Site-archief
Dag stad
Twan Vet
.
Dichter, liedtekstdichter, prozaschrijver en voormalig stadsdichter van Amersfoort (2021-2024) Twan Vet (1998) is geen onbekende. Zo verscheen poëzie van hem in MUGzine #28, en schreef ik al over zijn debuutbundel ‘Troostpogingen‘ uit 2025. Je kunt je overigens afvragen of debuutbundel wel van toepassing is want in 2024 verscheen van hem de bundel ‘Dag stad’ met daarin een selectie van de stadsgedichten die hij schreef als stadsdichter.
Werk van Twan Vet verscheen ook in literaire tijdschriften en kranten als De Revisor, Het Liegend Konijn, DW B, Deus Ex Machina en NRC. Daarnaast is hij regelmatig te zien en horen op de radio en op festivals als Dichters in de Prinsentuin. Een van mijn favoriete schrijvers, en tegenwoordig presentator van het radioprogramma Taalstaat op radio 1, Ronald Giphart, schreef als aanbeveling over de bundel ‘Dag stad’: “Deze onweerstaanbare bundel van Twan vet heb ik al een tijdje bij me om onderweg in de trein te lezen, of luierend in bed, of op kantoor, in mijn huiskamer en zelfs als ik aan het koken ben. Vets taal is licht, helder en complex tegelijk, zijn trefzekere woorden dagen uit om verder te reizen naar vertrouwde onbekende werelden. Gedichten die je blijven vergezellen”.
Alle reden dus om een gedicht uit deze bundel te kiezen en hier te plaatsen. Ik koos voor het gedicht ‘Er wordt op je gewacht’.
.
Er wordt op je gewacht
.
We stapelden stenen in een stad, gingen ervoor staan,
bogen ons hoofd wat, dachten: het is nog niet af.
.
Er moest nog karakter in, levensdrift,
mensen zoals jij en ik.
.
Hier ligt nu de stad en weten we:
niets is ooit af in dit bestaan.
.
De kroegen, kerken, kunstenaars –
niets is ooit klaar, zelfs niet vandaag.
.
Zo is het uitzicht op de dag hier
niet alleen een canvas van wat was,
.
maar vooral van wat nog kan.
Hier ligt dus vandaag voor jou de stad –
.
er wordt op je gewacht.
.
Nieuwe perspectieven
Kila van der Starre en Jeroen Dera
.
Naast het lezen van gedichten en gedichtenbundels heb ik een voorliefde voor de rafelranden van de poëzie. Wat ik daarmee bedoel is eigenlijk alles wat er zich rond poëzie afspeelt en daar een directe of indirecte relatie mee heeft. Dat kan zijn van verschijningsvormen van poëzie, poëzie en kunt (of in kunst), poëzie in andere culturele uitingen (muziek, dans etc.) of plekken waar je niet direct poëzie verwacht maar waar poëzie wel een (ondersteunende of waarschuwende) rol kan spelen (klimaatverandering, verzet tegen machthebbers of machtssystemen etc.).
Wanneer je alle berichten op dit blog zou lezen (begin er niet aan, het zijn er inmiddels bijna 6.000) dan weet je precies wat ik hiermee bedoel. Of kijk naar de categorieën die ik inmiddels heb aangemaakt om enige ordening te brengen in al die berichten (en waar ik er zonder moeite nog vele aan toe zou kunnen voegen). Wat ik maar wil zeggen, poëzie heeft zoveel kanten waar je je vrolijk over kan maken, aan kan ergeren, je door kan laten inspireren en je van kan leren.
