Site-archief

Graf te B.

Sjoerd Kuyper

.

Toen ik in de bundel ‘Het heelal van jouw hart‘ de mooiste gedichten uit 2012 van Sjoerd Kuyper (1952) het gedicht ‘Graf te B.’ las moest ik meteen denken aan het gedicht ‘Graf te Blauwhuis‘ van Gerard Reve. Zou Kuyper dit gedicht in gedachten hebben gehad? Waarschijnlijk niet gezien het feit dat Sjoerd in Bergen aan Zee woont (wat een logischer verklaring voor de titel zou zijn). De bundel werd overigens samengesteld door Margje Kuyper (de vrouw van Sjoerd en aan wie de bundel is opgedragen) en Thomas Verbogt.

.

Graf te B.

.

Ik wilde nooit iets worden,

ik wilde liever zijn,

het liefst wie ik al was.

.

Nu wil ik niets geweest zijn.

Het is goed zoals het is:

.

geen grijsaard meer, geen man,

geen kind. Kus me

wind, ik ben het gras.

.

Rafels

Jan Eijkelboom

.

Soms lees ik een gedicht en dan vallen me dingen op. Dat gebeurde me ook toen ik in de bundel ‘Je bent mijn liefste woord’  gedichten voor bijzondere momenten uit 2015 aan het lezen was. In deze bundel heeft Anne Vegter ‘nuttige gedichten’ bijeengebracht zoals te lezen is op de achterflap. Het uitgangspunt van deze bloemlezing was dan ook het nut van een gedicht. Op zichzelf natuurlijk een best leuke insteek als het gaat om bloemlezen van poëzie. Of zoals er ook staat: “We zoeken nu eenmaal vaak naar woorden bij bijzondere gelegenheden. En wanneer we iets moeilijk onder woorden kunnen brengen, zijn er gelukkig onze dichters die het voorwerk hebben gedaan”.

Toch was de opzet en uitvoering van deze bloemlezing niet waarom ik specifiek bij een gedicht bleef hangen. Dat was het woord ‘caran d’ache’ of eigenlijk het merk caran d’ache want voor zover ik weet is dat het merk van kleurpotloden. Even opgezocht voor je en ja hoor: Caran d’Ache is afgeleid van het Russische woord karandaš (карандаш), wat overstroming betekent. Deze term stamt oorspronkelijk van het Turkse kara-tash , wat zwarte steen (grafiet) betekent. Het is de naam van een gerenommeerd Zwitsers merk van luxe schrijfwaren en kunstenaarsbenodigdheden, genoemd naar de Frans-Russische cartoonist Emmanuel Poiré, die dit pseudoniem gebruikte.

De reden dat ik juist bij dit woord bleef hangen is dat ik zelf ooit het woord heb gebruikt in een gedicht en ik mij herinner dat Gerrit Komrij het ooit gebruikte in een gedicht. Soms is een aanleiding gelegen in het detail, zoals in dit geval. Het gedicht waarin ik het las is van Jan Eijkelboom (1926-2008) is getiteld ‘Rafels’ en het onderwerp is de dood of doodgaan. Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000.

.

Rafels

.

Toen ving een roodbruine stam nog

de ochtendzon op, puur cederhout

van caran d’ache.

.

Later fladderden er raven

tussen de al even gerafelde takken

van de lariks.

.

Een schicht: de schaduw

van één zwaluw schoot

door de zomer.

.

En in het sprookjesbos

is plotseling de stinkzwam

dwingend aanwezig.

.

Doodgaan behoort tot het zeer weinige

dat niet zou mogen. Toch

wordt het veel gedaan.

.

 

Dichter bij Achterberg

Simon Vinkenoog

.

Over de dichter Gerrit Achterberg (1905-1962) heb ik al vele malen geschreven op dit blog. In de categorie Dichter over dichter schreven al verschillende dichters een gedicht over deze toch wel omstreden dichter (hij kreeg 16 jaar TBS voor de moord op zijn hospita en de aanranding van haar dochter en hij verbleef meer dan vijf jaar in diverse forensisch psychiatrische inrichtingen), kwam hij in de categorie Dubbelgedicht terug en ook over zijn werk schreef ik meerdere malen.

