Site-archief
Twaalf niet zo moeilijke gedichten
Hans Vlek
.
De dichter Hans Vlek (1947-2016) is geen onbekende dichter op dit blog. Al een aantal maal kwam hij en zijn poëzie voorbij. Na zijn dood werd in 2024 het Hans Vlek genootschap opgericht met het doel de herinnering aan de dichter Hans Vlek levend te houden en bij te dragen aan de kennis en waardering van zijn werk. Het Genootschap wordt bestuurd door Teunis IJdens, Antoon van Rosmalen, Renske van Dillen en Sander Bax. Ook is er een comité van aanbeveling waar naast dichters Frans Kuipers en Jan Kuijper ook mijn bibliotheek collega en directeur van de bibliotheek in Den Bosch Nan van Schendel, schrijver A. F. Th. van der Heijden en Roos Vlek (dochter van Hans) zitting hebben.
Doel van het Hans Vlek Genootschap is om beschikbare informatie over werk en leven van de dichter toegankelijk te maken; nieuwe informatie te verzamelen en toegankelijk te maken; lezingen, festivals en andere openbare evenementen te (doen) organiseren; studie naar het werk van Hans Vlek en verwante dichters, schrijvers, beeldend kunstenaars en musici te bevorderen; publicaties te (doen) uitgeven.
En dat laatste is nu precies wat het Genootschap gaat doen. Op 4 juli, de Vlekdag, 10 jaar na zijn overlijden, organiseren zij samen met Huis73 (de bibliotheek) onder andere de presentatie van de bundel ‘Twaalf niet zo moeilijke gedichten’ in een oplage van 150 genummerde exemplaren. Deze bundel bevat twaalf eerder gepubliceerde gedichten van Hans Vlek die sinds 2 juli 2025 bij zes zogenaamde Vlekflitsen, om de twee maanden, werden voorgedragen op een openbare plek in Den Bosch. Meer informatie over het Genootschap vind je op hun website hansvlek.nl
Ik heb de inhoud van deze bundel mogen inzien en ik heb gekozen voor het gedicht ‘Fatum’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘Iets eetbaars’ uit 1966.
.
Fatum
.
Of ik nu goede gedichten schrijf
of niet, of ik nu 1 liter melk
of bier drink, of als
het ophoudt te regenen
En ga zo maar even door
– Het is een goedkoop thema
zoals ook lucht goedkoop is
maar onmisbaar
ik weet het –
.
Mijn haren zullen schaarser
m’n brilleglazen dikker
en m’n ogen kleiner worden.
Ook zal ik niet meer door
voor aanstormende auto’s weg te sprinten
veilig de overkant bereiken.
.
Ik bedoel dichters
gaan ook dood. Iets anders
houd ik niet voor mogelijk
.
De lente komt
Ali Şerik
.
Afgelopen week moest ik in de bibliotheek van Utrecht zijn en wanneer ik daar ben loop ik altijd even naar de poëzie afdeling. Om wat tijd te doden nam ik plaats op een deel van de tijdschriften en krantenafdeling op de tweede verdieping en las ik het tijdschrift ‘Schreef’ proza en poëzie door en voor liefhebbers, uitgegeven door Taalpodium, een vereniging van ruim honderd (vrijetijds-)schrijvers en -dichters, waarvan diverse leden hun sporen verdiend hebben met het winnen van dicht- en verhalenwedstrijden, anderen met de uitgave van dichtbundels, verhalenbundels en romans.
In ‘Schreef’ dat vier keer per jaar verschijnt staat poëzie van allerlei dichters die niet of vaak nog maar net gepubliceerd zijn, opgenomen met een gedicht. Een van die dichters is Ali Şerik (1962). Deze uit Turkije afkomstige dichter publiceerde in Turkije drie dichtbundels en in Nederland inmiddels 5 bundels waaronder ‘De zachte veren van de tijd‘ uit 2024.
