Site-archief

Jenever

Lynn Vandermeulen

.

Ik heb hier op dit blog al vaker aandacht besteed aan bloemlezingen en verzamelbundels rond een bepaald thema. Dat zo’n thema echt van alles kan zijn bleek mij maar weer eens toen ik de bundel ‘Straks gaat het jenever sneeuwen’ op de kop tikte. In 2023 werd in het Nationaal Jenevermuseum in Schiedam de tentoonstelling georganiseerd met de gelijknamige naam.

In deze tentoonstelling stonden drie eeuwen Nederlandstalige jeneverpoëzie centraal. De titel ‘Straks gaat het jenever sneeuwen’ was gebaseerd op een gelijknamige bundel, waarin 148 jenevergedichten verzameld zijn. ‘De veelheid aan jeneverpoëzie, ook hedendaagse, nodigt ons uit om deze voor het voetlicht te brengen. Jenever kan de Muze wekken, maar komt ook veelvuldig zelfstandig in gedichten voor en wordt daarin bezongen, bejubeld, verguisd en beschuldigd. Het programma spreekt dan ook bewust diverse groepen aan; van poëten tot kroegtijgers en scholieren,’ aldus directeur Diederik von Bönninghausen destijds.

De tentoonstelling werd gepresenteerd in dichtvorm: Romantiek, Schiedam & Nederland, Matrozen & Soldaten en Jaargetijden. Een vijfde thema – Graan -van Korrel tot Borrel – was in Museummolen De Walvisch te bewonderen. De tentoonstelling is natuurlijk al lang weer verdwenen maar gelukkig waren de organisatoren zo verstandig een bundel van de poëzie uit de tentoonstelling uit te geven (door het PoëzieCentrum). Op deze manier is het verleden en de toekomst van jenever in poëzie bewaard gebleven voor de poëzieliefhebber.

Uit de bundel uit 2020, samengesteld door René Smeets nam ik het gedicht ‘Zoals’ van de Vlaamse dichter Lynn Vandermeulen. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Jenever en poëzie’ (heel toepasselijk) dat in 1998 door de Stedelijke Dienst voor Cultuur Hasselt en het Jenevermuseum Hasselt werd gepubliceerd.

.

Zoals

.

niet als champagne parels

die sterven op je tong

(tot slechts een dure gedachte rest)

.

niet als bier: teveel

en te vaak (een vluchtige

ontmoeting)

.

neen,

als jenever: langs de scherpte

van citroen, naar de rust

van rode bessen (met steeds

de zekerheid van graan)

.

–  dàt soort leven.

.

De zelfverkozen dood

Rogi Wieg

.

Tien jaar geleden (ruim) was het een zwaar jaar voor de poëzie. Binnen een jaar pleegden maar liefst drie bekende Nederlandse dichters zelfmoord; Rogi Wieg (1962-2015), Joost Zwagerman (1963-2015) en Wim Brands (1959-2016). Drie generatiegenoten ook nog. In de geschiedenis zijn zij niet de enige dichters die zich van het leven beroofden, wat denk je van Jan Arends (1925-1974), Halbo C. Kool (1907-1968) en Jan Emmens (1924-1971). De bekendste dichter uit de 19e eeuw is François Haverschmidt (1835-1894) bekend onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens. En kijken we nog verder terug dan is er in de 18e eeuw nog de Friese jonker Willem van Haren (1710-1768). 

Uiteraard zijn er ook in het buitenland beroemde dichters die zichzelf van het leven beroofden: de bekendste Vlaming is natuurlijk Jotie ‘T Hooft (1956-1977), en de bekendste Amerikaanse dichter Sylvia Plath (1932-1963). Als je kijkt naar schrijvers (dus geen dichters) dan is de lijst nog veel langer. In 2015 wijdde de Volkskrant nog een artikel aan het fenomeen onder de kop ‘Waarom komt zelfmoord onder schrijvers relatief vaak voor?’. Ik weet niet of dit echt zo is (wie werden er meegenomen in het vergelijkend onderzoek?) maar elke zelfmoord is er een teveel. En de dichters die zelfmoord pleegden worden gemist.

Gelukkig is er altijd het werk van deze dichters. Zoals van Rogi Wieg. In 2015 verscheen bij uitgeverij In de Knipscheer ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ een bloemlezing uit het poëtisch oeuvre van Rogi Wieg, samengesteld en ingeleid door Peter de Rijk. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘In de zin dat ik het sterven niet ken’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘De kam’ uit 2007.

