Site-archief

Lernert Engelberts

Nog eens

.

Daar sta ik weer voor mijn almaar uitdijende boekenkast (stapels dichtbundels op dichtbundels). En dit keer pak ik zonder te kijken de bundel ‘Ik heb alleen woorden’ De honderd meest troostrijke gedichten over afscheid en rouw uit de Nederlandse poëzie, uit 1998 . De bundel gedichten werd verzameld door Hans Warren en Mario Molengraaf. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde (pagina 70 dit keer) en daar staat het gedicht ‘Nog eens’ van dichter en televisiemaker Lernert Engelberts (1977) dat werd opgenomen uit de bundel ‘Oedipoes werpt jongen’ uit 1996.

.

Nog eens

.

De dood, de mooiste

van alle mogelijkheden,

laat ook vannacht op zich wachten.

Al ligt het koele mes tegen

zijn pols, zijn vlees lijkt van ijzer.

.

Al heeft hij de afscheidsbrief geschreven

-waarin hij vraagt om begrip niet om compassie-

morgenvroeg wordt hij gewoon weer wakker,

slaat de dekens van zich af,

scheurt de brief tot kleine stukjes,

legt het mes terug in de la.

.

Tymen Trolsky

Breekbare kruik

.

Schrijver en dichter Jasper Mikkers (1948) debuteerde in 1974 bij De Bezige Bij met de roman ‘Hyacintha en Pasceline’ onder het pseudoniem Tymen Trolsky. Hij publiceerde ook onder het pseudoniem Artur Raven en na 1990 weer onder zijn eigen naam (tussen 1976 en 1990 lag zijn productie stil). Van 2013 – 2015 was Mikkers stadsdichter van Tilburg.

Zijn gedichten worden geschaard onder de Neoromantiek, vooral de gedichten in zijn debuutbundel als dichter ‘Liederen van weemoed, wanhoop en waanzin’, ook uit 1974. Ze zijn te typeren als een verlangen naar iets groots, meestal de liefde. Het gewone leven is te gewoon, er moet iets groters zijn. De neoromantiek is een reactie op het naturalisme waarbij noodlot centraal staat. Het noodlot is iets bovennatuurlijks en geheimzinnigs, waar de mens geen invloed op kan hebben. Je ziet ook dat neoromantische schrijvers een voorkeur hebben voor het geheimzinnige en fantastische in hun boeken en bundels.

In de bundel ‘Ontmoet de dichters’ uit 1977 van De Bezige Bij, zijn allemaal dichters uit dat fonds opgenomen met een gedicht en enige (bibliografische) informatie. Bijzonder is dat bij Tymen Trolsky als geboortejaar 1950 genoemd staat terwijl op zijn eigen website heel duidelijk 1948 wordt genoemd. Uit deze verzamelbundel nam ik het gedicht ‘Breekbare kruik’.

.

Breekbare kruik

.

Het oliepitje brandt, de waanzin flakkert.

Jij ligt lui in de kuil van je kussen,

je ogen diep en  donker als een put,

je lichaam een kleine, heimelijke kelder,

volgetast met tedere dranken,

ritselend van geuren.

.

De maan, Spaanse gitana, danst

naakt en zingt

onhoorbaar.

Een krekel die zijn  horloge opwindt.

.

Als boer vermomd begeef ik mij

op jouw erf, naar jouw put,

om een emmer mosgroene tederheid uit je op te takelen.

Bedroefd en dronken als een waard

daal ik in jouw kelder af

om je met mijn tong af te stoffen

en behoedzaam aan te breken:

.

Breekbare kruik op een wankele plank.

.

Ewewig

Dichter aan huis

.

Tussen 1991 en 2011 organiseerde de stichting ‘Dichter aan huis‘ een tweejaarlijks poëzie-evenement, vanaf 2013 gecombineerd met proza, in huiskamers in Den Haag. Het programma bood ruimte aan poëzie in al zijn facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis en biografieën. Helaas, met nog een herstart in 2016, bleef het bij 11 edities en werd de stichting die dit bijzonder sympathieke en zeer goed bezochte evenement organiseerde, in 2017 opgeheven.

