Site-archief

Ewewig

Dichter aan huis

.

Tussen 1991 en 2011 organiseerde de stichting ‘Dichter aan huis‘ een tweejaarlijks poëzie-evenement, vanaf 2013 gecombineerd met proza, in huiskamers in Den Haag. Het programma bood ruimte aan poëzie in al zijn facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis en biografieën. Helaas, met nog een herstart in 2016, bleef het bij 11 edities en werd de stichting die dit bijzonder sympathieke en zeer goed bezochte evenement organiseerde, in 2017 opgeheven.

Maar zoals er altijd bij ‘Dit was het nieuws’ wordt gezegd, ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog’ of in het geval van Dichter aan huis; Gelukkig hebben we de bundels nog. Want in de loop van de tijd dat dit evenement werd georganiseerd, werden er bundels met poëzie uitgegeven van de deelnemende dichters. En dat waren niet de minste. Heel veel bekende dichters kwamen de huiskamers van gewone Hagenaars binnen om daar voor een klein maar zeer geïnteresseerd publiek hun poëzie voor te dragen.

In de loop der tijd heb ik verschillende van de uitgegeven bundels weten te bemachtigen. En afgelopen week heb ik weer een exemplaar (1997) gekocht met de titel ‘Alleen de kamer luistert’ een zin genomen uit het gedicht ‘Nacht’ van Johanna Kruit (1940-2026) dat in de bundel is opgenomen. Het omslag werd genomen uit een tekening van een andere deelnemende dichter Eva Gerlach (1948). Ook opgenomen is het gedicht ‘Ewewig’ van Herman de Coninck (1944-1997).  Hij zou meedoen aan de editie van 1997 maar tijdens de voorbereidingen kwam het bericht dat hij plotseling was overleden. Hij zou als een van de meest prominente dichters deelnemen aan de manifestatie. Als eerbetoon werd het door hem ingezonden gedicht ‘Ewewig’ in de bundel opgenomen. Omdat Herman de Coninck al sinds jaar en dag een van mijn favorietste dichters is en het gegeven dat het alweer even geleden is dat ik een gedicht van hem plaatste, is reden genoeg om het gedicht, dat oorspronkelijk verscheen in ‘Vingerafdrukken‘ uit 1997 hier met jullie te delen.

.

Ewewig

.

Simon Vinkenoog over de zee nabij Kaapstad:

‘Ongelooflijk hoe waterpas, hè!’

‘En zo weinig scheepjes!’

‘Jamaar, ’t is zondag.’

.

Later verteld Phil du Plessis hoe zijn grootvader

metselaar was, viool speelde, en een glazen oog had.

Om te zien of een muur waterpas stond, legde hij zijn glazen

oog erop, begon viool te spelen, en als het oog stil bleef liggen

.

was de muur waterpas. Zo schrijft werkelijkheid soms

een strofe of twee voor me op en begint viool te spelen,

omdat het zondag is.

.

Levensverhaal

Peter Ghyssaert

.

Het gebeurt steeds minder vaak dat ik een nieuwe dichter ontdek die ik niet ken. Tenzij deze uit het niets of debuterend als jong of nieuw talent zich aandient uiteraard. Nee, het betreft hier dichters die al enige tijd meelopen of soms al zijn overleden maar waar ik nog nooit tegen aan ben gelopen.

Zo’n dichter is Peter Ghyssaert (1966) en dat ik zijn naam nu pas leer kennen is vreemd want hij heeft al een behoorlijke staat van dienst. Zo werd zijn werk tweemaal genomineerd voor de VSB Poëzieprijs (‘Kleine lichamen’ uit 2oo5 en ‘Ezelskaakbeen’ uit 2011) , was hij te gast op onder meer Poetry International, Dichter aan Huis, Nacht van de Poëzie en de Maastricht International Poetry Nights.

Deze Vlaamse dichter en musicus studeerde muziekgeschiedenis, viool en kamermuziek aan de conservatoria van Brussel en Antwerpen. Als dichter debuteerde hij in 1991 met de bundel ‘Honingtuin’ en publiceerde sindsdien nog acht dichtbundels, de laatste in 2018 met de wonderlijke titel ‘Laiwarikon’.