Dat laatste aspect vind ik vaak nog wel de interessantste. Zo las ik onlangs het artikel ‘Nieuwe perspectieven op moderne poëzie’ van Kila van der Starre en Jeroen Dera, een artikel in Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 140, 3-4, (2024), pp. 171-177. Het artikel kun je als pdf downloaden via het internet. In dit artikel beschrijven Kila en Jeroen, beide Neerlandici, de afname van het poëzieonderzoek en -onderwijs, de verschuiving van autonome naar contextgerichte benaderingen (voorbeeld: veel minder studies naar het oeuvre, leven of een bundel van een dichter en juist meer aandacht voor zaken buiten de poëzie zoals klimaat, queer theorie en kunstmatige intelligentie in relatie met poëzie) en de twee auteurs pleiten voor meer wetenschappelijke bijdragen aan Nederlandstalige poëzie.
In het artikel wordt ook beschreven dat de twee Neerlandici hebben opgeroepen (Call for Papers) om “bijdragen ‘waarin een tekst- of contextgerichte benadering wordt toegepast op een casus (een gedicht, een bundel, een oeuvre van één dichter of meerdere gedichten, bundels of oeuvres vanuit een comparatief perspectief), bij voorkeur gestuurd door een vernieuwend theoretisch kader dat nieuwe perspectieven op 20e- en 21e-eeuwse poëzie mogelijk maakt’. Hier hebben 15 Neerlandici gereageerd met artikelen over “analyses van 20e- en 21e-eeuwse poëzie vanuit de perspectieven van ecokritiek, disability studies, queer theory, metrumanalyse en affecttheorie, in combinatie met intertekstualiteit, meertaligheid, muziekgeschiedenis, cyberfeminisme en artificiële intelligentie.”
Als rechtgeaarde poëzieliefhebber word ik heel gretig wanneer ik dit lees. Aan het eind van dit artikel wordt poëzieonderzoekers in de neerlandistiek opgeroepen om de komende jaren vooral aan Nederlandstalige vaktijdschriften te blijven bijdragen. Ik kan deze oproep alleen maar steunen. Geen blogartikel zonder gedicht en gezien het onderwerp ben ik bij een gedicht dat over de poëzie gaat uitgekomen. Het betreft hier het gedicht ‘Tweede en laatste brief aan de poëzie’ van Ingmar Heytze (1970) uit zijn laatste bundel ‘Postkamer’ uit 2025.
.
Tweede en laatste gedicht aan de poëzie
.
Zaterdagochtend, ik was bezig om een trein te halen
voor een les in Amsterdam, zag ik haar weer.
Deze keer droeg ze een geel, fluorescerend vest.
.
De meeuw zat op haar hoofd, het leek me dezelfde
als eerst. Ik had geen tijd. Toch stapte ik af en maakte,
op veilige afstand, één foto van hoe ze daar stond
.
alsof ze ergens een ark voor verendragers had,
of beter: alsof ze later, als ze groot was,
door uilen wilde worden weggedragen.
.
Er waren zeker twee keer zoveel vogels als eerst,
meer soorten ook. Ze stond te stralen op haar tapijt
van eenden, ganzen, zwanen.
.
In de trein bekeek ik mijn foto. Vreemd: haar kruin was leeg.
.
Vóór een madonna
Oda Blinder
.
Van de Curaçaos-Nederlandse dichter Oda Blinder (1918-1969) is in 2024 de bundel ‘Curaçao bij nacht’ verschenen met 35 niet eerder gepubliceerde gedichten. Oda Blinder (pseudoniem van Maria Yolanda Corsen) debuteerde in 1944 in het Curaçaose literaire blad De Stoep met drie gedichten. Ze publiceerde onder haar pseudoniem dat de drijvende kracht van De Stoep, Chris Engels, voor haar had bedacht. Tot het stoppen van dit literaire magazine bleef Blinder regelmatig in De Stoep publiceren. Hierna publiceerde ze nog in de Antilliaanse Cahiers in 1956 en in een aflevering van het tijdschrift Simadán uit 1961. Ze schreef ook enkele gedichten in het Engels en in het Spaans.