Voor het Nationale Boekblog schrijft hij van maart 2012 tot augustus 2013 elke vrijdag een gedicht. In 2024 begint hij hier opnieuw mee, nu maandelijks met een gedicht. Op dit moment publiceert hij ook regelmatig gedichten in het blad ‘Dichter’ van Plint. Ook is Ali recensent voor Meander.
In de ‘Schreef’ is het gedicht ‘De lente komt’ van zijn hand opgenomen. En hoewel de zomer bijna een feit is, toch een toepasselijk gedicht voor deze tijd van het jaar.
.
De lente komt
.
Wat zeker is, is dat de lente komt.
Of wij lief voor elkaar zijn
of het tegendeel proberen te bewijzen
de lente komt sowieso, als een eigenwijze kleuter.
.
De kou van de winter ontdooit
bomen schudden zich wakker
de leeuwerik is weer terug om te zingen.
De lente komt als vechtende meerkoeten.
.
De aarde ontwaakt met spinnen en vleermuizen
houten vogelnestjes worden schoongemaakt
winterjassen krijgen een stille plek.
De lente komt als de vleugels van zwanen.
.
Zaad voor nieuw leven ontkiemt
geschreeuw van kinderen steekt de straat over
iemand kust iemand vol op zijn of haar mond.
Wat zeker is, is dat de lente komt.
.
Pijnbank
Gwy Mandelinck
.
Uit de bundel ‘Overval’ uit 1997 komt het gedicht ‘Pijnbank’ van de Vlaamse schrijver, dichter en stichter van de Poëziezomers in Watou, Gwy Mandelinck (1937 – 2024).
.
Pijnbank
.
Je strijkt. Terwijl je voet naar binnen staat
gedraaid, lijk je ingekeerd te zijn.
Zodra je mij bedreigt gaan neus en lip omhoog.
Die geven tanden bloot. Je hoofd wordt rood
.
en je besprenkelt breed het pak
waarin ik zat. Je heetste binnenkant
komt stomend op mij neer. een pijnbank
is die plank. je zet mij naar je hand.
.
Jarig
Jana Beranova
.
Alle dichters die op dit blog aan de orde komen zijn ooit geboren en hebben dus een geboortedag. Wanneer een dichter nog leeft heeft deze dus ook een verjaardag. Nou is het niet mijn gewoonte om bij elke verjaardag van elke dichter die nog leeft een blog aan die dichter te wijden maar vandaag maak ik een uitzondering.
Vandaag is dichter Jana Beranová (1932) jarig en ze wordt 94 jaar. Omdat ik Jana als dichter en mens goed heb leren kennen in de afgelopen bijna 20 jaar en omdat ik al twee keer in de jury van de prijs die naar haar vernoemd is heb mogen plaats nemen, leek het me niet meer dan goed en rechtvaardig hier even stil te staan bij deze bijzondere vrouw.
Jana Beranová is Tsjechische van geboorte, maar moest na 1948 met haar ouders vluchten en kwam in Nederland terecht. Zij studeerde in Rotterdam af in de economie. Zij werd bekend met haar vertalingen van Tsjechische schrijvers en dichters, onder wie Milan Kundera (onder andere zijn klassieker ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’) en de Tsjechische schrijver, dichter en journalist en Nobelprijswinnaar (1984) Jaroslav Seifert (1901-1986).
In 2008 verscheen ‘De geboorte van Sisyphus‘: de verzamelde in het Nederlands vertaalde poëzie van een oud-stadgenoot van Jana, de Tsjechische dichter en immunoloog Miroslav Holub (1923-1998). Inmiddels was haar naam als dichter en vertaler gevestigd en van 2009 tot 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam. Jana was docente poëzie aan de Amsterdamse schrijversvakschool en politiek actief binnen de schrijversorganisatie PEN International, dat zich inzet voor vervolgde schrijvers. Landelijke beroemdheid kreeg zij met een tekst die ze maakte voor Amnesty International: ‘Als niemand luistert naar niemand vallen er doden in plaats van woorden’.
