Site-archief

Roes en memorie

Paul Celan

.

Het zal denk ik ruim twintig jaar geleden zijn dat ik voor het eerst hoorde van de dichter Paul Celan (1920-1970). Het was bij een avond over poëzie in de bibliotheek van Den Hoorn. Ik droeg er met een aantal andere mensen voor en de organisator van de avond, een docente Nederlands als ik me niet vergis van een middelbare school in Delft, vertelde er over poëzie en dan met name over Paul Celan.

Op die avond droeg ze zijn gedicht ‘Todesfuge‘ voor en ze gaf een heel mooie analyse van het gedicht. Afgezien van haar voordracht en analyse was ik meteen zeer onder de indruk van het gedicht, van het onderwerp (de Holocaust) en de poëtische zeggingskracht en ik wilde meer weten over Paul Celan. Ik zocht informatie over hem op Internet en sindsdien heb ik verschillende keren over hem en zijn poëzie geschreven.

Vreemd genoeg bezat ik geen bundel van Celan. In verzamelbundels en bloemlezingen las ik verschillende gedichten van hem en op het internet uiteraard, maar in mijn collectie ontbrak nog een dichtbundel van hem. Daar is nu verandering in gekomen. Sinds een week bezit ik de bundel ‘Roes en memorie’ uit 1995 vertaald door dé Celan-vertaler Ton Naaijkens.

‘Roes en memorie’ of ‘Mohn und Gedächtnis’ zoals de bundel in het Duits is getiteld, maakte van Celan in 1952 in één klap een klassiek auteur. De bundel staat in het teken van rouw en verdriet om de verwoestende kracht van een oorlog. In deze bundel zoekt Celan naar mogelijkheden van verwerking: slaap en herinnering, verdoving en besef, roes en memorie. De eerste gedichten ontstonden aan het einde van de oorlog, andere in de tweede helft van de jaren veertig in Boekarest, Wenen en Parijs. ‘Roes en memorie’ is het derde deel van de integrale vertaling die werd uitgegeven door Picaron Editions. Eerder verschenen ‘De niemandsroos’ (1991) en ‘Ademkeer’ (1992).

Ik koos voor een van de eerste gedichten in de bundel ‘Marianne’ vooral omdat ik (samen met Bart) en haar al jarenlang MUGzine maak.

.

Marianne

.

Zonder sering is je haar, je gelaat uit spiegelglas.

Van oog tot oog trekt de wolk, als Sodom naar Babel:

ze stroopt de toren als lover en woedt om de

zwavelstruik.

 

Dan flitst er een schicht rond je mond – die kloof met

de stukken viool.

Met sneeuwige tanden bespeelt er een man de snaren:

o mooier klonk het riet!

.

Geliefde, ook jij bent het riet en wij allen de regen;

een wijn zonder weerga je lijf, en we klinken getienen;

een schuit in het graan is je hart, we roeien haar

nachtwaarts;

een kruikje blauwte, zo dartel je over ons heen, en wij

slapen…

.

Voor de tent trekt het honderdschap op, we dragen je

brassend ten grave.

Nu rinkelt op ’s werelds plavuizen de daalder, de

harde, der dromen.

.

 

Verleidersspel

Vasko Popa

.

Vasile ‘Vasko’ Popa (1922 – 1991) was een Servische dichter van Roemeense afkomst. De verandering van naam (in feite een vorm van bijnaam) komt in de landen van het voormalige Joegoslavië vaker voor. Zo kende ik de Kroatisch-Bosnische dichter Hrvoje Senda eerst alleen als Pero Senda. 

Na het afronden van de middelbare school schreef Popa zich in als student aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Universiteit van Belgrado . Hij vervolgde zijn studie aan de Universiteit van Boekarest en in Wenen . Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij als partizaan en werd hij opgesloten in een Duits concentratiekamp in Zrenjanin in het huidige Servië. Na de oorlog in 1949 studeerde Popa af aan de Romaanse groep van de Faculteit der Wijsbegeerte aan de Universiteit van Belgrado. Hij publiceerde zijn eerste gedichten in het literaire tijdschrift ‘Književne novine’  en het dagblad ‘Borba’ (Worstel).

Van 1954 tot 1979 was hij redacteur van uitgeverij Nolit . In 1953 publiceerde hij zijn eerste grote verzenverzameling, Kora (Blaffen). Zijn andere belangrijke werk omvatte Nepočin-polje (1956), Sporedno nebo (1968), Uspravna zemlja (1972), Vučja so (1975) en Od zlata jabuka (1978), een bloemlezing van Servische volksliteratuur. Zijn ‘Collected Poems, 1943-1976′, een compilatie in Engelse vertaling, verscheen in 1978, met een inleiding van de Britse dichter Ted Hughes.

In 1995 heeft de stad Vršac een poëzieprijs ingesteld, vernoemd naar Vasko Popa. Het werd jaarlijks uitgereikt voor het beste dichtbundel gepubliceerd in het Servisch . De prijsuitreiking vindt plaats op de dag van Popa’s verjaardag, 29 juni.

Vasko Popa schreef in een beknopte modernistische stijl die veel te danken had aan het surrealisme en Servische volkstradities en absoluut niets aan het socialistisch realisme dat de Oost-Europese literatuur domineerde na de Tweede Wereldoorlog; in feite was hij de eerste in Joegoslavië na de Tweede Wereldoorlog die brak met het socialistisch realisme. Hij creëerde een unieke poëtische taal, meestal elliptisch, die een moderne vorm combineert, vaak uitgedrukt in spreektaal en gewone idiomen en uitdrukkingen, met oude, orale volkstradities van Servië – epische en lyrische gedichten, verhalen, mythen, raadsels, en dergelijke. Hij is een van de meest vertaalde Servische dichters en in die tijd was hij een van de meest invloedrijke werelddichters geworden.

In de bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ De canon van de Europese poëzie hebben Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries het gedicht ‘Spelen: Verleidersspel’ uit 1955 van hem opgenomen in een vertaling van de Rotterdamse dichter Jana Beranová.

.

Spelen: Verleidersspel

.

De een streelt de stoelpoot

Tot de stoel zich verroert

En lief gebaart met zijn poot

.

De ander kust het sleutelgat

Kust het als waanzinnig

Tot het sleutelgat hem terugkust

.

Een derde staat terzijde

Staart het tweetal aan

Schudt zijn hoofd en schudt

.

Tot het hoofd eraf valt

.