Site-archief

Jenever

Lynn Vandermeulen

.

Ik heb hier op dit blog al vaker aandacht besteed aan bloemlezingen en verzamelbundels rond een bepaald thema. Dat zo’n thema echt van alles kan zijn bleek mij maar weer eens toen ik de bundel ‘Straks gaat het jenever sneeuwen’ op de kop tikte. In 2023 werd in het Nationaal Jenevermuseum in Schiedam de tentoonstelling georganiseerd met de gelijknamige naam.

In deze tentoonstelling stonden drie eeuwen Nederlandstalige jeneverpoëzie centraal. De titel ‘Straks gaat het jenever sneeuwen’ was gebaseerd op een gelijknamige bundel, waarin 148 jenevergedichten verzameld zijn. ‘De veelheid aan jeneverpoëzie, ook hedendaagse, nodigt ons uit om deze voor het voetlicht te brengen. Jenever kan de Muze wekken, maar komt ook veelvuldig zelfstandig in gedichten voor en wordt daarin bezongen, bejubeld, verguisd en beschuldigd. Het programma spreekt dan ook bewust diverse groepen aan; van poëten tot kroegtijgers en scholieren,’ aldus directeur Diederik von Bönninghausen destijds.

De tentoonstelling werd gepresenteerd in dichtvorm: Romantiek, Schiedam & Nederland, Matrozen & Soldaten en Jaargetijden. Een vijfde thema – Graan -van Korrel tot Borrel – was in Museummolen De Walvisch te bewonderen. De tentoonstelling is natuurlijk al lang weer verdwenen maar gelukkig waren de organisatoren zo verstandig een bundel van de poëzie uit de tentoonstelling uit te geven (door het PoëzieCentrum). Op deze manier is het verleden en de toekomst van jenever in poëzie bewaard gebleven voor de poëzieliefhebber.

Uit de bundel uit 2020, samengesteld door René Smeets nam ik het gedicht ‘Zoals’ van de Vlaamse dichter Lynn Vandermeulen. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Jenever en poëzie’ (heel toepasselijk) dat in 1998 door de Stedelijke Dienst voor Cultuur Hasselt en het Jenevermuseum Hasselt werd gepubliceerd.

.

Zoals

.

niet als champagne parels

die sterven op je tong

(tot slechts een dure gedachte rest)

.

niet als bier: teveel

en te vaak (een vluchtige

ontmoeting)

.

neen,

als jenever: langs de scherpte

van citroen, naar de rust

van rode bessen (met steeds

de zekerheid van graan)

.

–  dàt soort leven.

.

De zelfverkozen dood

Rogi Wieg

.

Tien jaar geleden (ruim) was het een zwaar jaar voor de poëzie. Binnen een jaar pleegden maar liefst drie bekende Nederlandse dichters zelfmoord; Rogi Wieg (1962-2015), Joost Zwagerman (1963-2015) en Wim Brands (1959-2016). Drie generatiegenoten ook nog. In de geschiedenis zijn zij niet de enige dichters die zich van het leven beroofden, wat denk je van Jan Arends (1925-1974), Halbo C. Kool (1907-1968) en Jan Emmens (1924-1971). De bekendste dichter uit de 19e eeuw is François Haverschmidt (1835-1894) bekend onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens. En kijken we nog verder terug dan is er in de 18e eeuw nog de Friese jonker Willem van Haren (1710-1768). 

Uiteraard zijn er ook in het buitenland beroemde dichters die zichzelf van het leven beroofden: de bekendste Vlaming is natuurlijk Jotie ‘T Hooft (1956-1977), en de bekendste Amerikaanse dichter Sylvia Plath (1932-1963). Als je kijkt naar schrijvers (dus geen dichters) dan is de lijst nog veel langer. In 2015 wijdde de Volkskrant nog een artikel aan het fenomeen onder de kop ‘Waarom komt zelfmoord onder schrijvers relatief vaak voor?’. Ik weet niet of dit echt zo is (wie werden er meegenomen in het vergelijkend onderzoek?) maar elke zelfmoord is er een teveel. En de dichters die zelfmoord pleegden worden gemist.

Gelukkig is er altijd het werk van deze dichters. Zoals van Rogi Wieg. In 2015 verscheen bij uitgeverij In de Knipscheer ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ een bloemlezing uit het poëtisch oeuvre van Rogi Wieg, samengesteld en ingeleid door Peter de Rijk. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘In de zin dat ik het sterven niet ken’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘De kam’ uit 2007.

.

In de zin dat ik het sterven niet ken

.