In 1965 verscheen voor de eerste keer de bundel ‘Dichter bij Achterberg’ samengesteld door Wim Hazeu bij Nijgh & Van Ditmar. Mijn editie is een tweede gewijzigde druk uit 1981. In deze bundel staan maar liefst meer dan vijftig gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters, gewijd aan Gerrit Achterberg. Dat Achterberg niet alleen door tijdgenoten bewonderd werd als dichter (hij ontving onder andere in 1949 de P.C. Hooft-prijs en in 1959 de Constantijn Huygens-prijs en wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie) maar ook door dichters uit latere generaties blijkt uit de bijdragen in deze bundel; van Roland Holst, Mok, Vroman en Polet tot Lucebert, Büch en Vinkenoog. Allemaal schreven ze een gedicht over deze bijzondere dichter.

Achterin de  bundel staan vele pagina’s noten met verwijzingen naar artikelen die geschreven zijn over Gerrit Achterger en informatie over de deelnemende dichters.

Volledig willekeurig en alleen maar omdat het vandaag zondag is, koos ik voor het gedicht ‘Zondag’ van Simon Vinkenoog (1928-2009) dat eerder verscheen in zijn bundel ‘Wondkoorts’ uit 1950.

.

Zondag 

Voor Gerrit Achterberg

 

zesmaal de reis om het vers

in evenveel dagen

wakkerworden en de pijn

niet langer kunnen verdragen

.

zandloper woestijn

leeg – het glas gebroken

.

rijmpijn woordenwijn

vrij van de rust der zondagen

te zijn

en voortijds op jacht

naar het laatste woord

.

geen letter gelezen

geen bede verhoord

.

Voor Victor van Vriesland

Michel van der Plas

.

In de categorie Dichter over dichter vandaag een gedicht van dichter, schrijver, journalist, vertaler, tekstschrijver en samensteller van bloemlezingen Michel van der Plas (1927-2013) over dichter, criticus, vertaler en voorzitter van de (internationale) PEN-club Victor van Vriesland (1892-1974).

Van Vriesland bezocht het Gymnasium Haganum aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag, dat toen nog Eerste Stedelijk Gymnasium heette. Daar kwam hij in aanraking met de literatuur en raakte hij onder meer bevriend met Martinus Nijhoff. Hij maakte er kennis met het werk van de Franse auteurs André Gide en Paul Valéry. Sterk beïnvloed door de poëzie van laatstgenoemde publiceerde Van Vriesland reeds op jeugdige leeftijd gedichten in Verweys tijdschrift De Beweging.

Michel van der Plas debuteerde in 1947 met de bundel ‘Going my way’ en vertalingen van Engelse poëzie. Hij had een voorkeur voor sonnetten en sloot daarbij aan bij een eerdere dichtkunst, die in de jaren 1950 werd overvleugeld door de vrije regelval van de ‘Vijftigers’. Toch heeft hij deze dichtvorm nooit vaarwel gezegd. Naast dichter was hij vooral bekend als tekstschrijver voor het cabaret van onder andere Wim Zonneveld, Gerard Cox en Wim Kan.

In zijn debuutbundel ‘Going my way’ is een gedicht opgenomen dat hij voor Victor van Vriesland schreef.

.

MOET men niet oud zijn, levend van zijn wijsheid,

moet men de open bedelhand der jeugd niet

hebben gesloten, bruusk misschien, vol weerzin,

misschien gelaten,

.

om de zo grootse rijkdom te verdienen

dat men een zoon mag heffen in zijn handen:

hoog, als de droom die eeuwig bleef toen bijna

elke droom dood was?

.

Rijkdom der wijsheid, nimmer zal een kind u

zó leren kennen, als in de ogen van de

man die zijn dagen keuren kan als vruchten

zonder te proeven.

.

Schoon is de morgen als hij met zijn kind de

nachten uittreedt van bitterheid, o, schoon is

alles als men het leven juichend draagt in

Simeonshanden.

.

 

Macht van een vrouw

Stella Bergsma

.

Niet zolang geleden publiceerde uitgeverij Lebowski de verzamelbundel ‘Ik sta in wilde schoonheid’ meer dan 100 gedichten over het vrouwenlichaam geschreven door vrouwen. De bundel werd samengesteld en ingeleid door schrijfster Susan Smit (1974) studeerde Culturele Studies, met als hoofdvak Nederlandse Taal- en Letterkunde, aan de Universiteit van Amsterdam. Overigens heeft ze vele dingen gedaan en geschreven maar voor zover ik kan nagaan nog nooit iets met poëzie.

In deze bundel staan meer dan 100 gedichten over het vrouwenlichaam, door Nederlandse en Vlaamse dichters die er een bewonen. Ik sta in wilde schoonheid wil bevrijden en aanklagen, maar vooral vieren. Want een vrouw zijn, is verrukkelijk. Aldus de flaptekst. Ik koos voor een gedicht van Stella Bergsma (1970) getiteld ‘Macht van een vrouw‘ dat ze schreef naar aanleiding van het onderwerp femicide.

