Site-archief

Ruisen van berken, een recensie

Jan Kleefstra

.

De Friese dichter Jan Kleefstra (1964) is geen onbekende, zo stond hij in MUGzine #30 en ik schreef al eens eerder over hem op dit blog. En nu is er een nieuwe bundel van hem gepubliceerd bij uitgeverij Aspekt met als titel ‘Ruisen van berken’.

De bundel is netjes uitgegeven met een omslagafbeelding van een berkenbos van Christiaan Kuitwaard. De bundel kent geen hoofdstukken en de gedichten hebben geen titels.

Het openingsgedicht lijkt een soort mantra voor de bundel te bevatten:

.

Fluister maar niet

in al dit gedruis ga je toch verloren

.

zo nu en dan een klein woord ertussendoor

.

wind heeft tijdenlang nodig de op hoge

stelten vertrokken verzen neer te halen

.

hier en daar als zaad neergestrooid

halen ze de oneindigheid niet

.

maar als je hier zo graag wilt leven

.

heb nog een beetje geduld

.

In dit gedicht maar dit is in vrijwel alle gedichten het geval, verhoudt de dichter zich tot de natuur. En dan niet alleen de natuur van de berken in de titel (maar daarover later meer) maar allerlei vormen van natuur; vogels (ik noteerde de zwaluw, de lijster, de gans, de leeuwerik, de stern, de havik, de raaf, de spreeuw en de meeuw), het weer (regen, wind, wolken, mist) maar ook het leven in een dorp (het uitzicht, de beperkingen van een dorp, de weilanden, het bos) en de seizoenen (en dan vooral de winter).

De dichter neemt je mee in zijn wereld, en beschrijft deze in een mix van de genoemde onderdelen: “pas dan schudt ook de wind haar veren” of “licht dat een wulp meebracht”, “dat zwaluwen een dag langer / de winter zacht maken” of “het vogelarm sjouwen van de voortjagende hemel”.

Wat verder opvalt is het ontbreken van de mens in de gedichten. Er is een ik van waaruit indrukken en ervaringen worden gedeeld en benoemd, de dichter die alles ziet, in zich opneemt, hoort en weergeeft in poëzie. Ik weet niet of dat het is dat de gedichten mij tot rust brengen, of dat bij elk gedicht de lezer in ‘rust’ (ook als er wind waait of berken ruisen) wordt gesust, maar het werkt.

Dat de  bundel ‘Ruisen van berken’ als titel heeft meegekregen verraste me na lezing. De berken komen eigenlijk pas voor in de laatste gedichten. Veel prominenter aanwezig zijn de wind, de meeuwen en de wolken die vanaf het begin tot het einde regelmatig langskomen. Omdat de bundel geen hoofdstukken kent en de gedichten geen titels is het eigenlijk een lang verhalend gedicht dat in stukjes is opgeknipt. Dat zorgde er bij mij in ieder geval voor dat ik de bundel in één stuk heb gelezen, de dichter gunt je geen rust maar schenkt je die in de vaak verstilde gedichten. Ik heb ervan genoten.

Tot slot nog een gedicht uit de bundel.

.

Maar aan één zijde van de sloot waait het

laten we daar gaan zitten

een territorium verover je niet zomaar

.

het nadert anders dan het ons achterlaat

.

de onrust van de meeuwen

voorspelt een hongerig voorjaar

.

kijk maar wat er siddert

daar waar met de eenden

plekken onberoerd zijn gebleven

.

.

 

Hoe de stemming er in te houden

20 jaar Paard

.

Je kan je de verrassing, die zich meester van mij maakte, voorstellen toen ik in een kringloopwinkel in Drouwenerveen de bundel ’20 jaar Paard’ literaire bundel tegen kwam. In al de jaren dat ik in Den Haag kringloopwinkels bezoek en daar naar poëziebundel speur was ik deze bundel nimmer tegen gekomen. Sterker nog, ik wist van het bestaan niet af. In 1992 werd deze bundel uitgegeven ter gelegenheid van het 20 jarig bestaan van Cultureel Centrum ’t Paard en samengesteld door Adriaan Bontebal, Erik Lindner en Marianne Kukler.

Nu is het op zichzelf niet heel bijzonder dat er een literaire bundel wordt uitgegeven door ’t Paard, deze Haagse poptempel heeft een lange geschiedenis van literaire activiteiten (denk aan ‘Puur Gelul’). Het is dan ook niet verwonderlijk dat er grote en bekende namen hebben bijgedragen aan deze bundel zoals Joost Zwagerman, Carla Bogaards, Alfred Birney, Frank Starik, Ingmar Heytze en Jan Rot. Maar ook Haagse namen als Bart Chabot, Boozy en A. Moonen en er is zelfs een bijdrage van Allen Ginsberg opgenomen.

Ik heb uit al deze namen die van Arthur Lava gekozen. Arthur Lava, (1955) is het pseudoniem van Howard Krol, Arthur naar Rimbaud. Hij was in 1988 één van de initiatiefnemers van de groep dichters die zichzelf de Maximalen noemden, naar hun eerste bundel.  Deze dichters, streefden naar een soort poëzie waarin meer straatrumoer zou doorklinken. Zij keerden zich tegen de verstilde, ingekeerde en autonome poëzie van veel van hun voorgangers en eisten daarentegen een poëzie van het volle en eigentijdse leven. De Franse dichter Arthur Rimbaud was voor de meeste Maximalen het grote voorbeeld.

.

Hoe de stemming er in te houden

.

Hé bermtoerist

langs de uitvalsweg van je verlangens.

.

Hé vaandelzwaaier

op de afslag Wanhoop-Noord.

.

Laat je toch niet verneuken man,

je hoofd is echt geen voddenkraam

vol halfvergane geestdrift.

Wie heeft je dat ooit wijsgemaakt?

.

Kom op, de vlegeljaren zijn

nog altijd op de pof.

Vannacht gaan we de kroegen af

en maken zelfbedrog het hof.

.