
Soms neem ik haar ook mee naar mijn ouders, te oud
fluisteren ze in de keuken en hoe lang ze nog heeft.
.
Natuur en Klimaat
Frouke Arns
.
In een tijd waarin er een kabinet komt dat natuur en klimaatverandering niet alleen volledig negeert, maar zelfs allerlei maatregelen wil nemen die de natuur ernstig schaden, en de klimaatverandering nog wat versnellen, in plaats van dat ze hun verantwoordelijkheid nemen richting een betere toekomst, lees ik in de bundel ‘Natuur’ uit 2022. In deze bundel, samengesteld door Lucas Rijneveld (1991), toen nog onder zijn dubbele naam Marieke Lucas Rijneveld, staan allerlei gedichten over de natuur uit het Nederlandse taalgebied.
Hij kwam boven met de mooiste Nederlandstalige gedichten over het ons omringende natuurschoon, maar ook met onheilspellende verzen. Want niets is zo bedreigend voor de natuur als de mens die vergeten is dat hij daar zelf onderdeel van uitmaakt, zoals maar liefst de meerderheid van de door ons democratisch gekozen Tweede Kamerleden (we roepen het over onszelf af).
In de bundel staat ook het gedicht ‘Klimaat’ van dichter Frouke Arns (1964) uit haar bundel ‘De camambertmethode’ uit 2018. Dit is zo’n onheilspellend en voorspellend gedicht want door de maatregelen die dit nieuwe kabinet wil nemen zal de laatste zin uit het gedicht eerder waarheid worden dan we hopen en vrezen.
.
Klimaat
.
Meer dan ooit vroegen we ons dat jaar af
wat de prijs is van kappen
.
hoe een bosrand ontstaat
of een dier weet dat het op een eiland leeft
.
hoe een vogel zich zo weet te vouwen
dat hij precies door het gat van zijn nestkast past
.
wat het soortelijk gewicht is van smeltend ijs
– hoe altijd soms is
.
waarom je niet wenteltrap kunt zeggen
zonder dat je hand omhoog kringelt
.
als rook uit een schoorsteen op een huis
waarin het behaaglijk was
.
wat het precies is
dat het einde van een tijdperk markeert.
Kind
Iduna Paalman
.
Ik heb één keer voorgedragen op het Taalpodium in Zeist. Dat was in 2014, men had mij uitgenodigd en ik deelde toen het podium met Lucas Rijneveld Literair Zeist heeft een zeer aangename website waarop ook nog eens veel poëzie te lezen is.
Al browsend over deze website kwam ik op de gedichtenpagina van Iduna Paalman (1991). Van haar las ik het gedicht ‘Kind’ en dat vind ik een zeer herkenbaar gedicht. Ik denk dat iedereen weleens zo over zichzelf denkt, over het kind dat nog ergens verborgen zit in het eigen volwassen lichaam. Het gedicht werd genomen van de website van Ooteoote.nl
.
Kind
,
een kind in mij, het kietelt
alsof het er hoort, een label
in een sporttenue, het rent rustig
lussen om mijn wervelkolom
en ik knik langzaam, voel het schoppen
tegen schenen, voetbal al met de benen
van mijn kind
met wie er adem vindt, mijn ribben
omklemmen alle troost, gevangen bal
tussen de palen
het komt, misschien een rondje joggen wil
of elkaar als maten een hand toe slaan
op dit donkere veld, een kat
langs de rand, hijgen in tweeslag, licht
uit de huizen.
