Voor haar inspanningen voor de Tsjechische literatuur kreeg Jana Beranová in 2005 van de Tsjechische staat een hoge onderscheiding. In 2024 ontving ze de prestigieuze Gratias Agit Prijs, voor haar bijdrage aan de promotie van Tsjechië in het buitenland. Voor haar inzet voor de Rotterdamse letteren kreeg Beranová in 2008 de Erasmusspeld. In 2025 werd de driejaarlijkse Anna Blaman Prijs aan haar toegekend voor haar gehele oeuvre.
Sinds 2019 wordt de Jana Beranováprijs uitgereikt aan een Nederlandstalige auteur die de artistieke vrijheid en integriteit vooropstelt, zonder te hechten aan waardering op grond van conventionele, modieuze of morele criteria. Ik voel mij vereerd dat ik al tweemaal in de jury ben gevraagd voor deze bijzondere prijs.
Zoals ik hierboven al schreef heb ik mooie herinneringen aan de momenten dat ik samen met Jana mocht voordragen (zoals bij de begrafenis van wederzijdse vriend en dichter Hvroje Pero Senda (1945-2013), dat ze in de jury zat van de poëziewedstrijd van poëziestichting Ongehoord! en de malen dat ik haar sprak en naar haar mocht luisteren zoals bijvoorbeeld bij de uitreiking van de naar haar genoemde prijs in 2023 toen de prijs werd uitgereikt aan Wim T. Schippers. Bij deze van harte gefeliciteerd Jana en op naar de 100!
Uit de bundel ‘Tussentonen’ uit 2004 haar gedicht ‘Jasje’.
.
Jasje
.
Alle seizoenen waren harde winters.
Zou ze zich verborgen hebben in dit bontjasje
dat hij ooit met liefde gewatteerd
om haar smalle schouders had gelegd?
Zou zij zo de kou hebben kunnen weren
van al die landverhuizingen en andere doden,
van de angst en de grimmige wortels
zodat ze zacht zou vallen als ze zou vallen?
Zou ze op een dag
in dit jasje
de oneindige koude
zijn ingedoken?
Je bewaart het, bladert het door: de mouwen,
het haast onvindbare sluitinkje, de kraag;
het ding slijt, rafelt, vervaalt als een veelgelezen boek.
Je schudt met de mot de tijd eruit
en vult het op met je eigen lijf
al durf je zo de straat niet op.
Niemand weet dat het jasje
van geverfd konijn is
en niet van nerts.
.
Verblijf
Yasmin Namavar
.
Yasmin Namavar (1983) werkt als psychiater en is daarnaast schrijver en dichter. Haar gedichten verschenen onder andere in De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, Samplekanon en Poëziekrant. Ze won de Hollands Maandbladbeurs voor poëzie in 2024. In 2022 was ze finalist bij de El Hizjra Literatuurprijs. Ze debuteerde in 2025 met de bundel ‘Verblijf’. In deze bundel komt steeds de vraag naar boven wat het betekent om ergens te zijn. Ze trad op tijdens de 42e Nacht van de Poëzie en bij Dichters in de Prinsentuin.
In een interview op de website van Meander zegt ze over hoe ze in aanraking kwam met poëzie: “Als kind las mijn vader soms Perzische poëzie voor. Vooral Hafez. Ik begreep er niets van, maar ik werd meegenomen door het ritme en de klanken. Met Nederlandse poëzie kwam ik pas op de middelbare school in aanraking, en tijdens mijn studententijd begon ik zelf poëzie te lezen. De bundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen‘ van Tjitske Jansen was de eerste dichtbundel die ik op mijn nachtkastje had liggen. Destijds was mijn favoriet, het gedicht dat zo begint: ‘Liefste, Op deze dag zo grijs als haring schrijf ik je een brief waarin het waait’”.