.

In de zin dat ik het sterven niet ken

.

Ik zou me niet laten verleiden

door de vrouw, kennis laat me koud.

Het eeuwige leven,

.

in de zin dat ik het sterven niet ken,

een schildpad liggend op zijn rug,

die betekenis ken ik dan niet.

.

De appel niet hebben gezien,

de beet niet hebben gevoeld,

niet weten dat onder de schil de patholoog

aan het werk is.

.

God niet hebben gezien of gesproken.

Ik ben een alleswetende slak,

ik zou me niet laten verleiden.

.

Rafels

Jan Eijkelboom

.

Soms lees ik een gedicht en dan vallen me dingen op. Dat gebeurde me ook toen ik in de bundel ‘Je bent mijn liefste woord’  gedichten voor bijzondere momenten uit 2015 aan het lezen was. In deze bundel heeft Anne Vegter ‘nuttige gedichten’ bijeengebracht zoals te lezen is op de achterflap. Het uitgangspunt van deze bloemlezing was dan ook het nut van een gedicht. Op zichzelf natuurlijk een best leuke insteek als het gaat om bloemlezen van poëzie. Of zoals er ook staat: “We zoeken nu eenmaal vaak naar woorden bij bijzondere gelegenheden. En wanneer we iets moeilijk onder woorden kunnen brengen, zijn er gelukkig onze dichters die het voorwerk hebben gedaan”.

Toch was de opzet en uitvoering van deze bloemlezing niet waarom ik specifiek bij een gedicht bleef hangen. Dat was het woord ‘caran d’ache’ of eigenlijk het merk caran d’ache want voor zover ik weet is dat het merk van kleurpotloden. Even opgezocht voor je en ja hoor: Caran d’Ache is afgeleid van het Russische woord karandaš (карандаш), wat overstroming betekent. Deze term stamt oorspronkelijk van het Turkse kara-tash , wat zwarte steen (grafiet) betekent. Het is de naam van een gerenommeerd Zwitsers merk van luxe schrijfwaren en kunstenaarsbenodigdheden, genoemd naar de Frans-Russische cartoonist Emmanuel Poiré, die dit pseudoniem gebruikte.

De reden dat ik juist bij dit woord bleef hangen is dat ik zelf ooit het woord heb gebruikt in een gedicht en ik mij herinner dat Gerrit Komrij het ooit gebruikte in een gedicht. Soms is een aanleiding gelegen in het detail, zoals in dit geval. Het gedicht waarin ik het las is van Jan Eijkelboom (1926-2008) is getiteld ‘Rafels’ en het onderwerp is de dood of doodgaan. Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000.

.

Rafels

.

Toen ving een roodbruine stam nog

de ochtendzon op, puur cederhout

van caran d’ache.

.

Later fladderden er raven

tussen de al even gerafelde takken

van de lariks.

.

Een schicht: de schaduw

van één zwaluw schoot

door de zomer.

.

En in het sprookjesbos

is plotseling de stinkzwam

dwingend aanwezig.

.

Doodgaan behoort tot het zeer weinige

dat niet zou mogen. Toch

wordt het veel gedaan.

.

 

De druk van letters op papier…

Dorothy Wong Loi Sing

.

In 1995 verscheen ‘Spiegel van de Surinaamse poëzie‘ van de oude liedkunst tot de jongste dichters onder redactie van Michiel van Kempen. Een lijvig werk van 700 pagina’s Surinaamse poëzie vanaf de vroegst bekende poëzietekst in het Sranantongo door Hendrik Schouten (1745-1801) tot de jongste dichter Cándani (1965-2021). Natuurlijk is er veel meer poëzie van jonge dichters verschenen tot en na 1995 maar dat heeft dit verzamelwerk niet gehaald. Een belangrijke verzameling poëzie met onder andere veel onvindbare teksten die chronologisch en overzichtelijk gepresenteerd worden in deze Spiegel. Verder is er ook sprake van niet eerder gepubliceerd materiaal. De bloemlezing bevat een deel orale verzen (van Indianen, Marrons, Hindoestanen en Javanen) gevolgd door geschreven verzen.

