Site-archief

Stripgedicht

Marc Weikamp

.

In het poëzietijdschrift Awater wordt in elke editie een kunstenaar gevraagd een gedicht te ‘verstrippen’. In jaargang 9 uit 2010 verscheen er zelfs een essay over het in stripvorm weergeven van gedichten in Awater door Patty Scholten. Inmiddels zijn we vele jaren verder en is het in stripvorm weergeven van gedichten niet nieuw meer in Nederland. Dat blijkt ook uit de bundel beeldverhalen van gedichten en liedteksten ‘Dichter in de Achterhoek’ uit 2021 van grafisch ontwerper en illustrator Marc Weikamp (1976).

De 6 gedichten (en liederen) die Marc Weikamp in stripvorm omzette zijn heel divers maar hebben allemaal gemeen dat ze een directe link hebben met de Achterhoek. Dit zijn die gedichten en liederen:

-Willem Sluiter is de eerste dichter die de naam Achterhoek bezigt. Zijn beroemde dichtregels ‘Waer iemant duisent vreugden soek, Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek’ werden in 1668 gepubliceerd.

-Herdenking, van A.C.W. Staring (1767-1840), is een gedicht over natuur en ontluikende verliefdheid uit de Romantiek.

-‘Ik heb van de natuur nog nooit genoten / Als hier op Hoonte in de Achterhoek’. Deze regel komt uit het gedicht ‘Hoonte’ (1949) van Gerrit Achterberg dat hij schreef tijdens zijn verblijf in Neede.

-Het dialect-lied ‘Oerend hard’ (1976) van Normaal geeft een heel herkenbaar Achterhoekgevoel; de beleving van de kameraadschap, de boeren (sub) cultuur en de no-nonsens mentaliteit.

-‘Vrouw Begeerdink’ (1992) is een humoristisch lied van de Achterhoekse dialect-band Boh Foi Toch. Het is geschreven door Hans Keuper, zanger en tekstdichter.

-‘Eensklaps roeken’ (2013) van H.C. ten Berge, speelt zich af op de verkeersbrug over de IJssel bij Zutphen. De brug vormt de entree tot de Achterhoek, zoals op een bord langs de weg staat te lezen.

Hieronder zie je een paar voorbeelden van wat Marc ervan heeft gemaakt. Het boek met alle gedichten is nog steeds te koop.

.

 

We geven de zaak uit handen

MUGzine #33

.

Omdat wij, de makers van MUGzine, een bepaald idee hebben over hoe we MUGzine willen maken (verrassend eigenwijs, lieflijk irritant en niet onopgemerkt) hebben we voor de nieuwe editie iets nieuws bedacht: De gastredacteur. We willen poëziekenners en -liefhebbers gaan vragen of ze gastredacteur willen zijn van MUGzine. Hoe vaak en wanneer we dat gaan doen, tsja dat weten we zelf eigenlijk nog niet, maar tenminste een keer per jaar.

Een gastredacteur krijgt van ons de vrije hand om dichters te benaderen en te vragen om een bijdrage. Uiteraard geven we een gastredacteur wat kaders mee, MUGzine kent tenslotte haar beperkingen (A6 dus geen ellenlange gedichten en geen heel lange regels). En wanneer een gastredacteur ook een kunstenaar of illustrator wil aandragen dan mag dat ook.

Als eerste gastredacteur vroegen we Wim van Til (1955), voor wie ook maar enige notie heeft van de stand van de poëzie in Nederland, geen onbekende. Wim wist dichter en schrijver Frouke Arns te strikken en twee debuterende jonge talenten Famke Houthoff en Solaris. Uiteraard droeg hij zelf een paar gedichten aan en voor de illustraties wist hij niemand minder dan Julia le Fevre binnen te halen, de dochter van Esther Jansma.

Natuurlijk wordt de nieuwe editie geopend door onze redactiefilosoof Marianne en tekende Bart van BRRT.graphic.design voor de vormgeving, is de rubriek Muggenzuchten terug en ronden we ook deze editie af met een Luule.

Zoals je inmiddels ongetwijfeld weet is elke editie van MUGzine gratis te lezen op mugzines.nl maar de ware liefhebber wil natuurlijk het papieren kleinood dat van elk nummer wordt gemaakt thuis ontvangen. Dat kan heel eenvoudig door donateur te worden. Klik hier en lees hoe.

Geen blog zonder gedicht, dit keer van de gastredacteur zelve.

.

