Site-archief

Rode zone

Irina Tsylik

.

Browsend (één van mijn favoriete woorden in de Engelse taal) door de collectie Internet, stuitte ik op een artikel in de Trouw van september 2025 met de veelbelovende titel ‘Gedicht van de week’ waarin elke week een dichter of poëzieliefhebber een gedicht bespreekt dat hen raakt. In dit geval was dat de Vlaamse dichter en schrijver Maud Vanhauwaert (1984) die een gedicht van de Oekraïense dichter Irina Tsylik (1982) besprak.

Iryna Tsilyk  is behalve dichter en schrijfster vooral ook filmmaker, lid van de European Film Academy en Ukrainian PEN International . Ze won de Directing Award: World Cinema Documentary voor de film ‘The Earth Is Blue as an Orange’ op het Sundance Film Festival in de Verenigde Staten in 2020. Naast poëzie schrijft ze ook proza en kinderboeken en  haar werk is vertaald in het Engels, Duits, Frans, Pools, Litouws, Tsjechisch, Roemeens, Catalaans, Zweeds, Grieks, Italiaans en Deens. In het artikel van Maud is te lezen dat haar man als soldaat aan het front dient en dat geeft het gedicht een extra emotionele lading. 

Het gedicht, dat in Trouw in het Engels is afgedrukt (in vertaling door een Russische vertaler) heb ik verder door vertaald naar het Nederlands en is is getiteld ‘Rode zone’.

.

Rode zone

.

Op weg naar de ‘rode zone’ van de oorlog,
telkens als ik mezelf betrap op extreme zorgvuldigheid
bij de voorbereiding van mijn lichaam:
Ik scheer alles zorgvuldig,
ik besteed veel tijd aan mijn manicure,
ik kies mooi ondergoed uit.
Zo bereid je je voor op een speciale intieme date.

“Je weet maar nooit wie je zal uitkleden.
Misschien wel vanavond,” –
zei mijn oma altijd,
als ze iets bijzonders in gedachten had.

Ik heb ook iets bijzonders in gedachten.

Ik kan het ook niet laten om te denken aan een mogelijke date
met die minnares
met koude ogen, natte vingers
en haar dat ruikt naar zwarte weidebloemen.

“Kom op, niet vandaag,” zeg ik. “Alsjeblieft, niet vandaag.”

Ze lacht lang in stilte,
en er verschijnt iets roods tussen haar tanden.

Maar vandaag kleed ik me zelf uit in mijn eentje.

.

Niek Verhaagen

Uit mijn boekenkast

.

Vandaag pakte ik de bundel ‘Dichters bij de Bezige Bij 1944-1984’ uit 1984, uit mijn boekenkast, opende deze op een willekeurige bladzijde (in dit geval pagina 275) en daar staat het gedicht zonder titel dat hieronder is overgenomen van Niek Verhagen (1915-1948). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in zijn bundel ‘De laatste Adam’ uit 1944.

Als dichter is Niek Verhaagen vrijwel vergeten, toch kwam ik een aardig stuk tegen over hem en zijn poëzie op het blog van Teunis Bunt. In dat artikel schrijft hij onder andere: “In zijn beste gedichten mijdt Verhaagen de grote woorden en heeft hij vooral aandacht voor het alledaagse”.

.

Wat wilt Gij?… Dat ik verzen schrijven zal,

die ene deugd die ik misschien nog kende?-

Och, als ik mij aan deze stilte wende

en aan het lege beeld van dit verval,

.

dan zou ik woorden vinden, arm en smal

en haast geluidloos, maar toch allengs stemden

de klanken, die het levensritme remden,

te zamen … Als ik stil ben, klinkt het al.

.

National Song

Sándor Petöfi

.

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag stond een groot artikel van 4 pagina’s over de verkiezingen in Hongarije. Inmiddels is bekend wat de uitslag is en dat maakt dit stuk nog wat actueler. In dit artikel wordt tweemaal een Hongaarse dichter aangehaald. De eerste dichter is  Endre Ady (1877-1919) die ik vrij goed ken als naamgever van de bibliotheek in Hatvan waar ik begin deze eeuw, toen Hongarije nog een open land was, regelmatig kwam. Endre  beschreef zijn land in het hart van Europa, als ‘kompország’ of veerbootland, dat eeuwig tussen Oost en West dobbert. Het is meteen ook het thema van dit artikel, het heen en weer dobberen van Hongarije tussen Oost en West waar Orban juist niet dobbert maar volledig overhelt naar Oost (Rusland).