Ik zou me niet laten verleiden

door de vrouw, kennis laat me koud.

Het eeuwige leven,

.

in de zin dat ik het sterven niet ken,

een schildpad liggend op zijn rug,

die betekenis ken ik dan niet.

.

De appel niet hebben gezien,

de beet niet hebben gevoeld,

niet weten dat onder de schil de patholoog

aan het werk is.

.

God niet hebben gezien of gesproken.

Ik ben een alleswetende slak,

ik zou me niet laten verleiden.

.

Ver voorbij aan wat wij waarnemen

Nieuw gedicht

.

Op Instagram en Facebook las ik berichten dat de Klimaatdichters met een nieuwe bundel uitkomen. Mooi natuurlijk want alle aandacht voor het klimaat is nodig. In een bericht van de Vlaamse dichter Elise Vos (1984) op Facebook over deze nieuwe bundel ‘Tongval van het verdwijnen’ lees ik allerlei namen van plantjes en dieren die ik niet ken zoals het zoemertje, boomfranjemos, diepzeehengelvis, rode panda, glaskikker, handjesereprijs en geelbuikvuurpad (okay, de Rode Panda ken ik uit Blijdorp).

Het deed me meteen denken aan een gedicht dat ik vorig jaar schreef naar aanleiding van een artikel over het leven diep in de oceanen waar planten, vissen en andere dieren leven waar de meeste mensen echt nog nooit van gehoord hebben. Logisch want deze dieren zie je nooit en kom je nergens tegen. Ze leven op enorme dieptes en blijven daar ook.

Dit gedicht had wat mij betreft zo opgenomen kunnen worden in deze nieuwe bundel van de Klimaatdichters, temeer ook het diepzeeleven ernstig bedreigd wordt door klimaatverandering en het opwarmen van de zeeën en oceanen. Daarom hier alsnog dit gedicht dat overigens verscheen in de bundel van de Haarlemse Dichtlijn 2025.

.

Ver voorbij aan wat wij waarnemen

 

In het wierenwoud, waar knotswier en

zee-eik met helmgras strijdt, ligt de

zeeraket op de loer

 

In het wormenrif speelt de pauwkokerworm

met de kloten van de zeenaaktslak,

onbeschermd als hij is

 

In de sponstuin wachten zakpijpen

een zelfde lot als de hydropoliepen,

tenzij zee-anemonen ervoor gaan liggen

 

En op de zeegrasvlakte haakt de steelkwal

in op de adderzeenaald, gruwelijke taferelen waar geen

ruwezeerasp iets aan kan veranderen

 

En steeds in dit onderwatergeweld

ligt in de maerlmaliën het roodwier

innig omarmd met de onderwaterheide,

zo kan het dus ook.

.

Poëziewandelingen

Dorien De Vylder

.

Op de website In de voetsporen van schrijvers, literaire wandelingen in Nederland en Vlaanderen, staan tal (20) van interessante literaire poëziewandelingen. Eén van die wandelingen wil ik hier behandelen en wel die in Damme. Want behalve dat Damme een heel gezellig en mooi historisch dorpje is in West Vlaanderen, herbergt het dorp ook het Tijl Uilenspiegelmuseum (de moeite waard) en profileert het zich al jarenlang als boekendorp van Vlaanderen.

Naar aanleiding van 25 jaar Damme Boekendorp vernieuwde Stad Damme in 2022, in samenwerking met curator Willy Tibergien van boekhandel Diogenes, een reeds bestaande literaire wandeling. De literaire wandeling werd een Poëziewandelpad en telt tien gedichten van tien dichters die bij het poëziefonds van uitgeverij Vrijdag publiceren.

Naast Esohe Weyden, Moya De Feyter, Sylvie Marie en David Troch is Dorien De Vylder één van de dichters waarvan een gedicht is opgenomen. Dorien De Vylder (1988) studeerde in 2011 af als apotheker. Ze debuteerde als dichter in 2017 met de bundel ‘Vertraagd stilleven’ gevolgd in 2020 door de bundel ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’. Haar gedicht ‘Alles is er’ werd opgenomen in ‘De 44’, een bloemlezing met de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2021.

Ze won verschillende poëzieprijzen en  bracht haar poëzie op het podium van onder andere het Kunstenfestival Watou, Felix Poetry Festival en Dichters in de Prinsentuin. Werk van haar verscheen in Het gezeefde gedicht, Het Liegend Konijn, Meander Magazine en Poëziekrant. Ook was ze enkele jaren (eind)redacteur bij het literaire tijdschrift Kluger Hans.