Bagdad-Amersfoort, enkele reis

.

Waar zwijgen zich keert tegen de kade,
deze tien vingers dit landschap betasten
en mijn muze rust in de val van blad,
verdwijnt wat ik liefheb.

Mijn woorden gaan scheep in de maan,
mijn lippen houden de wacht bij de bron.
Tot het water terugkeert,
houden mijn lippen de wacht.

.

 

Zomereditie MUG

Frouke Arns

.

Zoals ik pas geleden al schreef hebben we voor MUGzine nummer 33 voor het eerst een gastredacteur gevraagd. De eerste gastredacteur is Wim van Til en hij heeft een aantal zeer fijne dichters gevraagd een bijdrage te leveren. Naast gedichten van hemzelf heeft hij twee aanstormende talenten weten te strikken; Famke Houthoff en Solaris, en hij heeft Frouk Arns weten te overreden om een bijdrage te leveren waar ik persoonlijk heel blij mee ben. Ik heb grote waardering voor de poëzie van Frouke. En als klap op de vuurpijl heeft Wim ook nog eens de zeer getalenteerde Julia le Fevre zover gekregen dat zij voor de illustraties zorgde. Al met al een bijzonder geslaagd eerste gastredacteurschap dat zeker navolging gaat krijgt.

We verwachten nummer 33 van MUG in juli te publiceren, de laatste hand wordt momenteel gelegd aan de afwerking. Om alvast in de sfeer te komen heb ik een gedicht van Frouke Arns erbij gepakt uit De Revisor jaargang 2016 getiteld ‘Plattegrond’.  Frouke Arns (1964) is tekstschrijver, redacteur, literair vertaler en dichter. In de periode 2015-2016 was zij Stadsdichter van Nijmegen. Haar gedichten werden gepubliceerd in onder meer de Poëziekrant, Het Liegend Konijn, Schrijven Magazine, Het Parool en nrc.next. Arns viel met haar werk verschillende keren in de prijzen. Zo won ze onder andere de Meander Dichtersprijs, de literaire prijs van de Stad Harelbeke en de jury- en publieksprijs van de Nijmeegse editie van ‘Aan het woord!’. Ook heeft ze inmiddels twee romans gepubliceerd, haar derde roman verschijnt deze zomer.

.

Plattegrond

.

Berlijn was jong aan haar oevers, het bier liep over straat.
Op een bank zat een vrouw te bellen, haar vlees hing
aan alle kanten over, haar stem kristalhelder in de nacht.
.
Ik werd aangesproken in het Spreepark door een Penner
die me wegwijs wilde maken; in ruil daarvoor hield hij zijn hand op.
Bij Zenner dansten dames met watergolven zich terug hun jeugd in.
.
Blote heren lagen in het Tierpark op beladen gras. Augustus, de stad was open-
gebroken en klam, overal resten van muur en wespen. Eentje stak;
ik voelde het gif de hele nacht gonzen.
.
Later zag ik hoog vanuit de koepel wat de stad beneden niet prijsgeeft
– sprakeloos lag zij aan mijn voeten – van scheiding geen sprake.
Wolken dreven de dag uiteen.
.
Bij het monument
had iemand gevraagd wat het gekost heeft en
iemand had geantwoord: miljoenen
.

Nog meer concrete poëzie

Bordeaux

.

Afgelopen weken was ik op vakantie in Frankrijk, het zal je niet ontgaan zijn, en daar bezocht ik onder andere Bordeaux. In Bordeaux is het museum van hedendaagse kunst (het CAPC) met onder andere een prachtige tentoonstelling van de Chinese kunstenaar (Hong Kong) Trevor Yeung. In een zijvleugel echter was er ook een tentoonstelling van kunstwerken gemaakt door, ik denk, leerlingen van een middelbare school.

De reden dat ik hier bij stil wil staan is dat zij allemaal voorbeelden van concrete poëzie hadden gemaakt, die daar in een ruimte werden tentoongesteld. Concrete poëzie is meer dan dat maar om het hier even plat te slaan, het betreft in dit geval een vorm van beeldpoëzie die, met name in Frankrijk, bekend werd door mensen als Max Jacob en Guillaume Apollinaire, maar ook in vele andere landen bekend is en vaak niet door de minste kunstenaars en of dichters (Joan Brossa, Freda Kamphuis, Paul van Ostaijen).

Hieronder dus een aantal voorbeelden van Franse middelbare schoolleerlingen. Als je goed kijkt zie je dat ze een vorm hebben gekozen bij de woorden die ze gebruikt hebben in het ‘gedicht’.