 

Macht van een vrouw

Vrouw je hebt zoveel macht
je wordt nog mijn dood
Zoveel macht
ik ga eraan kapot
Je weet wat je doet
met je haren, je glimlach
je decolleté in mijn gezicht
Je lange. benen. over elkaar
De meisjes, de meisjes
ze weten het
Het is de natuur, he
Ze hebben de echte macht
Je bent nergens als kerel
En oh, die borsten, die tepels
Ik ga eraan kapot
Ze weten het
daarom doen ze het
Daarom trekken ze het aan
om me aan te trekken
Net dat rokje te kort, die boerka te scheef
Ik zie je, ik wil je, ik zal je hebben
Pas op want ik kan me niet beheersen,
met je macht
Zoveel macht heb je
dat ik me wel aan je moet vergrijpen
Zoveel macht dat je altijd net iets meer op je
hoede moet zijn dan ik
Dus doe wat ik zeg
Houd je in
Zuip niet teveel
Bedek jezelf, verberg je lichaam
Reis niet alleen
Ga niet ’s avonds laat over straat
Gevaarlijke vrouw die je bent
Je hebt me in je macht
en als je me afwijst
dan word ik kwaad. met je macht
Woedend als je me niet wilt, met je macht
Jij had me zelf uitgenodigd met je macht
Met je haar, je ogen, je mond, je rokje, je hoofddoek, je lach
Je vriendelijke woorden, je adem, je hals
Ik heb mezelf niet in de hand, gevaarlijke vrouw
Ik ben buiten zinnen als ik mijn zin niet krijg, gevaarlijke vrouw
Je bent in gevaar, gevaarlijke vrouw
Zoveel macht heb je, ik houd het niet meer
Zoveel macht, je wordt nog mijn dood
Zoveel macht, ik ga er aan kapot
Zoveel macht, wijs me niet af
Zoveel macht, ik moet je hebben
Zoveel macht, ik moet je hebben, ik moet je hebben
Pas op, pas op, pas op, pas op, pas…ik, ik
Ik word nog jouw dood.

.

 

De beste poëzie, slamdichters en rapteksten

André Sollie

.

Op nieuw kocht ik voor een habbekrats een verzamelwerkje uit de Rainbow pockets; Dit keer ‘Dicht! De beste Poëzie, Slamdichters en Rapteksten’. uit 2009. Samengesteld door Henk van Zuiden. Op zichzelf is de combinatie van slampoëzie, rapteksten en poëzie (en wat mij betreft aangevuld met Spoken Word) een heel logische, het zijn eigenlijk allemaal loten aan dezelfde stam van deze hoek van de literatuur, waarbij ik de poëzie dat leidend vind. Slampoëzie is vooral een manier van voordracht en eigenlijk zijn Rapteksten dat ook, maar dan veelal rijmend en daarbij worden de grenzen van het rijm behoorlijk opgerekt, en Spoken Word is eigenlijk meer een vorm van voordracht die niet perse poëzie is, het is eigenlijk een mengvorm van proza en poëzie is en vooral draait om storytelling.

Bijzonder dus dat er een bundeling van zoveel verschillende soorten van uitdrukking (laten we het zo maar even noemen) is samengesteld. De tekst op de achterkant van de bundel biedt uitkomst. Henk van Zuiden verzamelde gedichten en teksten die geschikt zijn voor iedereen – maar toch vooral voor jongeren werden gekozen. Aan de inhoud, de verschillende dichters en rappers in de bundel, kun je zien dat die inderdaad sterk op jongeren leunt. Zo is er werk van Huub van der Lubbe, Brainpower, Ali B. (toen dat nog kon), Lange Frans (voordat ie volledig doordraaide) en Yes-R opgenomen maar grappig genoeg ook werk van Alexander Pola (1914-1992), Ida Vos (1931-2006) en Jana Beranová (1932). Maar ook namen die je juist verwacht; Upperfloor, Gijs ter Haar, Daniël Dee, Bart FM Droog, Ruben van Gogh en Jeroen Naaktgeboren.