Maar zoals er altijd bij ‘Dit was het nieuws’ wordt gezegd, ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog’ of in het geval van Dichter aan huis; Gelukkig hebben we de bundels nog. Want in de loop van de tijd dat dit evenement werd georganiseerd, werden er bundels met poëzie uitgegeven van de deelnemende dichters. En dat waren niet de minste. Heel veel bekende dichters kwamen de huiskamers van gewone Hagenaars binnen om daar voor een klein maar zeer geïnteresseerd publiek hun poëzie voor te dragen.

In de loop der tijd heb ik verschillende van de uitgegeven bundels weten te bemachtigen. En afgelopen week heb ik weer een exemplaar (1997) gekocht met de titel ‘Alleen de kamer luistert’ een zin genomen uit het gedicht ‘Nacht’ van Johanna Kruit (1940-2026) dat in de bundel is opgenomen. Het omslag werd genomen uit een tekening van een andere deelnemende dichter Eva Gerlach (1948). Ook opgenomen is het gedicht ‘Ewewig’ van Herman de Coninck (1944-1997).  Hij zou meedoen aan de editie van 1997 maar tijdens de voorbereidingen kwam het bericht dat hij plotseling was overleden. Hij zou als een van de meest prominente dichters deelnemen aan de manifestatie. Als eerbetoon werd het door hem ingezonden gedicht ‘Ewewig’ in de bundel opgenomen. Omdat Herman de Coninck al sinds jaar en dag een van mijn favorietste dichters is en het gegeven dat het alweer even geleden is dat ik een gedicht van hem plaatste, is reden genoeg om het gedicht, dat oorspronkelijk verscheen in ‘Vingerafdrukken‘ uit 1997 hier met jullie te delen.

.

Ewewig

.

Simon Vinkenoog over de zee nabij Kaapstad:

‘Ongelooflijk hoe waterpas, hè!’

‘En zo weinig scheepjes!’

‘Jamaar, ’t is zondag.’

.

Later verteld Phil du Plessis hoe zijn grootvader

metselaar was, viool speelde, en een glazen oog had.

Om te zien of een muur waterpas stond, legde hij zijn glazen

oog erop, begon viool te spelen, en als het oog stil bleef liggen

.

was de muur waterpas. Zo schrijft werkelijkheid soms

een strofe of twee voor me op en begint viool te spelen,

omdat het zondag is.

.

Ruisen van berken, een recensie

Jan Kleefstra

.

De Friese dichter Jan Kleefstra (1964) is geen onbekende, zo stond hij in MUGzine #30 en ik schreef al eens eerder over hem op dit blog. En nu is er een nieuwe bundel van hem gepubliceerd bij uitgeverij Aspekt met als titel ‘Ruisen van berken’.

De bundel is netjes uitgegeven met een omslagafbeelding van een berkenbos van Christiaan Kuitwaard. De bundel kent geen hoofdstukken en de gedichten hebben geen titels.

Het openingsgedicht lijkt een soort mantra voor de bundel te bevatten:

.

Fluister maar niet

in al dit gedruis ga je toch verloren

.

zo nu en dan een klein woord ertussendoor

.

wind heeft tijdenlang nodig de op hoge

stelten vertrokken verzen neer te halen

.

hier en daar als zaad neergestrooid

halen ze de oneindigheid niet

.

maar als je hier zo graag wilt leven

.

heb nog een beetje geduld

.

In dit gedicht maar dit is in vrijwel alle gedichten het geval, verhoudt de dichter zich tot de natuur. En dan niet alleen de natuur van de berken in de titel (maar daarover later meer) maar allerlei vormen van natuur; vogels (ik noteerde de zwaluw, de lijster, de gans, de leeuwerik, de stern, de havik, de raaf, de spreeuw en de meeuw), het weer (regen, wind, wolken, mist) maar ook het leven in een dorp (het uitzicht, de beperkingen van een dorp, de weilanden, het bos) en de seizoenen (en dan vooral de winter).

De dichter neemt je mee in zijn wereld, en beschrijft deze in een mix van de genoemde onderdelen: “pas dan schudt ook de wind haar veren” of “licht dat een wulp meebracht”, “dat zwaluwen een dag langer / de winter zacht maken” of “het vogelarm sjouwen van de voortjagende hemel”.