Uit haar bundel ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’ nam ik het gedicht ‘Luciferdoosje’.

.

Luciferdoosje

.

Die strakke oostenwind, het eerste okkernootje, slaap in een
pissebed, deze maïshakselaar-schorpioen, een cheetasprint,
een verpletterende golf en een majestueuze rots, een leeg en
geblutst olievat met een houten kruis op gebonden, kastanjeglans,
een weggewaaide vlakte, een kapotte bladblazer, hoogzwangere
maretakbol, in een grimas getrokken nachtmerrie, blanco info-
bord, die dolende taxonoom, erosie, zwavelgeel, pimpelmees,
de vertrappelde vouwmeter, deze verreiker-giraf, de pauzeknop,
de pas genivelleerde asfaltweg. Al deze objecten raap ik op uit
de berm, ik pulk ze uit het onkruid, vanonder een peukje, vanuit
een achtergelaten reiskoffer, er gaat niks verloren, in mijn kleine,
kartonnen doosje vang ik ze op en schuif het dicht.

.

Liefdesgedicht

Luuk Gruwez

.

Lezend in de bloemlezing ‘Geen dag zonder liefde’ kwam ik bij het gedicht ‘Estetika’ van Luuk Gruwez (1953) uit, een bijzonder liefdesgedicht dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘De feestelijke verliezer‘ uit 1985. Met dit gedicht stuur ik jullie de dag in, geen beter begin mogelijk lijkt me. Mocht je meer over dit gedicht willen lezen dan kun je terecht bij dbnl.org

.

Estetika

.

het sierlijkste is niet de zwaan, maar het water

waar de zwaan zich spoorloos in weerspiegelt

en de rimpeling van vriendelijke huiver

die zij door haar stil bewegen weeft.

.

het sierlijkste is niet je lichaam, maar de spiegel

waar het lichaam licht bezeerd weerspiegeld wordt

(en rimpels toont als rimpelingen in water)

en hoe een hand ontastbaar haast

verschuift over je huid,

en hoe een streling dan,

als een omhelzing van zichzelf,

op jouw lichaam liggen gaat.

.

terwijl mijn blik die dat niet blijvend

vangen kan, gevangen blijft, en onomhelsd,

zoals wie ééns genodigd tot genot,

daarna voorgoed gegijzeld blijft in pijn.

.

 

De nacht van de onmogelijke terugkeer

Liesbeth D’Hoker

.

In Dietse Warande & Belfort, het literaire tijdschrift ook wel bekend onder de afkorting DW B, van december 2025 staan naast een aantal interessante artikelen ook een aantal gedichten. Onder andere van Liesbeth D’Hoker. Voor mij een nieuwe naam. Liesbeth D’Hoker (1984) is dichter, essayist, leraar Nederlands en literatuurcritica voor onder andere DW B, de lage landen en de reactor. Daarnaast maakt ze deel uit van de jury van de Libris Literatuurprijs en zat ze tot voor kort in de adviescommissie non-fictie van Literatuur Vlaanderen.

Liesbeth is, net als ik en vele andere dichters, lid van het collectief De Klimaatdichters. In 2025 debuteerde ze met de bundel ‘Want straks komen de wolven’ bij het Poëziecentrum in Gent. Deze bundel is genomineerd voor de Granate prijs 2025. De bundel vormt een introspectieve reis waarin natuur, lichamelijkheid, herinneringen, kwetsbaarheid en verlangen centraal staan. Hieronder het gedicht ‘De nacht van de onmogelijke terugkeer’ uit DB W.

.

De nacht van de onmogelijke terugkeer

.

ik beken aan de dieren op fluistertoon

dat we niet deugen deze nacht

onze blik ongeschikt voor zoveel weeïgheid

.

we varen blind

hebben de kaarten aan de hemel uitgewist

met het teveel aan zelf dat we verspreiden

de oraties die we het ruim injagen

.

hebben de sterren uit de hemel geroofd

laten het voorwereldlijke verbleken

we varen blind

met botte hand en maalkiezen in overvloed

.

de weg kronkelt weerbarstig

een lichtplas tast schichtig de heuvel af, raakt bosschages

struweel, een dichtbegroeide baai vol duisternis

.

grashalmen trillen in verlate zeewind

de dunne poten van het hertenkalf

onze angst fixeert ons in opgeschrikte ogen

loopt uit in het peilloze zwart

.

een everzwijn kruist onverstoorbaar de kloof

verderop lekt nog een dassenjong

geronnen duister

.

een scheur in nachtelijk asfalt

terugkeer waarvoor we niet deugen

.

