Site-archief
Jan Kal
Hekeldichten
.
Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en pakte ik, ongezien, de bundel ‘Ik proef iets wat bedorven is‘ uit 2016 uit mijn kast. Deze fijne bundel vol hekeldichten is samengesteld door een redactie bestaande uit Alexis de Roode, Daniël Dee en Benne van der Velde en verscheen bij uitgeverij Passage. Ik opende de bundel op een willekeurige pagina (pagina 72) en daar staat het gedicht ‘Fonds voor de Letteren-bestuurders’ van Jan Kal (1946). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘1000 sonnetten’ uit 1997.
.
Fonds voor de Letteren-bestuurders
.
U dacht dat ze hun eigen zakken vulden?
H.C. ten Berge toch wel uitgezonderd?
Hij zat op 38 000 gulden
ik op een twaalfde: 3200.
.
Ten Berge vond die misstand niet te dulden,
en sprak, drie jaar aaneen nu: ‘Opgedonderd.’
Hij, om zijn werk, waarvan de mensen smulden,
krijgt zesenveertig mille. Bent u verwonderd?
.
Ach, ik ben indiaan noch Eskimo.
Ik zing van Haarlem, niet van Mexico.
Mijn naam is Kal, niet Schurft, laat staan ten Berge.
.
Ik ben geen epigoon van Ezra Pound
maar heb, net als The Voice, mijn eigen sound.
En ik dicht duidelijk. Dat is het erge.
.
Geluk
Ted van Lieshout
.
Vandaag is het vrijdag en zoals vaker ben ik voor mijn boekenkasten gaan staan met poëziebundels. Mijn ongeziene keuze blijkt de bundel ‘Van Hugo Claus tot Ramsey Nasr’ 265 klassiekers uit de poëzie van 1944 tot bijna vandaag, uit 2013, samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem te zijn. Vervolgens een willekeurige bladzijde opengeslagen (dit keer pagina 281) en daar staat het gedicht ‘Geluk’ van Ted van Lieshout (1955). Het gedicht komt oorspronkelijk uit zijn bundel ‘Hou van mij’ bijna alle gedichten en veel beelden 1984-2009 uit 2009.
.
Geluk
.
Mama, waar heb jij het geluk
gelaten? Ik had het hier
neergelegd en nou is het weg!
.
Je zult het wel ergens hebben laten
slingeren of het is gestolen of
misschien per ongeluk weggegooid.
.
Wie zou mijn geluk willen stelen?
Wie niet?
.
Boekenkast
Erwin Vogelezang
.
Op de tweede kerstdag sta ik maar weer eens voor mijn boekenkast om ‘at random’ een bundel van één van de vele planken te pakken. Zonder te kijken is dat ‘Dichters uit de bundel‘ De moderne Nederlandstalige poëzie in 400 gedichten geworden. Samengesteld door Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens uit 2016. Zonder te kijken open ik de bundel op pagina 545 en daar staat het gedicht ‘drie meisjes bij de slam’ van Erwin Vogelezang.
Ik herkende de naam van Vogelezang en het blijkt dat ik zijn naam eerder noemde op dit blog in de serie gedichten op vreemde plekken en wel die in Stripvorm. Vogelezang debuteerde in 2006 met ‘Bladluis’ in de Windroosreeks. Zijn gedichten zijn opgenomen in diverse bloemlezingen, waaronder Rainbow Essentials verzamelbundels en 25 jaar Nederlandstalige poëzie in 666 en een stuk of wat gedichten. Op zijn website schrijft hij ook nog: “Als rabiaat onproductief dichter, profiteert hij graag van de oprispingen van anderen: de keuze voor deelname aan FLARF was voor kenners dan ook een logische. Erwin was een paar jaar rouwdichter in het kader van de Eenzame Uitvaart.”
Uit de bundel ‘Bladluis’ komt het gedicht ‘drie meisjes bij de slam’.
.
drie meisjes bij de slam
.
en jawel hoor, ze staan er weer
met teruggetrokken tanden al
dan niet de dertig te passeren.
.
drie meisjes bij de slam
in schotsgeruite pofrokjes
bespreken jongeherenleed.
.
even lekker kletsen zo
op een warme oktoberavond
met glutenvrije strandtas om.
.
maar heer heb medelij!
zij zullen vroeger vast hebben geslist
en was er niet iets met hun vaders?
.
zeep dus eerst hun borstjes in
en houd ze dan voorzichtig maar beslist
drie minuten onder handwarm water.
.
Klassiek thema
Nog een lente
.
Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en zonder te kijken de bundel ‘Nog een lente‘ 30 dichters gekozen door Meander uit mijn boekenkast gepakt. Deze bundel uit 2010 werd samengesteld door Elly Woltjes, Bauke Vlierhuis, Jeroen Dera en Sylvie Marie. Volgens beproefd recept opnieuw de bundel op een willekeurige pagina geopend (pagina 59) en daar staat het gedicht ‘Klassiek thema’ van Gert de Jager (1957).
.
Klassiek thema
.
Wanneer je de deurpost passeert die ook vanaf de straat
de deurpost is, verlaat je het
huis, loop je naar buiten,
.
sta je op het bolwerk en staar je naar wat je ziet, zie je hoe
de stad binnen de wallen zijn horizon inperkt,
en de uitgestrektheid,
.
kus je, voor je de deur uitgaat, het naakt in de
ochtend.
.
Rokertje
Nico Scheepmaker
.
Mij is opgevallen dat tabakszaken tegenwoordig beter verborgen zijn, minder opvallend, dan coffeeshops (waar ze softdrugs verkopen). Tegenover mijn werk is in een winkelcentrum niet zo lang geleden een nieuwe tabakszaak geopend waarvan ik in eerste instantie niet door had wat er überhaupt verkocht werd. Je kan er niet naar binnen kijken, er zijn geen reclame of andere uitingen waarvan je kan denken: oh een tabakszaak!. Je moet langs een dubbel muur en daarachter ( ik ben niet binnen geweest maar dat vermoed ik) bevindt zich de winkel. Aan de voorzijde slechts wat attributen die je, met enige fantasie, aan een tabakszaak kan koppelen.
Wanneer ik in de stad dan langs een coffeeshop loop dan zie je prijslijsten, grote foto’s van weelderige wietplanten en allerlei foto’s en afbeeldingen die weinig aan de fantasie overlaten. Toen ik hierover nadacht moest ik weer denken aan de bundel die Peter van Straten (1935-2016) en Henny Vrienten (1948-2022) ooit samenstelde over rokers. Dus heb ik de bundel ‘Aan de laatste roker’ (2014) opgezocht. Veel geweldige tekeningen van Peter van Straten die de lulligheid ten top zijn als het gaat over het afbeelden van (verstokte) rokers.
En een hele fijne verzameling gedichten van bekende en iets minder bekende dichters over rokers en roken. Uit het uitbundige aanbod koos ik het gedicht ‘Verslaving’ van Nico Scheepmaker (1930-1990) dat oorspronkelijk gepubliceerd werd in ‘De gedichten’ uit 1991. Een gedicht uit een tijd dat er op feestjes nog uitbundig gerookt werd (zie de derde strofe).
.
Verslaving
.
Ik heb nooit hasj gerookt, en zelfs geen sigaret
heeft mijn gestel ooit kunnen ondergraven.
Wat dat betreft behoor ik tot de braven
die conformistisch zijn van foetus tot skelet.
.
Hoewel, wat wil dat zeggen: conformisme,
als al je vrienden en vriendinnen roken
en met de bouillabaisse de as meekoken?
Niet-roken is een vorm van nihilisme.
.
Als Brave Hendrik sta je aan de kant
met het gelijk uitbundig aan je zijde,
en je ziet toe: de typisch uitgewijde,
met hoogstens een gebaksvork in je hand.
.
God geve dat ik eens, als oude man,
de weg naar de verslaving vinden kan.
.
Anton Korteweg
Brief
.
Schreef ik een paar dagen geleden nog over een gedicht van Willem van Toorn getiteld ‘Brieven’, vandaag voeg ik daar een gedicht aan toe getiteld ‘Brief’. Ik kocht afgelopen weekend in een kringloopwinkel in Brugge de bundel ‘Gedichten 1992’ uit de Poëziereeks van het David Fonds, samengesteld door Hubert van Herreweghen (1920-2016) en Willy Spillebeen (1932).
In die bundel staat dus het gedicht ‘Brief’ van Anton Korteweg (1944). Dit gedicht werd eerder gepubliceerd in het tijdschrift Maatstaf. jaargang 39 uit 1991.
.
Brief
.
Wat ik niet kan! Op dezelfde rij tegels
honderden meters fietsen als een streep
en nooit de randen zelf maar raken. Als
aan elke kant van me het land ook maar
tien centimeter lager lag, hoe snel
verzwolg de afgrond me. Tennissend met
m’n zoon mis ik geen bal, in het echt
maakt m’n vader me in. Maar je weet,
er is bij ons geen afgrond meer en
mijn vader, hoe lang is hij dood al.
.
Bij de dood van Paul Snoek
Sjoerd Kuyper
.
