Site-archief
Een uitwisseling
Kreek Daey Ouwens
.
Van dichter en schrijver Kreek Daey Ouwens (1942) kreeg ik een bericht dat ze samen met een aantal partners een project gaat doen om mensen met een psychische kwetsbaarheid en met literair talent en ambitie aan het werk te zetten om poëzie en verhalen te gaan schrijven. Ik leerde Kreek Daey Ouwens kennen toen ik haar vroeg om een bijdrage te leveren aan MUGzine #9 in 2021. Daarna heb ik nog een aantal keer over haar en haar werk geschreven en was ik blij verrast toen ze optrad bij de opening van Poetry International in juni dit jaar En nu komt ze, op 84 jarige leeftijd dus met een heel nieuw project dat ze samen doet met de Vlaamse Hugo Franssen, die maandelijks de schrij(f)(vers)groep van Kunsthuis Yellow Art, een groep mensen met psychische kwetsbaarheid en literair talent en ambitie, begeleidt in Geel (België).
In haar verzameld werk ‘Mijnwerk’ Kroniek van een familie in scherven (2023) legt Kreek Daey Ouwens een fragmentarische puzzel van hoe het er bij haar thuis, in een groot mijnwerkersgezin met elf kinderen en inwonende grootouders, aan toe ging in de jaren 50 van vorige eeuw. Voor de schrij(f)(vers)groep heeft ze daar een brede selectie van puzzelstukjes uit geselecteerd met daarbij de uitnodiging er direct vanuit eigen ervaring reflecties over neer te schrijven. Voorjaar 2026 is de oogst daarvan binnengekomen.
De groep gaat er nu mee aan de slag door middel van het maken van een podcast in de vorm van een luisterverhaal, een podcast-reeks waarbij de stemmen van de schrijversgroep en van Kreek Daey Ouwens op zoek gaan naar elkaar en in dialoog gaan. Begin 2027 zal de presentatie zijn van het project waarbij audiofragmenten te horen zullen zijn. Daarnaast wordt er werk voorgedragen en zullen de schrijvers met elkaar in gesprek gaan over het project. De presentaties zullen plaatsvinden in Museum Dr. Guislain in Gent (museum van de geschiedenis van de psychiatrie) en in Eindhoven.
In dit project wordt onder andere samengewerkt met het Poëziecentrum in Gent, de Warande (Cultuurhuis Turnhout), deBuren (Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat) en Uylenspiegel (vereniging van en voor psychiatrische patiënten). Het project wordt ondersteund door Literatuur Vlaanderen.
Geen bericht over een dichter zonder een gedicht van die dichter, daarom een gedicht van Kreek Daey Ouwens uit haar laatste bundel ‘Guillaume’ (De bundel gaat over haar verstandelijk gehandicapte jongere broertje) waar ze de driejaarlijkse KANTL-prijs voor poëzie kreeg en die indirect tot die nieuwe project leidde.
.
Kraai, zegt Vader
Zeg eens kraai!
Bomen helemaal zwart
Vader opnieuw:
Kraai!
Zeg Kraai!
Jouw thuis,
dat was de oude kat,
moeders washandje
te groot kind op een wip
We zitten aan tafel. Het hek piept.
Vader komt thuis. Hij is al bijna binnen.
We zijn blij als Vader thuiskomt.
En we zijn ook een beetje bang.
Moeder brengt een lepel pap naar Guillaumes mond.
Zijn tong is dik.
Vader grijpt de lepel.
Rakelings langs Guillaumes oog.
Kun je nog steeds niet praten!
De nacht van de onmogelijke terugkeer
Liesbeth D’Hoker
.
In Dietse Warande & Belfort, het literaire tijdschrift ook wel bekend onder de afkorting DW B, van december 2025 staan naast een aantal interessante artikelen ook een aantal gedichten. Onder andere van Liesbeth D’Hoker. Voor mij een nieuwe naam. Liesbeth D’Hoker (1984) is dichter, essayist, leraar Nederlands en literatuurcritica voor onder andere DW B, de lage landen en de reactor. Daarnaast maakt ze deel uit van de jury van de Libris Literatuurprijs en zat ze tot voor kort in de adviescommissie non-fictie van Literatuur Vlaanderen.
