Site-archief
Blind gepakt
Jive!
.Vandaag ben ik maar weer eens voor een van mijn boekenkasten gaan staan en heb daar, zonder te kijken, een willekeurige dichtbundel uit de kast gepakt. het bleek de bundel ‘Aambeeld‘ van Bernlef (1937-2012) te zijn uit 1998. Op nieuw pakte ik de bundel om deze op een willekeurige pagina topen te slaan en daar stond het gedicht ‘Dansles’. Ook bij dit gedicht had ik meteen een beeld. In een van de laatste afleveringen van ‘So you think you can dance’ werd door een koppel een Jive gedanst. In mijn idee een beetje ouderwetse dans maar na deze uitvoering was ik om: energiek, wild, technisch en prachtig om naar te kijken. De uitroep van het meisje in het gedicht begrijp ik nu ook veel beter.
.
Dansles
.
Leer mij jiven roept het meisje
Leer mij dat!
.
In de vensterbank zit de oude kat
te loeren naar de slanke lijster
.
op de achtegrond het bandje
met de iets te geblondeerde zangeres
‘There’ll Never Be Another You’
.
Leer mij jiven roept het meisje
Leer mij dat!
.
In de vensterban zit
nog steeds de oude kat.
.
Jarig
Jana Beranova
.
Alle dichters die op dit blog aan de orde komen zijn ooit geboren en hebben dus een geboortedag. Wanneer een dichter nog leeft heeft deze dus ook een verjaardag. Nou is het niet mijn gewoonte om bij elke verjaardag van elke dichter die nog leeft een blog aan die dichter te wijden maar vandaag maak ik een uitzondering.
Vandaag is dichter Jana Beranová (1932) jarig en ze wordt 94 jaar. Omdat ik Jana als dichter en mens goed heb leren kennen in de afgelopen bijna 20 jaar en omdat ik al twee keer in de jury van de prijs die naar haar vernoemd is heb mogen plaats nemen, leek het me niet meer dan goed en rechtvaardig hier even stil te staan bij deze bijzondere vrouw.
Jana Beranová is Tsjechische van geboorte, maar moest na 1948 met haar ouders vluchten en kwam in Nederland terecht. Zij studeerde in Rotterdam af in de economie. Zij werd bekend met haar vertalingen van Tsjechische schrijvers en dichters, onder wie Milan Kundera (onder andere zijn klassieker ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’) en de Tsjechische schrijver, dichter en journalist en Nobelprijswinnaar (1984) Jaroslav Seifert (1901-1986).
In 2008 verscheen ‘De geboorte van Sisyphus‘: de verzamelde in het Nederlands vertaalde poëzie van een oud-stadgenoot van Jana, de Tsjechische dichter en immunoloog Miroslav Holub (1923-1998). Inmiddels was haar naam als dichter en vertaler gevestigd en van 2009 tot 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam. Jana was docente poëzie aan de Amsterdamse schrijversvakschool en politiek actief binnen de schrijversorganisatie PEN International, dat zich inzet voor vervolgde schrijvers. Landelijke beroemdheid kreeg zij met een tekst die ze maakte voor Amnesty International: ‘Als niemand luistert naar niemand vallen er doden in plaats van woorden’.
Voor haar inspanningen voor de Tsjechische literatuur kreeg Jana Beranová in 2005 van de Tsjechische staat een hoge onderscheiding. In 2024 ontving ze de prestigieuze Gratias Agit Prijs, voor haar bijdrage aan de promotie van Tsjechië in het buitenland. Voor haar inzet voor de Rotterdamse letteren kreeg Beranová in 2008 de Erasmusspeld. In 2025 werd de driejaarlijkse Anna Blaman Prijs aan haar toegekend voor haar gehele oeuvre.
Sinds 2019 wordt de Jana Beranováprijs uitgereikt aan een Nederlandstalige auteur die de artistieke vrijheid en integriteit vooropstelt, zonder te hechten aan waardering op grond van conventionele, modieuze of morele criteria. Ik voel mij vereerd dat ik al tweemaal in de jury ben gevraagd voor deze bijzondere prijs.
Zoals ik hierboven al schreef heb ik mooie herinneringen aan de momenten dat ik samen met Jana mocht voordragen (zoals bij de begrafenis van wederzijdse vriend en dichter Hvroje Pero Senda (1945-2013), dat ze in de jury zat van de poëziewedstrijd van poëziestichting Ongehoord! en de malen dat ik haar sprak en naar haar mocht luisteren zoals bijvoorbeeld bij de uitreiking van de naar haar genoemde prijs in 2023 toen de prijs werd uitgereikt aan Wim T. Schippers. Bij deze van harte gefeliciteerd Jana en op naar de 100!
