Site-archief
Jarig
Jana Beranova
.
Alle dichters die op dit blog aan de orde komen zijn ooit geboren en hebben dus een geboortedag. Wanneer een dichter nog leeft heeft deze dus ook een verjaardag. Nou is het niet mijn gewoonte om bij elke verjaardag van elke dichter die nog leeft een blog aan die dichter te wijden maar vandaag maak ik een uitzondering.
Vandaag is dichter Jana Beranová (1932) jarig en ze wordt 94 jaar. Omdat ik Jana als dichter en mens goed heb leren kennen in de afgelopen bijna 20 jaar en omdat ik al twee keer in de jury van de prijs die naar haar vernoemd is heb mogen plaats nemen, leek het me niet meer dan goed en rechtvaardig hier even stil te staan bij deze bijzondere vrouw.
Jana Beranová is Tsjechische van geboorte, maar moest na 1948 met haar ouders vluchten en kwam in Nederland terecht. Zij studeerde in Rotterdam af in de economie. Zij werd bekend met haar vertalingen van Tsjechische schrijvers en dichters, onder wie Milan Kundera (onder andere zijn klassieker ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’) en de Tsjechische schrijver, dichter en journalist en Nobelprijswinnaar (1984) Jaroslav Seifert (1901-1986).
In 2008 verscheen ‘De geboorte van Sisyphus‘: de verzamelde in het Nederlands vertaalde poëzie van een oud-stadgenoot van Jana, de Tsjechische dichter en immunoloog Miroslav Holub (1923-1998). Inmiddels was haar naam als dichter en vertaler gevestigd en van 2009 tot 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam. Jana was docente poëzie aan de Amsterdamse schrijversvakschool en politiek actief binnen de schrijversorganisatie PEN International, dat zich inzet voor vervolgde schrijvers. Landelijke beroemdheid kreeg zij met een tekst die ze maakte voor Amnesty International: ‘Als niemand luistert naar niemand vallen er doden in plaats van woorden’.
Voor haar inspanningen voor de Tsjechische literatuur kreeg Jana Beranová in 2005 van de Tsjechische staat een hoge onderscheiding. In 2024 ontving ze de prestigieuze Gratias Agit Prijs, voor haar bijdrage aan de promotie van Tsjechië in het buitenland. Voor haar inzet voor de Rotterdamse letteren kreeg Beranová in 2008 de Erasmusspeld. In 2025 werd de driejaarlijkse Anna Blaman Prijs aan haar toegekend voor haar gehele oeuvre.
Sinds 2019 wordt de Jana Beranováprijs uitgereikt aan een Nederlandstalige auteur die de artistieke vrijheid en integriteit vooropstelt, zonder te hechten aan waardering op grond van conventionele, modieuze of morele criteria. Ik voel mij vereerd dat ik al tweemaal in de jury ben gevraagd voor deze bijzondere prijs.
Zoals ik hierboven al schreef heb ik mooie herinneringen aan de momenten dat ik samen met Jana mocht voordragen (zoals bij de begrafenis van wederzijdse vriend en dichter Hvroje Pero Senda (1945-2013), dat ze in de jury zat van de poëziewedstrijd van poëziestichting Ongehoord! en de malen dat ik haar sprak en naar haar mocht luisteren zoals bijvoorbeeld bij de uitreiking van de naar haar genoemde prijs in 2023 toen de prijs werd uitgereikt aan Wim T. Schippers. Bij deze van harte gefeliciteerd Jana en op naar de 100!
Uit de bundel ‘Tussentonen’ uit 2004 haar gedicht ‘Jasje’.
.
Jasje
.
Alle seizoenen waren harde winters.
Zou ze zich verborgen hebben in dit bontjasje
dat hij ooit met liefde gewatteerd
om haar smalle schouders had gelegd?
Zou zij zo de kou hebben kunnen weren
van al die landverhuizingen en andere doden,
van de angst en de grimmige wortels
zodat ze zacht zou vallen als ze zou vallen?
Zou ze op een dag
in dit jasje
de oneindige koude
zijn ingedoken?
Je bewaart het, bladert het door: de mouwen,
het haast onvindbare sluitinkje, de kraag;
het ding slijt, rafelt, vervaalt als een veelgelezen boek.
Je schudt met de mot de tijd eruit
en vult het op met je eigen lijf
al durf je zo de straat niet op.
Niemand weet dat het jasje
van geverfd konijn is
en niet van nerts.
.
Oorlogsdichter
Isaac Rosenberg
.
Over de Eerste Wereldoorlog zijn vele gedichten geschreven. Vaak door soldaten tijdens de oorlog al. Op dit blog kun je verschillende voorbeelden vinden van poëzie van Wilfred Owen, Vera Brittain, August Stramm, John McCrae, Frederick William Harvey en Ernst Jandl die in de oorlog is geschreven. In 2014 verscheen de bundel ‘De 100 beste gedichten van de Eerste Wereldoorlog’ samengesteld door Geert Buelens en van een inleiding voorzien door Tom Lanoye. Het aardige van deze bundel is dat naast alle bekende namen van dichters uit die periode, de samensteller ook heeft gekeken naar andere dichters zoals Nobelprijswinnaars Rabin dra nath Tagore en W.B. Yeats en Nederlandse dichters als Herman Gorter en Paul van Ostaijen. Boegbeelden van de internationale avant-garde Guillaume Apollinaire en Vladimir Majakovski staan naast grote dichters uit de moderne poëzie als Rainer Maria Rilke en Anna Achmatova. Samen geven ze een aangrijpend en rijk geschakeerd beeld van deze verschrikkelijke oorlog.
Wat ik echter heel goed vind aan deze bundel is dat er ook dichters instaan die helemaal niet zo bekend zijn, zoals bijvoorbeeld de dichter Isaac Rosenberg (1890-1918). Deze Engelse dichter en kunstenaar (etser) uit een Joods immigrantengezin, schreef indringende, visuele oorlogspoëzie. Hieronder een bijzonder voorbeeld uit deze bundel getiteld ‘De onsterfelijken’. Onder het gedicht, vertaald door Rob Schouten, staat: De echte overlevers van de oorlog zijn de luizen. Isaac Rosenberg stierf bij Arras, na een nachtelijke patrouille door sluipschuttervuur of in een gevecht (dat is niet helemaal duidelijk).
De inleiding een een paar gedichten uit deze bundel lees je hier.
.
De onsterfelijken
.
Ik doodde ze, ze bleven leven.
Ja dag en nacht zag ik ze komen
En deed geen oog dicht, sliep geen tel,
Kon me verbergen noch ontkomen.
.
Tot ik genoeg geleden had,
Mijn handen kleurde in hun bloed.
Vergeefs, want sneller dan ik moordde
Kwamen ze weer in wreder vloed.
.
Ik doodde, doodde, dolle slacht,
Mijn krachten vloeiden langzaam weg,
En nog verrezen zij en kwelden mij,
Want duivels sterven nooit echt.
.
Ik meende dat de duivel woonde
In drank, vrouwen, verdachte huizen,
Genaamd Satan, Beëlzebub,
Maar nu noem ik ‘m: gore luizen.
.