Wat verder opvalt is het ontbreken van de mens in de gedichten. Er is een ik van waaruit indrukken en ervaringen worden gedeeld en benoemd, de dichter die alles ziet, in zich opneemt, hoort en weergeeft in poëzie. Ik weet niet of dat het is dat de gedichten mij tot rust brengen, of dat bij elk gedicht de lezer in ‘rust’ (ook als er wind waait of berken ruisen) wordt gesust, maar het werkt.

Dat de  bundel ‘Ruisen van berken’ als titel heeft meegekregen verraste me na lezing. De berken komen eigenlijk pas voor in de laatste gedichten. Veel prominenter aanwezig zijn de wind, de meeuwen en de wolken die vanaf het begin tot het einde regelmatig langskomen. Omdat de bundel geen hoofdstukken kent en de gedichten geen titels is het eigenlijk een lang verhalend gedicht dat in stukjes is opgeknipt. Dat zorgde er bij mij in ieder geval voor dat ik de bundel in één stuk heb gelezen, de dichter gunt je geen rust maar schenkt je die in de vaak verstilde gedichten. Ik heb ervan genoten.

Tot slot nog een gedicht uit de bundel.

.

Maar aan één zijde van de sloot waait het

laten we daar gaan zitten

een territorium verover je niet zomaar

.

het nadert anders dan het ons achterlaat

.

de onrust van de meeuwen

voorspelt een hongerig voorjaar

.

kijk maar wat er siddert

daar waar met de eenden

plekken onberoerd zijn gebleven

.

.

 

Eerste groet

Lévi Weemoedt

.

Vrijdag dus een keuze uit mijn boekenkast zonder te kijken welke. In dit geval blijkt het de bundel ‘Met enige vertraging’ van Lévi Weemoedt (1948) te zijn uit 2014. De bundel opengeslagen op een willekeurige pagina (23 in dit geval) en daar staat het gedicht ‘Eerste groet’.

.

Eerste groet

.

Komt u uit Limburg, dan is het een eindje reizen,

woont u in Drenthe, dan is het vlak om de hoek,

maar u kunt mij al de eerste eer bewijzen

als u het kerkhofje van Rolde bezoekt.

.

Er ligt daar al een strookje gras te wachten

tot ik de geest geef, als ik zoiets had.

’t Is nu nog heerlijk rustig op dat pad:

ik sta er zelfs soms ook, verzonken in gedachten.

.

Ja, u hoort het goed: u kunt me daar nog ontmoeten,

wat maar de vraag is als u naar de groeve gaat

van andere dichters: Achterberg of Bloem.

.

Ik bedoel maar: hoe vaak zult u het graf  bezoeken

van een schrijver die nog levend vóór u staat

en dankt voor uw eerste groet? Ik zou het maar gauw doen.

.

Dus je wil schrijver/dichter worden?

Charles Bukowski

.

Op zoek naar wat informatie over een van mijn favoriete dichters, de Amerikaanse dichter Charles Bukowski (1920-1994) kwam ik op een website waar een uitspraak gedaan werd over de beste gedichten van Bukowski. Dat waren ‘Bluebird‘, ‘Roll the Dice’, ‘Dinosauria, We’ en ‘So You Want to Be a Writer’. Nu heb ik al vele gedichten van Charles Bukowski gedeeld op dit blog en één van deze vier al in 2015, maar drie dus nog niet. Alle reden om een begin te maken met een vervolg. Daarom vandaag het gedicht ‘So You Want to Be a Writer’ uit zijn bundel ‘sifting through the madness for the Word, the line, the way’ New Poems uit 2003. En voor Writer mag wat mij betreft ook ‘Poet’ worden gelezen.

.

