Site-archief

Dit hier is bijna nergens

Henk van Raak

.

Enige tijd geleden was ik in Tilburg in de zeer goed geoutilleerde tweedehandsboekenzaak de Boekenschop (dit is geen verschrijving). Ruim 30.000 boeken hebben ze op voorraad en de opbrengst gaat naar een goed doel. De poëzieafdeling beslaat maar liefst een volledige kast (ruim 5 meter), iets waar de gemiddelde boekenwinkel een puntje aan kan zuigen. Op zichzelf begrijp ik dat wel, aan poëzie valt gewoon te weinig te verdienen en een tweede handswinkel kan oudere bundels gewoon langer in voorraad hebben, waar ik dan juist weer heel blij van word.

Ik kocht er de bundel van Paul Celan, een bundel van Lévi Weemoedt die ik nog niet had en de bundel ‘Door mij spreken verboden stemmen‘. Van de eigenaar van de winkel kreeg ik bij het afrekenen nog een bundeltje mee van een heel goede klant van haar die in 2025 op 72 jarige leeftijd was overleden, de journalist en dichter Henk van Raak. Van Raak was betrokken bij de oprichting van de Literaire Kring Goirle en een tijd lang voorzitter. Hij was ook een serieus boekenverzamelaar, zijn huis was tot en met de zolder gevuld met boeken.

Als dichter debuteerde hij in 2013 met de bundel ‘Dit hier is bijna nergens’ en in 2015 verscheen ‘Plaatsen waar ik nog ben’. Zijn derde bundel waar hij aan werkte zal niet gepubliceerd worden. Favoriete dichters had van Raak ook en niet de minste; Fernando Pessoa, Constantínos Kaváfis, Federico Garcia Lorca en de Nederlandse dichters Rutger Kopland en Judith Herzberg.

De toon van zijn poëzie is melancholisch en zijn dichterlijke houding is filosofisch-beschouwend. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het gedicht ‘Herinnering’.

.

Herinnering

.

Al droom ik graag terug naar het verleden,

ik weet dat de herinnering het minst

van alles te vertrouwen is.

.

Men kleedt haar aan als een etalagepop

en maakt van wat schamele kleding was

een blauw tuniek met zilveren knopen.

.

Met terugwerkende kracht wordt

rechtgezet dat ik mij vroeger

knollen voor citroenen liet verkopen.

.

Roes en memorie

Paul Celan

.

Het zal denk ik ruim twintig jaar geleden zijn dat ik voor het eerst hoorde van de dichter Paul Celan (1920-1970). Het was bij een avond over poëzie in de bibliotheek van Den Hoorn. Ik droeg er met een aantal andere mensen voor en de organisator van de avond, een docente Nederlands als ik me niet vergis van een middelbare school in Delft, vertelde er over poëzie en dan met name over Paul Celan.

Op die avond droeg ze zijn gedicht ‘Todesfuge‘ voor en ze gaf een heel mooie analyse van het gedicht. Afgezien van haar voordracht en analyse was ik meteen zeer onder de indruk van het gedicht, van het onderwerp (de Holocaust) en de poëtische zeggingskracht en ik wilde meer weten over Paul Celan. Ik zocht informatie over hem op Internet en sindsdien heb ik verschillende keren over hem en zijn poëzie geschreven.

Vreemd genoeg bezat ik geen bundel van Celan. In verzamelbundels en bloemlezingen las ik verschillende gedichten van hem en op het internet uiteraard, maar in mijn collectie ontbrak nog een dichtbundel van hem. Daar is nu verandering in gekomen. Sinds een week bezit ik de bundel ‘Roes en memorie’ uit 1995 vertaald door dé Celan-vertaler Ton Naaijkens.

‘Roes en memorie’ of ‘Mohn und Gedächtnis’ zoals de bundel in het Duits is getiteld, maakte van Celan in 1952 in één klap een klassiek auteur. De bundel staat in het teken van rouw en verdriet om de verwoestende kracht van een oorlog. In deze bundel zoekt Celan naar mogelijkheden van verwerking: slaap en herinnering, verdoving en besef, roes en memorie. De eerste gedichten ontstonden aan het einde van de oorlog, andere in de tweede helft van de jaren veertig in Boekarest, Wenen en Parijs. ‘Roes en memorie’ is het derde deel van de integrale vertaling die werd uitgegeven door Picaron Editions. Eerder verschenen ‘De niemandsroos’ (1991) en ‘Ademkeer’ (1992).

Ik koos voor een van de eerste gedichten in de bundel ‘Marianne’ vooral omdat ik (samen met Bart) en haar al jarenlang MUGzine maak.