.

 

Rhizome

Wortel woorden

.

Soms lees ik iets, een zin of een woord in een krant, tijdschrift of op een website waar ik de betekenis niet van ken. Vroeger hadden wij thuis Readers Digest (De Nederlandse versie) en daar stond altijd 1 pagina met moeilijke woorden onder de titel Verrijk uw woordenschat. waarvan je dan de betekenis kon raden. Je kreeg dan 4 mogelijke betekenissen en de juiste zat daarbij. Ik heb daar heel veel woorden van geleerd waar ik later profijt van heb gehad. Ook zoiets als het Woordenboekspel kan je woordenschat behoorlijk vergroten.

Ik moest hier aan denken toen ik in een museum op een verklarend bordje bij een kunstwerk van de Belgische kunstenaar Michel Francois (1956) het woord Rhizome las. Ik vraag me af hoeveel van jullie lezers dit woord kennen? Waarschijnlijk de biologen en botanisten onder ons wel want het woord betekent zoveel als ondergrondse plantenstengel die wortels en scheuten uit zijn knopen laat groeien . Rizomen worden ook wel kruipende wortelstokken of gewoon wortelstokken genoemd. 

Wanneer je het woord opzoekt staat er ook een verwijzing bij naar de betekenis die het heeft in de filosofie: een concept in het poststructuralisme dat een samenstelling beschrijft die verbindingen mogelijk maakt tussen alle samenstellende elementen, ongeacht een vooraf bepaalde ordening, structuur of ingangspunt. Je begrijpt meteen waarom de filosofen deze term hebben omarmt. 

Zoekend naar een gedicht over Rhizome of het rizoom kwam ik terecht bij de dichter Forester McClatchey (@forestermcclatchey op Instagram) die een gedicht heeft geschreven over dit fenomeen (of toch in de sfeer van dit fenomeen) getiteld ‘Root Words’. McClatchey (1994) publiceerde gedichten in tijdschriften als ’32 Poems’, ‘The Hopkins Review’ en ‘Literary Matters’. Hij is naast dichter ook kunstenaar, schrijver, criticus en recensent. In februari van dit jaar debuteerde hij met de bundel ‘Killing Orpheus’ waarin hij de confrontatie aangaat met leven en dood vanuit het perspectief van beroemde sprekers uit de geschiedenis en literatuur, van Penelope tot het monster van Frankenstein. Het gedicht ‘Root Words’ is ook op de website ‘Versecraft‘ gedeeld en besproken.

.

Root Words

.

They say that trees can feel it when you walk.

Their fungal nerves are shuddering as your foot

thumps earth. They ponder you. A threat? They talk

about you, sending sugar through their roots,

uttering sugar-language, a grammar thick

as honey, in which every word is a root word,

and takes a week to say. A sentence trickles

over months. Conversations ooze in slurred

centuries. Long after you are dead,

they’re still debating you. They recall

the pattern of your feet, the seedlings snapped

by your passage, what little difference you made.

Your name goes dark in human circles first.

It’s held by trees a while. And then dispersed

.

Navajo poëzie

Shonto Begay

.

De 23ste Amerikaanse Poet Laureate (dichter des vaderlands) van 2019-2022 Joy Harjo (1951) schreef over de poëzie en literatuur van de inheemse bevolking van de Verenigde Staten: “De literatuur van de inheemse bevolking van Noord-Amerika definieert Amerika. Het is niet exotisch. De thema’s zijn specifiek, maar vaak universeel.” De dichters en gedichten die op de website van de Poetry Foundation verzameld zijn, laten zowel de universele als de specifieke benaderingen zien die inheemse Amerikaanse auteurs hebben gekozen om over diverse, inheemse culturen te schrijven.

De half Navajo, half Salt inheemse dichter, kunstenaar, illustrator, filmmaker, schrijver en docent Shonto Begay (1954) wordt op de website van de Colorado State University tot één van de 10 moderne Amerikaanse dichters die geschiedenis gaan schrijven, betiteld. Zijn werk is gepubliceerd in tal van tijdschriften en kranten, waaronder Canyon Road Arts, Warrior’s Voice en Arizona Daily Sun. Zijn kunst is op vele (solo)tentoonstellingen door de Verenigde Staten geëxposeerd geweest.