Zoals gewoonlijk

Claire Vanden Abbeele

.

Op zoek naar een gedicht stuitte ik op de fraai uitgegeven bundel ‘Als vrouwen beminnen’ van Claire Vanden Abbeele (1936-2023) uit 2007. Ik herinnerde me dat ik al eens over deze bundel had geschreven maar wat ik destijds niet had gezien is dat helemaal voorin iemand in haar eigen handschrift een eigen gedicht (vermoed ik) heeft geschreven. In januari 2011 schreef deze vrouw het volgende:

.

Hier en nu

.

Op een dag in het hier en nu

zal ik zijn wie ik ben

geen mens van vrees en verdriet

alleen maar een vrouw, onbevangen

die vertrouwt en zich verbindt

met hen die me omringen

hier en nu

of in jouw

mijn liefste liefde….

.

Ik hou heel erg van opdrachten, kleine boodschappen, aantekeningen of noten die lezers van dichtbundels zelf in kantlijnen of elders in een dichtbundel schrijven. Het maakt zo’n (tweedehands) bundel voor mij extra waardevol. Iemand heeft de moeite genomen iets persoonlijks te schrijven voor zichzelf of voor een ander en door het lot is dit in mijn bezit gekomen. Wanneer een bundel zo uitdrukkelijk over de liefde en het vrouw zijn gaat is een persoonlijk gedicht met de hand geschreven dan een klein extra cadeautje.

Natuurlijk wil ik hier ook een gedicht van deze bijzondere vrouw, dichter, therapeute, schrijver en kunstenaar plaatsen. Ik koos uit ‘Als vrouwen beminnen’ het gedicht ‘Zoa;ls gewoonlijk’.

.

Zoals gewoonlijk

.

Zoals gewoonlijk

alleen maar jij en ik

kijkend naar zoenen die zuchten.

Geen aarde, geen hemel

alleen kinderen die spelen.

Zoals gewoonlijk dromen jij en ik

zich tot zwervers die sterren plukken

om gitzwarte lakens van te maken

waarop ze reizen en rusten

voor altijd.

.

Bart Meuleman

omdat ik ziek werd

.

Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en pak ik van de onderste plank dit keer, zonder te kijken een bundel. Het is de bundel ‘omdat ik ziek werd’ van de Vlaamse schrijver, toneelschrijver, regisseur, essayist en dichter Bart Meuleman (1965) uit 2008. Opnieuw zonder te kijken open ik de bundel en daar lees ik het gedicht zonder titel met de intrigerende beginregel ‘zoals een vrouw, die overloopt van melk en liefde’. Dat gedicht wil ik hierbij met jullie delen.

Bart Meulemans publiceerde drie dichtbundels. In 2002 was hij writer in residence voor het literaire tijdschrift Yang. Voor zijn dichtbundel ‘Hulp’ ontving hij in 2004 het Charlotte Köhler Stipendium en werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Zijn volgende bundel ‘omdat ik ziek werd’, kreeg nominaties voor onder andere de VSB Poëzieprijs en de Herman de Coninckprijs en zijn vooralsnog laatste bundel is uit 2015 en getiteld ‘Mijn soort muziek’

.

zoals een vrouw, die overloopt van melk en liefde

haar linkerhand naar een kussen brengt,

in die gedachte wil ik afscheid nemen.

.

overschouwend nog één enkele keer. uitsluitend

zachte gewassen.

.

niet het lichaam, de asse.

.

sabel

Lize Spit

In een kringloopwinkel in Stadskanaal kocht ik de bundel ‘De Branie’ 2016 Dichters in de Prinsentuin. Nu heb ik een paar keer getracht een plekje in de Prinsentuin te bemachtigen, hoewel ver van mijn woonplaats een mooie plek om voor te dragen uit eigen werk, maar blijkbaar kon mijn werk de organisatoren niet bekoren want een aantal keren kreeg ik te horen dat men al vol zat of ik kreeg niks te horen (behalve dat ik niet uitgenodigd zou worden). Het is niet anders, jammer want ik draag dit festival een warm hart toe.