Uit de bundel ‘Tussentonen’ uit 2004 haar gedicht ‘Jasje’.
.
Jasje
.
Alle seizoenen waren harde winters.
Zou ze zich verborgen hebben in dit bontjasje
dat hij ooit met liefde gewatteerd
om haar smalle schouders had gelegd?
Zou zij zo de kou hebben kunnen weren
van al die landverhuizingen en andere doden,
van de angst en de grimmige wortels
zodat ze zacht zou vallen als ze zou vallen?
Zou ze op een dag
in dit jasje
de oneindige koude
zijn ingedoken?
Je bewaart het, bladert het door: de mouwen,
het haast onvindbare sluitinkje, de kraag;
het ding slijt, rafelt, vervaalt als een veelgelezen boek.
Je schudt met de mot de tijd eruit
en vult het op met je eigen lijf
al durf je zo de straat niet op.
Niemand weet dat het jasje
van geverfd konijn is
en niet van nerts.
.
Vasalisvogel
Vicky Francken
.
Dag zes alweer van -Kort weg- en opnieuw ben ik in mijn boekenkast gedoken voor een gedicht. Ik word altijd erg blij wanneer ik lees dat een dichter zijn of haar (hun) klassiekers kennen. Toen ik in ‘Röntgenfotomodel‘ van Vicky Franken (1989) uit 2017 het gedicht ‘Vasalisvogel’ las moest ik meteen aan de bundel ‘De vogel Phoenix‘ van Vasalis (1909-1998) denken uit 1947. Een prachtige bundel van een van mijn lievelingsdichters. Dat deze bundel ten grondslag ligt aan dit gedicht mag duidelijk zijn, al is het maar door de feniks uit de voorlaatste regel.
.
Vasalisvogel
.
Ik droomde toen het vrede was al dat er vrede was
waar die nog niet bestond: een witte duif
die zich in cirkels een beroerte vloog –
.
Met mijn hielen kerfde ik een kruis,
ik was al als de dood, het was alsof
de dood zich in mijn hoofd bevond.
.
Ik keek omhoog en zag de vrede vliegen.
Ze leek intens tevreden, barstte snel
en hevig los.
.
In haar val heb ik haar aangekeken.
Ze bleef zo stil, welhaast afwezig,
ik trok haar in twijfel, ze leek wel god.
.
Nu neem ik haar veren brandend in mijn hand,
verbind haar snavel, zing een psalm.
.
Ik strooi haar as uit in mijn ogen.
.
Vrede, wrede feniks,
sticht alsof het niets is brand.
.
Verveling
Johanna Kruit
.
Vandaag ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en zonder te kijken pakte ik een bundel uit de kast. Het bleek de bundel ‘Tikken tegen de maan’ 50 kindergedichten uit Nederland en Vlaanderen verzameld door Joke van Leeuwen met 48 gloednieuwe illustraties. De bundel uit 2010 is prachtig vorm gegeven en bevat inderdaad heel veel mooie illustraties bij de gedichten.
Zonder te kijken opende ik de bundel en daar op pagina 42 tegenover een tekening van Philip Hofman staat het gedicht ‘Verveling’ van Johanna Kruit (1940). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in ‘Holland rijmt’ uit 1998.
.
Verveling
.
We deden niets
we keken maar naar wat gebeurde
hoe auto’s wachtten langs de stoeprand
hoe regen langs de ramen zeurde
we zwaaiden zelfs niet naar de buren
van de overkant.
.
We deden niets van wat we konden
en wilden niets van wat we moesten
we aten zelfs geen ijs of friet
we hoefden niets
we vonden iedereen een etter
en we verveelden ons te pletter.
.
Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer
Twan Vet
.#
Ik las dat de debuutbundel van Twan Vet (1998) ‘Troostpogingen’ die dit jaar uitkwam het erg goed doet in de verkopen en als liefhebber van poëzie kan je daar alleen maar blij mee zijn. Blijkbaar wordt er dus nog wel degelijk poëzie gekocht (en niet alleen gelezen of geschreven). Van Twan Vet werden er in MUGzine #28 enkele gedichten gepubliceerd. Maar hij werkt al langer als dichter aan de weg. Zo werden zijn gedichten gepubliceerd in onder meer Het Liegend Konijn , Hollands Maandblad en NRC. Hij droeg voor op literaire festivals zoals Crossing Border en Dichters in de Prinsentuin.