Zijn werk werd meermaals bekroond, met onder andere de Poëzieprijs De Vlaamse Gids en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Cameo’ (1993) en de Poëzieprijs Antwerpen voor ‘Sneeuwboekhouding’ (1995). Ook verscheen zijn werk in literaire tijdschriften als  Hollands Maandblad, Maatstaf, De Revisor, Tirade, Dietsche Warande & Belfort, Nieuw Wereldtijdschrift en De Vlaamse Gids.

De jury van de VSB Poëzieprijs schreef over zijn poëzie: Doorgaans wordt de poëzie van Ghyssaert geplaatst in de traditie van het estheticisme en de decadentie, zoals die in het fin de siècle gestalte kreeg. Zijn gedichten hebben iets kunstmatigs, maar zonder dat ze daardoor aan natuurlijkheid verliezen. Zijn thematiek is de voornaamste reden om hem decadent te noemen. In zijn gedichten is een obsessieve aandacht voor dood en verval waar te nemen. In de werkelijkheid ziet hij vooral aftakeling, degeneratie en het zieke. Het beschrijven daarvan heeft bij hem een bezwerend karakter.

De zaken die de jury van de VSB Poëzieprijs hierboven benoemen komen terug in het gedicht dat ik uitkoos met de titel ‘Levensverhaal’. Dit gedicht komt uit de bundel ‘Jubileum en andere gedichten’ uit 1997.

.

Levensverhaal

.

Toen hij geboren was begon het al:

zijn moeder had de bijsluiter verloren.

.

Nooit wist hij waartoe dit

of dat dienen moest. Hoewel

hij toch kan raden

liep het steeds verkeerd.

.

Zijn vrienden durfde hij niets vragen:

in hun jeugd hadden die goed

hun eigen voorschriften gelezen

en die toen verbrand.

.

Iedereen hield alles maar geheim

en deed volmaakt wat hij hij niet kon;

ze lachten hem al op de speelplaats uit:

.

een tegenstrijdigheid, verlamd

en huilend in de zon.

.

Poëziewandelingen

Dorien De Vylder

.

Op de website In de voetsporen van schrijvers, literaire wandelingen in Nederland en Vlaanderen, staan tal (20) van interessante literaire poëziewandelingen. Eén van die wandelingen wil ik hier behandelen en wel die in Damme. Want behalve dat Damme een heel gezellig en mooi historisch dorpje is in West Vlaanderen, herbergt het dorp ook het Tijl Uilenspiegelmuseum (de moeite waard) en profileert het zich al jarenlang als boekendorp van Vlaanderen.

Naar aanleiding van 25 jaar Damme Boekendorp vernieuwde Stad Damme in 2022, in samenwerking met curator Willy Tibergien van boekhandel Diogenes, een reeds bestaande literaire wandeling. De literaire wandeling werd een Poëziewandelpad en telt tien gedichten van tien dichters die bij het poëziefonds van uitgeverij Vrijdag publiceren.

Naast Esohe Weyden, Moya De Feyter, Sylvie Marie en David Troch is Dorien De Vylder één van de dichters waarvan een gedicht is opgenomen. Dorien De Vylder (1988) studeerde in 2011 af als apotheker. Ze debuteerde als dichter in 2017 met de bundel ‘Vertraagd stilleven’ gevolgd in 2020 door de bundel ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’. Haar gedicht ‘Alles is er’ werd opgenomen in ‘De 44’, een bloemlezing met de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2021.

Ze won verschillende poëzieprijzen en  bracht haar poëzie op het podium van onder andere het Kunstenfestival Watou, Felix Poetry Festival en Dichters in de Prinsentuin. Werk van haar verscheen in Het gezeefde gedicht, Het Liegend Konijn, Meander Magazine en Poëziekrant. Ook was ze enkele jaren (eind)redacteur bij het literaire tijdschrift Kluger Hans.

Uit haar bundel ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’ nam ik het gedicht ‘Luciferdoosje’.

.

Luciferdoosje

.

Die strakke oostenwind, het eerste okkernootje, slaap in een
pissebed, deze maïshakselaar-schorpioen, een cheetasprint,
een verpletterende golf en een majestueuze rots, een leeg en
geblutst olievat met een houten kruis op gebonden, kastanjeglans,
een weggewaaide vlakte, een kapotte bladblazer, hoogzwangere
maretakbol, in een grimas getrokken nachtmerrie, blanco info-
bord, die dolende taxonoom, erosie, zwavelgeel, pimpelmees,
de vertrappelde vouwmeter, deze verreiker-giraf, de pauzeknop,
de pas genivelleerde asfaltweg. Al deze objecten raap ik op uit
de berm, ik pulk ze uit het onkruid, vanonder een peukje, vanuit
een achtergelaten reiskoffer, er gaat niks verloren, in mijn kleine,
kartonnen doosje vang ik ze op en schuif het dicht.

