Site-archief
Rode zone
Irina Tsylik
.
Browsend (één van mijn favoriete woorden in de Engelse taal) door de collectie Internet, stuitte ik op een artikel in de Trouw van september 2025 met de veelbelovende titel ‘Gedicht van de week’ waarin elke week een dichter of poëzieliefhebber een gedicht bespreekt dat hen raakt. In dit geval was dat de Vlaamse dichter en schrijver Maud Vanhauwaert (1984) die een gedicht van de Oekraïense dichter Irina Tsylik (1982) besprak.
Iryna Tsilyk is behalve dichter en schrijfster vooral ook filmmaker, lid van de European Film Academy en Ukrainian PEN International . Ze won de Directing Award: World Cinema Documentary voor de film ‘The Earth Is Blue as an Orange’ op het Sundance Film Festival in de Verenigde Staten in 2020. Naast poëzie schrijft ze ook proza en kinderboeken en haar werk is vertaald in het Engels, Duits, Frans, Pools, Litouws, Tsjechisch, Roemeens, Catalaans, Zweeds, Grieks, Italiaans en Deens. In het artikel van Maud is te lezen dat haar man als soldaat aan het front dient en dat geeft het gedicht een extra emotionele lading.
Het gedicht, dat in Trouw in het Engels is afgedrukt (in vertaling door een Russische vertaler) heb ik verder door vertaald naar het Nederlands en is is getiteld ‘Rode zone’.
.
Rode zone
.
Op weg naar de ‘rode zone’ van de oorlog,
telkens als ik mezelf betrap op extreme zorgvuldigheid
bij de voorbereiding van mijn lichaam:
Ik scheer alles zorgvuldig,
ik besteed veel tijd aan mijn manicure,
ik kies mooi ondergoed uit.
Zo bereid je je voor op een speciale intieme date.
“Je weet maar nooit wie je zal uitkleden.
Misschien wel vanavond,” –
zei mijn oma altijd,
als ze iets bijzonders in gedachten had.
Ik heb ook iets bijzonders in gedachten.
Ik kan het ook niet laten om te denken aan een mogelijke date
met die minnares
met koude ogen, natte vingers
en haar dat ruikt naar zwarte weidebloemen.
“Kom op, niet vandaag,” zeg ik. “Alsjeblieft, niet vandaag.”
Ze lacht lang in stilte,
en er verschijnt iets roods tussen haar tanden.
Maar vandaag kleed ik me zelf uit in mijn eentje.
.
Focus
Bernard Wesseling
.
Nadat ik de bundel ‘Focus’ kocht van schrijver, dichter, slammer en vertaler Bernard Wesseling (1978) ben ik op zoek gegaan naar meer informatie over deze dichter. Mijn eerste bevinding was dat ‘Focus’ uit 2006 de C. Buddingh’ prijs (prijs voor het beste poëziedebuut) won in 2007. Daarna volgden de bundels: ‘Naar de daken’ (2012) die genomineerd werd voor de J.C. Bloem-prijs en’& de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal’ uit 2016. Zijn laatste dichtbundel ‘Ontkrachtingen en affirmaties’ verscheen in 2024. Naast zijn dichtwerk schreef Wesseling een aantal romans.
Zijn poëzie is vertaald in het Frans, Grieks en Spaans. Hij vertaalt poëzie en proza (vaak samen met punkrocker Jan de Nijs) vanuit het Engels. In de bundel ‘Focus’ klinkt een koortsige stem die vat probeert te krijgen op de chaos in de wereld. Want wat de een verdraagt is de ander te veel. Dat blijkt uit de bijzondere mix van onderwerpen en thema’s in de bundel, zijn vocabulaire, is zeer hedendaags en in de greep van een alomtegenwoordige beeldcultuur. In een recensie wordt dit debuut benoemd als een koortsig, bezwerend poëziedebuut van een groot talent.
Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent’.
.
Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent
.
Wie in een vulkaangod gelooft denkt twee keer na
voordat hij de grond onder kwat want hij weet
lava kruipt waar het niet kan komen
.