En eigenlijk is ‘Troostpogingen’ feitelijk niet zijn echte debuut. Zo verscheen in 2022 ‘DEMarrage’ een poëzie chapbook met Sofie Verraest, in datzelfde jaar ‘Amersfoorts Heimwee’ (gedichten bij foto’s van Cas Oorthuys) en in 2024 ‘Dag stad’ verzamelde stadsgedichten die hij schreef als stadsdichter van Amersfoort in de periode 2021 tot 2024.
In 2021 richtte hij, samen met Sjors Nab en Wijnand Reijmerink, literair tijdschrift Landauer op. In 2023 werd in Landauer een gedicht van mijn hand opgenomen ‘Lijnen‘. In 2021 was Vet Ambassadeur van de Vrijheid van het Bevrijdingsfestival Utrecht. Maar zijn grootste bekendheid kreeg hij na optredens bij Eus’ Boekenclub en als deelnemer aan De Slimste Mens, beide in 2025.
Lezend in zijn bundel ‘Troostpogingen’ kwam ik bij het gedicht ‘Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer’ een gedicht dat vet schreef nadat eind 2024 bekend werd dat Minister Faber deze cynische borden had willen laten plaatsen bij AZC’s. Zover is het gelukkig nooit gekomen maar het gaf Vet genoeg inspiratie voor dit gedicht.
.
Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer
.
Wij wisten het land te liggen, kruisten hoopvol
een plaatsnaam aan en besloten om te gaan.
.
Alles wat we in de haast konden verzamelen
namen we mee: kinderen, kleding en elkaar.
.
Met elke kilometer leken we iets van thuis
te vergeten: hoe het licht viel in de straten,
.
de geur van onze pasgewassen lakens,
de taal die we met vrienden spraken.
.
Na zeven taaie dagen kwamen we ergens aan-
er stond alleen een spandoek voor ons klaar.
.
Hofjesfestival
Haagse Notûh
.
Ook dit jaar organiseert Stichting Haagse Notûh op zondag 21 september weer het Ssssttt… Hofjesfestival in de binnenstad van Den Haag. Op allerlei historische plekken en hofjes zoals het Hofje van Nieuwkoop, de Regentenkamer, ’t Hoofts Hofje, de Jozefkapel en de Stadskloostertuin St. Vincentius, treden dichters, muzikanten en muziekensembles op. In eerdere jaren stond ik al eens in de Stadskloostertuin (waar toen ik aan de beurt was er een wolkbreuk was), in het Hofje van Nieuwkoop, en op de Varkenmarkt .
Een van de hoogtepunten van deze dag (naast de voordrachten van alle dichters uiteraard) is het optreden ( de openingsact) van stadsbeiaardier Gijsbert Kok, die op de Haagse Toren het carillon bespeelt waarbij hij wordt bijgestaan door 15 blazers. Ook is het mogelijk om samen met een gids van het Stadsgilde een wandeling te maken langs de verschillende historische plekken in de binnenstad.
Dit jaar sta ik opnieuw geprogrammeerd in de Stadskloostertuin aan het Westeinde 101 van 14.30 tot 15.00 uur. Andere dichters die voordragen zijn onder andere Marilou Klapwijk, Diann van Faassen, Alexander Franken, Frans Terken, Edith de Gilde en Margriet van Bebber. Ook de twee jonge stadsdichters van Den Haag, Anu Soerjoesing en Govert van de Velde, dragen voor. Als voorproefje een gedicht van Diann van Faassen getiteld ‘Er is altijd’.
Diann van Faassen (1971) debuteerde met de bundel ‘Driemaaldaags’ (1991). Sindsdien verschijnt zij op de diverse podia in het land. In 1998 verscheen ‘Toverfietsje’, dat in 1999 werd opgevolgd door ‘Altijd naar de kermis’, beide uitgegeven in eigen beheer. Gedichten van haar staan opgenomen in de bloemlezingen ‘Van Haagse dichters die voorbijgaan‘ (2001) en in ‘Vanuit de lucht‘ (2001). Diann organiseert literaire evenementen en poëzie workshops en zij begeleidt de jonge Haagse Stadsdichters.
.
Er is altijd
.
