Site-archief

De kerkdijk

Clara de Groen

.

In de literair tijdschrift Liter #121 las ik het gedicht ‘De Kerkdijk’ van dichter Clara de Groen. Clara de Groen is geen onbekende voor de lezers van Liter, in 2025 (#116) stond ze al met het gedicht ‘De groene Maria’ in het tijdschrift en eerder ook al in nummers 107 en 108. Clara de Groen (1952) studeerde Journalistiek in Tilburg. Tijdens een weekend Creatief Schrijven raakte ze gefascineerd door de vele beelden die in haar hoofd opkwamen en volgde ze cursussen poëzie in Nijmegen en bij ’t Colofon in Maastricht/Amsterdam.

Naast de publicaties van haar gedichten in Liter verscheen poëzie van haar hand op Meander, In Het Gezeefde Gedicht, in verschillende verzamelbundel en in Meulenhoffs Poëziekalender. Een bundel van haar is in voorbereiding. In Liter #121 is het gedicht ‘De Kerkdijk’ opgenomen.

.

De Kerkdijk

.

Trek je oudste kleren aan, liefst ongestreken.

Poets je tanden niet, was je niet en kam je haren niet.

.

Rommel wat aan in huis, maar ruim niets op en was

niets af. Laat de onrust van je afglijden.

.

Ga op de bank liggen en luister naar de regen

of naar de muziek, die traag en langzaam

.

door je aderen vloeit, je hart aanraakt. Treur een beetje

als de maand van het nieuwe leven ontluikt.

.

Je kent de namen die geschreven staan op de grafstenen

op het kerkhof. Mijmer wat over wie je kende.

.

Trek je oudste kleren aan, liefst ongestreken.

Poets je tanden niet, was je niet en kam je haren niet.

.

Uit de tijdschriften

Volodymyr Vakoelenko

.

Wanneer ik in de Koninklijke Bibliotheek (KB) ben dan ga ik altijd even naar het tijdschriftenkabinet. Dat is een afgescheiden ruimte waar de tijdschriften waarop de KB een abonnement heeft, liggen. Ik mag daar altijd graag de literaire- en poëzietijdschriften inkijken. Het is ondoenlijk om op al die prachtige bladen een abonnement te hebben (als uitzondering heb ik een abonnement op Awater) en daar kun je ze allemaal gratis lezen. Dat geldt overigens ook voor grote openbare bibliotheken, die hebben vaak ook meerdere abonnementen.

Nu las ik de Liter, Terras en de Poëziekrant. In de Terras #28, een tijdschrift voor internationale literatuur en kunst, gemaakt door schrijvers, dichters en vertalers van over de hele wereld, las ik het gedicht ‘De prijs’ in een vertaling van Tobias Wals. Het thema van deze editie van Terras is Strijd. Volodymyr Vakoelenko (1972-2022) was een Oekraïense schrijver en dichter, voornamelijk bekend om zijn kinderboeken. Na zijn studie keerde hij terug naar zijn geboortedorp Kapytolivka , waar hij woonde met zijn autistische zoon. In maart 2022, een paar weken na de grote invasie van Rusland, werd hij door de Russische bezetters ontvoerd en vermoord.

Hij was coördinator en samensteller van verschillende tijdschriften en bloemlezingen. Bovendien was hij medeorganisator van gepubliceerde literaire projecten. Zijn werk is gepubliceerd in bloemlezingen, anthologieën en tijdschriften. Zijn werken zijn vertaald in het Krim-Tataars , Wit-Russisch , Duits , Engels , Esperanto en Russisch.

.

De prijs

.

Ik maai het veld met een boog om het kwaad

Heen, zorg dat ik mijn afstand houd.

Nog tot voor kort was de natuur bedaard,

Nu ziet zij van vermoeidheid grauw.

.

Dit pad heb ik gekozen voor mijzelf,

Ik heb mij naar het leven geplooid,

Met laarzen drek van anderen gepeild

En witgloeiend gevloek gestrooid.

.

Ook als je ouder wordt blijft alles klote,

Hoeveel gezwoeg moet je doorstaan

Voor niets? Ik ben een verdwaalde coyote

Jankend naar een futloze maan.

.

