Site-archief

Nestblijvers

Pauline Pisa

.

Pauline Pisa (1968) is dichter en schrijver. Zij was huisdichter bij het radioprogramma ‘Echo’ op NPO Klassiek, was een van de stadsdichters van Utrecht en is momenteel stadsdichter van Zeist samen met Jan-Paul Rosenberg. ‘Huilen uit één oog’ gedichten en voorvallen, is haar derde bundel. In 2006 won ze wel de maandelijkse poëzieslag in Festina Lente. In 2008 debuteerde ze met de bundel ‘Het gestolen wijf’ geïnspireerd op en opgedragen aan Kanaleneiland, een wijk in Utrecht. In 2015 volgde de bundel ‘Halfrust’ en nu dus, in 2026 haar derde bundel ‘Huilen uit één oog’. Poëzie van haar is te lezen op de website van Literair Zeist.

Uit haar nieuwe bundel koos ik het gedicht ‘Nestblijvers’.

.

Nestblijvers

.

We staan voor het raam, mijn broer en ik.
De stand van zijn schouders houdt hem zestien.
Buiten bluffen de merels, hun lied overstijgt de ouderdom.

.

Achter de luxaflex rusten onze jaren dertig-ouders.
Pa’s lok stamt uit de tijd van James Dean.
Ook de oude klok is nog in leven, zijn ballen neigen naar de grond.

.

In de bijkeuken is een boom gegroeid.
We zijn inmiddels opgeschoven. Onze kinderen dragen de trekken
van onze voorouders, in hun tongval leeft ons dialect.

.

De schoorsteen rookt, er is nog pluim, en vuur voor een gedicht.
Ma heeft een stroopwafel voor ons apart gelegd.

.

Kind

Iduna Paalman

.

Ik heb één keer voorgedragen op het Taalpodium in Zeist. Dat was in 2014, men had mij uitgenodigd en ik deelde toen het podium met Lucas Rijneveld  Literair Zeist heeft een zeer aangename website waarop ook nog eens veel poëzie te lezen is.

Al browsend over deze website kwam ik op de gedichtenpagina van Iduna Paalman (1991). Van haar las ik het gedicht ‘Kind’ en dat vind ik een zeer herkenbaar gedicht. Ik denk dat iedereen weleens zo over zichzelf denkt, over het kind dat nog ergens verborgen zit in het eigen volwassen lichaam. Het gedicht werd genomen van de website van Ooteoote.nl

.

Kind

,

Geregeld groeit er
een kind in mij, het kietelt
alsof het er hoort, een label
in een sporttenue, het rent rustig
lussen om mijn wervelkolom
.
de mensen noemen me soms moeder
en ik knik langzaam, voel het schoppen
tegen schenen, voetbal al met de benen
van mijn kind
.
mijn borstkas deel ik als het even kan
met wie er adem vindt, mijn ribben
omklemmen alle troost, gevangen bal
tussen de palen
.
ik train mijn uithoudingsvermogen voor als
het komt, misschien een rondje joggen wil
of elkaar als maten een hand toe slaan
op dit donkere veld, een kat
langs de rand, hijgen in tweeslag, licht
uit de huizen.
.