De tweede dichter die wordt aangehaald is de dichter des vaderlands in Hongarije en vrijheidsstrijder Sándor Petöfi (1823-1849). Peter Magyar, de oppositieleider die het tegen de autocratische populist Orban opneemt met zijn partij Tisza gebruikt veel uit de poëzie van Petöfi in zijn toespraken en partijleuzen. Magyar is dan ook veel meer een politicus die het ‘veerbootdenken’ omarmt dan de populist Orban.

In het artikel wordt het gedicht ‘Nemzeti dal’ of ‘Nationaal lied’ of ‘Lied van het volk’ niet direct genoemd maar er wordt wel naar verwezen. Wanneer je dit gedicht leest (en je op de hoogte bent van de situatie in Hongarije) snap je waarom Peter Magyar juist dit gedicht heeft gekozen om veelvuldig uit te putten. Voor de gemiddelde Nederlander kan dit gedicht erg hoogdravend overkomen maar de Hongaren leven veel meer dan wij in het verleden, met alles wat daarbij hoort, de oorlogen, de veldslagen, het Habsburgse rijk waar ze deel van uitmaakten, van het land van voor de tweede wereldoorlog, dat grote delen van dat land nu deel uitmaken van Roemenië en Oekraïne, en daarbij, dit is een gedicht uit 1848, een gedicht uit de Hongaarse revolutie die leidde tot twee jaar onafhankelijkheid (1848-1849) waarna Hongarije weer bezet werd door het Habsburgse en het Russische rijk. Alle reden dus om dit gedicht hier te delen, in een vertaling van Levente Vervoort.

.

Lied van het Volk

.

Staat op Magyar, het Vaderland roept!
Hier is de tijd, nu of nooit!
Moeten wij gevangen zijn of leven in vrijheid?
Dit is de vraag, geeft antwoord! –
Gevangen waren wij tot nog toe,
Gedoemd zijn onze voorvaderen,
die in vrijheid leefden en stierven
in slavernij kunnen zij niet berusten
.
Bij de God der Hongaren
Zweren wij,
Zweren wij, gevangen zullen wij
Niet meer zijn!
Bij de God der Hongaren
Zweren wij,
Zweren wij, gevangen zullen wij
Niet meer zijn!
.
Een lafaard van een mens is het,
Die niet durft te sterven, als het écht nodig is,
Die meer waarde het aan zijn zielig leventje
Dan het lot van zijn Vaderland.
Het zwaard schittert meer dan de ketens,
Mooier hangt het om de arm
En toch droegen wij al die tijd ketens!
Terug ermee!, oud zwaard van ons!
.
Bij de God der Hongaren
Zweren wij,
Zweren wij, gevangen zullen wij
Niet meer zijn!
Bij de God der Hongaren
Zweren wij,
Zweren wij, gevangen zullen wij
Niet meer zijn!
.
De Hongaarse naam zal opnieuw schoon zijn,
Waardig aan zijn vervlogen grootsheid;
Wat de eeuwen het besmeurd hebben,
Die schaamte wassen wij ervan af!
Waar onze grafheuvels zullen zijn ,
Daar zal ons nageslacht knielen,
En in gezegend gebed zullen zij,
Onze verheven namen uitspreken.
.
Bij de God der Hongaren
Zweren wij,
Zweren wij, gevangen zullen wij
Niet meer zijn!
Bij de God der Hongaren
Zweren wij,
Zweren wij, gevangen zullen wij
Niet meer zijn!

.