Aan wie kan ik vragen wat mij zo kwelt,

Wat doe ik niet zoals het hoort?

In plaats van zilver krijg ik kopergeld,

Beknibbeld wordt zelfs op het woord,

.

Waarin de sleutel ligt. En zonder lot

Is er geen voor- of tegenspoed.

De versvoet ligt onder de sneeuw verstopt –

Zo dwaal ik rond. Met zwaar gemoed.

.

Witte dieren

Ellen Deckwitz

.

Ellen Deckwitz (1982) is geen onbekende op dit blog. Zo schreef ik al over haar bundel ‘Hoi feest?‘ uit 2012, over Das Mag uit 2013, over een bijdrage aan literair tijdschrift Liter uit 2009 en over ‘Nog een lente‘ de bundel van Meander uit 2010 waarin ook een bijdrage van haar was opgenomen. En dit is slechts een keuze uit de berichten, er waren er meer waarin haar naam genoemd werd. Deckwitz is dan ook al ruim 26 jaar actief als dichter, Ze debuteerde in 2007 met een poëziesatire ‘Moordwijven’ samen met  Ruth Koops van ’t Jagt maar haar debuut als solodichter kwam in 2011 met de bundel ‘De steen vreest mij’.

En dan heb ik nog niet gehad over haar bijdrage aan de poëzie, anders dan in dichtbundels of poetry slams, in de vorm van de twee boeken over het lezen van poëzie; ‘Olijven moet je leren lezen’, eerste hulp bij het leren begrijpen van poëzie uit 2016 en ‘Dit gaat niet over grasmaaien’ handboek voor de beginnende poëzieliefhebber. Alle reden dus om nog eens iets van haar hand te delen.

Ik ben even op zoek gegaan naar een van haar bundels in mijn boekenkasten (geen sinecure wanneer je de poëziebundels niet op alfabet of welke andere manier dan ook heb ontsloten) en de eerste bundel die ik tegenkwam was ‘De blanke gave‘ uit 2015.  Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Witte dieren’.

.

Witte dieren

.

Je bent maar even de kamer uit en er zit meteen weer

een vlies op het bad. In de damp lijkt het peertje een mistklok.

.

Door het velletje heen stap je in het water maar je zult

de bodem niet voelen, ik verzeker het je vader.

.

Het was de kuip

waarmee we de beestjes drenketen.

.

Soms stak er een paardenhoofd uit, smekend:

‘Ik ben wat peziger maar ook ik geef melk.’

.

We leidden hen naar de kamer en de haarsprieten

uit je kop, het is riet

.

bij een stilgevallen meer. wat is het water bruin,

zei je, en wat een vreemde ruimte om te slapen.

.

Ik ruik gewoon de weides door de muren heen.

.

De tegels knapten onder je blik. In de verte

zagen wij die velden ook.

.

Hans Mirck

Gedicht over de oorlog

.

Naar aanleiding van een ansichtkaart die ik vond tussen mijn spullen (van tijdschrift Liter) met daarop een regel uit een gedicht van Lans Stroeve, ging ik eens neuzen op de website van ‘Liter’. Daarop kwam ik een gedicht van Hans Mirck tegen met een intrigerende titel geschreven aan het begin van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.

Hanz Mirck (1970), is docent Nederlands en vertaler, muzikant, dichter, ex-stadsdichter van Zutphen en Apeldoorn (dat kan, zie ook Joris Brussels) en schrijver. Hij studeerde Nederlands aan de Universiteit Utrecht en studeerde af met de scriptie over de overeenkomsten tussen de teksten in Bredero’s Groot Lied-boeck en de popgroep Doe Maar. Hij gaf de teksten van de band uit in hun definitieve vorm in het boek “Dit is alles”.

Mirck organiseerde in Zutphen jaarlijks een poëziefestival en ook coördineerde hij voor de Zutphense gemeentelijke literaire stichting alle optredens. Hij was werkzaam voor de Ida Gerhardt Poëzie Prijs en lid van verschillende literaire jury’s. In 2002 debuteerde hij met de bundel ‘Het geluk weet niets van mij’, dat werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 2003 en tot ‘aanrader’ bestempeld door Neeltje Maria Min en Gerrit Komrij. Na deze prijs werd hij gevraagd voor de jury van de J.C. Bloemprijs en bekleedt hij deze functie nog steeds.