Liesbeth is, net als ik en vele andere dichters, lid van het collectief De Klimaatdichters. In 2025 debuteerde ze met de bundel ‘Want straks komen de wolven’ bij het Poëziecentrum in Gent. Deze bundel is genomineerd voor de Granate prijs 2025. De bundel vormt een introspectieve reis waarin natuur, lichamelijkheid, herinneringen, kwetsbaarheid en verlangen centraal staan. Hieronder het gedicht ‘De nacht van de onmogelijke terugkeer’ uit DB W.
.
De nacht van de onmogelijke terugkeer
.
ik beken aan de dieren op fluistertoon
dat we niet deugen deze nacht
onze blik ongeschikt voor zoveel weeïgheid
.
we varen blind
hebben de kaarten aan de hemel uitgewist
met het teveel aan zelf dat we verspreiden
de oraties die we het ruim injagen
.
hebben de sterren uit de hemel geroofd
laten het voorwereldlijke verbleken
we varen blind
met botte hand en maalkiezen in overvloed
.
de weg kronkelt weerbarstig
een lichtplas tast schichtig de heuvel af, raakt bosschages
struweel, een dichtbegroeide baai vol duisternis
.
grashalmen trillen in verlate zeewind
de dunne poten van het hertenkalf
onze angst fixeert ons in opgeschrikte ogen
loopt uit in het peilloze zwart
.
een everzwijn kruist onverstoorbaar de kloof
verderop lekt nog een dassenjong
geronnen duister
.
een scheur in nachtelijk asfalt
terugkeer waarvoor we niet deugen
.
Kostbaar
Kenneth Swaenen
.
De Vlaming Kenneth Swaenen (1990) studeerde aan de universiteit van Gent Taal-en Letterkunde: Nederlands-Latijn. In die periode schreef hij ook zijn eerste gedichten. Momenteel woont en werkt hij in Antwerpen als docent en dichter. Via Creatief Schrijven volgde hij de opleiding poëzie aan de Schrijvers Academie. Op Gedichtendag 2021 won hij de tweede editie van de Zeef Poëzieprijs en als gevolg werd bij uitgeverij De Zeef zijn debuutbundel uitgegeven getiteld ‘Witte dwergen’. In 2025 volgde bij dezelfde uitgeverij de bundel ‘Blos’ en uit die bundel werd het gedicht ‘Kostbaar’ genomen.
Op de website van Meander schrijft Ellis van Atten over deze bundel: “Swaenen raakt universele thema’s aan zoals verlies, verbondenheid, weemoed, verlangen, maar het blijft wat te beschrijvend en te veel aan de oppervlakte naar mijn zin. Ik ben wel nieuwsgierig naar wat er gebeurt wanneer er meer stof van zijn schouderbladen afgeschud zou worden, en dan niet te voorzichtig. Iets meer de diepte in. De opbouw van de gedichten – vrije vorm, mooi enjambement, witregels op de juiste plek, lekker ritmisch zonder rijm – én mooie zinnen zijn een belofte voor meer poëzie”.
.
Kostbaar
Karaat
Er gewicht aan geven
opdat het niet door stormwind
of weerwolven wordt weggeblazen
het eens niet op luiheid steken
alsof het eerste biggetje ook niet liever
een huis met stenen had gebouwd
Kleur
er niet blind voor zijn
hoe raamwerk bepaalt in welk licht
we elkaar het allerliefste zien
wit verkwikt, maar waar je warmte mist
wrijven we over wonderlampen
we halen een kaarsvlam voor de geest
Klaarte
er schaarste aan binden
want diep en onder druk
wordt karakter gevormd
wie dan breuken in zich draagt
behoeft geen schoonheidsslaap
zuiverheid zit in hun wens:
Kwaliteit
waarom wij ons samenzijn
niet dezelfde vorm geven
slijpen tot briljant
onze breekbaarheid vergroten
zo tot fonkelen komen
in een huis van diamant.
.
Stadsdichtersavond
Poëzieweek 2026
.