.

Strategische alliantie

MUGzine en Meander

.

Toen ik in het begin van het tweede decennium van deze eeuw bij Ongehoord Rotterdam actief werd (en laten de poëziestichting Ongehoord! oprichtte samen met Yvonne, Hein en Corina) was het de gewoonte dat Meander voor elk podium dat er werd georganiseerd, een dichter leverde. Zij (Rob de Vos en Joop Leibrand) kozen en dichter, legde contact met deze dichter en die droeg dan voor op het podium van Ongehoord!. Voorbeelden van dichters door Meander aangedragen zijn Daniel Vis, Kira Wuck, Irene Wiersma ,Barbera Beckers en Hanneke van Eijken.

De podia van Ongehoord! in de bibliotheek van Rotterdam behoren inmiddels helaas tot het verleden. Maar poëziestichting Ongehoord! is nog volop actief maar tegenwoordig meer in Den Haag. Meander leeft als nooit te voren en het leek ons van MUGzines een leuk idee om, in de Poëzieweek 2026 bekend te maken, het initiatief van destijds nieuw leven in te blazen maar dan in een alliantie van MUGzine en Meander. Mugzine probeert naast het plaatsen van poëzie van erkende dichters en wat in de vergetelheid geraakt dichters ook werk van veelbelovende en jonge dichters te plaatsen. In het licht van dat laatste gaan we nu samenwerken met Meander door middel van de Meanderdichter.

Hoe werkt het? Meander draagt per editie een dichter aan die vervolgens door MUGzine wordt benaderd om wat gedichten aan te leveren voor de nieuwste editie van MUGzine. Onder de kop Meanderdichter worden deze gedichten dan geplaatst. Op deze manier versterken we het poëtisch landschap in Nederland en Vlaanderen. In editie 31 van MUGzine, die in februari verschijnt, zullen de prijswinnaars en de eervolle vermeldingen van de Rob de Vosprijs 2025 een plek krijgen. Vanaf #32 zal er een plek zijn voor de Meanderdichter.

Als eerbetoon aan al die dichters die destijds zijn aangedragen aan poëziestichting Ongehoord! en als inspiratie voor de nieuwe Meanderdichters in MUGzine hier een voorbeeld van een gedicht van een voormalig door Meander aangedragen dichter Irene Wiersma uit de bundel ‘Wat u?’ uit 2011 getiteld ‘Verjaardagsfeest’.

.

Verjaardagsfeest

.

Er wordt veel gepraat
maar weinig gezegd.
Iets over de taart
dat-ie – uiteraard – goed smaakt
en over dat die kleine
alweer ra ra groot is geworden.
De woorden glijden traag
over geasfalteerde wegen
van Monden tot Oren
liften soms door naar
het hoger gelegen
Verbaasde Wenkbrauw
en laten zich dan met
het schudden van het hoofd
op de gevloerklede grond vallen
waar grote, lompe schoenen
als afscheid over ze heen walsen.

Arme woorden
inhoudsloos
en dan ook nog
zo’n kort leven.

.

Zoals gewoonlijk

Claire Vanden Abbeele

.

Op zoek naar een gedicht stuitte ik op de fraai uitgegeven bundel ‘Als vrouwen beminnen’ van Claire Vanden Abbeele (1936-2023) uit 2007. Ik herinnerde me dat ik al eens over deze bundel had geschreven maar wat ik destijds niet had gezien is dat helemaal voorin iemand in haar eigen handschrift een eigen gedicht (vermoed ik) heeft geschreven. In januari 2011 schreef deze vrouw het volgende:

.

Hier en nu

.

Op een dag in het hier en nu

zal ik zijn wie ik ben

geen mens van vrees en verdriet

alleen maar een vrouw, onbevangen

die vertrouwt en zich verbindt

met hen die me omringen

hier en nu

of in jouw

mijn liefste liefde….

.