Pas in 1968, een jaar voor haar overlijden, kwam haar debuutbundel uit ‘brieven van een curaçaose blinde en andere gedichten‘ op initiatief van twee zussen van Oda. In de jaren na haar dood werd de bundel herdrukt, herzien en aangevuld. Haar gedichten zag Blinder als simpel, en tegelijkertijd wist ze heel goed waartoe zij dichtte. Haar gedichten waren ook de neerslag van een strijd. Dat poëtische gevecht zorgde ervoor dat zij als eerste vrouw een belangrijke stem werd binnen de Nederlandstalige Curaçaose literatuur.
Frank Martinus Arion schreef over haar in 1959: “Oda Blinder dicht uit noodzaak, groter dan roeping; poëzie is voor haar minder kunstuiting, het schrijven van poëzie geen kunstbeoefening, maar vervanging van een groot levensgemis.”
In 2024 verscheen dus de bundel ‘Curaçao bij nacht’ waarin 35 gedichten zijn opgenomen die Oda Blinder, ten tijden van het verschijnen van haar debuutbundel al had opgenomen op een audiocassette. Die audiocassette is teruggevonden en de gedichten zijn nu te lezen. Uit deze bundel koos ik voor het gedicht ‘Vóór een madonna’.
.
Vóór een madonna
.
tintelend
grijpen kinderhanden
naar de omvang
van uw wezen;
onbeschroomd
zijn hun verlangens,
onbesmet
de kuise stilte
die hun weelden
om u weven.
.
Twaalf niet zo moeilijke gedichten
Hans Vlek
.
De dichter Hans Vlek (1947-2016) is geen onbekende dichter op dit blog. Al een aantal maal kwam hij en zijn poëzie voorbij. Na zijn dood werd in 2024 het Hans Vlek genootschap opgericht met het doel de herinnering aan de dichter Hans Vlek levend te houden en bij te dragen aan de kennis en waardering van zijn werk. Het Genootschap wordt bestuurd door Teunis IJdens, Antoon van Rosmalen, Renske van Dillen en Sander Bax. Ook is er een comité van aanbeveling waar naast dichters Frans Kuipers en Jan Kuijper ook mijn bibliotheek collega en directeur van de bibliotheek in Den Bosch Nan van Schendel, schrijver A. F. Th. van der Heijden en Roos Vlek (dochter van Hans) zitting hebben.
Doel van het Hans Vlek Genootschap is om beschikbare informatie over werk en leven van de dichter toegankelijk te maken; nieuwe informatie te verzamelen en toegankelijk te maken; lezingen, festivals en andere openbare evenementen te (doen) organiseren; studie naar het werk van Hans Vlek en verwante dichters, schrijvers, beeldend kunstenaars en musici te bevorderen; publicaties te (doen) uitgeven.
En dat laatste is nu precies wat het Genootschap gaat doen. Op 4 juli, de Vlekdag, 10 jaar na zijn overlijden, organiseren zij samen met Huis73 (de bibliotheek) onder andere de presentatie van de bundel ‘Twaalf niet zo moeilijke gedichten’ in een oplage van 150 genummerde exemplaren. Deze bundel bevat twaalf eerder gepubliceerde gedichten van Hans Vlek die sinds 2 juli 2025 bij zes zogenaamde Vlekflitsen, om de twee maanden, werden voorgedragen op een openbare plek in Den Bosch. Meer informatie over het Genootschap vind je op hun website hansvlek.nl
Ik heb de inhoud van deze bundel mogen inzien en ik heb gekozen voor het gedicht ‘Fatum’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘Iets eetbaars’ uit 1966.
.
Fatum
.
Of ik nu goede gedichten schrijf
of niet, of ik nu 1 liter melk
of bier drink, of als
het ophoudt te regenen
En ga zo maar even door
– Het is een goedkoop thema
zoals ook lucht goedkoop is
maar onmisbaar
ik weet het –
.
Mijn haren zullen schaarser
m’n brilleglazen dikker
en m’n ogen kleiner worden.
