Site-archief
Uit-spuit-de-bocht
Elma van Haren
.
Kinderliedjes zijn van alle tijden en het kinderliedje ‘In spin de bocht gaat in’ kennen velen van ons als een touwspringliedje waarbij je op een zeker moment in het liedje in het touw moest springen dat gedraaid werd. Dat zo’n liedje, in dit geval ‘In spin de bocht gaat in’ dat stamt uit ca. 1880 uit ‘Kinderdeuntjes, wiegeliedjes, speel-, tel-, raadsel- en andere rijmpjes’ samengesteld door J.J.A. Goeverneur, nog steeds inspireert blijkt uit een gedicht van Elma van Haren (1954).
In haar bundel ‘Uit de klatergouden boot gevallen’ uit 2025 kwam ik het gedicht ‘uit-spuit-de-bocht’ tegen en wie het voornoemde liedje kent weet dat dat de vervolgzin is op de titel(zin).
Elma van Haren studeerde aan de kunstacademie in ‘s-Hertogenbosch. In 1988 verscheen haar debuutbundel ‘De reis naar het welkom geheten’, waar ze de C. Buddingh’-prijs voor ontving op Poetry International in Rotterdam. Het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt.
In 1997 kreeg ze de Jan Campert-prijs voor de bundel ‘Grondstewardess’. Sinds de dichtbundel ‘De wiedeweerga’ (1998) schrijft ze ook voor kinderen. Sinds 2003 is ze jurylid van de P.C. Hooft-prijs en ze is redacteur van het Vlaamse literaire tijdschrift DW B.
.
Uit-spuit-de-bocht
.
Vanaf mijn fijnsnarig weefwerk in het Heelal bekeken,
Lijken Gaia’s bergen een fluwelen vrouwendracht,
Een donkerrode en okeren geplooide pracht,
Achteloos op een hoop gesmeten en zoals is gebleken
.
Grijpt het arrogante mannen bij de lurven onverwacht
En snijdt het hen de adem af, een doddelijk teken
Dat het voor hen niet goed toeven is in deze streken.
Vrouwgewaad wreekt hongermacht.
.
Rotsen breken de benen van de paarden
Doornen haken zich in mantels rondom.
Gaia’s geilheid piekt hoger dan haar mededogen,
.
Ze strooit fluweelheet zand in mannenogen,
Verdort hun tong tot taal verstomt, stort zich
Wellustig over de kam en bedelft hen onder aarde.
.
Jenever
Lynn Vandermeulen
.
Ik heb hier op dit blog al vaker aandacht besteed aan bloemlezingen en verzamelbundels rond een bepaald thema. Dat zo’n thema echt van alles kan zijn bleek mij maar weer eens toen ik de bundel ‘Straks gaat het jenever sneeuwen’ op de kop tikte. In 2023 werd in het Nationaal Jenevermuseum in Schiedam de tentoonstelling georganiseerd met de gelijknamige naam.
In deze tentoonstelling stonden drie eeuwen Nederlandstalige jeneverpoëzie centraal. De titel ‘Straks gaat het jenever sneeuwen’ was gebaseerd op een gelijknamige bundel, waarin 148 jenevergedichten verzameld zijn. ‘De veelheid aan jeneverpoëzie, ook hedendaagse, nodigt ons uit om deze voor het voetlicht te brengen. Jenever kan de Muze wekken, maar komt ook veelvuldig zelfstandig in gedichten voor en wordt daarin bezongen, bejubeld, verguisd en beschuldigd. Het programma spreekt dan ook bewust diverse groepen aan; van poëten tot kroegtijgers en scholieren,’ aldus directeur Diederik von Bönninghausen destijds.
De tentoonstelling werd gepresenteerd in dichtvorm: Romantiek, Schiedam & Nederland, Matrozen & Soldaten en Jaargetijden. Een vijfde thema – Graan -van Korrel tot Borrel – was in Museummolen De Walvisch te bewonderen. De tentoonstelling is natuurlijk al lang weer verdwenen maar gelukkig waren de organisatoren zo verstandig een bundel van de poëzie uit de tentoonstelling uit te geven (door het PoëzieCentrum). Op deze manier is het verleden en de toekomst van jenever in poëzie bewaard gebleven voor de poëzieliefhebber.
Uit de bundel uit 2020, samengesteld door René Smeets nam ik het gedicht ‘Zoals’ van de Vlaamse dichter Lynn Vandermeulen. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Jenever en poëzie’ (heel toepasselijk) dat in 1998 door de Stedelijke Dienst voor Cultuur Hasselt en het Jenevermuseum Hasselt werd gepubliceerd.
.
Zoals
.
niet als champagne parels
die sterven op je tong
(tot slechts een dure gedachte rest)
.
niet als bier: teveel
en te vaak (een vluchtige
ontmoeting)
.
neen,
als jenever: langs de scherpte
van citroen, naar de rust
van rode bessen (met steeds
de zekerheid van graan)
.
– dàt soort leven.
.
De zelfverkozen dood
Rogi Wieg
.