Op de website Sampol.be staat een gedicht van haar hand waarin ze naar Iran trok om te kijken wat haar vader heeft nagelaten. Het gedicht ‘Droogte’ kun je hier lezen. Uit de festivalbundel van de 42ste Nacht van de Poëzie nam ik het onderstaande gedicht van haar hand zonder titel.
.
ze ploegt haar gangen, elke dag
met de schop in haar handen, sandalen in aarde
vrouw uit klei gemaakt
.
daarginds op het erf
bewegen kippen amechtig en schuw – de mens!
in haar schort legt ze eieren in stro
.
na het avondgebed dipt ze koek in sterke thee
en wanneer de nacht door het ledikant zakt
herneemt de schepping opnieuw haar kleine kiem
.
de volgende morgen in de kou – in de holte
van haar buik, spint een rupsachtig beest
nesten vol witte moerbeizijde
.
in de keuken zucht de gootsteen
stokt het hart van een segrijnslak
wacht het servies argeloos op de dood
.
en het paard knikkebolt in de stal
hij let niet op de vrouw
of haar ruw gesponnen draad.
.
Genoeg
Theo Olthuis
.
Op 3 april verschijnt ‘Tongval van het verdwijnen’ de tweede klimaatdichtersbundel. In deze nieuwe verzameling gedichten van de Klimaatdichters, zoeken vijftig dichters de grenzen van de taal op om dier, plant, schimmel en bacterie een stem te geven. Waarom een groot aantal dichters, woordkunstenaars en spoken-word artiesten zich hebben verenigd in de Klimaatdichters (waaronder ikzelf) mag inmiddels wel duidelijk zijn. De laatste 10 jaar waren de warmste jaren ooit gemeten en wat dat voor consequenties heeft is duidelijk (al zijn er altijd mensen die dit ontkennen, niet gehinderd door enige vorm van kennis).
Toch is het besef dat de wereld risico loopt niet nieuw. In 1968 werd de Club van Rome opgericht en in 1972 bracht deze club het rapport ‘De grenzen aan de groei’ uit. Een alarmistisch rapport waarin al een verband werd gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Hoewel het rapport veel aandacht kreeg en er in de afgelopen 50 jaar wel degelijk actie is ondernomen blijkt dat de mens nog altijd achter de zaken aanloopt.
Dat er destijds ook al oog was voor het milieu (en altijd is geweest) bleek mij opnieuw toen ik in ‘Roltrap naar de maan” Nederlandse kinderliedjes vanaf 1950, voor kleine en grote mensen, uit 1995 aan het lezen was. In het hoofdstuk ‘Anders loopt het in de soep’ liedjes over de wereld, staat een liedtekst van Theo Olthuis (1941-2024) schrijver en dichter. Olthuis schreef heel veel boeken en bundels voor kinderen en volwassenen, theaterstukken, aforismen, scenario’s en liedteksten voor televisie (onder andere voor Sesamstraat en Het Klokhuis).
Ook schreef hij teksten voor volwassenen zoals een liedtekst in deze bundel uit 1990 voor Herman van Veen. Het lied verscheen destijds als CD-single. De tekst doet nu heel lief aan, er is weinig alarmistisch aan maar ik vraag me af of, als Olthuis een dergelijk lied opnieuw had geschreven, dat nu opnieuw zo lieflijk zou zijn geweest.
.
Genoeg
.
Er is op iedereen gerekend
De aarde is gastvrij
Eén grote ronde tafel
Pak een stoel en kom erbij
Tast maar toe, wees niet bang
Er is genoeg voor iedereen
Schep maar op en ga je gang
.
O ja, ‘k zou het haast vergeten
Eén ding moet je even weten
Anders loopt het in de soep
Dan gaat het helemaal mis
Er is genoeg voor iedereen
Maar neem niet meer dan nodig is!
.
Wij hullen ons zeemeermin
Lena Plantinga
.