Van Kempen selecteerde louter op basis van zijn persoonlijke voorkeur en niet omdat het om bekende teksten gaat. De bundel bevat dus geen overzicht van alle Surinaamse dichters. In de inleiding zegt de samensteller dat hij niet alleen geselecteerd heeft uit werk geschreven door dichters geboren in Suriname maar ook uit werk van hen die zich in Suriname vestigden en hun lot definitief met het lot verbonden. De opname van het aantal gedichten correspondeert met het relatieve belang van een dichter in de Surinaamse letteren.

Een van de dichters uit deze Spiegel is Dorothy Wong Loi Sing (1954) schrijver, dichter en beeldend kunstenaar. Ze bracht meer dan vijftien werken in eigen beheer uit, gestencild, gefotokopieerd, in ringbandjes of geniet: poëzie, proza, toneel, zowel voor de jeugd als voor volwassenen. Het meeste succes had ze met haar bundel ‘Zwarte muze, witte creoolse’ (1983) met gedichten in het Sranan, Engels en Nederlands. In 1984 won ze met drie gedichten een prijs in The Black Youth Annual Penmanships Awards te Londen. Na 1991 stopte ze met schrijven. Gelukkig hebben we haar werken nog. Zoals het onderstaande gedicht dat werd opgenomen in ‘Spiegel van de Surinaamse poëzie’.

.

De druk van letters op papier
keur ik niet diep genoeg
om in te werken op jouw stramme rug.
De geprononceerde schreeuw van klanken
door een zelfbewuste microfoon
moet, ritmisch een patroon verklankend
zich rijgen aan een houten spit
in jouw doorkerfd evenwicht
en ter plekke de balans verstoren
zodat je hangt, en ligt, en zit
in onmogelijke standen.

In mijn gedichten wil ik jou
in de luren leggen.
Daar lig je dan, als schaschlick,
te marineren,
doordringend stinkend naar mijn ongelijk,
want je moet weten, ik draag de norm
van deze opgelegde maatschappij
met kromgebogen rug.
Zij hebben mij eronder gedouwd,
goed beschouwd:
tot ik gestikt ben in hun geregeld streven.

.

Blijf de verwonde wereld bezingen

Adam Zagajewski

.

Afgelopen maand schreef ik een bericht over de bundel ‘Averij aan de wereld‘, van Ewa Lipska (1945), een nieuw deel in de kleine Poolse bibliotheek van uitgeverij P. Vandaag opnieuw een deel uit deze bijzondere bibliotheek. De bundel ‘Blijf de verwonde wereld bezingen’ van Adam Zagajewski (1945-2021) bevat honderd gedichten, gekozen, vertaald en van commentaar voorzien door (opnieuw) René Smeets, Maarten Tengbergen en Kris van Heuckelom.

Zagajewski was naast dichter ook schrijver, vertaler en essayist en hij wordt beschouwd als een vooraanstaande dichter van de Generatie van ’68, ofwel de Poolse Nieuwe Golf (Pools: Nowa fala), en een van de meest prominente hedendaagse dichters van Polen. Het doel van de groep Nowa fala was “zich te verzetten tegen de vervalsingen van de werkelijkheid en de toe-eigening van taal door de communistische ideologie en propaganda”. Hij ontving voor zijn werk de Neustadt International Prize for Literature in 2004 , de Griffin Poetry Prize Lifetime Recognition Award in 2016, de Princess of Asturias Award for Literature in 2017 en de Gouden Krans van de Poëzie tijdens de Struga Poetry Evenings in 2018.

In 1967 debuteerde hij als dichter met het gedicht Muziek ‘, dat werd gepubliceerd in het tijdschrift Życie Literackie . Hij publiceerde zijn werken en recensies in tijdschriften als Odra (1969-1976) en Twórczość. Van alle grote naoorlogse dichters is hij waarschijnlijk de meest mysterieuze en ongrijpbare. Na zijn beginjaren als politiek dichter ging hij zich op latere leeftijd steeds meer bezig houden met de meer beschrijvende en bezingende poëzie, werd zijn werk meer beschouwend en filosofisch. Zijn latere poëzie is er één van een soms haast ontastbare wereldvreemdheid; meditatieve gedachtengedichten vol vraagtekens en associatieve verzen vol culturele referenties.