Wanneer ik door de activiteiten van de Poëzieweek 2026 blader word ik daar een beetje verdrietig van. Niet door het aanbod, integendeel, maar wel door het aanbod vanuit Nederland. Wat een schrale vertoning vergeleken bij het aanbod uit Vlaanderen. Ik schat dat 1 op de 8 activiteiten in Nederland plaatsvind en de overige 7 in Vlaanderen. Een oorzaak? Waarschijnlijk, maar ik weet dat niet zeker, is het niet ondersteunen van de Poëzieweek door een partij van enig formaat (zoals tot een paar jaar geleden de CPNB) in Nederland één van de oorzaken. Wanneer een grote, invloedrijke partij zich verbindt aan de Poëzieweek, hier reclame voor maakt, activiteiten en communicatie aanjaagt (zoals bijvoorbeeld Het Poëziecentrum in Gent) dan is het aan de individuele organisaties om erop in te spelen. Ik mis zo’n partij in Nederland. En waarschijnlijk zijn er legio activiteiten in den lande die niet worden aangemeld op de website van de Poëzieweek (doe dit!) en valt het in de beleving mee. Daar hou ik me dan maar aan vast.
Maar los van dit gemis is er gelukkig toch nog wel wat te genieten, vooral dus in Vlaanderen maar ook zeker hier en daar in Nederland. Bijvoorbeeld in Groningen, in het Forum aan de Nieuwe Markt 1. Op donderdag 29 januari is daar de Stadsdichtersavond van 20.00 tot 21.30 uur. Wel moet je een kaartje kopen (€ 12,50) maar dat is te overzien. Op de eerste dag van de landelijke Poëzieweek draagt de zittende stadsdichter Esmé van den Boom (1993) het stokje over tijdens een feestelijke stadsdichtersavond. Wie de nieuwe stadsdichter is wordt op deze avond bekend gemaakt.
Zelf neemt Esmé op grootse wijze afscheid van haar rol waarin de ontmoeting centraal stond, met de try-out van de poëtische voorstelling All Real Living is Meeting. Daarnaast zijn er optredens van schrijver Lieke van den Krommenacker, Spoken Word artiest en schrijver Oumaima Belkhdar en dichter en voormalig stadsdichter Lilian Zielstra. Esmé was Huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen, finalist van Write Now! en deelnemer aan het Zomerkamp van Das Mag. De gemeente Groningen kende haar het Hendrik de Vriesstipendium toe voor haar bundel ‘Eigen kamers’ uit 2019, over de toekomstdromen en -angsten van Groningse vrouwen. Daarnaast stond ze op vele podia als Noorderzon, Read My World, Dichters in de Prinsentuin en de Frankfurter Buchmesse. Uit haar bundel ‘Eigen kamers’ komt het gedicht hieronder zonder titel.
.
De mouwen van de truien die je droeg
in de lente om je lichaam geen zonlicht te gunnen.
Nu is het zomer en de honger je metgezel.
Jullie hebben elkaar beter leren kennen en soms
kleeft er suiker in de hoek van zijn waarschuwing:
Van wat er verloren kan gaan
en dat het makkelijker aan de muren
ontsnappen is dan aan je eigen tong.
Weet je nog dat je vroeger zong?
Dat er vrienden waren, een vrouw bij
de bakkerskraam die je een koekje gaf
dat je vingers van toen om je enkels
van nu zouden passen.
Je geest is groter dan de kuil in je matras.
Zo borduurt angst een ultimatum in je sloop
je eet een halve appel, oogst hoop.
.
Een nieuw jaar
Joke van Leeuwen
.
Ik wens al mijn lezers een geweldig, vreedzaam, poëtisch en gezond 2026 toe. En geen betere manier dan een nieuw jaar te beginnen dan met een gedicht. Helemaal als dat een gedicht is met de titel ‘Een nieuw jaar’ dat Joke van Leeuwen (weliswaar in 2023 al) schreef in opdracht van het Poëziecentrum in Gent.
.
Een nieuw jaar
.
het malse is verdwenen in de winter
het stugge wint en klein gedierte doet
stijf opgerold alsof het er niet is
.
zes goededoelenstichtingen sturen
kalenders op met jonge honden
de zwarte grond houdt zich gereed
.
een wijsje wolkt uit een gewassen
hoofd waarin een heel orkest
zijn stoelen heeft gevonden
.