Ik hou heel erg van opdrachten, kleine boodschappen, aantekeningen of noten die lezers van dichtbundels zelf in kantlijnen of elders in een dichtbundel schrijven. Het maakt zo’n (tweedehands) bundel voor mij extra waardevol. Iemand heeft de moeite genomen iets persoonlijks te schrijven voor zichzelf of voor een ander en door het lot is dit in mijn bezit gekomen. Wanneer een bundel zo uitdrukkelijk over de liefde en het vrouw zijn gaat is een persoonlijk gedicht met de hand geschreven dan een klein extra cadeautje.

Natuurlijk wil ik hier ook een gedicht van deze bijzondere vrouw, dichter, therapeute, schrijver en kunstenaar plaatsen. Ik koos uit ‘Als vrouwen beminnen’ het gedicht ‘Zoa;ls gewoonlijk’.

.

Zoals gewoonlijk

.

Zoals gewoonlijk

alleen maar jij en ik

kijkend naar zoenen die zuchten.

Geen aarde, geen hemel

alleen kinderen die spelen.

Zoals gewoonlijk dromen jij en ik

zich tot zwervers die sterren plukken

om gitzwarte lakens van te maken

waarop ze reizen en rusten

voor altijd.

.

Lente in de klas

Gedichten over het onderwijs in Nederland

..

Toen ik las dat er een vuistdikke bloemlezingen verschenen was getiteld ‘Er hangt iets van lente in de klas…’ met gedichten over het onderwijs, moest ik meteen aan de bloemlezing ‘Soms moet het werkelijk stil zijn‘ uit 2011. Op zichzelf niet verwonderlijk, de samenstellers van die bloemlezing waren Theo Magito (1951) en Henk Sissing (1954), dezelfde samenstellers van deze nieuwe bloemlezing. Ruim vijftien jaar hebben Theo Magito en Henk Sissing gezocht naar de mooiste parels en ze resulteerden in een schatkamer van ruim 800 pagina’s (met circa 900 gedichten) waarin de lezer oneindig kan verdwalen. De bloemlezing ‘Soms moet het werkelijk stil zijn’ zal vast en zeker de basis zijn geweest van deze nog ruimere keuze.

Magito en Sissing, die bij de samenstelling van het boek zijn geholpen door kenners en specialisten, kozen ervoor om te werken met vier secties: onderwijsgedichten in de middeleeuwen, gedichten tot de onderwijswet van 1806, onderwijspoëzie in de 19e eeuw en gedichten over de 20e en 21e eeuw. Iedere sectie is met hulp van Willem Kuiper (UvA), Sarah Van Ruyskensvelde (KU Leuven) en Jacques Dane (Nationaal Onderwijsmuseum) in een historische context geplaatst. Ook Gert Biesta heeft met een voorwoord een duit in het zakje gedaan. Volgens hem werkt een blik op historische gedichten over het onderwijs relativerend, omdat ze laten zien dat veel hedendaagse ideeën en spanningen van alle tijden zijn.

En dat is gelukt want de gedichten gaan over ideeën en verlangens, over schoolvakken, over mensen. Ze zijn dikwijls liefdevol, vaak ironisch en soms kritisch. De teksten zeggen daarbij niet alleen iets over hoe het onderwijs zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld, maar ook over hoe de poëzie zelf is veranderd. Het vuistdikke boek bevat allerlei soorten gedichten waarin zich een voorzichtig patroon aftekent van strakke en vormvaste poëzie met een serieuze toon, naar speelse en vrije gedichten.

De bundel ‘Er hangt iets van lente in de klas…’ is een verzameling van allerlei soorten poëzie: vormvaste gedichten en vrije verzen, prozaïsche gedichten, liedteksten, en zelfs soms visuele poëzie. De gedichten hebben thema’s als het leven op de basisschool, of op het voortgezet onderwijs. Er zijn gedichten over leraren of gedichten bezien vanuit hun perspectief van de leerlingen. Soms zijn kinderen aan het woord, dan weer hun ouders.

Uit de bundel nam ik het gedicht ‘Na de schooltijd’ van dichter Johanna Kruit (1940).

.