Zijn ervaringen met opgroeien in de inheemse Amerikaanse cultuur, zijn gedwongen verblijf op een kostschool van het Bureau of Indian Affairs en zijn tien jaar lange carrière als parkwachter bij de National Park Service hebben al zijn kunst en werk beïnvloed. Begays werk probeert de traditionele Navajo-cultuur levend te houden en tegelijkertijd de realiteit en de worstelingen van moderne inheemse Amerikanen weer te geven. Uit ‘Navajo, Visions and Voices Across the Mesa’ uit 1995 komt het gedicht ‘Down Highway 163.

.

Down Highway 163

.

The old lady in the back of the truck
Has seen days much colder
Someone’s grandmother
On the highway towards Kayenta
Only her face shows from a faded blanket
Her features are strong
Maybe she is related to the people in the front
Laughing and warm
Or maybe she is catching a ride to the trading post
She may even be returning
From the health clinic in Monument Valley
The back of the truck is cold
Among old spare tires and chains
Shovels and bare metal box
She is no stranger to Old Man Winter
She has seen many winters
It has been colder
.

Vers van de pers

MUGzine 31

.

De nieuwe MUGzine is er!, op papier en morgen op de website. Dit keer met de winnende en genomineerde gedichten van de Rob de Vosprijs (de poëzieprijs van Meander). Deze prijs werd in 2025 toegekend door de jury aan de Vlaamse dichter Rik Dereeper (1962). MUGzine #31 opent met het voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne Hermans en daarna meteen het winnende gedicht van Dereeper getiteld ‘Veldstraat 39. Een extra aanbeveling voor de kunst in #31 van Mariken van Heugten die deze editie van een voorjaarstintje voorziet, en het MUGgedicht van dichter Irene Wiersma.

De jury van de Rob de Vosprijs bij monde van Marc Bruynseraede en Monique Wilmer-Leegwater schreef over het winnende gedicht van Rik Dereeper:

In ‘Veldstraat 39’ heeft de dichter het thema ‘Dwalen’ treffend weergegeven. Het gedicht ontroert door zijn sobere toon en precieze waarneming van ouderdom, herinnering en verlies. Met groot inlevingsvermogen en zuivere formulering laat de dichter verstaan wat het is aan dementie te lijden. De Jury werd getroffen door de heldere, beheerste taal, waarmee de dichter een man schetst die, op weg naar een huis dat ooit zijn huis was, letterlijk en figuurlijk de weg kwijt is. De twijfel, stuurloosheid, slepende traagheid geven gestalte aan de tragiek. Bij mij kwam het beeld voor ogen van ‘De aardappeleters’ van Vincent Van Gogh: het schaarse licht, het duistere van de scène, de onontkoombaarheid der dingen weegt door in de woorden van de dichter.

De zinnen ademen rust, onzekerheid en melancholie. De dichter vermijdt sentiment en kiest voor kleine observaties: het slaan van de torenklok, het zweet dat parelt, het zoemen van het struikgewas. Juist die details maken de emotie tastbaar, zonder ze te benoemen. Het gedicht toont beheersing, de dichter ademt stilte en suggestie uit.

Thematisch is het werk sterk gelaagd. Achter de zoektocht naar een adres schuilt het besef van het verdwalen in tijd en geheugen. De man zal ‘het woonhuis op een middag amper vinden’ en dat zal – in de toekomende tijd – legt een zachte voorbode van verlies. De slotstrofe brengt een indrukwekkende verschuiving: van concrete handelingen (‘zalf proberen’, ‘zijn gebit betalen’) naar een bijna metafysische aanvaarding van vergankelijkheid.
Vormgeving en taalgebruik zijn klassiek, gestructureerd in strofen van driemaal vijf versregels. De onderliggende betekenis in sober beeldgebruik, zonder taaltechnische kunstgrepen, vormgegeven.

Veldstraat 39 is een ingetogen miniatuur over ouder worden, geheugenverlies en het langzaam verdwijnen van wat eens vanzelfsprekend was. De dichter roept in enkele strofen een wereld van weemoed op, zonder één woord teveel.
Een gedicht dat staat als een huis. Het huis waarnaar de getroffene op zoek is.

Het gedicht staat dus in MUGzine #31. Om niet meteen alles hier al weg te geven kun je het gedicht lezen op de website of donateur worden van MUGzine. Een particulier en spontaan poëzie initiatief van drie mensen die een groot hart voor poëzie hebben. MUGzine gaat haar 6e jaar in en ‘is here to stay’. Wil je ons steunen om dit fijne minipoëziemagazine uit te blijven geven, word dan donateur en ontvang alle nummers van 2026 in je brievenbus. Wij doen er dan een leuk extraatje bij.