Ook zal ik niet meer door
voor aanstormende auto’s weg te sprinten
veilig de overkant bereiken.
.
Ik bedoel dichters
gaan ook dood. Iets anders
houd ik niet voor mogelijk
.
De lente komt
Ali Şerik
.
Afgelopen week moest ik in de bibliotheek van Utrecht zijn en wanneer ik daar ben loop ik altijd even naar de poëzie afdeling. Om wat tijd te doden nam ik plaats op een deel van de tijdschriften en krantenafdeling op de tweede verdieping en las ik het tijdschrift ‘Schreef’ proza en poëzie door en voor liefhebbers, uitgegeven door Taalpodium, een vereniging van ruim honderd (vrijetijds-)schrijvers en -dichters, waarvan diverse leden hun sporen verdiend hebben met het winnen van dicht- en verhalenwedstrijden, anderen met de uitgave van dichtbundels, verhalenbundels en romans.
In ‘Schreef’ dat vier keer per jaar verschijnt staat poëzie van allerlei dichters die niet of vaak nog maar net gepubliceerd zijn, opgenomen met een gedicht. Een van die dichters is Ali Şerik (1962). Deze uit Turkije afkomstige dichter publiceerde in Turkije drie dichtbundels en in Nederland inmiddels 5 bundels waaronder ‘De zachte veren van de tijd‘ uit 2024.
Voor het Nationale Boekblog schrijft hij van maart 2012 tot augustus 2013 elke vrijdag een gedicht. In 2024 begint hij hier opnieuw mee, nu maandelijks met een gedicht. Op dit moment publiceert hij ook regelmatig gedichten in het blad ‘Dichter’ van Plint. Ook is Ali recensent voor Meander.
In de ‘Schreef’ is het gedicht ‘De lente komt’ van zijn hand opgenomen. En hoewel de zomer bijna een feit is, toch een toepasselijk gedicht voor deze tijd van het jaar.
.
De lente komt
.
Wat zeker is, is dat de lente komt.
Of wij lief voor elkaar zijn
of het tegendeel proberen te bewijzen
de lente komt sowieso, als een eigenwijze kleuter.
.
De kou van de winter ontdooit
bomen schudden zich wakker
de leeuwerik is weer terug om te zingen.
De lente komt als vechtende meerkoeten.
.
De aarde ontwaakt met spinnen en vleermuizen
houten vogelnestjes worden schoongemaakt
winterjassen krijgen een stille plek.
De lente komt als de vleugels van zwanen.
.
Zaad voor nieuw leven ontkiemt
geschreeuw van kinderen steekt de straat over
iemand kust iemand vol op zijn of haar mond.
Wat zeker is, is dat de lente komt.
.
Pijnbank
Gwy Mandelinck
.
Uit de bundel ‘Overval’ uit 1997 komt het gedicht ‘Pijnbank’ van de Vlaamse schrijver, dichter en stichter van de Poëziezomers in Watou, Gwy Mandelinck (1937 – 2024).
.
Pijnbank
.
Je strijkt. Terwijl je voet naar binnen staat
gedraaid, lijk je ingekeerd te zijn.
Zodra je mij bedreigt gaan neus en lip omhoog.
Die geven tanden bloot. Je hoofd wordt rood
.
en je besprenkelt breed het pak
waarin ik zat. Je heetste binnenkant
komt stomend op mij neer. een pijnbank
is die plank. je zet mij naar je hand.
.
Jarig
Jana Beranova
.
Alle dichters die op dit blog aan de orde komen zijn ooit geboren en hebben dus een geboortedag. Wanneer een dichter nog leeft heeft deze dus ook een verjaardag. Nou is het niet mijn gewoonte om bij elke verjaardag van elke dichter die nog leeft een blog aan die dichter te wijden maar vandaag maak ik een uitzondering.
