Site-archief

De druk van letters op papier…

Dorothy Wong Loi Sing

.

In 1995 verscheen ‘Spiegel van de Surinaamse poëzie‘ van de oude liedkunst tot de jongste dichters onder redactie van Michiel van Kempen. Een lijvig werk van 700 pagina’s Surinaamse poëzie vanaf de vroegst bekende poëzietekst in het Sranantongo door Hendrik Schouten (1745-1801) tot de jongste dichter Cándani (1965-2021). Natuurlijk is er veel meer poëzie van jonge dichters verschenen tot en na 1995 maar dat heeft dit verzamelwerk niet gehaald. Een belangrijke verzameling poëzie met onder andere veel onvindbare teksten die chronologisch en overzichtelijk gepresenteerd worden in deze Spiegel. Verder is er ook sprake van niet eerder gepubliceerd materiaal. De bloemlezing bevat een deel orale verzen (van Indianen, Marrons, Hindoestanen en Javanen) gevolgd door geschreven verzen.

Van Kempen selecteerde louter op basis van zijn persoonlijke voorkeur en niet omdat het om bekende teksten gaat. De bundel bevat dus geen overzicht van alle Surinaamse dichters. In de inleiding zegt de samensteller dat hij niet alleen geselecteerd heeft uit werk geschreven door dichters geboren in Suriname maar ook uit werk van hen die zich in Suriname vestigden en hun lot definitief met het lot verbonden. De opname van het aantal gedichten correspondeert met het relatieve belang van een dichter in de Surinaamse letteren.

Een van de dichters uit deze Spiegel is Dorothy Wong Loi Sing (1954) schrijver, dichter en beeldend kunstenaar. Ze bracht meer dan vijftien werken in eigen beheer uit, gestencild, gefotokopieerd, in ringbandjes of geniet: poëzie, proza, toneel, zowel voor de jeugd als voor volwassenen. Het meeste succes had ze met haar bundel ‘Zwarte muze, witte creoolse’ (1983) met gedichten in het Sranan, Engels en Nederlands. In 1984 won ze met drie gedichten een prijs in The Black Youth Annual Penmanships Awards te Londen. Na 1991 stopte ze met schrijven. Gelukkig hebben we haar werken nog. Zoals het onderstaande gedicht dat werd opgenomen in ‘Spiegel van de Surinaamse poëzie’.

.

De druk van letters op papier
keur ik niet diep genoeg
om in te werken op jouw stramme rug.
De geprononceerde schreeuw van klanken
door een zelfbewuste microfoon
moet, ritmisch een patroon verklankend
zich rijgen aan een houten spit
in jouw doorkerfd evenwicht
en ter plekke de balans verstoren
zodat je hangt, en ligt, en zit
in onmogelijke standen.

In mijn gedichten wil ik jou
in de luren leggen.
Daar lig je dan, als schaschlick,
te marineren,
doordringend stinkend naar mijn ongelijk,
want je moet weten, ik draag de norm
van deze opgelegde maatschappij
met kromgebogen rug.
Zij hebben mij eronder gedouwd,
goed beschouwd:
tot ik gestikt ben in hun geregeld streven.

.

Elmina

Bernice Vreedzaam

.

Ongeveer 20 jaar geleden was ik met mijn gezin op vakantie in Ghana, het land in West Afrika van waaruit de Nederlanders schepen vol slaafgemaakte verstuurden naar Amerika. Aan de kust van Ghana liggen een aantal forten van waaruit dit gebeurde en het grootste en belangrijkste fort ligt in Elmina. Het werd door de West Indische Compagnie (WIC) geëxploiteerd als het grootste fort van waaruit slaafgemaakt op schepen werden gezet, volgens schattingen duizenden per jaar. Beneden in het fort is een ruimte van waaruit de slaafgemaakte door de ‘deur van geen terugkeer’ moesten lopen naar de schepen van de WIC. Deze ruimte was één van de meest indrukwekkende van dit enorme fort.

Ik begin hierover om enige duiding te geven aan het gedicht ‘Elmina’ uit de nieuwe bundel van schrijver en dichter Bernice Vreedzaam (1972) ‘De vogelgrens oversteken’ uit 2025. Naar aanleiding van 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname schreef zij deze bundel, waarin ze aan de hand van haar eigen geschiedenis, die van de Marrons, laat zien hoe de geschiedenis voort leeft, over landsgrenzen en generaties heen. Marrons zijn gevluchte Afrikaanse tot slaaf gemaakte, die in stamverband in de ontoegankelijke oerwouden of binnenlanden gingen leven en hun afstammelingen.

In de nieuwe bijzondere bundel ‘De vogelgrens oversteken’ staat het gedicht ‘Elmina’ dat verwijst naar een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis.

.

Elmina

.

Forsgebouwd voor goud, een oud

melaats fort, waar bastaarden zich verdringen,

ze zingen voor vreemde goden

slaan op vervaagde dagen op onheilige gongs

.

Een vormig bolwerk waar rottende oogkassen

van aangespoelde schubbenmaskers kussens kloppen

de wacht houden naast die met dronkengeweren leunen

tegen de poorten van de roetige binnenplaats

.

Waar dochters en zonen hun laatste adem inhielden,

vege muren en een grasmat van gevederde jurken slepen

keldergang huilt tochtig wurgt in haar kreten

razernij paradeert in een ooghoek

.

Probeer het niet, Muze, de al te avontuurlijke,

niets is meer in zilte regenbuien die jouw vrienden omringen,

of in de klei baden of op warse grondritueel te verspillen.

Als de dood zijn pijl stuurt, haast het kind zich naar het sterfelijk uur.

.

Kwakoe

Poëzie bij een standbeeld

.

Paramaribo telt veel beelden, maar geen ervan is zo populair als dat van Kwakoe. Het stelt geen historische figuur voor – al willen velen dat graag geloven dat Kwakoe de eerste zwarte grondbezitter van Suriname zou zijn geweest.  Geregeld is het voorzien van hoofddeksels en kledingstukken, en dan vooral van de pangi. Dit zijn de kleurige omslagdoeken die nog altijd door de marrons gedragen worden. Marrons zijn nakomelingen van slaven die van de plantages waren weggevlucht en die vanuit het binnenland de koloniale overheid belaagden.

.

Dit standbeeld is van beeldhouwer Jozef Ludwig Klas (1923-1996). Het beeld staat in Paramaribo. Het beeld stelt een bevrijde negerslaaf voor die zijn ketenen heeft verbroken. ‘Kwakoe’ is de naam voor een man geboren op woensdag. De afschaffing van de slavernij was op woensdag 1 juli 1863. Het beeld werd 100 jaar na de afschaffing van de slavernij onthuld door de toenmalige premier van Suriname Johan Adolf Pengel.

Eelco van  der Waals schreef een gedicht over Kwakoe.

.

Kwakoe (1)

Geen woensdag
zoals die ene

juli 1863
waarop de

nazaten van overzee
burgers werden

van hun
nieuwe land

Bij Ondrobon
Coronie
Commewijne

Kwakoe
ging ons voor

.

Met dank aan Meland Langeveld

Kwakoe