Om niet zonder gedicht te eindigen hier een ander prijswinnend gedicht van Rik Dereeper (prijswinnend in Poëziepad van A tot Z) uit De schaal van Dighter uit 2020.

.

De kennisboom voorbij

.

Paradijselijke wortels vroegen geen beloning
om de kruin vol appeltjes te hangen. Dankzij
hoge takken kreeg de Schepper wind te horen,
zag Hij wuifplezier. De laagste takken reikten

naar piepjong gevogelte en uitgefloten zielen,
naar de kortgearmde fruitplukster en al te luie
lekkerbek; hij droomde van een houten ladder
uit de stam waarboven verre vruchten lonkten.

Door zo’n hemels ooft ontstonden klimaapjes,
gezonde tanden, zaadpithandel, bloesemwinst
van gaarden, apfelstrudel, cider, sproeistoffen

en bovenal laagstammigen voor hooggehakte
heksen. Met hun lingerie polijsten zij de schil
en krijsen: wie in appels bijt, krijgt gore schijt.

.

En de winnaar is..

Rob de Vosprijs en MUGzine

.

Zoals ik op 30 januari jongstleden al schreef gaan MUGzine en Meander een poëtische alliantie aan. Nu is dat niet de eerste keer dat we een samenwerkingsactiviteit doen want in het decembernummer van 2023 verscheen er al een editie van MUGzine (#20) met daarin de winnaars en de genomineerden van de Rob de Vosprijs 2023. Winanaar was toen Steven Van Der Heyden die al in #14 van MUGzine als dichter publiceerde (een MUGzine die toen al als richting ‘Metamorfosen’ had).

De jury van de Rob de Vosprijs 2025 bestond dit keer uit juryvoorzitter Peter Vermaat (recensent) en de leden Hettie Marzak (recensent), Anneruth Wibaut (schrijver/dichter/recensent), Annet Zaagsma (dichter), Marc Bruynseraede (schrijver/dichter/recensent) en Tom Veys (schrijver/dichter/recensent). Winnaar van de editie van 2025 werd dichter Rik Dereeper (1962) met het gedicht ‘Veldstraat 39’. Dereeper won al vele poëzieprijzen in Vlaanderen en Nederland en hij publiceerde poëzie in onder andere Het Liegend Konijn, Poëziekrant en De Gids.

De tweede prijs ging naar Koenrad Moerman en de derde prijs naar Irene Schoenmacker. Ok de zeven genomineerden gedichten staan gepubliceerd in #31 van MUGzine. De kunst is van de in Duitsland woonachtige Mariken van Heugten, het muggedicht is dit keer van Irene Wiersma en natuurlijk heeft ook deze editie van MUGzine een opvallend voorwoord van Marianne Hermans en staat op de achterpagina als altijd een nieuwe Luule.

De verschijningsdatum van #31 van MUGzine is medio volgende week (zowel op de website van mugzines.nl als op papier. Altijd de papieren versie van MUGzine ontvangen? Word dan donateur en stuur een mail naar mugazines@yahoo.com of verleng je donatie door € 22,50 over te maken.

Van de winnaar een gedicht waarmee hij in 2013 in de top 100 van de Turing Gedichtenwedstrijd kwam getiteld ‘Vier manieren om te dumpen’.

.

Vier manieren om te dumpen

Sinds zijn sluitspier soms een steek laat vallen
(elk chassis verslijt) en hij ons dan bescheten opbelt,
komen wij zijn kamer poetsen, gooien kruis of munt
om wie hem straks zal deporteren naar een ver tehuis.

Of dat ik hem ontvoer, terwijl mijn broers snel delven
naast een landweg. Door het nekschot valt hij dieper
dan de avond, staart hij even hemelhoog. De leegte
van zijn mond en oren vul ik met dezelfde grond.

Of strootje trekkend: wie vertilt zo iemand tot de nok?
Ik hijg voorbij de treden. Eens zijn hals gestropt,
bekijken wij hoe rap hij trappelt op een luchtfiets –
tot de benen doodstil bengelen. Er sijpelt iets uit hem.

Of een geweldig offerfeest. We zorgen dat hij nimmer
wederkeert, hem spietsend aan het spit. We draaien,
draaien vader in het rond en klinken op zijn erfenis.
En wissen van ons witste hemd het bloed, de stront.

.