Het is deze steeg, deze engte heeft iets weg van een trechter
mijn blaas steegvormig
.
Een agent die voor agent speelt laat me afknijpen
wat ik ervan geleerd heb
incasseren
.
Ik bel mijn enige zus en spreek het uit:
je bent een prachtmens
en ik meen het ik meen altijd alles dus
waarom dit niet
.
Tegen de hond die ik niet heb: kop dicht mormel!
voordat hij begint te blaffen want die stuurloze herder is echt
.
Mijn laatste Lucky
wat een junk met succes moet weet ik ook niet
.
Rimbaud
Enid Starkie
.
Ik hou van oude dichtbundels en van oude boeken over poëzie. En soms kom ik in zo’n oud boek brieven of briefjes of krantenknipsels tegen. Zo ook afgelopen week. In een oud boek (ik weet niet eens meer precies wat voor boek, het had niets met poëzie van doen in ieder geval) kwam ik een krantenknipsel tegen met als titel ‘Een dichtersleven’.
Het betreft hier een recensie van ‘Arthur Rimbaud’ van schrijfster Enid Starkie uit 1961. Uit welke krant dit artikel komt is niet duidelijk maar interessant is het wel. Zo lees ik over Rimbaud (1854-1891): Het is het verhaal van een hyperintelligente en bandeloze jongeman, die zijn leven lang door een ware honger naar macht werd voortgedreven, zich een tijdlang reëel verbeeldde God te zijn en op een leeftijd, waarop de meeste toekomstige schrijvers nog een schoolblaadje redigeren, gedichten schreef, die de richting der Europese poëzie geheel zouden veranderen, om tenslotte, nog geen 20 jaar oud, de literatuur en de visoenen vaarwel te zeggen en een avonturier te worden, op zoek naar materieel fortuin.
Na een meer dan heftige relatie met de dichter Verlaine en de publicatie van ‘Une saison en enfer’ in 1876 neemt Rimbaud voorgoed afscheid van de literatuur. Hij zal geen gedicht meer schrijven. Hij begint een zwerftocht door Europa en het Midden-Oosten, leert Engels, Duits, Italiaans, Spaans, Russisch, Grieks en Arabisch, loopt in Italië een zonnesteek op, neemt in Harderwijk dienst als koloniaal (de 300 gulden die hij hiervoor ontving, verbraste hij met Rotte Pietje, een beruchte prostituee), deserteerde op Java, kwam terug naar Europa en had allerlei baantjes. De laatste jaren jaren van zijn leven zijn wazig, hij onderneemt nog trektochten door Afrika, wordt vlijtig en zuinig, accuraat en maakt zich op om te trouwen en als eerzaam burger ergens in Frankrijk te settelen. Op een goede dag begint zijn knie te zwellen. Doodziek wordt hij naar de kust vervoerd om terug te keren bij zijn moeder. Daar belandt hij met een geamputeerd been en vol zweren in een ziekenhuis in Marseille waar hij zich bekeerdt en op 37 jarige leeftijd overlijdt.
Het hele stuk leest als een sensationeel levensverhaal waarvan ik het deel over zijn relatie met Verlaine nog heb weggelaten. Dat Rimbaud nog steeds gelezen wordt en in Frankrijk nog altijd geëerd en bewonderd, blijkt uit de vele standbeelden die er van hem zijn, een museum gewijd aan hem en een bewegwijzerde autoroute-Rimbaud-Verlaine van zo’n 150 km door de Franse Ardennen. In 1992 vertaalde dichter Jan Kal voor De Tweede Ronde drie gedichten van Rimbaud uit diens bundel ‘Une saison en enfer’ getiteld ‘Rêvé pour l’hiver, A… Elle’ of zoals het in het Nederlands is getiteld ‘Droom voor de winter, Aan … Haar’.
.
Droom voor de winter
Aan… Haar
Joost Baars
Emily Dickinson
.