In 2007 ontving hij de J.C. Bloemprijs voor zijn bundel ‘Wegsleepregeling van kracht’ (2006) en inmiddels staan er zeven dichtbundels alsmede romans en kindergedichten in zijn bibliografie. Mirck is ruim tien jaar actief als schrijfdocent en redacteur, onder andere voor de popgroep BLØF. Ook was hij redacteur van het literaire tijdschrift Parmentier en voor uitgeverijen als Passage en Vassallucci.

Het gedicht in ‘Liter’ heeft een nieuwsgierig makende titel en kun je hieronder lezen.

 

Recensie van het optreden van het Russisch staatsorkest in
het theater van Marioepol

 

Een goede noot vindt altijd een goede plaats
maar vanavond struikelden de triolen grotesk
over elkaar, syncopen waren kreupele cyclopen,
de crescendo’s onmachtig lawaai.

Dit was geen musiceren maar vreugdeloos
opvolgen van instructies. Een muziekstuk is de weg
van verre dreiging naar warm licht, loutering,
een climax van mededogen.

De violisten leken laf achter elkaar aan te strijken.
De paukenisten waren blinde kinderen
in een contrapuntisch zwembad,
slagwerkers blikslagers op een kinderboerderij,

de houtblazers megalomane pyromanen
en de koperblazers het luchtalarm,
de pianist speelde geen enkele noot
die niet gelogen was.

Was het zuiver, was het vals? Het was ongeïnspireerd.
De musici leken zelf niet in hun partij te geloven, zo wordt muziek
nooit magisch. Als het bombastisch moet klinken,
laat het dan ook bombastisch klinken!

Een goed stuk zorgt dat alle mensen in de donkere zaal
het innig met elkaar eens zijn, nu bleef de twijfel afleiden.
Een meesterwerk maakt alle ogen even vochtig,
nu knipperden we alleen, als doven.

En dan de dirigent. Te laat, dronken, ongearticuleerd.
Hij leek de enige die wel in vervoering was, terwijl juist hij
de enige zou moeten zijn die het hoofd koel hield.
Hij leek vooral naar huis te willen. Net als wij allemaal.

.

Regen tegen de ochtend

Liter

.

In de rubriek Vers vertaald in het literaire tijdschrift Liter (nummer 18, 2025) is een gedicht van Elisabeth Bishop vertaald door Jacqueline Vorst. Deze rubriek wordt ingeleid met de zinnen: Robert Frost zei ooit dat poëzie een manier is om het leven bij de keel te grijpen. Vorst vertaalde het gedicht van Bishop dat voor het eerst werd gepubliceerd in Partisan review in 1951

.

De grote kooi van licht breekt buiten door

en laat, denk ik, een miljoen vogels vrij ,

hun opvliegdne schaduw zijn we kwijt

en alle spijlen blijken weg te zijn gevallen.

Geen kooi, geen boze vogels, en de regen lijkt

al lichter nu. Het is een wit gezicht

dat niet begreep waarom hier iets op slot zat,

dat met een kus alles opeens heeft opgelost,

met sproeten op haar lichte argeloze handen.

.

Poëziepodium

Oud Eik en Duinen

.

Voor wie zich verveelt, vandaag graag een bezoek aan Den Haag brengt, van poëzie houdt of gewoon een leuke en interessante middag wil hebben met dichters is er het Dichter bij de dood poëziepodium. Op de begraafplaats Oud eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag zullen een aantal dichters acte de présence geven. Onder andere Steven Van Der Heyden en Ericka De Stercke uit Vlaanderen, Max Leroux en Renske Visser. Uiteraard is er een open podium. De oude aula op de begraafplaats is vanaf 13.30 geopend. Het programma begint om 14.00 uur en duurt tot ca. 16.00 uur. Deze poëziemiddag wordt mogelijk gemaakt door poëziestichting Ongehoord!, Marjon van der Vegt (presentatie) en de Cultuur Schakel Den Haag.