Zijn naam werd regelmatig genoemd als mogelijke derde Poolse winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur, na Czesław Miłosz (1911-2004) en Wisława Szymborska (1923-2012). Zagajewski is ook de naamgever van de stichting De zoek naar schittering, de naam komt uit een van zijn gedichten. In de opnieuw fraai uitgegeven bundel ‘Blijf de verwonde wereld bezingen’ is een veertigtal gedichten toegevoegd, geselecteerd uit de bundels die Zagajewski na 2013 en vóór zijn overlijden in 2021 heeft gepubliceerd, alsmede uit zijn postume bundel ‘Driekwart’ uit 2024. Uit die laatste bundel komt ook het gedicht ‘Driekwart’ of ‘Try czwarte’ in een vertaling van Maarten Tengbergen.

.

Driekwart

 Ergens rond 1800 bestond

                     driekwart van de mensheid uit slaven

Adam Hochschild

.

Zie de edele roeping van de mens, zie de waardige gang

Waarmee hij voortschrijdt sinds de tijden dat wij ons ontdeden van die

Saaie Neanderthalers met hun trieste

Blik, en daarna al die ontelbare voorzieningen,

De kampen waarin wij de minder vernuftigen

Verzamelden en die wij altijd weer volstopten met

Vluchtelingen, Joden, Rohingya, Syriërs,

Oeigoeren en zovele anderen, zodat wij hun hopeloze zaken

Op orde konden brengen en zij zich niet zouden bemoeien

Met zaken van een hogere orde, waar één kwart

Van de mensheid veel beter in thuis is, dat wil zeggen

Je hoeft maar om je heen te kijken, jij, mijn dierbare lezer,

en ik, de auteur.

.

Liefdesgedicht

Luuk Gruwez

.

Lezend in de bloemlezing ‘Geen dag zonder liefde’ kwam ik bij het gedicht ‘Estetika’ van Luuk Gruwez (1953) uit, een bijzonder liefdesgedicht dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘De feestelijke verliezer‘ uit 1985. Met dit gedicht stuur ik jullie de dag in, geen beter begin mogelijk lijkt me. Mocht je meer over dit gedicht willen lezen dan kun je terecht bij dbnl.org

.

Estetika

.

het sierlijkste is niet de zwaan, maar het water

waar de zwaan zich spoorloos in weerspiegelt

en de rimpeling van vriendelijke huiver

die zij door haar stil bewegen weeft.

.

het sierlijkste is niet je lichaam, maar de spiegel

waar het lichaam licht bezeerd weerspiegeld wordt

(en rimpels toont als rimpelingen in water)

en hoe een hand ontastbaar haast

verschuift over je huid,

en hoe een streling dan,

als een omhelzing van zichzelf,

op jouw lichaam liggen gaat.

.

terwijl mijn blik die dat niet blijvend

vangen kan, gevangen blijft, en onomhelsd,

zoals wie ééns genodigd tot genot,

daarna voorgoed gegijzeld blijft in pijn.

.

 

De mooiste muziekgedichten

Toekomstmuziek

.

Muziek en Poëzie, twee verschillende werelden maar wel twee die elkaar op meerdere vlakken raken. Niet voor niet heb ik op dit blog de categorie Poëzie in songteksten en Muziek in Poëzie aangemaakt. Want los van de teksten van muzieknummers die vaak heel poëtisch zijn of gewoon pure poëzie, is muziek (zonder tekst) ook vaak poëtisch van aard. Tel daarbij dan de gedichten op die over muziek gaan of over muzikanten en je ziet dat deze twee kunstvormen elkaar vaker raken dan je misschien op het eerste oog ziet. Dat gedichten ook over componisten kunnen gaan bleek al uit het dubbelgedicht dat ik plaatste over componisten en dat songteksten zelfs voldoen voor een Nobelprijs voor de Literatuur bleek toen zanger/musicus Bob Dylan deze prijs kreeg uitgereikt in 2016.

In 2025 verscheen bij uitgeverij P, momenteel mijn favoriete poëzie uitgeverij, de prachtig vormgegeven bloemlezing ‘Weet jij de wijs nog en de woorden?’ De mooiste muziekgedichten, samengesteld door René Smeets en Johan van Cauwenberge. Bij de keuze voor de gedichten, zo schrijven de samenstellers in de Prelude (hoe toepasselijk), hebben ze zich de grootst mogelijke vrijheid veroorloofd. Het moesten allemaal sterke, zeer uitgesproken muziekgedichten zijn; het overgrote deel daarvan is origineel Nederlands, maar waar het hen passend leek, hebben ze niet geaarzeld enige vertaalde muziekgedichten op te nemen of ze speciaal voor de bloemlezing zelf te vertalen.