Er is altijd iets te weten
Er moet altijd iets te weten zijn
Maar niemand laat zich kennen hier
Ik heb van beneden af
omhoog naar jouw balkon gekeken
bevangen door de ruimte – zag ik je rennen
Ik zag je rennen tot je doorhad
dat je niet was in te halen – niet door mij
de galerijen waren leeg – de spijlen schenen tralies
Jij ging mijn gangen na
en had handen rood als aarde
de lijnen in je handpalm waar je mij bewaarde
Jouw hand is door mijn huid gedrongen
om te ontrafelen wat mijn motieven zijn
wanneer je mijn zenuwen blootlegt is het slechts een kwestie van tijd
Ik zou net als vroeger
willen kijken en tevreden zijn met het zicht
ik zou net als toen zonder verlangens willen zijn
Maar er is altijd iets te weten
en we weten al zoveel
we willen altijd verder weten
en niemand laat zich kennen hier
.
Een groot schrijver
Kees Ouwens
.
Ondanks dat ik op dit blog richting de 6000 berichten ga, kom ik er toch nog regelmatig achter dat ik over bepaalde dichters nog nooit iets geschreven heb. Dat kan allerlei oorzaken hebben maar in het geval van dichter en schrijver Kees Ouwens weet ik eerlijk gezegd niet waarom dit niet zo is. Misschien omdat hij als hermetisch dichter te boek staat (maar dit heeft mij er nooit van weerhouden daarover te schrijven) of dat ik zijn naam misschien niet vaak tegenkom. Hoe dan ook, vandaag gaat dat veranderen.
Kees Ouwens (1944-2004) debuteerde in 1968 met de dichtbundel ‘Arcadia’ en er zouden tot na zijn dood 10 poëziebundels van hem verschijnen. Ouwens schreef ook proza maar verwierf vooral een plaats in de Nederlandse literatuur als experimenteel dichter. Op zijn Wikipediapagina lees ik: “Zijn fascinatie met het taalspel verleidde hem er soms toe de begrijpelijkheid of het grammaticaal voor de hand liggende te veronachtzamen met het doel de exactheid van uitdrukking in de zorgvuldig opgebouwde talige realiteit. Hierdoor wordt hij weleens als ‘hermetisch’ dichter bestempeld, terwijl anderen zijn oeuvre juist daardoor, samen met dat van andere grote naoorlogse dichters als Jacques Hamelink en Hans Faverey, als verrijkend voor het Nederlandstalige dichtersidioom ervaren.”
Ondanks, of misschien wel dankzij zijn zoektocht kreeg hij bij leven verschillende literaire prijzen toegekend zoals de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs (1976), de Jan Campert-prijs (1985), de Herman Gorterprijs (1998), de VSB Poëzieprijs (2001) en de Constantijn Huygens-prijs (2002), voorwaar een indrukwekkende reeks prijzen.
Uit de bundel ‘Alle gedichten tot dusver’ uit 2002 nam ik het gedicht ‘Een groot schrijver’ waarin de dichter zichzelf kritisch bekijkt en de lezer achterblijft met de vraag ‘ziet de dichter zichzelf hier nu als groot schrijver of juist niet?’ En waarin de dichter speelt met verwijzingen naar de christelijke religie (stille nacht, schrift, de sterren). Op het eerste oog een kort en bondig gedicht waar heel veel uit te halen valt. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in zijn bundel ‘Intieme handelingen’ uit 1973.
.
Een groot schrijver
.
Ik legde mijn pen neer en begaf mij
naar buiten.
Daar keek ik omhoog en zag de sterren.
Het was een stille nacht.
Ik ben een groot schrijver,
dacht ik.
.
Toen begaf ik mij weer naar binnen,
om die regel op te schrijven
en er schoot mij een traan te
binnen, die op mijn schrift viel.
Ik huilde om de waarheid.
.
Visuele poëzie
Hans Clavin
.
In de nieuwsbrief van de Haarlemse Dichtlijn lees ik dat er in het weekend van 12 en 13 en 20 en 21 september een retrospectief tentoonstelling gewijd wordt in Gallerie Wagenaar van Co. aan de Genieweg 14a te Velzen-Zuid, aan het werk van Hans Clavin. Ik kende Hans Clavin (1946-2016) al en schreef al eens over zijn werk. In zijn tijd was hij een frequent deelnemer aan festivals van Haarlem tot in Italië. Hij is vooral bekend om zijn visuele poëzie.