So you want to be a writer

.

if it doesn’t come bursting out of you
in spite of everything,
don’t do it.
unless it comes unasked out of your
heart and your mind and your mouth
and your gut,
don’t do it.
if you have to sit for hours
staring at your computer screen
or hunched over your
typewriter
searching for words,
don’t do it.
if you’re doing it for money or
fame,
don’t do it.
if you’re doing it because you want
women in your bed,
don’t do it.
if you have to sit there and
rewrite it again and again,
don’t do it.
if it’s hard work just thinking about doing it,
don’t do it.
if you’re trying to write like somebody
else,
forget about it.

if you have to wait for it to roar out of
you,
then wait patiently.
if it never does roar out of you,
do something else.

if you first have to read it to your wife
or your girlfriend or your boyfriend
or your parents or to anybody at all,
you’re not ready.

don’t be like so many writers,
don’t be like so many thousands of
people who call themselves writers,
don’t be dull and boring and
pretentious, don’t be consumed with self-
love.
the libraries of the world have
yawned themselves to
sleep
over your kind.
don’t add to that.
don’t do it.
unless it comes out of
your soul like a rocket,
unless being still would
drive you to madness or
suicide or murder,
don’t do it.
unless the sun inside you is
burning your gut,
don’t do it.

when it is truly time,
and if you have been chosen,
it will do it by
itself and it will keep on doing it
until you die or it dies in you.

there is no other way.

and there never was.

.

Gepubliceerde gedichten

Literair tijdschrift Pardon

.

Sinds ik me met poëzie bezighoud en dat is inmiddels al heel veel jaren, ben ik altijd geïnteresseerd geweest in literaire- en poëzietijdschriften. In eerste instantie tijdschriften op  papier maar de afgelopen jaren ook steeds meer de digitale variant. Sinds ik samen met Marianne en Bart MUGzine ben begonnen is die interesse alleen maar toegenomen. Elk nieuw initiatief op dit gebied mag ik dan ook graag verwelkomen.

En er is een nieuw initiatief onder de naam Literair Tijdschrift Pardon. Ik heb op hun website rondgekeken en werd er enthousiast van. Een plek waar beginnende en gevorderde schrijvers en dichters hun werk naartoe kunnen sturen en waar beginnend talent de eerste stappen kunnen zetten in het literaire veld. In aanleg lijkt de werkwijze van Pardon wel op die van MUGzine; uit enthousiasme geboren en gefinancierd met eigen geld. Natuurlijk zijn er verschillen, Pardon is voor proza en poëzie en alleen digitaal.

Als een van de eerste inzenders, naast die van redacteur Marcel Rijken, las ik de bijdrage van Pieter Drift. En laat hij nou een van de eerste dichters zijn die in MUGzine stond, samen met Sabine Kars en Daniël Dee. Omdat het alweer even geleden was dat ik een gedicht heb ingezonden naar een tijdschrift of Zine, heb ik de stoute schoenen maar eens aangetrokken. Dat heeft geleid tot een zeer vriendelijke introductie en het plaatsen van 4 van mijn gedichten. Neem vooral een kijkje op de website en laat je inspireren.

Geen bericht zonder gedicht, en daarom het gedicht ‘Publikatie’ van de dichter Lenze L. Bouwers (1940) uit ‘Het schuim bedekt de messen’ uit 1990.

.

Publikatie

.

Die ogen. Ze hebben woorden gewogen

en vragen mij verantwoording van recht

en opdracht. Ontmoeting leidt tot gevecht.

Vanaf nu breken alle spanningsbogen.

.

Blijf kalm: de lezer is recensent. Echt,

puur leven wordt gedoodverfd als gortdroge

verbeelding. Wie wordt totaal letterknecht,

drenkeling, door de maalstroom meegezogen?

.

Maar jij, jij huilt zo angstig. Vernislaag

werd handhandig afgekrabd met daaronder

een diepbruine kleur zwaartillend verzwijgen.

Wie bracht de bedekking aan? Open vraag.

.

Reageer fel, ik geloof in het wonder:

in de winter, onder sneeuw, bloeien twijgen.

.

Lorca over Neruda

Dichter over dichter

.

In de categorie waarin ik gedichten plaats van de ene dichter over of voor een andere dichter vandaag de dichters Federico Garcia Lorca (1898-1936) en Pablo Neruda (1904-1973). In de bundel ‘Voor duizend verliefden van hart’ de mooiste liefdesgedichten uit 1999 van Federico Garcia Lorca is het gedicht ‘Adam’ opgenomen.  Het gedicht is opgedragen aan  Pablo Neruda.