Stand van de poëzie

Een doorkijkje

.
Op zoek naar de stand van de poëzie in Nederland kwam ik al snel terecht bij een artikel op Neerlandistiek.nl van Evi Aarens. Een behoorlijk kritisch stuk over de  poëzie-enquête van Awater en Poëziekrant uit 2023. Ik heb het artikel met veel interesse gelezen en ik deel haar mening als het gaat over de (weinig opzienbarende) uitkomsten van deze enquête, over de hiaten in de enquête en de ontwikkelingen in de poëzie die voor iedereen, die zich een beetje interesseert in poëzie, zichtbaar zijn en te weinig of niet aan bod komen. Een mooi voorbeeld vind ik de spokenwordisering van de poëzie die door Anne Vegter aan de orde wordt gesteld:
.
“Anne Vegter is kritisch over wat ze de ‘Spokenwordwave’ noemt, omdat de beweging in haar ogen eerder sociologisch dan literair is geïnspireerd. Spoken word is een golf die in de Verenigde Staten is ontstaan en nu ook over de Europese stranden uitwaaiert. Maar als dit fenomeen zoals Vegter stelt nauwelijks door literaire ambities wordt gedragen, waarom wordt er dan zoveel aandacht aan besteed? Waarom houden serieuze poëzietijdschriften, literaire festivals en subsidieverstrekkers zich er überhaupt mee bezig?”
.
Ook het gegeven dat poëziebundels in toenemende mate als een soort thematisch werkstuk moeten worden opgeleverd (ik weet niet of dat zo is maar die tendens herken ik zeker). In het artikel schrijft Evi hierover:
.
“Dichters beklagen zich over de afnemende belangstelling voor poëzie. Maar het afgelopen jaar stond Marieke Lucas Rijneveld met zijn dichtbundel ‘Komijnsplitsers‘ maar liefst twaalf weken in de Bestseller 60. Hoe is dat te verklaren? Niemand die er iets over zegt. Wie de poëzie volgt ziet ook dat de traditionele dichtbundel (vrij letterlijk de bundeling van de pakweg veertig recentste gedichten van een dichter) langzaam verdwijnt, ten gunste van publicaties waarin vaak één thema of overkoepelend verhaal centraal staat. Ook deze evidente en boeiende ontwikkeling blijft onbesproken.”
.
Met name deze opmerking over de afnemende belangstelling voor poëzie verbaasde me. Ik schreef in 2023 al een blogbericht over poëzie die niet verkoopt maar of dat betekent dat de belangstelling voor poëzie afneemt die bestrijd ik in dit stuk. Dat de poëzie verandert en dat we poëzie op een andere manier tot ons nemen is een gegeven. Het boek, de bundel bestaat nog altijd. Dat er teveel poëzie wordt uitgegeven zoals gesteld en dat er een soort eenheidsworst ontstaat door de vele schrijf- en poëzieopleidingen onderschrijf ik ook (reden waarom ik een lans wil breken voor eigenzinnige dichters zoals Anouk Smies).
.
Wanneer je op zoek gaat naar de staat van de hedendaagse poëzie in Nederland komen er een aantal aspecten naar voren. Zo is er tegenwoordig in toenemende mate aandacht voor diversiteit en inclusiviteit. Er is aandacht voor een diversiteit aan perspectieven, culturele achtergronden en maatschappelijke thema’s. Dichters met verschillende achtergronden krijgen meer platforms, wat leidt tot een rijker en inclusiever poëzielandschap.
Er is meer aandacht voor de performance en spoken word (ook al kun je het eens zijn met Anne Vegter en gaat dit wellicht ten koste van de ‘dichtkunst’,  het is een gegeven). De invloed van orale tradities en podiumkunsten is zeer prominent aanwezig. Spoken word en slam poëzie zijn enorm populair, vooral onder een jonger publiek, en evenementen en festivals spelen hierop in. 
Digitalisering en social media spelen een steeds belangrijkere rol in de verspreiding van poëzie. Veel (vooral beginnende en amateur-) dichters publiceren hun werk online en bereiken zo een breed publiek. Ongeveer 35% van de lezers zoekt poëzie op internet.
In stijl en vorm is er een enorme diversiteit waarbij er aandacht is voor traditionele poëzie (Feest der poëzie), ruimte voor meer experimentele poëzie (bijvoorbeeld de uitgaves van uitgeverij Opwenteling) maar ook concrete poëzie, en in toenemende mate het verschijnen van prozagedichten.
En als laatste zie je een toename in de hoeveelheid poëzieactiviteiten, poëzie-evenementen en poëzieprijzen.
.
Kortom, de Nederlandse poëzie van nu is levendig, maatschappelijk betrokken en zoekt actief naar nieuwe manieren om gelezen en ervaren te worden, zowel op papier als op het podium en online.
.
Geen blog zonder gedicht en ik koos uit het enorme aanbod het gedicht het gedicht ‘Bubbel’ van Froukje van der Ploeg uit de bundel ‘Soms blijft iets’ uit 2025. Want als er (ook) iets meespeelt in onze kijk op poëzie dan is het de bubbel waarin we ons bevinden. Zitten we in de spoken word bubbel, de jonge-vrouwendichtersbubbel, in de bubbel van de klassieke poëzie , in de experimentele poëziebubbel of in de digitale poëziebubbel. De bubbel waarin we zitten kleurt onze kijk op poëzie in. Pas als je bereid bent om die bubbel steeds weer opnieuw lek te prikken (zoals ik probeer op dit blog) kun je komen tot een brede kijk op (de staat) van de hedendaagse poëzie. En dat dat niet altijd zonder oordeel is maakt deze kijk er niet beter of slechter op.
.
Bubbel
.
Laten we wachten tot de wereld
weer ruimer wordt, de bubbel
tegen elkaar spat, samen
verdwalen en kijken hoe het gras
groeit tot boven onze hoofden
.
De zon de heuvel af rolt, meeuwen
Boeing spelen bij een boom en zee
test alle tinten blauw, de enig overgebleven
afstand bestaat uit twee grassprieten
tussen jouw huid en de mijne.
.