.

Marianne

.

Zonder sering is je haar, je gelaat uit spiegelglas.

Van oog tot oog trekt de wolk, als Sodom naar Babel:

ze stroopt de toren als lover en woedt om de

zwavelstruik.

 

Dan flitst er een schicht rond je mond – die kloof met

de stukken viool.

Met sneeuwige tanden bespeelt er een man de snaren:

o mooier klonk het riet!

.

Geliefde, ook jij bent het riet en wij allen de regen;

een wijn zonder weerga je lijf, en we klinken getienen;

een schuit in het graan is je hart, we roeien haar

nachtwaarts;

een kruikje blauwte, zo dartel je over ons heen, en wij

slapen…

.

Voor de tent trekt het honderdschap op, we dragen je

brassend ten grave.

Nu rinkelt op ’s werelds plavuizen de daalder, de

harde, der dromen.

.

 

Voorjaarsvakantiegedichten

Deel 1

.

Omdat ik dit jaar een wat langere voorjaarsvakantie neem, in plaats van een zomervakantie, zal ik de komende weken elke dag een vakantiegedicht plaatsen. Dat wil zeggen een gedicht, de bundel waaruit ik het gedicht nam, de naam van de dichter en het jaar van uitgave. Daarnaast zal op een aantal dagen van mijn vakantie een blogbericht op dit blog verschijnen van gastblogger en mede MUGzinemaker Marianne Hermans van Poetry Affairs.

Ik begin deze voorjaarsvakantiegedichten met het gedicht ‘Herinnering’ van schrijver en dichter Roel Houwink (1899-1987). Het gedicht komt uit de bundel ‘Witte velden’ uit 1935.

.

Herinnering

.

Vader, wij hebben nooit gesproken

over het leven met elkaar,

gij had het uwe, ik het mijne

en beide wisten wij, ’t is zwaar

te leven met een weerloos hart…

Zo hadden bêi we ons toegesloten

en gingen zwijgend naast elkaar:

ik heb den weg niet kunnen vinden,

al lag uw hand steeds voor de mijne klaar.

En nu gij heen gegaan zijt naar dat vreemde

en voor geen levende bereikbaar land,

nu breekt mijn vuist een hunkrend open

en zoekt vergeefs uw trouwe hand.

.

Niet te beschrijven

Gerrit Krol

.

Afgelopen week las ik het gedicht ‘Niet te beschrijven’ van Gerrit Krol. Het gedicht is opgenomen in de bundel ‘Polaroid’ Gedichten 1955-1976 uit 1976. Ik schreef wel vaker over dichter, schrijver, computerprogrammeur en essayist Krol (1934-2013) maar nu is er een bijzondere aanleiding.

Ik weet niet of je de sensatie kent dat, wanneer je een bepaalde geur ruikt, je meteen een herinnering daarbij hebt. Soms komt dat omdat de geur heel intens en sterk was, een andere keer omdat de herinnering heel bijzonder was. Ik heb dat met de geur van verse peterselie. Jaren geleden bracht ik een vakantie door in Bolivia. In La Paz, de grootste stad en samen met Sucre de hoofdstad van het land, is de heksenmarkt, de ‘Mercado de Hechicería’ (zo wordt dat daar lokaal genoemd). Op deze markt worden veel producten verkocht, maar de meest rare zijn toch wel de dode lama’s en hun foetussen. De bedoeling is dat de foetussen begraven worden onder een hoeksteen bij een nieuwbouwhuis en dat zou dan geluk moeten brengen.

Dat is overigens niet de geur waar ik op doel (de foetussen van lama’s zijn ingedroogd en ruiken niet). Waar ik op doel is de hele intense en sterke geur van peterselie die op een deel van deze markt aanwezig was. Kraampje na kraampje (als je ze zo noemen mag) was daar gevuld met enorme hoeveelheden verse peterselie met een geur die straten verder te ruiken was. Wanneer ik verse peterselie ruik gaan mijn gedachten altijd onmiddellijk terug naar die markt in La Paz. Die geur beschrijven is bijna onmogelijk, zoals Gerrit Krol in de laatste zin van zijn gedicht ook schrijft.

.

Niet te beschrijven

.