Troost je
Yousra Benfquih
.
Mij wordt weleens gevraagd waar ik de inspiratie vandaan haal om elke dag een blog te schrijven. Vaak is dat door het lezen van poëziebundels (ik heb er genoeg), poëzietijdschriften, berichten over poëzie, nieuws of actualiteiten of simpelweg wanneer ik ergens tegen een gedicht aan loop (letterlijk of figuurlijk). De leukste manier echter om op een onderwerp, dichter of gedicht te komen is door het browsen (zonder doel rond bewegen) op Internet. Tik een paar onwaarschijnlijke zoektermen in, voeg daar poëzie, gedicht, dichter, poetry of poem aan toe en je staat verteld van waar je allemaal mee geconfronteerd wordt. Een andere manier is ditzelfde te doen maar dan op afbeeldingen te kijken.
Dit is precies waar ik de inspiratie en de inhoud van mijn blog vandaan heb. Ik stuitte op de website sampol.be (Samenleving en Politiek) en daar las ik over de Zomerreeks 2021: Samenleving en Poëzie. In de Zomerreeks werd het woord gegeven aan dichters (in samenwerking met het Poëziecentrum in Gent) en werd hen gevraagd te reflecteren over de samenleving. Maar liefst 45 dichters hebben gehoor gegeven aan deze oproep en van hen (vrijwel allemaal Vlaamse dichters en een enkele Nederlandse dichter) werd een gedicht opgenomen op de website.
De gedichten lezend koos ik voor een gedicht van Yousra Benfquih. Haar naam kende ik van haar voorgenomen deelname aan de tour van de Poëziebus in 2017 (die toen door omstandigheden voor haar niet doorging). Yousra Benfquih (1988) is mensenrechtenjuriste en werkt aan de universiteit Antwerpen aan een doctoraat over gelijkheid in het onderwijs. Daarnaast is ze ook een getalenteerd en gelauwerd schrijfster en ‘spoken word’ artiest. In haar poëzie speelt Benfquih met het delicate evenwicht tussen humor en ernst en tussen ongemak en ontroering. Ze stond al op uiteenlopende podia – van de Arenbergschouwburg tot Bozar – en werkte samen met talrijke organisaties zoals Amnesty International Vlaanderen en Passa Porta. Het gedicht op Sampol.be is getiteld ‘Troost je’.
.
Troost je
.
In het weiland waarin je slaapt
verwijl je niet lang genoeg om oude
dromen op te rakelen, een ouder lied
nochtans kende je het uit het hoofd,
er ontbreken noten, eeltloze vingers ook
om je frons glad te strijken, de geschiedenis
slaapt om jouw ogen, is niet meer
dan een rimpel, wimpel, deken dat de wind
doorlaat, je mond en ogen rafelende koudegaten
van een huis zonder dak: je huid,
je wenkbrauwen de dekveren
van op aarde onbeholpen albatrossen:
het liefst wil je bidden,
geluidloos huiswaarts scheren
maar het is lang wachten
op het keren van de wind, troost je,
hoog in de lucht heb je geen woonst
nodig, troost je, geen brood of bad,
en ook aan de koude zijn je botten
vast gewend geraakt,
dus troost je,
het keren van de wind duurt lang
maar slapen mag je hier vannacht.
.
Moed houden moet
Toon Tellegen
.
In de boekenwinkel kwam ik een wonderlijke, grote dichtbundel tegen, een bloemlezing getiteld ‘Maar geen bestemming’ gedichten over de oude dag uitgegeven door het PoëzieCentrum in 2024. In deze bloemlezing zijn gedichten opgenomen die het eenzijdige beeld van een trieste oude dag bijsturen, zonder daarom de realiteit van het ouder worden te verbloemen of te negeren. De dichters die zijn vertegenwoordigd weten waarover ze spreken. Hun verzen zijn het werk van de eigen oude dag, geschreven in een fase van het leven waarin wat in het verschiet ligt onvermijdelijk korter is dan wat was.