Na de schooltijd
.
Ik doe mijn ogen op een kiertje dicht.
De wolken zeilen hoog voorbij. Ik lig
languit. Gras kriebelt mijn gezicht.
.
Ik denk aan dingen die ik nog niet weet.
Hoe bloemen bloeien, hoe een vogel leeft
en waarom water van de zee beweegt.
.
Er komt een vlinder even zitten op een bloem.
Ik plaag hem met het puntje van mijn schoen
en sta weer op: ik moet nog huiswerk doen.

.

Wijsgerige gedichten

Heere Heeresma

.

Onderwerpen en thema’s voor gedichten zijn zeer divers, ik zou zeggen alomvattend, er zijn geen onderwerpen waarover niet ooit een gedicht is geschreven. Sommige onderwerpen en thema’s zijn populairder onder dichters dan andere; ik noem de liefde, de dood, het dichterschap. En er is poëzie die geschreven is vanuit een ‘andere’ functie die de dichter heeft. Ik heb hier al vaker geschreven over de combinatie kunstenaar/dichter, wetenschapper/dichter, journalist/dichter en zo kan ik nog wel meer voorbeelden noemen. De meest voorkomende is natuurlijk dichter/schrijver want ik geloof niet dat er veel dichters zijn die alleen en exclusief het métier van dichter beoefenen.

Een andere, interessante combinatie is die van filosoof of wijsgerige en dichter. Een aardig voorbeeld vind ik Sanne ten Wolde (al is zij toch vooral filosoof) maar ook aan Eva Meijer en Jabik Veenbaas. De Poëzie van deze dichters/filosofen is vaak serieus en diepgravend (filosofisch). Toch kan het ook anders. Heere Heeresma (1932-2011) publiceerde in zijn bundel ‘Eens en nooit weer…‘ uit 1979 een aantal gedichten in het hoofdstuk Wijsgerige gedichten 1970-1971 die je met een knipoog wijsgerig kan noemen. Heeresma is als schrijver eerder te vergelijken met iemand als C. Buddingh’ (qua humor) dan met de filosofen die ik hierboven noem.

Hieronder een aantal voorbeelden van gedichten uit deze bundel die hij dus rangschikte als zijnde wijsgerig. De laatste is wat mij betreft zeer actueel en kan zo op Trump of de volksverlakkers van de FvD worden geprojecteerd.

.

Wie het leven beschouwd als een toverbal,

slechts gulzig-zuigend gaat zijns wegen,

die raakt noch kant die raakt noch wal,

en daar is niets op tegen.

.

Het is altijd beter leugens te bedenken

dan ongevraagd de waarheid te schenken.

Want waarheid is als het volle pond,

het verstopt het hart; verstopt de mond.

.

Het leven is als een pijp kaneel,

zegt Wijsheid; en neemt méér dan haar deel.

Want boven al’ torent Zakendoen

en niets zo goed als de zak vol poen.

.

Poëzieweek 2026

Ramsey Nasr

Afgelopen week was ik in Assen in het Drents museum. Daar kwam ik behalve het gedicht ‘Symbiose’ uit 2011 van Jean Pierre Rawie (hieronder) in de hal bij de lift, ook dichter, schrijver, acteur en verzamelaar Ramsey Nasr tegen. In de bijzondere tentoonstelling Mikrokosmos – De wereld in een Wunderkammer komen klassieke Wunderkammer-objecten, hedendaagse rariteiten en beeldende kunst samen. Delen van verzamelingen van onder andere schrijver, dichter, bibliofiel en presentator Boudewijn Büch (1948-2002), bioloog Midas Dekkers, Tattoo-artiest Henk Schiffmacher, en ontdekkingsreiziger Redmond O’Hanlon zijn daar te bewonderen. Ik kan een bezoek aan het Drents Museum daarom ook zeker aanbevelen, zeer de moeite waard.

Toen ik vervolgens een paar dagen later op de website van de Poëzieweek 2026 aan het rondkijken was, kwam ik Ramsey Nasr (1974) opnieuw tegen. Onder leiding van Martine Wendrickx zet hij het nieuwe jaar in met vurige, intieme, kritische en liefdevolle gedichten in Het Predikheren, de bibliotheek van Mechelen in Vlaanderen op zondag 4 januari 2026.  Reden dat ik bij dit bericht bleef hangen was dat Het Predikheren, de bibliotheek in Mechelen is ingericht door KSA architecten, dezelfde interieurarchitecten die mijn nieuwe bibliotheek in Vlaardingen in de Grote Kerk gaan inrichten. Alle reden dus om een gedicht van Ramsey Nasr te plaatsen hier. In dit geval het gedicht het liefdesgedicht ‘In bed’ dat komt uit de bundel ’27 gedichten en geen lied’ uit 2000.