Ik ben groot fan van literaire- en poëzietijdschriften. Die lees ik in de koninklijke bibliotheek, openbare bibliotheken of via een abonnement. En natuurlijk ben ik zelf mede verantwoordelijk voor één van de leukste tijdschriften met poëzie (MUGzine). Deze week viel via een abonnement het literaire kunstmagazine Hard//hoofd door de brievenbus. Dit tijdschrift is voor 80% afhankelijk van donateurs en bevat derhalve geen advertenties. Wat zeker bijdraagt aan het leesplezier. Sinds kort ben ik erachter gekomen dat de uitgever Lisanne Brouwer een nichtje is van een van mijn beste vriendinnen en de chef Magazine Elianne van Elderen als aanstormend talent al met gedichten in nummer 4 van MUGzine (2020) stond. Nog meer reden dus om dit prachtige tijdschrift hier extra te promoten.
In #8 van Hard//hoofd met als thema Harnas staan, naast essays, proza, een beeldverhaal en veel kunst, gedichten opgenomen van Elise Vos, Roan Kasanmonadi, Sophia Blyden en Lena Plantinga. Deze laatste dichter, Lena Plantinga herinnerde ik me van haar voordracht tijdens De Nacht van de Poëzie in 2024 maar kende ik verder nog niet.
Plantinga (1999) is schrijver van proza, theaterstukken en dichter. Thema’s die vaak langskomen in haar werk zijn vrouwelijkheid, mythen en volksverhalen, popcultuur en moeders. In 2023 studeerde ze af aan de opleiding Writing for Performance (HKU). Behalve in Hard//hoofd verschenen gedichten van haar in Het Liegend Konijn en Tirade. Ze trad verder op bij onder andere Frontaal en Mensen Zeggen Dingen. Vanaf 2025 maakt ze deel uit van het Utrechts Stadsdichtersgilde.
In Hard//hoofd is haar gedicht ‘Wij hullen ons zeemeermin’ opgenomen.
.
Wij hullen ons zeemeermin
.
We vragen ChatGPT naar schrijfsters die zichzelf verdronken in zee, duiken een nacht
in de levens van een kleine lijst vrouwen om erachter te komen dat
het merendeel zichzelf door het hoofd schoot, van bruggen sprong
in een gesloten garage met een glas wodka en moeders bontjas aan de auto-uitlaatgassen
op vrije loop, overdosissen barbituraten of met zakken vol stenen een rivier in
.
‘excuses voor de verwarring’, zegt ChatGPT, wij wensen onszelf niet Ophelia,
wij hullen ons zeemermin, zoeken naar een prins, het liefst eentje
ver weg zodat we brieven kunnen schrijven en we likken onszelf schoon
met waterijstopjes van bubbelgum knettersuiker, hier hebben we op geoefend
met Barbies in bad, knakken benen in de juiste hoek, tijdens het schuiven
blijven de Barbiesnglimlachen en wij denken ons onsterfelijk
.
één schrijfster liep van de pier van Brighton af, ‘she stripped naked and walked into the sea,’
meldt de plaatselijke krant, voor Ann Quin afdreef schreef ze een kortverhaal
waarin een man het levenloze naakte lichaam van een vrouw over het strand sleept
zoekend naar de visueel aantrekkelijkste opstelling
onthoofd hij haar zoals wij scharen in onze Barbies staken, ‘kijk,’ zegt hij,
‘nu klopt het beeld’
.
onze tongen slushpuppieblauw spelen wij een spel met bontjassen aan
drukken in shotjesbar een voor een op de tanden van het groene zeemonster
tot haar kaken dichtslaan, leveren onze stem in door rietjes en leren in ruil
twerken zonder kont, dat betekent steeds verder zakken
tot we vastkoeken aan de plakkende biervloer en als de prins in storm afdwaalt
snijden wij ons los met scheermesjes omdat we hem willen redden
.