Maar ook een naam die ik niet kende namelijk André Sollie (1947-2025) was een Vlaams auteur en illustrator van kinder- en jeugdboeken en dichtbundels (er zijn ook een paar dichters van jeugdpoëzie opgenomen als Ted van Lieshout en Edward van de Vendel). Sollie debuteerde in 1986 met zijn eerste dichtbundel voor de jeugd ‘Soms, dan heb ik flink de pest in’, gevolgd in 1991 door ‘Zeg maar niks’ en in 1997 de autobiografische dichtbundel ‘Het ijzelt in juni’. In 2008 verscheen een dichtbundel voor jonge kinderen ‘Altijd heb ik wat te vieren’. Van Sollie koos ik het gedicht uit ‘Altijd heb ik wat te vieren’ getiteld ‘Toen’.

.

Toen

.

Vroeger vond ik alles leuker.

Toen mijn penvriend me nog schreef,

ik nog niet op internaat was.

Veilig bij mijn ouders bleef.

.

Toen mijn cavia nog leefde,

ik mijn blindedarm nog had.

Hoefde ik nog niet die beugel.

Woonden we nog in de stad.

.

Poes was nog niet weggelopen

en ik had nog geen acne.

En mijn pa nog geen verkering

met die slet uit Merendree.

.

Kortom. álles was toen beter;

elke zondag krentenbrood.

Was mijn fiets nog niet gestolen.

En mijn moeder nog niet dood.

.

Crematie

Robinson Jeffers

.

Vandaag voor mijn boekenkast pakte ik, zonder te kijken, de bundel ‘Een boek van wondere dingen’ van een plank. Deze bundel uit 2018 heeft als ondertitel ‘Poëzie die inspireert, troost, ontroert’ en is samengesteld door Daan Bronkhorst voor uitgeverij De Geus en Amnesty International. Opnieuw zonder te kijken opende ik de bundel op pagina 199 waar het gedicht ‘Crematie’ staat van de Amerikaanse dichter Robinson Jeffers (1887-1962). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in ‘The Collected Poetry’ in 1995 en dit gedicht werd vertaald door Ellen Nieuwenhuis.

Jeffers was een eigenzinnig man. Hij leefde in een zelfgebouwde hut in de bossen van Californië en zijn populariteit als dichter leed onder zijn standpunt dat de Verenigde Staten niet moest deelnemen aan de Tweede Wereldoorlog. Hij muntte het woord ‘inhumanisme’ om uit te drukken dat mensen te egoïstisch zijn om de ‘verbijsterende schoonheid van de dingen’ te waarderen.

.

Crematie

.

Het do0et bijna mijn angst voor de dood teniet, zei mijn dier-

baarste,

Als ik aan crematie denk. Te rotten in de aarde

Is een weerzinwekkend einde, maar om te brullen in de vlam-

men – daar ben ik overigens aan gewend.

Ik brandde zo vaak in mijn leven van liefde of woede,

Geen wonder dat mijn lichaam moe is, geen wonder dat het

stervende is.

We hadden veel plezier van mijn lichaam. Verstrooi de as.

.

Zondag

Sophia Blyden

.

In de bundel ‘Stip op de horizon’ 80 jaar vrijheid in 80 gedichten uit 2024 zijn gedichten opgenomen over vrijheid. Op 5 mei 2025 was het 80 jaar geleden dat de tweede wereldoorlog tot een eind kwam in Nederland. Terwijl we dagelijks in landen als Oekraïne en nu pas weer Polen, om ons heen zien hoe broos een begrip als vrijheid is, altijd in het besef dat het geen vanzelfsprekendheid is.

Wat is het wel? Wat betekent vrijheid voor ons, waardoor wordt ze beperkt, hoe herdenken we haar? Dat waren vragen die samensteller Mirjam van Hengel van deze jubileumbundel (80 jaar vrij) stelde aan 80 dichters als Bart Chabot, Anna Enquist, Babs Gons, Erik Jan Harmens, Judith Herzberg, Ingmar Heytze, Iduna Paalman en Lucas Rijneveld (en nog 72) met daarbij de vraag om hierover een gedicht te schrijven.

Ook dichter, schrijver en programmamaker Sophia Blyden (1993) werd deze vraag gesteld. Haar bijdrage met de titel ‘Zondag’ kan ik hier natuurlijk alleen maar op zondag plaatsen.

.

Zondag

.

dagen waarop de wasmachine draait, de gordijnen

open schuiven, het asfalt nat van de nacht, zonlicht

weerkaatst door de ramen als echo’s, je mijn hand

pakt tijdens het koffiedrinken

.

dagen waarop de boeken lonken in de kast, er tijd

is om gedichten te lezen, de wijnglazen van gister

nog op tafel, kringen in het blad, mijn moeder belt

en we samen opa missen

.

dagen waarop de afwas met de hand, de lp-speler

overuren maakt en we dansen, de bank langzaam

verslijt, druppels op het dakraam, het enige wat ik

wil doen is niets

.

we staan voor het keukenraam, slaan onze armen

om elkaar heen, zien hoe twee duiven takjes verzamelen

en we kijken ernaar

.