Ik word altijd wel blij en vrolijk van dit soort bundels. Niet voor niets proberen wij in MUGzine behalve jong en nieuw talent ook een open oog te hebben voor dichters die wat in de vergetelheid zijn geraakt of waar wat minder aandacht voor is maar die zoveel kwaliteit te brengen hebben.
In deze bloemlezing is werk opgenomen van dichters als Gerrit Kouwenaar, Cees Nooteboom, Toon Tellegen, Leo Vroman, Judith Herzberg, Antjie Krog, Mark Insingel, Stefan Hertmans, Esther Jansma en Hester Knibbe. Ik koos voor het prachtige gedicht ‘Moed houden moet’, een gedicht met een heel positieve kijk op het ouder zijn en het leven van Toon Tellegen (1941).
.
Moed houden moet
.
Als je oud bent ben je altijd oud geweest,
als je jong bent zul je altijd jong blijven,
maar als je dood bent ben je alles,
en elke dag iets anders
.
kinderen hollen naar buiten en roepen:
‘Moed houden! Wij gaan moed houden!’
.
Ik sta in de deuropening en zie ze verdwijnen,
ik heb het koud en denk:
moed houden moet, het is het enige wat werkelijk moet…
.
het is een dag als alle andere en ik ga weer naar buiten,
ik heb nog één seconde te leven.
.
Ik wil
Eva Cox
.
De Vlaamse dichter Eva Cox (1970) debuteerde in 2004 met de dichtbundel ‘Pritt.stift.lippe‘ welke genomineerd werd voor de C. Buddingh-prijs en de Vlaamse debuutprijs en werd bekroond met de Prijs van de Provincie Oost-Vlaanderen voor letterkunde in 2008. Voordat zij debuteerde was ze al een graag geziene dichter op diverse podia en in 2001 won ze de eerste Vlaamse Poetry Slam. Vanaf 1999 schrijft ze poëzie en ze was jarenlang actief bij het Poëziecentrum in Gent. Daarnaast studeerde ze Toegepaste Taalkunde aan de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Haar tweede bundel ‘een twee drie ten dans’ verscheen in 2009 en werd achtereenvolgens genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de Ida Gerhardt Poëzie Prijs en de Herman de Coninckprijs. Gedichten van haar hand verschenen in Dietsche Warande & Belfort, Bunker Hill, Parmentier, Revolver, Komkommer & Kwel, Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, De Brakke Hond, Yang en Poëziekrant. Een aantal van haar teksten is vertaald naar het Engels, Frans en Duits, maar ook naar het Turks, Arabisch en Russisch.
Vreemd genoeg kan ik na 2009 niets meer van haar of over haar vinden. De website die haar naam draagt is ook uit de lucht. In haar tweede bundel ‘een twee drie ten dans‘ is ‘een kleine stoet poëzie, (ultra) kort proza, vertalingen, pastiches en een duet voor één stem’ opgenomen. Een wonderlijke bundeling van teksten en gedichten waar ik het gedicht ‘Ik wil’ uit heb gekozen om hier te delen.
.
Ik wil
.
een stad voor mijn verjaardag
met mensen huizen en een plein
een vijver met daarin een zwijn van
steen een kleine perenboom vol merels
en kerels wil ik van die potige met
kisten op hun schouders oude laarzen
en meisjes met mutsen van konijnenbont
en harde wimpers en gezoete lippen en
stippen wil ik in plaats van strepen
nee zebrapaden zijn zo dun dat
je hun ribben door het asfalt ziet
en brievenbussen wil ik niet en regen
vuilnisbakken kan ik heel slecht tegen en
baby’s die ruiken naar poeder en verdriet
nee ook baby’s kale bleke baby’s niet
.
Eén lettergreep
David Troch
.
De Vlaamse dichter, auteur, regisseur en schrijfdocent David Troch (1977) debuteerde in 2003 met de poëziebundel ‘liefde is een stinkdier maar de geur went wel’. publiceerde in tijdschriften als De Brakke Hond, Deus ex Machina, Poëziekrant, MUGzine en Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift. Naast zijn vele werkzaamheden was redactielid van het literaire e-zine Meander en van Gierik en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Sinds begin 2009 maakt hij deel uit van de redactie van Kluger Hans. Sinds eind 2010 is David Troch ambassadeur van de Poëzie van de stad Gent waar hij ook stadsdichter was. Hij won verschillende prijzen waaronder de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd in 2012.