.

In bed

.

En dan te denken dat het niet

Meer worden zal dan dit: mijn lief

Haar lijf zacht op te tillen als

Zij plassen moet en mij niet ziet.

.

Legpuzzel

Elfie Tromp

De Rotterdamse dichter, theatermaker, zangeres en columniste Elfie Tromp (1985) ken ik al sinds zij voordroeg bij het podium van toen nog Ongehoord Rotterdam in 2011, later poëziepodium Ongehoord! In 2012 begon ze samen met Jeroen Aalbers het literaire tijdschrift Strak. In 2013 stond ze opnieuw op het podium van Ongehoord! toen als dichter en schrijver (ze was gedebuteerd met de roman Goeroe in 2013 en was in het proces van het schrijven van haar volgende roman Alfateef).

De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) benoemde haar tot zomerdichter van 2020 en in 2023-2024 was ze stadsdichter van Rotterdam. Ze was vanaf 2013 vaste columnist voor het dagblad Metro en schreef onder andere voor de Volkskrant, Joop.nl en Passionate. In 2016 nam Tromp deel aan de televisiequiz De Slimste Mens en ze maakt webcasts voor onder andere de VPRO. In 2021 was ze columnist bij Vroege Vogels. Haar laatste wapenfeit is haar theatershow Van de gekken! waarin ze in de huid van cabaretlegende Adèle Bloemendaal kroop.

Elfie is kortom een zeer veelzijdige vrouw en artiest. In 2020 stonden een aantal van haar gedichten in MUGzine #4 en hoezeer ik van haar romans genoten heb, als dichter is Elfie me toch het liefst. In 2018 verscheen haar tot nog toe, enige dichtbundel ‘Victorieverdriet’. Uit die bundel die ze schreef nadat ze door haar vriend was verlaten en waarin je als lezer in drie afdelingen door Tromp door de verschillende fasen van haar rouwproces wordt meegenomen: de schok, de reactie, het herstel, nam ik het gedicht ‘Legpuzzel’ uit het eerste deel.

.

Legpuzzel

.

Ik leg graag

puzzels

maar krijg jou nooit

af

.

je was zo veel losse stukken

ik kwam een eind

dat moet je met me eens zijn

met gevoel, geduld en een portie

beginnersgeluk

.

de randen kloppen

.

ik had je bijna

opgelost

.

ik ben van buiten naar binnen toe begonnen

voor het hart

kreeg ik de kans niet

.

je bent andermans legpuzzel nu

met in het midden een gekarteld gat

.

Dochter

Judith Mok

.

Ik sta weer voor mijn boekenkast en pak daar een willekeurige dichtbundel uit zonder te kijken wat het is. Het is ‘Vrouwen dichten anders’ samengesteld en ingeleid door Cox Habbema, uit 2000. Ik open de bundel op een willekeurige pagina (72) en daar staat het gedicht ‘Dochter’ van Judith Mok dat is genomen uit haar bundel ‘Het Feestmaal’ uit 1997.

Judith Mok (1954-2024) is een voor mij onbekende dichter, ik schreef nog nooit over haar en haar naam werd zelfs niet terloops in een blogbericht genoemd. Mok was een multi-talent. Ze was een Nederlandse sopraan, schrijfster en dichteres. Ze verhuisde in haar veertiger jaren naar Ierland en publiceerde romans en andere werken in het Engels. Ze publiceerde fictieve memoires, drie romans en vier dichtbundels. In 1985 debuteerde ze als schrijver en dichter met de dichtbundel ‘Sterkwater’. Hierna volgde nog ‘Materiaal’ in 1991, ‘Het Feestmaal’ in 1997 en ‘Goden van Babel’ in het Engels in 2011.

.

Dochter

.

Ik sta naast je bed

Er zingt iets in mijn oren

alsof je slaap de melodie kent

van toen. Kind, je huid

laat een bloemengeur toe

je bent je vaders gedicht

mijn Ierse roos

je rijdt op wilde paarden

en spreekt je wijze taal.

Ik luisterde naar het sterven

van mijn moeder, terwijl de dood

aan jouw masker begon te kerven.

.