Vandaag is dichter Jana Beranová (1932) jarig en ze wordt 94 jaar. Omdat ik Jana als dichter en mens goed heb leren kennen in de afgelopen bijna 20 jaar en omdat ik al twee keer in de jury van de prijs die naar haar vernoemd is heb mogen plaats nemen, leek het me niet meer dan goed en rechtvaardig hier even stil te staan bij deze bijzondere vrouw.
Jana Beranová is Tsjechische van geboorte, maar moest na 1948 met haar ouders vluchten en kwam in Nederland terecht. Zij studeerde in Rotterdam af in de economie. Zij werd bekend met haar vertalingen van Tsjechische schrijvers en dichters, onder wie Milan Kundera (onder andere zijn klassieker ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’) en de Tsjechische schrijver, dichter en journalist en Nobelprijswinnaar (1984) Jaroslav Seifert (1901-1986).
In 2008 verscheen ‘De geboorte van Sisyphus‘: de verzamelde in het Nederlands vertaalde poëzie van een oud-stadgenoot van Jana, de Tsjechische dichter en immunoloog Miroslav Holub (1923-1998). Inmiddels was haar naam als dichter en vertaler gevestigd en van 2009 tot 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam. Jana was docente poëzie aan de Amsterdamse schrijversvakschool en politiek actief binnen de schrijversorganisatie PEN International, dat zich inzet voor vervolgde schrijvers. Landelijke beroemdheid kreeg zij met een tekst die ze maakte voor Amnesty International: ‘Als niemand luistert naar niemand vallen er doden in plaats van woorden’.
Voor haar inspanningen voor de Tsjechische literatuur kreeg Jana Beranová in 2005 van de Tsjechische staat een hoge onderscheiding. In 2024 ontving ze de prestigieuze Gratias Agit Prijs, voor haar bijdrage aan de promotie van Tsjechië in het buitenland. Voor haar inzet voor de Rotterdamse letteren kreeg Beranová in 2008 de Erasmusspeld. In 2025 werd de driejaarlijkse Anna Blaman Prijs aan haar toegekend voor haar gehele oeuvre.
Sinds 2019 wordt de Jana Beranováprijs uitgereikt aan een Nederlandstalige auteur die de artistieke vrijheid en integriteit vooropstelt, zonder te hechten aan waardering op grond van conventionele, modieuze of morele criteria. Ik voel mij vereerd dat ik al tweemaal in de jury ben gevraagd voor deze bijzondere prijs.
Zoals ik hierboven al schreef heb ik mooie herinneringen aan de momenten dat ik samen met Jana mocht voordragen (zoals bij de begrafenis van wederzijdse vriend en dichter Hvroje Pero Senda (1945-2013), dat ze in de jury zat van de poëziewedstrijd van poëziestichting Ongehoord! en de malen dat ik haar sprak en naar haar mocht luisteren zoals bijvoorbeeld bij de uitreiking van de naar haar genoemde prijs in 2023 toen de prijs werd uitgereikt aan Wim T. Schippers. Bij deze van harte gefeliciteerd Jana en op naar de 100!
Uit de bundel ‘Tussentonen’ uit 2004 haar gedicht ‘Jasje’.
.
Jasje
.
Alle seizoenen waren harde winters.
Zou ze zich verborgen hebben in dit bontjasje
dat hij ooit met liefde gewatteerd
om haar smalle schouders had gelegd?
Zou zij zo de kou hebben kunnen weren
van al die landverhuizingen en andere doden,
van de angst en de grimmige wortels
zodat ze zacht zou vallen als ze zou vallen?
Zou ze op een dag
in dit jasje
de oneindige koude
zijn ingedoken?
Je bewaart het, bladert het door: de mouwen,
het haast onvindbare sluitinkje, de kraag;
het ding slijt, rafelt, vervaalt als een veelgelezen boek.
Je schudt met de mot de tijd eruit
en vult het op met je eigen lijf
al durf je zo de straat niet op.
Niemand weet dat het jasje
van geverfd konijn is
en niet van nerts.
.