Positivo

Leonard Cohen

.

Waar Leonard Cohen (1934-2016) vooral bekend is van liedjes als ‘Suzanne‘ en ‘So long, Marianne‘ was het nummer ‘Anthem’ uit 1992 voor mij onbekend. Totdat ik in een artikel in de krant van zaterdag een zin uit een lied van hem las. ‘There is a crack, a crack in everything, That’s how the light gets in’. In de tekst stond niet uit welk lied maar ik vind deze zin zo mooi positief en waar dat ik op zoek ging. Het blijken twee zinnen uit de liedtekst van ‘Anthem’ te zijn.

Nu hou ik van mooie zinnen, van poëtische zinnen, ook als die in liedjes voorkomen. Ik heb er niet voor niets een categorie van gemaakt op dit blog. In het geval van ‘Anthem’ zijn er nog veel meer fraaie zinnen op te tekenen. Alle reden om de lyrics van dit lied hier te delen. Een andere reden is dat ik dit een heel positieve tekst vind. Ondanks alle ellende die de wereld overspoelt momenteel zit er altijd overal een barst in alles waar het licht doorheen schijnt. Veel positiever krijg je het niet.

En omdat de wereld en wij mensen wel wat positieve energie en richting kunnen gebruiken hier de tekst.

.

Anthem

.

The birds they sangAt the break of dayStart againI heard them sayDon’t dwell on what has passed awayOr what is yet to be
.
Ah, the wars they will be fought againThe holy dove, she will be caught againBought and sold, and bought againThe dove is never free
.
Ring the bells that still can ringForget your perfect offeringThere is a crack, a crack in everythingThat’s how the light gets in
,
We asked for signsThe signs were sentThe birth betrayedThe marriage spentYeah, and the widowhoodOf every governmentSigns for all to see
.
I can’t run no moreWith that lawless crowdWhile the killers in high placesSay their prayers out loudBut they’ve summoned, they’ve summoned upA thundercloudThey’re going to hear from me
.
Ring the bells that still can ringForget your perfect offeringThere is a crack, a crack in everythingThat’s how the light gets in
.
You can add up the partsBut you won’t have the sumYou can strike up the marchThere is no drumEvery heart, every heartTo love will comeBut like a refugee
.
Ring the bells that still can ringForget your perfect offeringThere is a crack, a crack in everythingThat’s how the light gets in
.
Ring the bells that still can ringForget your perfect offeringThere is a crack, a crack in everythingThat’s how the light gets in
.
That’s how the light gets inThat’s how the light gets in
.

Goed leven is de beste wraak

George Herbert

.

In een artikel over wraak (de gevoelens die Jarl van der Ploeg heeft na opgelicht te zijn door een malafide aannemer) in de Volkskrant, lees ik een quote van een dichter: “Living well is the best revenge”. Het is een van de uitspraken van George Herbert (1593-1633). Herbert was een Welshe dichter die ook werkte als redenaar en priester. Zijn poëzie wordt vaak geassocieerd met de metafysische beweging en werd tijdens zijn leven als zeer bekwaam beschouwd.