Een van de optredende dichters is Steven Van Der Heyden (1974), een mij inmiddels bekende dichter sinds de bundelpresentatie van ‘Zelfportret met woord’ van Hans Franse. Steven debuteerde met zijn solobundel ‘Filigraan’ en hij publiceerde in verschillende magazines en tijdschriften als Het Liegend Konijn, Het Gezeefde Gedicht, Meander, De Revisor, De schaal van Digther, Mugzine, Tijdschrift Landauer, Ballustrada, en Liter. In 2023 won hij de Rob de Vos-prijs en hij is stadsdichter van Roeselare. Daarnaast is Steven klimaatdichter en redactielid van het e-zine Roer.me.

Alle reden dus om naar hem en de andere dichters te komen kijken en luisteren op Oud Eik en Duinen. De toegang is gratis en de begraafplaats zorgt voor koffie en thee. Als voorproefje een gedicht van Steven dat hij schreef over een boom in Roeselare als stadsdichter getiteld ‘De Zwarte Els’.

.

De Zwarte Els

.

onder haar huid en in het diepste geheim
bundelen wortels zich tot vuistdikke knollen
die nakomelingen en stikstof bewaren
stugge wapens tegen steen en beton

ze aardt het best met ingesneden blad
dat de wind vangt die water aanvoert
met ingerold verlangen droomt ze van binding
ook al telt haar vlees een enkele jaarring

gastvrij waakt haar hart over zomen van pleinen
kades en parken , pompt zuurstof de nieuwe
stadszichten in, haar voeten koelen het asfalt
voor mos en dier wiegt ze de wereld anders

hittegolven gaan liggen in haar schaduw
onstuitbaar tast ze bosranden af,
haar taaie lichaam een wissel op later
groene sleutel voor ons eindig verdwijnen

.

Het orakel

Menno van der Beek

.

In literair tijdschrift Liter, nummer 104 uit 2022 lees ik het gedicht ‘Het orakel’ van de Rotterdamse dichter Menno van der Beek (1967). Een wonderlijk maar mooi gedicht met een boodschap waarvan ik nog niet zeker ben wat ie nou precies is. Menno Van der Beek werd opgeleid tot organisch chemicus. Hij is werkzaam als computerprogrammeur. Vanaf 2002 is hij medewerker aan een langlopend her-vertaalproject van alle Hebreeuwse psalmen.

Van der Beek is poëzieredacteur van het literaire tijdschrift Liter. Hij was onder andere ook medewerker van Woordwerk (een netwerk van schrijvers, dat samenwerkt met vormgevers en fotografen), Zulma (tijdschrift voor jong literair en grafisch talent), Meander en Rottend Staal.

Van der Beek debuteerde in 1999 met de bundel ‘Vergezocht’ waarna nog een aantal bundels zouden volgen. Zijn laatste bundel is uit 2020 en heeft als titel ‘Naar de maan’, een in oblong formaat gedrukte bundel waarin een cyclus staat (tien kwatrijnen met een staartregel) waarin bespiegelingen zijn opgetekend, genoteerd in de laatste tellen voor het vertrek, van iemand die misschien wel naar de maan gaat. Gedichten van Van der Beek zijn daarnaast opgenomen in verschillende bloemlezingen.

.

Het orakel

.

Jij zei niet veel, je ging de deur uit met

je zware aktentas met initialen

en links en rechts een cijferslot: je hebt

het allemaal al van tevoren aan zien komen

.

want het was jouw idee, dat ik met hem ging praten:

hij was een kennis van je, deze psychiater,

.

die van mijn kleine ziel geen groot probleem maakte-

in plaats daarvan leerde de man mij schaken

.

en hij had ook een Vliegend Hert, een dode kever,

twaalf centimeter groot gestold op tafel liggen:

.

die tor in plastic gieten, had hij zelf gedaan,

en net niet goed, het blok zat vol met belletjes.

.

Het leek mij helder, dat het ding voor mij was,

maar toen ik het op die manier ook vastpakte

.

zei hij geen woord- ik mocht het beest weer neerleggen

en ik was uitgeschaakt, dus ik ging bij hem weg:

.

de koning, die moest dood, zoveel was duidelijk,

en wie iets wil bewaren, die moet rustig gieten

.

want anders krijg je belletjes en daarom werkt het niet.

.

 

 

Joost Baars

Emily Dickinson

.