Zo is werk van Langston Hughes, Louis Aragon, Rainer Maria Rilke, Federico Garcia Lorca en Anne Sexton opgenomen. Heel veel van de grote Nederlandse en Vlaamse dichters zijn present maar ook, en dat maakt deze bloemlezing voor mij nog sympathieker, ook dichters die helemaal niet zo bekend zijn bij het grote publiek zoals Jelmer van Lenteren, Karel Sergen en Ilse Starkenburg. De bundel van een kleine 300 pagina’s biedt niet alleen prachtige verzen van vele dichters maar ook zeker kijkgenot in de vorm van zo’n zestig afbeeldingen van componisten, musici en onderwerpen die gerelateerd zijn aan de gedichten.

En de muziek beperkt zich niet tot de klassieke muziek. Ook Jazz, tango en heavy metal komt langs. Van de straatzanger tot de concertpianist, van fanfare tot koor, van Debussy tot Dylan en van de Stradivarius tot de viool van de bosjesman. Een bloemlezing kortom om heerlijk in weg te dromen en telkens weer ter hand te nemen. Tel daar de robuuste harde kaft en de zware kwaliteit papier op en je hebt een klassieker in de wording.

Natuurlijk koos ik een gedicht uit dit prachtwerk. In dit geval een gedicht van dichter Arthur Lava (1955-2020) getiteld ‘Toekomstmuziek’ genomen uit zijn bundel ‘Bravissimo!’ uit 1994. Een gedicht dat geschreven lijkt voor deze bloemlezing en voor de huidige tijd.

.

Toekomstmuziek

.

Geef mijn ballades uit de Hades

of een opgewekste blues, ik swing op elke

hiphopversie van Vivaldi, mijn smaak

.

kent geen limiet, dus leve het licht ontvlambaar

geuzenlied, de wals voor weduwen en wezen,

de bloedeloze stierenvechtersrapsodie.

.

En vanzelfsprekend zweer ik bij de alchimie

van een schlager voor de goede zeden

of een nocturne voor de ochtendmens.

.

Maar wat bovenal moet worden aangeprezen

is een marsmuziek, jawel een marsmuziek,

die de mensheid van marcheren zal genezen.

 

sabel

Lize Spit

In een kringloopwinkel in Stadskanaal kocht ik de bundel ‘De Branie’ 2016 Dichters in de Prinsentuin. Nu heb ik een paar keer getracht een plekje in de Prinsentuin te bemachtigen, hoewel ver van mijn woonplaats een mooie plek om voor te dragen uit eigen werk, maar blijkbaar kon mijn werk de organisatoren niet bekoren want een aantal keren kreeg ik te horen dat men al vol zat of ik kreeg niks te horen (behalve dat ik niet uitgenodigd zou worden). Het is niet anders, jammer want ik draag dit festival een warm hart toe.

In 2016 werd een bundel uitgebracht, een bloemlezing waarin meer dan 40 dichters zijn bijeengebracht met een gedicht. Onder hen bekende namen en een aantal dichters waar ik niet eerder (en ook nooit nader meer) van gehoord had. En er staat een gedicht ‘sabel’ in van de Vlaamse schrijver Lize Spit (1988) waarvan ik even vergeten was dat ze ook poëzie schrijft. Dat doet ze zeker niet meer nadat ze doorbrak met haar roman ‘Het smelt’ in 2016. En hoewel ze poëzie publiceerde in onder andere Das Magazin, De Gids en de Poëziekrant lijkt het erop dat haar dagen als dichter achter ons liggen. Daarom hier het gedicht ‘sabel’ uit deze bloemlezing.

.

sabel

.

de buurman duwt zijn hond

de leiband strakgespannen als een sabel

de grasmaaier trekt de man die zijn ogen sluit

zo recht mogelijk achter zich uit

.

hier kan men hoogstens te pletter

lopen tegen lakens die maar niet drogen

op de hoek van het kerkhof ligt een café

daar zitten mensen te zitten

tot ze ergens anders te laat kunnen komen in hondenlevens

is er zeven keer minder tijd maar honden geven nooit de indruk

tenzij ze konijnen ruiken

.

duwen heeft veel weg van trekken

als het aan tegenovergestelde kanten plaatsvindt

.

zij die aan het kerkhof zitten bier drinken lijden waarschijnlijk

aan te weinig

fantasie bijvoorbeeld wat als de avond valt en onze hoofde

van onze rompen scheidt

.