Metafysische poëzie beleefde zijn hoogtepunt in de zeventiende eeuw in Engeland en continentaal Europa. De beweging onderzocht alles van ironie tot filosofie en verwaandheid. Het zijn de complexe en originele ijdelheden waar de meeste metafysische gedichten om bekend staan. In deze periode versoepelden dichters hun voorheen strikte gebruik van metrum en onderzochten ze nieuwe ideeën. John Donne (1572-1631) is de bekendste van de metafysische dichters.

Herbert gaf zijn seculiere ambities op toen hij de heilige orde aanvaardde in de Church of England. Toch was hij (in de tijd van Shakespeare en Milton) een dichter die later vele  collega-dichters zou beïnvloeden zoals Henry Vaughan , Richard Crashaw , Thomas Traherne en later Samuel Taylor Coleridge , Ralph Waldo Emerson , Emily Dickinson , Gerard Manley Hopkins , T.S. Eliot , W.H. Auden  en waarschijnlijk ook Robert Frost, hoewel deze latere dichters abstracter zijn in hun toewijding aan Herbert dan zijn 17e-eeuwse volgelingen. Herberts poëzie, hoewel vaak formeel experimenteel, is altijd gepassioneerd, zoekend en elegant.

Uit de gedichten van Herbert koos ik het gedicht ‘The Elixer’. Puur en alleen omdat ik een televisieserie volg met die titel.

.

The Elixer

.

Teach me, my God and King,
         In all things Thee to see,
And what I do in anything
         To do it as for Thee.
         Not rudely, as a beast,
         To run into an action;
But still to make Thee prepossest,
         And give it his perfection.
         A man that looks on glass,
         On it may stay his eye;
Or if he pleaseth, through it pass,
         And then the heav’n espy.
         All may of Thee partake:
         Nothing can be so mean,
Which with his tincture—”for Thy sake”—
         Will not grow bright and clean.
         A servant with this clause
         Makes drudgery divine:
Who sweeps a room as for Thy laws,
         Makes that and th’ action fine.
         This is the famous stone
         That turneth all to gold;
For that which God doth touch and own
         Cannot for less be told.
.

Dof

Stella Bergsma

Ik las afgelopen zaterdag een artikel over de situatie in de wereld, de Verenigde Staten en welke onwaarschijnlijk gevaarlijke ontwikkelingen daar plaats vinden. De schrijver (ben even vergeten op te schrijven van wie het was en waar ik het las, het was een Amerikaans artikel op een nieuwswebsite) sprak van een doffe situatie. Dat zij daar een gevoel van numbness van kreeg (gevoelloosheid dat ik lees als dofheid).

Ik was het artikel al bijna vergeten totdat ik in de bundel ‘Meesterwerk voor de prullenbak’ uit 2023 van dichter, opiniemaker, schrijver en zangeres Stella Bergsma (1970) aan het lezen was. Toen ik het gedicht ‘Dof’ las moest ik meteen weer aan dit artikel denken.  Daarom uit deze bundel dit gedicht.

 

Dof

.

En terwijl
de tijd overal in hakt en bijt
rest een nacht die weekt in spijt
maar dat is glijverwrongen
zoetverdriet van suikergoed
dat smelt met tranene hoongelach
erger
veel erger is
wat dof blijft hangen
in de dag.

.

Lees jezelf slim

De kracht van poëzie

.

Zwervend op het internet kwam ik op de website Leesjezelfslim.nl en daar stuitte ik op een artikel getiteld ‘de kracht van poëzie; communiceren door taal en beelden’. In eerste instantie dacht ik, op basis van de afbeeldingen dat het hier een door AI gemaakte website was. Lezend in de artikelen denk ik dit nog steeds al moet ik zeggen dat de voorbeelden van dichters en gedichten er een is die misschien niet een, twee, drie door AI gekozen zou worden. Zo wordt ‘The Road Not Taken’ van Robert Frost (1874-1963) en ‘If’ van Rudyard Kipling (1865 – 1936) aangehaald als voorbeelden van respectievelijk gebruik van symboliek en van beknopte vorm om krachtige emoties en complexe gedachten te vatten in een relatief kort formaat.