.

Adam

                                           Voor Pablo Neruda

                                        omringd door Spoken

.

Een boom van Bloed besproeit de ochtendstond

en doet de prille kraamvrouw kreunend zuchten.

In het raam kerft een grafiek van bot de lucht

en van haar stem blijven kristallen in de wond.

.

Terwijl het licht de blanco doelen grond

bereidt en raakt aan mythische geruchten

die voor het oproer in de aders vluchten

naar troebele appelfrisheid voor de mond,

.

droomt Adam in het leem in koortsige staat

een kind dat in galop tot hem zal komen

door het tweewangig geklop in zijn gelaat.

.

Maar een andere Adam, duisterder, zal dromen

van een onzijdige steenmaan zonder zaad

waar hem het lichtkind brandend zal ontkomen.

.

 

 

Klaske Havik

Haperend

.

Klaske Havik (1975) is hoogleraar Methoden van Analyse en Verbeelding aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. In haar academische werk ontwikkelde zij een literaire benadering van architectuur die zich toespitst op de ervaring, het gebruik en de verbeelding van ruimte. Haar literaire werk verscheen onder meer in DWB, Terras en De Revisor en Vanuit de Lucht. Haar gedichten werden vertaald naar het EngelsWay and Further’ (2021) en naar het Ests als ‘Tee Edasine’ (2026).

Nu is bij uitgeverij Van Oorschot haar eerste Nederlandse dichtbundel verschenen met de titel ‘Benader’. De uitgever schrijft over deze bundel op haar website: “In ‘Benader’ bouwt architect, hoogleraar en schrijver Klaske Havik werelden met woorden. Aarde en steen, licht en klank zijn de bouwmaterialen die volgens Havik plekken tot leven roepen. De bundel voert langs landschappen, steden en gebouwen en schetst sfeerbeelden van voetstappen in stegen, stilte in sneeuw, licht dat valt op een betonnen muur, een ontmoeting, een verte. Het zijn plaatsen van herinnering, verbeelding en benadering: dichten is dichtbij brengen. Elke beschrijving is een benadering – het is een dichtbij komen op een manier die niet definieerbaar is, maar doorvoeld.”

Ik koos uit deze bundel het gedicht ‘Haperend’. beoordeel zelf of de woorden van de uitgever hout snijden.

.

Haperend

.

hij wijst boeken met voeten aan

ademt tussen woorden door

mijn stappen in zijn

.

huis zijn zwaar in zijn

bewegingsloze dagen

haperend is ons verhaal

.

wat zeggen nog de lichamen

wanneer alleen de taal

ons niet verlamt?

.

we zijn verder weg dan ooit

maar zijn er nog

en dichterbij dan mogelijk

.

 

Mattijs Deraedt

De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan

.

Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en pak ik, zonder te kijken, een poëziebundel. Het is de bundel ‘De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan‘ uit 2020 van de Vlaamse dichter Mattijs Deraedt (1993). Vervolgens open ik de bundel op een willekeurige pagina en daar stuit ik op het gedicht met een hele lange titel ‘Wanneer ik na honderd dagen nog eens een kop koffie drink’.

.

Wanneer ik na honderd dagen nog eens een kop koffie drink

.

ik kom en ga als de wind motherfuckers

ik draag hemden met advocadoprints motherfuckers

de pitten hebben lachende gezichten motherfuckers

ik koop mijn sneakers bij een Spaanse start up motherfuckers

ze planten twee bomen en sturen me

de rest van de zaden met de post motherfuckers

ik gooi ze in de vuilnisbak motherfuckers

want daar heb ik toch helemaal geen tijd voor motherfuckers

ik ben een man motherfuckers

ik ben een god motherfuckers

zie me staan op de toog

met een stukgebeten vinylplaat in mijn hand motherfuckers

ik trek de beanies van koppen van stoere jongens motherfuckers

en wordt bijna gelyncht tegen de wasbak motherfuckers

maar niemand kan me iets maken motherfuckers

zeker jij niet motherfucker

mijn hart doet boem boem motherfuckers

mijn vuist doet bam bam motherfuckers

en wanneer ik mijn armen strek, stijg ik op motherfuckers

.