Autopsychografie

Fernando Pessoa

.

Het is zeker niet de eerste keer dat ik hier schrijf over de Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935), dat was namelijk al in 2010 toen ik over het gedicht ‘De schaapsherder’ schreef dat (uiteraard in de Portugese versie) te lezen is als je in Lissabon over een fietspad langs de rivier de Taag fietst. Daarnaast heb ik een aantal keren over Pessoa geschreven omdat gedichten van zijn hand werden opgenomen in bloemlezingen en verzamelbundels.

En vandaag wil ik opnieuw een blog aan zijn poëzie wijden. In 2009 publiceerde de Arbeiderspers de bundel ‘Gedichten’ van Pessoa, opnieuw in een vertaling van August Willemsen. Deze (bijna vaste) vertaler van het werk van Pessoa bracht met dit boek een ruime keus uit Pessoa’s poëzie en een beknopte selectie uit diens proza samen.

Bij leven publiceerde deze kantoorklerk uit Lissabon slechts enkele werken. Na zijn dood werd op zijn huurkamer een kist aangetroffen met 27.000 volgekrabbelde velletjes. Uit die chaos kon een kolossaal oeuvre worden samengesteld. Pessoa creëerde diverse ‘heteroniemen’ – afzonderlijke ‘schrijverspersoonlijkheden’ met elk een eigen stijl en woordkeus.
Alberto Caeiro is de natuurdichter van het platteland, bekend om zijn heldere, vrije verzen. Zijn leerling, dokter Ricardo Reis, is de man van de klassieke invloeden, die in streng metrische verzen schrijft. Scheepsbouwkundig ingenieur Álvaro de Campos is de droomfiguur, de schrijver van lange versregels en futuristisch woordengedaver. En dan is er nog de sterk symbolistische en mystiek getinte poëzie die Pessoa onder eigen naam publiceerde.

Allemaal komen ze terug in deze 190 pagina’s tellende bloemlezing. Ik koos het gedicht ‘Autopsychografie’ en dat zou, aan de vorm te zien, zo maar eens van zijn heteroniem Ricardo Reis kunnen zijn. Het gedicht werd in 1931 geschreven.

.

Autopsychografie

.

De dichter wendt slechts voor.

Hij veinst zo door en door

Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn

Zijn werkelijk gevoelde pijn.

.

En zij die lezen wat hij schreef,

Voelen in de gelezen pijn

Niet de twee die hij geleden heeft,

Maar een die de hunne niet kan zijn.

.

En zo rijdt op zijn rails in ’t rond

Tot vermaak van onze rede,

Die opwindtrein, in dichtermond

Ook wel ‘het hart’ geheten.

.

De ober van dromen

Ali Albazzaz

.

Ik kijk de laatste tijd regelmatig naar televisieprogramma’s waar mensen kopen zonder kijken (een huis in dit geval) zowel op de Nederlandse als op de Vlaamse televisie. Een soort gemaksvoer voor het oog. Zonder te weten wat je krijgt, blind ervoor gaan. Zo moet je ook de categorie ‘Blind gepakt’ zien. Zonder dat je weet wat je precies krijgt, krijg je een willekeurig gekozen gedicht uit een willekeurige bundel. Altijd een verrassing ook voor mij als doorgever van dit gedicht.

Vandaag pakte ik de bundel ‘Gedichten voor het hart’ zonder te kijken uit mijn boekenkast. Troostende woorden uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie uit 2006, samengesteld door Henk van Zuiden en verschenen in de Rainbow Essentials reeks. Opnieuw zonder te kijken opende ik een willekeurige pagina (160) en daar staat het gedicht ‘De ober van dromen’ van Ali Albazzaz (Irak, 1958). Dit is ook (bijna) de titel van zijn Nederlandstalige debuutbundel die in 2003 verscheen, ‘De ober van mijn dromen’.

.

De ober van dromen

.

Soms blijkt het leven

als het oog van de naald.

Het laat garen binnen, maar mij niet.

.

Beste lezer:

Als ergens muren worden gebouwd,

doe dan alsof ze doorzichtig zijn.

Of anders

zullen wij de hoogte van de muren uitpluizen.

.

Ik span de boom als de boog.

Wij maken een banket van dromen

en de wereld is onze ober.

.