 

Zoals gewoonlijk

Claire Vanden Abbeele

.

Op zoek naar een gedicht stuitte ik op de fraai uitgegeven bundel ‘Als vrouwen beminnen’ van Claire Vanden Abbeele (1936-2023) uit 2007. Ik herinnerde me dat ik al eens over deze bundel had geschreven maar wat ik destijds niet had gezien is dat helemaal voorin iemand in haar eigen handschrift een eigen gedicht (vermoed ik) heeft geschreven. In januari 2011 schreef deze vrouw het volgende:

.

Hier en nu

.

Op een dag in het hier en nu

zal ik zijn wie ik ben

geen mens van vrees en verdriet

alleen maar een vrouw, onbevangen

die vertrouwt en zich verbindt

met hen die me omringen

hier en nu

of in jouw

mijn liefste liefde….

.

Ik hou heel erg van opdrachten, kleine boodschappen, aantekeningen of noten die lezers van dichtbundels zelf in kantlijnen of elders in een dichtbundel schrijven. Het maakt zo’n (tweedehands) bundel voor mij extra waardevol. Iemand heeft de moeite genomen iets persoonlijks te schrijven voor zichzelf of voor een ander en door het lot is dit in mijn bezit gekomen. Wanneer een bundel zo uitdrukkelijk over de liefde en het vrouw zijn gaat is een persoonlijk gedicht met de hand geschreven dan een klein extra cadeautje.

Natuurlijk wil ik hier ook een gedicht van deze bijzondere vrouw, dichter, therapeute, schrijver en kunstenaar plaatsen. Ik koos uit ‘Als vrouwen beminnen’ het gedicht ‘Zoa;ls gewoonlijk’.

.

Zoals gewoonlijk

.

Zoals gewoonlijk

alleen maar jij en ik

kijkend naar zoenen die zuchten.

Geen aarde, geen hemel

alleen kinderen die spelen.

Zoals gewoonlijk dromen jij en ik

zich tot zwervers die sterren plukken

om gitzwarte lakens van te maken

waarop ze reizen en rusten

voor altijd.

.

Wijsgerige gedichten

Heere Heeresma

.

Onderwerpen en thema’s voor gedichten zijn zeer divers, ik zou zeggen alomvattend, er zijn geen onderwerpen waarover niet ooit een gedicht is geschreven. Sommige onderwerpen en thema’s zijn populairder onder dichters dan andere; ik noem de liefde, de dood, het dichterschap. En er is poëzie die geschreven is vanuit een ‘andere’ functie die de dichter heeft. Ik heb hier al vaker geschreven over de combinatie kunstenaar/dichter, wetenschapper/dichter, journalist/dichter en zo kan ik nog wel meer voorbeelden noemen. De meest voorkomende is natuurlijk dichter/schrijver want ik geloof niet dat er veel dichters zijn die alleen en exclusief het métier van dichter beoefenen.

Een andere, interessante combinatie is die van filosoof of wijsgerige en dichter. Een aardig voorbeeld vind ik Sanne ten Wolde (al is zij toch vooral filosoof) maar ook aan Eva Meijer en Jabik Veenbaas. De Poëzie van deze dichters/filosofen is vaak serieus en diepgravend (filosofisch). Toch kan het ook anders. Heere Heeresma (1932-2011) publiceerde in zijn bundel ‘Eens en nooit weer…‘ uit 1979 een aantal gedichten in het hoofdstuk Wijsgerige gedichten 1970-1971 die je met een knipoog wijsgerig kan noemen. Heeresma is als schrijver eerder te vergelijken met iemand als C. Buddingh’ (qua humor) dan met de filosofen die ik hierboven noem.

Hieronder een aantal voorbeelden van gedichten uit deze bundel die hij dus rangschikte als zijnde wijsgerig. De laatste is wat mij betreft zeer actueel en kan zo op Trump of de volksverlakkers van de FvD worden geprojecteerd.

.

Wie het leven beschouwd als een toverbal,

slechts gulzig-zuigend gaat zijns wegen,

die raakt noch kant die raakt noch wal,

en daar is niets op tegen.

.

Het is altijd beter leugens te bedenken

dan ongevraagd de waarheid te schenken.

Want waarheid is als het volle pond,

het verstopt het hart; verstopt de mond.

.

Het leven is als een pijp kaneel,

zegt Wijsheid; en neemt méér dan haar deel.

Want boven al’ torent Zakendoen

en niets zo goed als de zak vol poen.

.