Niet te beschrijven
wat een geur doet in je neus
en in het weke van je hersenen,
een bloem,
strandlucht.
.
Laatst liep ik op de weg
toen langs mij streek een vleug van vroeger,
van potten inkt en rekenen,
wat ik in der eeuwigheid zou zijn vergeten,
ik liep er tegenop.
.
Men zegt dat van bepaalde vlindersoorten
het reukvermogen
zich uitstrekt over kilometers,
maar of het nu de natuur is
of een oude school,
.
of een meisje dat in je armen staat
en geurt als zeven jaar geleden
of, als het heeft geregend,
de hartverscheurende kracht van een naaldwoud
– je noemt het,
maar beschrijven kun je het niet.

.

 

Oorlog

Remco Campert

.

Ik kan me herinneren dat het eerste gedicht van Remco Campert (1929) waar ik mee in aanraking kwam, een gedicht over de oorlog was. Volgens mij was het het gedicht ‘When we were very young’ uit zijn debuutbundel Vogels vliegen toch uit 1951. In het werk van Campert komt de oorlog regelmatig terug. Niet zo verwonderlijk natuurlijk als de zoon van Jan Campert (1902-1943) die misschien wel het meest iconische oorlogsgedicht schreef over de tweede wereldoorlog ‘De Achtien Doden’.

In een tijd waarin we dagelijks met de gruwelijkheden van de oorlog worden geconfronteerd via alle media vind het het toepasselijk om een gedicht over de oorlog te plaatsen en het gedicht ‘When we were very young’ verwoordt het gevoel van verwarring rondom alles wat met oorlog te maken heeft heel mooi.

.

When we were very young

.

verkoolde en verroeste brokken

van neergeschoten bommenwerpers

zijn de onheilstekens

waaronder ik jong nog speelde

.

tussen afgeknotte bomen

en verschroeid struikgewas

boven mij zonsverduisteringen

zat ik in de cockpit

.

mijn handen die onwetend

contact zochten ,et de dood

in het  verstoorde spinneweb

van het nieuwgeurend stuur

.

in dikke stukken kogelvrij glas

ving ik het schaarse licht op

dat uitliep op de grond

een lauwe, bleke plas

.

later ging ik verward naar huis

ik vond ook die dag het spoor nog niet

de sleepsteen van de tijd

in het rulle zand

,

Remco Campert

Rokers voor de deuren van het ziekenhuis

Editors

.
De meeste mensen zullen geen gedicht uit hun hoofd kunnen opzeggen. Zelfs ik heb er moeite mee, wanneer ik voordraag heb ik toch echt de gedichten in geschreven vorm nodig. Maar als je vraagt aan diezelfde mensen of ze een zin of een stukje uit een gedicht kennen, zullen er veel meer dat kunnen. Vaak zijn dat zinnen uit bekende gedichten als:  ‘Denkend aan Holland, zie ik brede rivieren, traag door oneindig, laagland gaan’  van H. Marsman,  ‘En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’ van M. Vasalis of ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’ van Martinus Nijhoff. Dit zijn zomaar een paar voorbeelden maar waarschijnlijk ken je er zelf ook genoeg.
.
De reden dat men dit soort zinnen onthoudt is dat er iets van herkenning is, of dat een zin grote zeggingskracht heeft, of gewoon omdat een zin heel mooi en poëtisch kan zijn. Ik schrijf dit omdat ik hieraan moest denken toen ik op de radio het nummer ‘Smokers Outside the Hospital Doors’ uit 2007 van de, uit Birmingham afkomstige band, Editors hoorde. De zin ‘The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors’ is voor mij zo’n zin. Een prachtige zin waarbij iedereen meteen een beeld heeft of een herinnering en, vaak, ook meteen een mening.
.
Reden genoeg voor mij om de tekst een helemaal te lezen en hier met jullie te delen. En natuurlijk om de clip met de muziek hier te plaatsen want naast een prachtige zin is het een bijzonder mooi nummer.  Op de website Lowlove.nl kun je meer over de achtergrond van dit nummer lezen.
.
Smokers Outside the Hospital Doors
.
Pull the blindfold down
So your eyes can’t see
Now run as fast as you can
Through this field of trees
.
Say goodbye to everyone
You have ever known
You are not gonna see them
Ever again
.
I can’t shake this feeling I’ve got
My dirty hands, have I been in the wars?
The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors
.
Someone turn me around
Can I start this again?
.
How can we wear our smiles
With our mouths wide shut
‘Cause you stopped us from singin’
.
I can’t shake this feeling I’ve got
My dirty hands, have I been in the wars?
The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors
.
Someone turn me around
Can I start this again?
Now someone turn us around
Can we start this again?
.
We’ve all been changed from what we were
Our broken parts left smashed off the floor
.
I can’t believe you
If I can’t hear you
I can’t believe you
If I can’t hear you
.
(We’ve all been changed
From what we were
Our broken parts
Smashed off the floor
We’ve all been changed
From what we were
Our broken parts
Smashed off the floor)
.
Someone turn me around
(We’ve all been changed
From what we were)
Can I start this again?
(Our broken parts
Smashed off the floor)
Now someone turn us around
(We’ve all been changed
from what we were)
Can we start this again?
(Our broken parts
Smashed off the floor)
.
.