Vandaag een dichter van nu over een dichter van toen in de categorie dichters over dichters. Dit keer dichter Joost Baars (1975) over de dichter Emily Dickinson (1830-1866).  Joost Baars is dichter, essayist en boekverkoper. Hij publiceerde ’30 + 30: zestig gedichten uit binnen- en buitenland’ in 2008, ‘Iemand anders’ als chapbook in 2012 en ‘Binnenplaats’ in 2017. Deze laatste bundel werd bekroond met de (laatste) VSB Poëzieprijs, en genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de C. Buddingh’prijs. Baars draagt regelmatig voor op festivals als Poetry International, Winternachten, Read My World en het Tanta International Festival of Poetry (Egypte)  Zijn gedichten werden vertaald in het Engels, Grieks en Arabisch. Hij schrijft recensies en interviews voor de Poëziekrant en Awater, essays voor Liter en deRecensent.nl en schreef columns over boekverkopen voor hard//hoofd en Boekblad.

.

Emily Dickinson

.

in een huis in amherst, massachusetts

zit emily dickinson.

.

ze denkt aan jou.

.

ze heeft net de boeken gevonden

waar haar gedichten in afgedrukt staan.

.

zit aan haar tafeltje daar.

staart naar de muur

.

en zoekt jouw gezicht.

.

ik loop er rond. lees

de teksten op bordjes:

.

dit is haar nichtje,

dit is haar slaapvertrek,

.

raak dit niet aan. draag

.

een shirt met haar beeltenis.

lijkt niet, zegt ze, alsof

.

ze niet weet hoezeer ze lichamelijk is.

ik zou haar zo graag op willen eten,

.

maar ze is nu op het punt van verdwijnen

.

gekomen, schrijft er

verterend al

.

een andere lezer aan.

.

Een pleidooi voor inspiratie

Overheid van nu over poëzie

.

Op de website Overheid van nu staat een interessant artikel van begin 2022 onder de titel ‘Alternatieve leestips: een pleidooi voor inspiratie’. Toen ik op het artikel stuitte en het had gelezen wist ik dat ik hier een blogpost aan zou wijden. In het kort is het artikel een aansporing aan professionals werkzaam bij de overheid om (meer) vrij te denken door het lezen van poëzie. Of, zoals het in het artikel wordt verwoord:

“Gedichten stimuleren je om vrij te denken, omdat er geen goed of fout is als het gaat om kunst. Er worden geen meningen gepresenteerd, maar vergezichten. Dat gunnen we alle professionals die interbestuurlijk samenwerken aan de grote maatschappelijke opgaven van nu.”

In het artikel wordt verwezen naar de bundel ‘Olijven moet je leren lezen’ van Ellen Deckwitz, de voormalig dichter des vaderlands (2013-2017) Anne Vegter wordt aangehaald en het artikel wordt geïllustreerd met regels en strofen uit gedichten van bovenstaande dichters en Lieke Marsman, Tjitske Jansen, Rodaan al Galidi, Hagar Peters en Joost Baars. Zo wordt er gesteld, en ik ben het daar zeer mee eens, dat: Wie poëzie leest, loopt het gevaar verliefd te worden op zinnen die je vervolgens de rest van je leven bij je draagt.

Ik denk dat iedere poëzieliefhebber een of meer dichtregels uit het hoofd kent omdat deze ooit een verpletterende indruk heeft gemaakt. Ook ik ken vele regels uit mijn hoofd, ik heb er al eerder over geschreven, uit gedichten van Judith HerzbergVasalisRemco Campert en verschillende uit gedichten van Jules Deelder.

Het artikel eindigt met: “Poëzie neemt verschillende gedaantes aan: die van vergezicht, verdieping, vermaak, confrontatie, inspiratie of ontspanning. Die waarden gunnen we alle professionals die interbestuurlijk samenwerken aan de grote maatschappelijke opgaven van nu. Daarom dus poëzie als leestip op Overheid van Nu.” Een waardevolle tip lijkt me, elke dag poëzie lezen verrijkt je leven, je taal en je verbeeldingsvermogen. En ja sommige poëzie is niet meteen te begrijpen. Deckwitz schrijft hierover:  “Beginnen met lezen van poëzie is ermee akkoord gaan dat je niet meteen alles begrijpt. Maar wel dingen gaat aanvoelen.”