Vandaag een dichter van nu over een dichter van toen in de categorie dichters over dichters. Dit keer dichter Joost Baars (1975) over de dichter Emily Dickinson (1830-1866). Joost Baars is dichter, essayist en boekverkoper. Hij publiceerde ’30 + 30: zestig gedichten uit binnen- en buitenland’ in 2008, ‘Iemand anders’ als chapbook in 2012 en ‘Binnenplaats’ in 2017. Deze laatste bundel werd bekroond met de (laatste) VSB Poëzieprijs, en genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de C. Buddingh’prijs. Baars draagt regelmatig voor op festivals als Poetry International, Winternachten, Read My World en het Tanta International Festival of Poetry (Egypte) Zijn gedichten werden vertaald in het Engels, Grieks en Arabisch. Hij schrijft recensies en interviews voor de Poëziekrant en Awater, essays voor Liter en deRecensent.nl en schreef columns over boekverkopen voor hard//hoofd en Boekblad.
.
Emily Dickinson
.
in een huis in amherst, massachusetts
zit emily dickinson.
.
ze denkt aan jou.
.
ze heeft net de boeken gevonden
waar haar gedichten in afgedrukt staan.
.
zit aan haar tafeltje daar.
staart naar de muur
.
en zoekt jouw gezicht.
.
ik loop er rond. lees
de teksten op bordjes:
.
dit is haar nichtje,
dit is haar slaapvertrek,
.
raak dit niet aan. draag
.
een shirt met haar beeltenis.
lijkt niet, zegt ze, alsof
.
ze niet weet hoezeer ze lichamelijk is.
ik zou haar zo graag op willen eten,
.
maar ze is nu op het punt van verdwijnen
.
gekomen, schrijft er
verterend al
.
een andere lezer aan.
.
Niet zonder geritsel
Piet Gerbrandy
.
Piet Gerbrandy (1958) is dichter, classicus, docent, essayist en poëziecriticus. Hij maakt vertalingen uit het Grieks en Latijn en schrijft essays, gedichten en poëzie-recensies. In 1993 begon hij met het schrijven van essays voor het weekblad De Groene Amsterdammer; in 1996 werd hij poëzie-recensent bij de Volkskrant. Hij ontving voor zijn werk verschillende literaire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs en de Herman Gorterprijs.
In 1996 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘Weloverwogen en onopgemerkt’ waarna vele dichtbundels volgde. Ik schreef al eerder over Gerbrandy en hoewel zijn poëzie niet altijd de makkelijkste is is het wel zeer de moeite waard. In 2022 verscheen van hem de bundel ‘Niet zonder geritsel’ met tekeningen van Anne van Herreweghen. In deze bundel “kijkt de dichter met een mengeling van melancholie en ironie terug op de evolutie en geschiedenis, om vast te stellen dat de idylle waarin mens en natuur samenvallen alleen nog in de verbeelding bewaarheid worden”. De gedichten in deze bijzonder mooi uitgegeven bundel zijn allemaal zonder titel en hebben allemaal een zelfde opbouw van steeds drie regels, dan vier keer twee regels en weer drie regels.
.
Terwijl een wandelaar verveeld naar zwaar metalen herrie luistert heffen de zuilen
van het woud hun ritseldak in de hoop formules van gene zijde door te kunnen
geven aan de schimmels vogels en mensen
.
Uit kelken van wee dampt een walm die bijen
bedwelmt wespen lome inkeer beveelt
.
in cellen van was en papier om kwade
angels tot boden te vormen. Verheelt
.
in geur niet een geest zich met lenige dijen
en bleke blozende wangen die raadt
.
geen doving te aanvaarden die niet leidt
tot ontgesping van stuifmeels verlangen?
.
Op warme augustusavonden komen uit bosranden soms ijle wezens tevoorschijn
die in golvend gras nauw hoorbaar doch onzichtbaar dansen tot hun zweet een
ebben en vloeden oproept.
.
Juni
Bijna vergeten dichter
.
Leo Ross (1934-2014) werd geboren in Zwartsluis. Op het gymnasium in Middelburg leerde Ross de drie jaar oudere Guus Vleugel kennen, de latere dichter Guus Valleide. In 1951 ging hij studeren in Amsterdam. Hij sloot toen een hechte vriendschap met Willem Wilmink, jaargenoot (als Neerlandicus) en dispuutgenoot. Hij werd toen Lektor für niederländische Philologie aan de Universiteit van Münster, Westfalen.