Kreek Daey Ouwens

Stille dag

.

Misschien komt het doordat ik als mede organisator van Dichter bij de dood op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, wat meer bezig ben met de dood of in ieder geval meer in aanraking kom met de uitingen rond de dood, want het gedicht van vandaag heeft de dood als onderwerp.

Op zichzelf is dat opvallend want ik ben aan het lezen in de bundel ‘Wij zijn de menigte die moeder heet’ gedichten over moederschap, samengesteld door dichter Ester Naomi Perquin uit 2018. Dan zou je een gedicht over een moeder of het moederschap verwachten. Ik ook. Mijn moeder is bijna jarig en dan gaan je gedachten toch al snel in die richting. Tot ik het gedicht zonder titel van dichter Kreek Daey Ouwens tegen kwam in de bundel.

De naam van deze dichter kwam me vaag bekend voor dus ging ik op zoek. Kreek Daey Ouwens (1942) is een schrijver en dichter. Ze bracht haar jeugd door in de Limburgse mijnstreek. In haar werk roept ze op fragmentarische wijze beelden en gebeurtenissen op uit haar jeugd en haar latere leven. Ze debuteerde in 1991 met de verhalen- en gedichtenbundel ‘Stokkevingers’ waarna nog 8 bundels zouden verschijnen. In 2013 ontving Kreek Daey Ouwens de Leo Herberghs-poëzieprijs. Haar bundel ‘De achterkant’ uit 2009 werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2009-2010 en haar bundel ‘Guillaume’ uit 2020 voor de Herman de Coninckprijs 2021.

Kenmerkend voor haar werk zijn de vermenging van herinnering en verbeelding, de opbouw in fragmenten met veel witruimte en een sobere, slechts schijnbaar ‘naïeve’ stijl. Persoonlijke indrukken en observaties worden door weglating en intensivering herkenbaar voor de lezer. Verwondering en angst, verbondenheid en isolement, liefde, dood en rouw zijn terugkerende thema’s. Een aantal van deze thema’s zijn terug te vinden in het titelloze gedicht dat oorspronkelijk in de bundel ‘Oefening in alleen lopen’ uit 2017 verscheen.

.

Vandaag zetten moeders en grootmoeders een

vierde bord op de tafel. Ze leggen er behoed-

zaam een lepel naast. Bij de lepel ligt de

foto van een jongetje. Na het eten wast

onze moeder het lege bord af en zet het

terug in de kast.

.

Dit is een stille dag.

.

Half herinnerde gedichten

John Pudney

.

Hoewel men in Engeland naar mijn mening een heilloze weg is ingeslagen met de Brexit, blijven de Engelsen een speciaal plekje in mijn hart houden. Hun humor, hun (soms vreemde) tradities, de taal en vooral ook de dichters en de poëzie, allemaal zaken om van ze te blijven houden. Wat ik ook bijzonder vind aan Engeland is hoe zij met hun poëzie omgaan, zijn de uitgaven die in Engeland verschijnen. Zo schreef ik al over The emergency poet https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/01/anti-stress-poezie/ en over de bundels die de BBC uitgaf met de 100 beste gedichten https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/01/27/jas/ . En nu heb ik een bundel die als titel heeft ‘I wandered lonely as a cloud’ (samengesteld door Ana Sampson) waar vooral de ondertitel intrigerend is namelijk ‘and other poems you half remember from school’.

Ik kan daar twee dingen over zeggen. Allereerst het feit dat er gedichten zijn die je half herinnert van school. Hoeveel Nederlandse middelbare scholieren herinneren zich een half gedicht van school? Laat staan een heel gedicht. En als tweede, wie bedenkt zo’n thema? Geweldig vind ik dat, om zo’n gegeven als uitgangspunt te nemen voor een bloemlezing. Natuurlijk heb je ook in Nederland de bundels van gedichten die mannen/vrouwen aan het huilen maakt, maar die zijn gebaseerd op (ook alweer) de Engelse versie ‘Poems that make grown men/women cry’.