In 2016 werd een bundel uitgebracht, een bloemlezing waarin meer dan 40 dichters zijn bijeengebracht met een gedicht. Onder hen bekende namen en een aantal dichters waar ik niet eerder (en ook nooit nader meer) van gehoord had. En er staat een gedicht ‘sabel’ in van de Vlaamse schrijver Lize Spit (1988) waarvan ik even vergeten was dat ze ook poëzie schrijft. Dat doet ze zeker niet meer nadat ze doorbrak met haar roman ‘Het smelt’ in 2016. En hoewel ze poëzie publiceerde in onder andere Das Magazin, De Gids en de Poëziekrant lijkt het erop dat haar dagen als dichter achter ons liggen. Daarom hier het gedicht ‘sabel’ uit deze bloemlezing.

.

sabel

.

de buurman duwt zijn hond

de leiband strakgespannen als een sabel

de grasmaaier trekt de man die zijn ogen sluit

zo recht mogelijk achter zich uit

.

hier kan men hoogstens te pletter

lopen tegen lakens die maar niet drogen

op de hoek van het kerkhof ligt een café

daar zitten mensen te zitten

tot ze ergens anders te laat kunnen komen in hondenlevens

is er zeven keer minder tijd maar honden geven nooit de indruk

tenzij ze konijnen ruiken

.

duwen heeft veel weg van trekken

als het aan tegenovergestelde kanten plaatsvindt

.

zij die aan het kerkhof zitten bier drinken lijden waarschijnlijk

aan te weinig

fantasie bijvoorbeeld wat als de avond valt en onze hoofde

van onze rompen scheidt

.

Troost je

Yousra Benfquih

.

Mij wordt weleens gevraagd waar ik de inspiratie vandaan haal om elke dag een blog te schrijven. Vaak is dat door het lezen van poëziebundels (ik heb er genoeg), poëzietijdschriften, berichten over poëzie, nieuws of actualiteiten of simpelweg wanneer ik ergens tegen een gedicht aan loop (letterlijk of figuurlijk). De leukste manier echter om op een onderwerp, dichter of gedicht te komen is door het browsen (zonder doel rond bewegen) op Internet. Tik een paar onwaarschijnlijke zoektermen in, voeg daar poëzie, gedicht, dichter, poetry of poem aan toe en je staat verteld van waar je allemaal mee geconfronteerd wordt. Een andere manier is ditzelfde te doen maar dan op afbeeldingen te kijken.

Dit is precies waar ik de inspiratie en de inhoud van mijn blog vandaan heb. Ik stuitte op de website sampol.be (Samenleving en Politiek) en daar las ik over de Zomerreeks 2021: Samenleving en Poëzie. In de Zomerreeks werd het woord gegeven aan dichters (in samenwerking met het Poëziecentrum in Gent) en werd hen gevraagd te reflecteren over de samenleving. Maar liefst 45 dichters hebben gehoor gegeven aan deze oproep en van hen (vrijwel allemaal Vlaamse dichters en een enkele Nederlandse dichter) werd een gedicht opgenomen op de website.

De gedichten lezend koos ik voor een gedicht van Yousra Benfquih. Haar naam kende ik van haar voorgenomen deelname aan de tour van de Poëziebus in 2017 (die toen door omstandigheden voor haar niet doorging). Yousra Benfquih (1988) is mensenrechtenjuriste en werkt aan de universiteit Antwerpen aan een doctoraat over gelijkheid in het onderwijs. Daarnaast is ze ook een getalenteerd en gelauwerd schrijfster en ‘spoken word’ artiest. In haar poëzie speelt Benfquih met het delicate evenwicht tussen humor en ernst en tussen ongemak en ontroering. Ze stond al op uiteenlopende podia – van de Arenbergschouwburg tot Bozar – en werkte samen met talrijke organisaties zoals Amnesty International Vlaanderen en Passa Porta. Het gedicht op Sampol.be is getiteld ‘Troost je’.

.

Troost je

.

In het weiland waarin je slaapt
verwijl je niet lang genoeg om oude
dromen op te rakelen, een ouder lied

nochtans kende je het uit het hoofd,
er ontbreken noten, eeltloze vingers ook
om je frons glad te strijken, de geschiedenis

slaapt om jouw ogen, is niet meer
dan een rimpel, wimpel, deken dat de wind
doorlaat, je mond en ogen rafelende koudegaten

van een huis zonder dak: je huid,
je wenkbrauwen de dekveren
van op aarde onbeholpen albatrossen:

het liefst wil je bidden,
geluidloos huiswaarts scheren
maar het is lang wachten

op het keren van de wind, troost je,
hoog in de lucht heb je geen woonst
nodig, troost je, geen brood of bad,

en ook aan de koude zijn je botten
vast gewend geraakt,
dus troost je,

het keren van de wind duurt lang
maar slapen mag je hier vannacht.

.