Clavin begint op de middelbare school met het schrijven van gedichten, zoals zoveel jongeren doen, maar hij gaat al snel experimenteren met typografie. Hij ontdekt dat de inhoud van een gedicht voor hem minder belangrijk is dan de vorm of visuele presentatie. Zijn debuut als dichter is in 1966 als hij in het Rotterdamse tijdschrift ‘Vers Univers’ wordt gepubliceerd. Dit markeerde het begin van zijn betrokkenheid bij de internationale beweging van concrete en visuele poëzie, een stroming die de nadruk legt op de typografische en visuele eigenschappen van taal boven de narratieve inhoud.
Vanaf dan begint Clavin zijn werk wereldwijd te verspreiden. Hij stuurde bijdragen naar tijdschriften in landen als Italië, Japan, Brazilië en Zuid-Afrika, en reisde in de zomervakanties naar steden als Florence en Milaan om collega-dichters zoals Ugo Carrega en Gianni Bertini te ontmoeten. Vanaf eind jaren zestig werkte Clavin aan een wereldwijde kunstenaarsloopbaan, die hem doet exposeren van Dendermonde tot New York, van Liverpool tot Milaan, van Bologna tot Regensburg, en van de bibliotheek Velsen tot het Stedelijk Museum te Amsterdam. ‘Koenst’, zo noemt hij het. De tentoonstelling in Gallerie Wagenaar en Co. draagt deze zelfde naam.
In 1970 richt Clavin ‘Subvers’ op, een tijdschrift dat tot 1976 een platform bood voor concrete en visuele poëzie. Via zijn eigen uitgeverijen, ‘The Subvers Press’ en later ‘Fizz-Subvers Press’, publiceerde hij niet alleen zijn eigen werk, maar ook dat van andere dichters. Na de hoogtijdagen van de concrete poëzie in de jaren zeventig, trok Clavin zich gedeeltelijk terug uit de schijnwerpers. Hij bleef echter actief als dichter en kunstenaar, en publiceerde werken zoals ‘Totaal’ (1976), ‘Enige en andere gedichten’ (1982), en ‘O.’ (1998), de laatste ter nagedachtenis van zijn overleden vrouw Olga.
.
Het vogelkerkhof
Kees ’t Hart
.
In 2023 kwam van dichter Kees ’t Hart (1944) zijn derde poëziebundel uit getiteld ‘Het vogelkerkhof’. Tussen de vele romans en verhalen door debuteerde ’t Hart in 1998 als dichter met de bundel ‘Kinderen die leren lezen’. In 2008 volgde Ík weet nu alles weer’ en in 2023 dus ‘het vogelkerkhof’. De uitgever schrijft over ‘Het vogelkerkhof’: “Met onder meer een ode aan de werken van Lord Lister, herinneringen aan mensen en dingen, en een wandeling naar het huis van de dichter, waar vogels één keer per jaar bij elkaar komen. Banale en extatische epiek en lyriek vallen samen in zijn gedichten, in een toon van verlangen en geheim.”
In de recensie die Onno-Sven Tromp op de Meandersite schreef, lees ik: “de dichter schrijft over gewone, alledaagse dingen, maar er hangt een ongewone, mysterieuze sfeer. Daarmee is hij misschien verwant aan Toon Tellegen, aan wie het derde gedicht uit de bundel is opgedragen.”
Hans van der Heijde schrijft in zijn recensie op Tzum: “Verlangen, dat is in het werk van ’t Hart een sleutelbegrip en alomtegenwoordig.” En: “Dat verlangen kan poëzie worden omdat er een zwaar melancholiek gewicht aan hangt: het besef dat herbeleving onmogelijk is omdat die iets vereist wat verdwenen is en niet teruggehaald kan worden. Te weten kunnen lezen met een nog niet door een studie Nederlands en tientallen meters boeken met ‘echte’ literatuur ontwikkeld oog en met een nog niet door volwassenheid bedorven naïviteit en fantasie.”
Ik koos uit deze bundel het gedicht ‘De schilder’ en ik vraag me af in hoeverre de bovengenoemde kwalificaties opgaan ook voor dit gedicht.
.
De schilder
.
De natuur was schitterend
Alles was opgeruimd
Ik liet de eerste klodder
Op het doek vallen
.
Ik was kladschilder
En surveillant
Ik was blij met je bloedrode mond
Ik schreef
.
Voor jou wil ik schilderen
Voor jou alleen Manet
Voor jou is mijn baard
En mijn houten been is voor de bühne
.


