Desalniettemin is de opsomming van wat poëzie krachtig maakt een heel duidelijke. De kernonderdelen van wat krachtige poëzie maakt zijn:

  • De verbinding tussen woorden en gevoelens
  • De kracht van beeldspraak
  • De evocatieve kracht van ritme en klank
  • Verbeeldingskracht en interpretatie
  • De intimiteit van korte vormen
  • Bron van reflectie

Wanneer ik deze kernonderdelen, zoals ik ze wil noemen, lees dan moet ik onwillekeurig denken aan de enorme aantallen dichters of mensen die zich dichter noemen, die zich slechts bedienen van een enkele kernwaarde of in veel gevallen soms alleen van klank (lees rijm!). Tegen al die ‘dichters’ zou ik willen zeggen; Lees dit artikel en neem er notie van, gebruik deze kernwaarden in je gedichten en doe moeite om met je poëzie niet alleen voor het snelle effect te gaan (emotie of herkenning) maar probeer middels de taal en de mogelijkheden die de taal biedt tot diepere en oprechte poëzie te komen. Of zoals de (weliswaar wat plechtstatige) conclusie van dit artikel luidt:

“De kracht van poëzie is diep verankerd in zijn vermogen om communicatie te transformeren tot een emotioneel geladen en meeslepende ervaring. Door de nauwkeurige selectie van woorden en beelden creëert poëzie een intense verbinding tussen de dichter, de tekst en de lezer. Beeldspraak, ritme en klank voegen een extra laag van betekenis en emotie toe, terwijl de compacte vorm van poëzie het mogelijk maakt om krachtige emoties en gedachten te vangen in een beknopte vorm.

Poëzie is een kunstvorm die uitnodigt tot interpretatie en interactie. Lezers worden aangemoedigd om hun eigen betekenis te ontdekken en zich te verdiepen in de rijke lagen van de tekst. Terwijl we ons openstellen voor de wereld van poëzie, worden we beloond met momenten van diepe reflectie, zelfontdekking en een diepgaand begrip van de menselijke ervaring.

Door poëzie te omarmen als een uniek communicatiemiddel, kunnen we ons vermogen om emoties te begrijpen, te uiten en te verbinden op een dieper niveau versterken. Poëzie, met zijn vermogen om te raken, te verrassen en te inspireren, blijft een bron van schoonheid en betekenis die ons uitnodigt om de wereld met nieuwe ogen te bekijken en de complexiteit van de menselijke emoties te omarmen.”

Een dichter die veel van de genoemde kernwaarden van de poëzie gebruik maakte was Menno Wigman (1966-2018) getiteld ‘Kamer 421’ uit de bundel ‘Mijn naam is legioen’ uit 2012.

.

Kamer 421

.

Mijn moeder gaat kapot. Ze heeft een hok,
nog net geen kist, waar ze haar stoel bepist
en steeds dezelfde dag uitzit. Uitzicht
op bomen heeft ze, in die bomen vogels
en geen daarvan die zijn verwekker kent.

.

Ik ben al meer dan veertig jaar haar zoon
en zoek haar op en weet niet wie ik groet.
Ze heeft me voorgelezen, ingestopt.
Ze wankelt, hapert, stokt. Ze gaat kapot.

.

Geen dier, zegt men, dat aan zijn moeder denkt.
Ik lepel bevend eten in haar mond
en weet haast zeker dat ze me nog kent.

.

Het zullen merels zijn. Ze zingen door.
De aarde roept. Krijgt vloek na vloek gehoor.

.

 

 

 

Sinds Buddingh’

Campert over Buddingh’

.

Remco Campert (1929-2022) was een dichter van weinig woorden maar altijd wel precies de juiste woorden. Dat is ook waarom ik hem on der een van mijn favoriete dichters schaar. In een tijd van ellenlange gedichten die pagina’s lang door bundels meanderen is een gedicht van Campert een verademing. Met heel weinig, maar juist gekozen woorden, precies dat zeggen wat je wil.

Campert had ook een mening over poëzie en dichters. Of die altijd serieus waren weet ik niet maar bij het lezen van een gedicht als ‘Sinds Buddingh’ verwachten veel mensen…’ neem ik toch aan dat hij oprecht was. Het zegt overigens denk ik meer over de luisteraars naar de poëzie van Buddingh’ (1918-1985) dan de poëzie zelf. Het gedicht van Campert nam ik uit ‘Alle bundels gedichten’ uit 1976 maar werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘Mijn levensliederen’ (1968).