Misschien durft een Nederlandse uitgeverij het aan om ook dit gegeven (half herinnerde gedichten) als uitgangspunt te nemen voor een verzamelbundel. Uit de Engelse versie koos ik het gedicht ‘For Johnny’ van John Pudney (1909 – 1977). John Pudney verliet school op zijn 16e. Hij schreef de meeste van zijn gedichten gedurende de tweede wereldoorlog. Naast dichter was hij (brood) schrijver van romans, kinderboeken, korte verhalen en verhalen in opdracht.

Het gedicht ‘For Johnny’is een van de meest bekende oorlogsgedichten. Hij schreef het tijdens een luchtaanval van de Duitsers en het werd eerst gepubliceerd in The News Chronicle. Nog bekender werd het gedicht toen het gebruikt werd in de film ‘The way to the stars’ uit 1945 met onder andere Michael Redgrave, John Mills, Rosamund John en Stanley Holloway.

 

For Johnny

.

Do not despair
For Johnny-head-in-air;
He sleeps as sound
As Johnny underground.

.

Fetch out no shroud
For Johnny-in-the-cloud;
And keep your tears
For him in after years.

.

Better by far
For Johnny-the-bright-star,
To keep your head,
And see his children fed.

.

 

 

Laat

T. van Deel

.

Uit de bundel ‘Strafwerk’ uit 1969 van T. van Deel het vakantiegedicht ‘Laat’. Een gedicht in de vorm van een herinnering waarbij aan het einde van het gedicht ineens de dichter reageert vanuit het moment dat hij het gedicht schreef.

.

Laat

.

Op warme zomeravonden

als het laat nog licht was

zaten we in de tuin en mocht ik

langer opblijven omdat slapen niet ging.

Ik ving sprinkhanen

en stopte die in mijn moeders nek.

Dikwijls stond een buurman

over het hekje geleund te praten.

Het scheen grappig te zijn

want er werd gelachen –

dat hoor ik voor het eerst.

.

Young poets en Meander

Nathan van der Borght 

.

De redactie van taalplatform Young Poets (initiatief van het Letterkundig Centrum Limburg)  organiseert onder andere wedstrijden voor jonge schrijvers tussen de 14 en 25 jaar zoals bijvoorbeeld afgelopen lente.  Het thema was ‘Vriendschap’. Bij het thema horen termen als vertrouwen, veiligheid, onvoorwaardelijkheid maar ook kwetsbaarheid, verdriet en herinnering.
De deelnemers schreven een (niet eerder gepubliceerd) gedicht van maximaal 500 woorden.
De jury werd gevormd door dichter Jonathan Griffioen, docent Nederlands Jaap Linde (Vrije School Parkstad), Elly Woltjes (Meander) en Alja Spaan (dichter, Meander).  Zij kregen alleen de leeftijd van de auteur te zien. Afgesproken werd met de winnaars en Merlijn Huntjens (consulent Literatuur, het Huis van Limburg) de eerste drie winnende gedichten op de Meandersite te plaatsen. Alle winnende gedichten zijn te lezen op https://meandermagazine.net/wp/2018/05/young-poets/

Winnaar van deze wedstrijd werd Nathan Van der Borght (2001). Nathan studeert Latijn in het 5de middelbaar te Antwerpen. “Ik ben 16 zomers oud. Voor mij is poëzie een manier om met alles om te gaan, een manier om mezelf uit te drukken. Ik ben al van jongs af aan absoluut geobsedeerd door literatuur. Emoties omvormen in woorden, emoties omvormen in een metrum en vorm is iets wat me ongelofelijk veel voldoening geeft. Zijn winnende gedicht is getiteld ‘Vriendschap’.

 

Vriendschap

.

Vriendschap is een ochtend die je zelf hebt aangebroken.
Zelf kiezen wanneer de zon opkomt.

Vriendschap is voornamelijk geel, met vlekken gesatureerd blauw.
Zeker geen rode stukken.

Vriendschap is schappelijke wind op een
warme zomerdag.
Zon op een koude winterdag

Een vroege lente, juist wanneer je het nodig had.

Een boom die juist in die hoek groeit,
een bloesem waar de woede van afspat,
gewelddadige kleuren. Overweldigd.

Vriendschap is ook plotseling vragen vergeten en in vloeibare vorm vallen,
wetend dat het opstaan erbij hoort.

Even blijven liggen op de grond,
naar de lucht kijken en je hebt net de
hemel gezien maar je zegt er toch maar beter niets over.

Verdwijnen en wegkwijnen,
goedkope wijnen en samen rijmen.

Vriendschap zijn aders, jij bent bloed.

Vriendschap is van jezelf houden.

.