In de bundel ‘Het heelal van jouw hart’ van Sjoerd Kuyper (1952) uit 2012, met als ondertitel ‘De mooiste gedichten’ gekozen door Margje Kuyper en Thomas Verbogt staat het gedicht ‘Bij de dood van Paul Snoek’. Paul Snoek (1933-1981) was één van de belangrijkste Belgische dichters uit de 20ste eeuw. Zijn laatste jaren en zijn dood waren bijzonder en voor hem dramatisch (hij leed aan manisch-depressieve buien en hij overleed aan een auto ongeluk) dus een gedicht met de titel ‘Bij de dood van Paul Snoek’ wekt verwachtingen die Kuyper wat mij betreft inlost.
.
Bij de dood van Paul Snoek
.
Een vliegveld onder late sneeuw.
.
Bier in de morgen, matglazen
aankomst in de hal vanwaar
de een ging zoveel kilometer
noord, de ander zuid
-auto’s en snelweg en uit.
.
Nooit waren wij samen
waar wij woonden, dat feest
was voor de anderen.
.
En nu ik naar het zuiden rijd
is het op weg naar het graf
dat dieper wordt hoe meer
ik schrijf: taal van je lijf
dat nooit om voedsel vroeg
.
maar schoeisel om je voort
te dragen van vuurwerk
naar vuurwerk – dat althans
was jouw vermoeden.
.
Dus waar je nu bent
zul je ook wel niet lang blijven.
.















Averij aan de wereld
16 feb
Geplaatst door woutervanheiningen
Ewa Lipska
.
De Poolse dichter Ewa Lipska (1945) is één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de grote generatie Poolse dichters die na de tweede wereldoorlog werden geboren. Ze debuteerde in 1961, net 16 jaar oud met enkele gedichten in een dagblad. Tijdens de jaren ’70 was ze actief als poëzieredacteur bij uitgeverij Wydawnictwo Literackie in Krakau. Een paar jaar na de val van het communisme verhuisde ze naar Wenen waar ze werkzaam was in het Poolse Instituut. Inmiddels woont en werkt ze weer vanuit Krakau.
Sinds haar debuutbundel ‘Wiersze’ (Verzen) uit 1967 heeft ze ruim twintig poëziebundels gepubliceerd. Hiervoor ontving ze in binnen en buitenland talloze literaire onderscheidingen. Ze is lid van de Poolse en Oostenrijkse PEN Club , oprichtend lid van de Vereniging van Poolse Schrijvers (1989), lid van de Poolse Academie van Kunsten en Wetenschappen. Haar poëzie is in vele talen vertaald en in 2024 verscheen er bij uitgeverij P de mooi vormgegeven bundel ‘Averij aan de wereld’ 100 gedichten van haar hand, gekozen, vertaald en van commentaar voorzien door René Smeets, Maarten Tengberger en Kris Van Heuckelom. Deze bundel is een nieuwe loot aan de ‘kleine Poolse bibliotheek’ van uitgeverij P.
Een bundel waar steeds op elke bladzijde aan de ene kant het vertaalde gedicht in het Nederlands is opgenomen en daarnaast het gedicht in het Pools. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Maffia” of in het Pools ‘Mafia’ in een vertaling van Maarten Tengbergen.
.
Maffia
.
Wij handelden in Shakespeare
sinds onze vroegste kinderjaren.
Van het verbod op lyriek
is niets terecht gekomen.
.
Capo di tutti i capi
De Godfather
van mijn debuut
gaf mij de eerste instructies:
.
Er is geen kunst
zonder geweld
de harde hand van woorden
de terreur van stijl.
.
We aten Siciliaanse croissantjes
bepoederd met ochtendmist.
.
Tot op vandaag
slaap ik tussen de versregels door
met de wapens in de aanslag.
.
Dat treft goed
wanneer het succes van de zon opkomt.
.
Dit delen:
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Poolse dichters
1 reactie
Tags: 100 gedichten, 16 jaar, 1945, 1967, 1989, 2024, Averij aan de wereld, belangrijkste naoorlogse dichters, commentaren, dagblad, debuut, debuutbundel, dichtbundel, dichter, Ewa Lipska, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, jaren 70, kleine Poolse bibliotheek, Kris van Heuckelom, Maarten Tengbergen, Maffia, Mafia, Nederlands, onderscheidingen, Oostenrijk, PEN club, poëzie, poëziebundel, poëzieredacteur, Polen, Pools, Poolse Academie van Kunsten en Wetenschappen, Poolse dichter, Poolse Instituut, René Smeets, samenstellers, uitgeverij P, Vereniging van Poolse Schrijvers, vertaler, vertalers, vertalingen, verzen, Wenen, Wiersze, Wydawnictwo Literackie