Voor zijn ontwikkeling belangrijke reizen maakte hij in 1965 en 1966 naar Griekenland; hij leerde Grieks uit een Duitse grammatica. In 1969 keerde hij terug naar Amsterdam als docent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde aan de Vrije Universiteit in 1994, gezamenlijk met collega-Neerlandicus Rob Delvigne.
In 1982 maakte hij deel uit van de jury voor de prestigieuze (Belgische) Europese literatuurprijs, toen een Griekse schrijver bekroond werd. In de PEN maakte hij zich verdienstelijk als lid van de werkgroep Writers in prison.
Leo Ross debuteerde in 1952 in het Amsterdamse studentenblad Propria Cures (PC) met een gedicht uit zijn gymnasiumtijd. De debuutbundel ‘L’Amour vert’ (1962) stond onder de invloed van Hans Lodeizen. Met groter ernst gaat in ‘Classics’ (1967) ook meer reflectie over de poëzie gepaard.
Hoewel Ross zijn eerste essays publiceerde in 1954/1955 (in Propria Cures), dus ongeveer tegelijk met zijn vroege gedichten, slaat hij in beide door hem beoefende literaire genres een opvallend verschillende toon aan: de poëzie is zonnig en vrolijk, de essays venijnig en agressief.
In 2003 in het ziekenhuis begon Leo Ross distichons te schrijven, tweeregelige gedichtjes naar het voorbeeld van het grafschrift van Vondel. Tot 2009 verschenen er vier bundels ‘tweeregels’. Ross publiceerde in verschillende literaire tijdschriften als De Revisor, De Gids, Hollands Weekblad en Maatstaf.
Uit ‘L’Amour vert’ komt het gedicht ‘Juni’.
.
Juni
.
Ik wil mijn best doen zoals bloemen
hun best doen, van mijn leven
wil ik iets stijlvols maken, een reuzeneik
voor een kleurige vogel
.
maar ik lig op een strand in de zon
met een jongen die zachtjes snurkt en
speel met de tijd als met zand, dijken
bouwend en tunnels gravend.
.
E.E. Cummings in 100 gedichten
Verzamelbundel
.
When in London, buy a poetrybook. En dat deed ik dus. In een klein tweedehands boekenwinkeltje in Camden market kocht ik afgelopen weekend de bundel ‘100 selected poems’ van E.E. Cummings. Al jaren is E.E. één van mijn favoriete Engelstalige dichters maar ik bezat geen enkele bundel van hem. Daar is nu dus verandering in gekomen en ik ben er blij mee.
In deze bundel staan gedichten uit maar liefst 10 bundels van Cummings. De oudste uit 1923 ‘Tulips and Chimneys’ en de meest recente XAIPE (wees gegroet in het Grieks) uit 1950.
Edward Estlin Cummings (1894 – 1962) was een Amerikaans dichter en schrijver. Hij was een van de meest radicaal experimentele en inventieve schrijvers van de 20e eeuw. Zijn stijl wordt gekenmerkt door typografisch non-conformisme, het gebruik van jazzritmes, jargon en andere elementen uit de populaire cultuur. Zijn poëzie is nog steeds, na al die jaren, actueel, modernistisch en opwindend.
Uit de bundel het gedicht ‘Raise the shade’ (hoewel het gedicht eigenlijk geen titel heeft, Cummings gedichten hebben nooit een titel maar worden met hun eerste regel aangeduid) dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘And’ uit 1925. Hoewel de typerende non-conformistische typografie en interpunctie van zijn latere werk hier nog ontbreekt herken je al elementen hiervan in dit gedicht.
.
raise the shade
will you dearie?
rain
.
get yer goat but
we don’t care do
we dearie we should
worry about the rain
.
huh
dearie?
yknow
i’m
.
sorry for awl the
poor girls thatgets up god
knows when every
.
day of their
lives
ain’t you
oo-oo, dearie
.
not so
hard dear
.
you’re killing me
.