Ron Elshout schreef een boeiend artikel over dit gedicht en de poëzie van Buddingh’ in Bzzlletin jaargang 25 (1995-1996) dat je hier kan lezen.

.

‘Sinds Buddingh’ verwachten veel mensen…’

.

Sinds Buddingh’

verwachten veel mensen

van poëzie

een avondje lachen

.

dat is geen vooruitgang

geloof ik

maar eerder een stap achteruit

.

pas als mensen

van poëzie

helemaal niets verwachten

zullen we het hebben:

poëzie

.

dit moet maar eens bewezen worden

.

Ontroerend onhandig

zoals vuilnisauto’s die hardrijden

.

Het is wat het is

Erich Fried

.

Iedereen heeft wel stopwoordjes of stopzinnetjes die je met enige regelmaat gebruikt. Ik ook. Vaak zijn dit stoplappen of clichés, dooddoeners of holle frasen. Een zinnetje dat ik wel eens gebruik is ‘Het is wat het is’. Helemaal waar natuurlijk maar het zegt eigenlijk ook niets. In een artikel in het blad filosofie magazine van Elke Wiss schrijft zij: “Gebruiken we dit zinnetje om controle te ervaren waar we die niet hebben? Bedienen we ons ervan om stiltes te ontwijken? Ongemak niet te hoeven voelen? Gooien we het in de strijd als we het gespreksonderwerp zat zijn en dat willen veranderen?”. En ook nog: ” Wat betekent het dat iets is wat het is? Hoe langer ik erover nadenk, hoe groter de error in mijn hoofd. Zeggen we er eigenlijk wel iets mee? En zo ja, wat dan? Starend naar dit zinnetje komt een andere dooddoener in me op: niets is wat het lijkt. Ook niet als het is zoals het is.”

Filosoof Paul van Tongeren hoort er vooral gelatenheid in zo lees ik op blijmeteenboek.nl. Sommige dingen zijn niet te veranderen, dus aanvaard het maar. De uitspraak herinnert hem aan het principe achter stoïcijnse wijsheden. Weet het verschil wanneer je wel iets kan doen en doe dan wat en wanneer dat niet kan en houd je dan onverschillig. Dooddoeners noemt hij het, ‘met het aureool van een zekere wijsheid.’

Hij schrijft ook: “Ik lees de uitspraak als een open aanvaarden van de realiteit: oké, dit is dus zoals de zaken ervoor staan. Om mezelf vervolgens de vraag te stellen: en wat ga ik met dit gegeven dóen?” En hgierna vervolgt hij met het aanhalen van een gedicht van Erich Fried (1921-1988) vertaald door Remco Campert.

En dat is precies de reden dat ik dit stukje schrijf. Ik kwam het gedicht tegen in een verzamelbundel en vroeg me af wat nu toch precies de betekenis was van deze zin. Het gedicht ‘Es ist was es ist’ zoals het in het Duits heet is oorspronkelijk verschenen in ‘Liebesgedichte, Angstgedichte, Zorngedichte’ in 1983. Zoals geschreven vertaald door Remco Campert (1929-2022).

.

Het is wat het is

.

Het is onzin

zegt het verstand

Het is wat het is

zegt de liefde

 

 

Het is ongeluk

zegt de berekening

Het is alleen maar verdriet

zegt de angst

Het is uitzichtloos

zegt het inzicht

Het is wat het is

zegt de liefde

 

 

Het is belachelijk

zegt de trots

Het is lichtzinnig

zegt de voorzichtigheid

Het is onmogelijk

zegt de ervaring

Het is wat het is

zegt de liefde

.

Es ist was es ist

.

Es ist Unsinn
sagt die Vernunft
Es ist was es ist
sagt die Liebe

.
Es ist Unglück
sagt die Berechnung
Es ist nichts als Schmerz
sagt die Angst
Es ist aussichtslos
sagt die Einsicht
Es ist was es ist
sagt die Liebe

.
Es ist lächerlich
sagt der Stolz
Es ist leichtsinnig
sagt die Vorsicht
Es ist unmöglich
sagt die Erfahrung
Es ist was es ist
sagt die Liebe

.