Een compliment voor de (anonieme) schrijver van dit artikel, hopelijk wordt het door vele ambtenaren gelezen en in praktijk gebracht. Natuurlijk een gedicht, dit keer van Ellen Deckwitz getiteld ‘Fietsen’ dat gepubliceerd werd in literair tijdschrift Liter jaargang 12 in 2009.

.

Fietsen

.

Toch knap dat u erin slaagde
het evenwicht te bewaren
op enkele pinkdunne buisjes
die met schroefjes en wat draad
aan twee wieltjes waren vastgemaakt.
.
Het enige wat u moest doen,
was de boel draaiende houden en de bel
alleen in noodgevallen aan te slaan
het kost wat
.
maar een melkgebit later
schept u er tijdens feestjes over op
tot u echt naar huis moet.
.
Daar gaat u dan
– op uiteraard de fiets –
toch even tonen dat u
ook met één hand kan
en dan ook de andere boven
het is net watertrappelen
voor gevorderden met als grande finale
voeten op het stuur en met de punt
van uw neus nog even tingeling en dan zoveel applaus
dat wanneer u op de brancard geladen wordt
er nog even door uw gedachten schiet
.
hoe knap het is,
dat u fietst.
.
.

Vrees niet

Liter

.

In Nederland zijn verschillende literaire en poëziemagazines. Veel zijn bekend omdat ze al lang bestaan of een zekere naam hebben (Hollands Maandblad en De Gids). Een aantal andere magazines zijn minder bekend bij het brede publiek (Liter en Awater). En sommige zijn nog nieuw en werken hard aan een naam en nieuw publiek (MUGzine). In het literair tijdschrift Liter (nummer 104, jaargang 25 met als titel ‘Lezen is geloven’) staan essays, artikelen, korte verhalen en gedichten.  Een mooi vormgegeven tijdschrift met een kundige redactie en medegefinancierd door de Vermeulen Brauckman stichting.

Op de website van deze stichting lees ik: “De Vermeulen Brauckman Stichting steunt grote projecten die de Bijbel ontsluiten voor een breed publiek. Ook bieden wij een helpende hand aan nieuwe, nog voor groei vatbare initiatieven.” En hoewel ik wars ben van publicaties die vanuit een bepaalde hoek verschijnen moet ik zeggen dat bij Liter dit niet tot irritaties leidt. Het is een mooi blad waar religie af en toe aan de orde komt maar waarin vooral veel moois te lezen valt.

Ik koos uit nummer 104 een gedicht van Hedwig Selles. Door de opmaak van het gedicht is het me niet duidelijk of het gedicht nu ‘Vrees niet’ of ‘Gedicht’ heet. Ik vermoed het eerste. Hedwig Selles (1968) heeft cultuurwetenschappen gestudeerd en bracht meerdere gedichtenbundels uit, onder andere ‘Wie hier binnentreedt’ (2016), waarover Piet Gerbrandy schreef: ‘Hedwig Selles schrijft organische poëzie, waarin “het schorre oergeluid van wereld vuur en wind” te horen is. Dat lijkt me een formidabele prestatie.’

Hedwig Selles publiceerde eerder korte verhalen en gedichten in bijvoorbeeld De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, DWB, Het Liegend Konijn en De Brakke Hond. Selles wordt geïnspireerd door dichters als Achterberg, Faverey, Arends, Auden, Gerlach en Peeters. Haar persoonlijk leven met anorexia heeft haar schrijven ook beïnvloed. Ik las op een website dat ‘haar levensdrift wel dieper gaat dan haar woordkunst’. Met dat laatste is helemaal niets mis getuige het gedicht ‘Vrees niet’.

.

Vrees niet

.

Ik haat de dood, echt

ik haat de dood

maar ik kan het niet laten

ik kan het niet laten

gewoon even dood

.

kijken hoe het is

ik kan het toch gewoon proberen

in de vrieskou min vijftien graden

in de hitte plus veertig graden

er komt een moment dat je het kunt voelen

.

dat je het lichaam gaat verlaten

dat je valt en dat je echt wilt

leven.

.