De aarde was nog plat

Huub Oosterhuis

.

De verkiezingen komen eraan en ik hoor en lees op verschillende plekken politici weer de meest flagrante onzin uitkramen. Dat politici tegenwoordig het niet niet meer zo nauw nemen met de waarheid is sinds de komst van Trump bijna gewoon geworden maar in Nederland kunnen ze er ook wat van (nareis op nareis, tsunami van vluchtelingen etc.). En dat zijn nog de kleine leugens om de zaak kracht bij te zetten.

Er is echter ook een partij in Nederland die volledig de weg kwijt is. Het FvD bij monde van de oude en inmiddels ook de nieuwe lijsttrekker bezigen gerust de meest onzinnige teksten. Nu is het bekend dat de aalgladde vorige lijsttrekker al in de ban was van complotdenkers maar de nieuwe, opnieuw aalgladde maar nu in vrouwelijke vorm, lijsttrekker kan er ook wat van. Ze zegt in alles volledig eens te zijn met de vorige lijsttrekker. Dus de aarde is plat, we worden geregeerd door elites die eigenlijk reptielen zijn, we zijn nooit op de maan geweest, er zijn geen 3000 mensen overleden bij de aanslagen op de Twin Towers in New York, het zijn maar een paar van de meest idiote uitspraken. Tel daar de ronduit racistische en zwaar op het fascisme leunende ideeën bij op en je hebt een beeld.

Ik moest aan deze twee dubieuze types denken (en geloof me dat doe ik liever niet) toen ik in de bundel ‘Het komt goed’ (what’s in a title?) de mooiste gedichten over geluk, uit 2024 het gedicht ‘De aarde was nog plat’ van Huub Oosterhuis (1933-2023) las. Dit gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Stilte zingen’ uit 2018. Ondanks de wat stevige religieuze ondertoon toch een duidelijk gedicht.

.

De aarde was nog plat

.

De aarde was nog plat.

Maar ’t hart was met zovelen.

Toen kwam door de wolken heen

de zeven-kelen man.

.

Hij riep de vogels vrij,

de takken uit de bomen.

Hij zong de stromen los

uit rotsen en woestijnen.

.

Hij zong miljoenen mensen

als bloemen uit zijn mond.

Toen ben jij ook geboren.

Toen was de aarde rond.

.

De Lucifersmerken

Simon Vestdijk

.

Vandaag voor een van mijn boekenkasten gaan staan en zonder te kijken een bundel eruit gepakt. In dit geval betreft het hier de bundel ‘Weerspiegeling’ Bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van 1880 tot heden. Dat heden valt mee want het gaat hier om een bloemlezing uit 1971.

Opnieuw zonder te kijken open ik de bundel op pagina 127 en daar staat het gedicht ‘De lucifermerken’ van Simon Vestdijk (1898-1971). Het gedicht komt uit zijn bundel ‘Kind van stad en land’ uit 1936.

.

De Lucifersmerken

.

Zij waren onvergank’lijk waterproof

Geplakt op ’t puntig splinterende plankje;

De prijzen varieerden van een stroef

Stuk stopverf tot alleen maar een bedankje.

.

Desnoods, om een zeer zeldzaam stuk te vinden,

Doken wij in tabakssap, asch  en modder,

Doorzochten kleeren, stijf van verfgeklodder,

Die werklui, schaftend, droogden in den wind.

.

Ik had ’n verzaam’ling haast zonder hiaten:

Er was een Zweed bij met een vuurrood zeil,

Wat grauw door vlekken (van jeneverkwijl,

Misschien wel bloed, of minstens toch zout water)

.

Er loerden leeuwen, en er sloeg de toover

Van somb’re zonnen in citroengeel zwerk,

En voor het al te tamme “Zwaluw”-merk,

Dat moeder kocht, had ‘k slechts verachting over.

.

’t Was geen verzaam’ling voor een rose lintje;

Mij heeft vooral die zeemeermin gespeten,

Die ik niet los  kon krijgen van een vrindje,

Al werd zij snel voor ’n ander spel vergeten.

.