Naast dat Troch een hekel heeft aan hoofdletters, heeft hij ook een voorliefde voor woorden met één lettergreep. Zo verscheen in 2021 zijn bundel ‘voor jou wou ik een huis zijn’ met alleen maar éénlettergreepgedichten. Voor deze bundel kreeg hij een nominatie voor de Wablieft-prijs, een jaarlijkse prijs die wordt uitgereikt door de redactie van de krant Wablieft aan personen, projecten of organisaties die zich inspannen voor duidelijke taal en heldere communicatie. De prijs is bedoeld als erkenning voor het gebruik van heldere en eenvoudige taal, waardoor informatie voor iedereen toegankelijk wordt gemaakt.
De bundel ‘voor jou wou ik een huis zijn’ vormt een tweeluik met de bundel ‘een soort van troost’ die in 2024 verscheen. Uit die bundel koos ik het gedicht ‘taal’.
.
taal
.
zucht en schud het hoofd. keur elk woord
af. schrap. haal door. streep weg. gom uit
.
tot er niets meer rest. als prop is een blad
het best af. of scheur en vlok na vlok uit
.
tot het sneeuwt in huis. wees streng.
zie in dat het geen zin heeft.
.
het geeft geen pas
met de taal aan de slag te gaan.
.
ski de trap af. ga op je bek. breek een been.
nee, kleed het ook niet met zo’n beeld aan.
.
weet: naakt kan je de straat niet op.
trek op zijn minst een jas aan.
.
Beeldspraak
Podcast over poëzie
.
Podcasts zijn er in overvloed. Waar ooit de blog het nieuwste van het nieuwste was is dat tegenwoordig de podcast. Er zijn er zoveel dat het bijna ondoenlijk is er nog een keuze in te maken. Gelukkig (of helaas) zijn er niet zoveel podcasts over poëzie wat de keuze dan weer wat vereenvoudigt. Ik schreef al eerder over podcasts als Poem Talk, Poetry Now, de Poëziepodcast, Poëzie vandaag, de podcast van Het Feest der Poëzie en de Rotterdamse school. En ook over Beeldspraak, een Vlaamse podcast van het Poëziecentrum in Gent.
In deze laatste podcast gaat steeds een interviewer in gesprek met een (Vlaamse) dichter. Zo zijn er afleveringen met Jan Lauwereyns, Siel Verhanneman (afgelopen maandag nog te zien en te horen in Eus’ boekenclub op de NTR, Marc Tritsmans, Peter Verhelst en Moya De Feyter. Maar ook klassiekers als ‘Bezette stad’ van Paul van Ostayen komen aan bod.
Afgelopen maandag werden er maar liefst twee nieuwe podcastafleveringen geplaatst. Een daarvan is een gesprek tussen Melissa Giardina (Vindetta) en dichter Esohe Weyden (1999) over haar laatste bundel ‘Richtingloos navigeren’. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Het oord van de veilige vertrouwdheid’.
.
Het oord van de veilige vertrouwdheid
.
Waar koffiekoeken op zondag
knapperiger zijn dan doordeweekse
geserveerd in een keramieken schaal
waarop kleurrijke planten pronken.
.
Plakjes gember weken
in heet water,
drijven in de nachtelijke atmosfeer
van een straffe earl grey.
.
Waar borden en bestek worden bijgevuld
denkbeeldig worden bestempeld,
de bijzondere voor bezoekers,
de alledaagse voor ons.
.
Waar stoelen onder de tafel worden geschoven,
gesprekken boven het blad balanceren
tot ze zich laten ophitsen
en stranden in een woeste wurggreep.
.
De waarheid van de dag wordt uitgesproken
tussen het slikken en kauwen,
doorgespoeld met wijn en water.
We vullen en ledigen tegelijk de magen.
.