Tien jaar geleden (ruim) was het een zwaar jaar voor de poëzie. Binnen een jaar pleegden maar liefst drie bekende Nederlandse dichters zelfmoord; Rogi Wieg (1962-2015), Joost Zwagerman (1963-2015) en Wim Brands (1959-2016). Drie generatiegenoten ook nog. In de geschiedenis zijn zij niet de enige dichters die zich van het leven beroofden, wat denk je van Jan Arends (1925-1974), Halbo C. Kool (1907-1968) en Jan Emmens (1924-1971). De bekendste dichter uit de 19e eeuw is François Haverschmidt (1835-1894) bekend onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens. En kijken we nog verder terug dan is er in de 18e eeuw nog de Friese jonker Willem van Haren (1710-1768).
Uiteraard zijn er ook in het buitenland beroemde dichters die zichzelf van het leven beroofden: de bekendste Vlaming is natuurlijk Jotie ‘T Hooft (1956-1977), en de bekendste Amerikaanse dichter Sylvia Plath (1932-1963). Als je kijkt naar schrijvers (dus geen dichters) dan is de lijst nog veel langer. In 2015 wijdde de Volkskrant nog een artikel aan het fenomeen onder de kop ‘Waarom komt zelfmoord onder schrijvers relatief vaak voor?’. Ik weet niet of dit echt zo is (wie werden er meegenomen in het vergelijkend onderzoek?) maar elke zelfmoord is er een teveel. En de dichters die zelfmoord pleegden worden gemist.
Gelukkig is er altijd het werk van deze dichters. Zoals van Rogi Wieg. In 2015 verscheen bij uitgeverij In de Knipscheer ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ een bloemlezing uit het poëtisch oeuvre van Rogi Wieg, samengesteld en ingeleid door Peter de Rijk. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘In de zin dat ik het sterven niet ken’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘De kam’ uit 2007.
.
In de zin dat ik het sterven niet ken
.
Ik zou me niet laten verleiden
door de vrouw, kennis laat me koud.
Het eeuwige leven,
.
in de zin dat ik het sterven niet ken,
een schildpad liggend op zijn rug,
die betekenis ken ik dan niet.
.
De appel niet hebben gezien,
de beet niet hebben gevoeld,
niet weten dat onder de schil de patholoog
aan het werk is.
.
God niet hebben gezien of gesproken.
Ik ben een alleswetende slak,
ik zou me niet laten verleiden.
.
Graf te B.
Sjoerd Kuyper
.
Toen ik in de bundel ‘Het heelal van jouw hart‘ de mooiste gedichten uit 2012 van Sjoerd Kuyper (1952) het gedicht ‘Graf te B.’ las moest ik meteen denken aan het gedicht ‘Graf te Blauwhuis‘ van Gerard Reve. Zou Kuyper dit gedicht in gedachten hebben gehad? Waarschijnlijk niet gezien het feit dat Sjoerd in Bergen aan Zee woont (wat een logischer verklaring voor de titel zou zijn). De bundel werd overigens samengesteld door Margje Kuyper (de vrouw van Sjoerd en aan wie de bundel is opgedragen) en Thomas Verbogt.
.
Graf te B.
.
Ik wilde nooit iets worden,
ik wilde liever zijn,
het liefst wie ik al was.
.
Nu wil ik niets geweest zijn.
Het is goed zoals het is:
.
geen grijsaard meer, geen man,
geen kind. Kus me
wind, ik ben het gras.
.
Rafels
Jan Eijkelboom
.
Soms lees ik een gedicht en dan vallen me dingen op. Dat gebeurde me ook toen ik in de bundel ‘Je bent mijn liefste woord’ gedichten voor bijzondere momenten uit 2015 aan het lezen was. In deze bundel heeft Anne Vegter ‘nuttige gedichten’ bijeengebracht zoals te lezen is op de achterflap. Het uitgangspunt van deze bloemlezing was dan ook het nut van een gedicht. Op zichzelf natuurlijk een best leuke insteek als het gaat om bloemlezen van poëzie. Of zoals er ook staat: “We zoeken nu eenmaal vaak naar woorden bij bijzondere gelegenheden. En wanneer we iets moeilijk onder woorden kunnen brengen, zijn er gelukkig onze dichters die het voorwerk hebben gedaan”.
Toch was de opzet en uitvoering van deze bloemlezing niet waarom ik specifiek bij een gedicht bleef hangen. Dat was het woord ‘caran d’ache’ of eigenlijk het merk caran d’ache want voor zover ik weet is dat het merk van kleurpotloden. Even opgezocht voor je en ja hoor: Caran d’Ache is afgeleid van het Russische woord karandaš (карандаш), wat overstroming betekent. Deze term stamt oorspronkelijk van het Turkse kara-tash , wat zwarte steen (grafiet) betekent. Het is de naam van een gerenommeerd Zwitsers merk van luxe schrijfwaren en kunstenaarsbenodigdheden, genoemd naar de Frans-Russische cartoonist Emmanuel Poiré, die dit pseudoniem gebruikte.
De reden dat ik juist bij dit woord bleef hangen is dat ik zelf ooit het woord heb gebruikt in een gedicht en ik mij herinner dat Gerrit Komrij het ooit gebruikte in een gedicht. Soms is een aanleiding gelegen in het detail, zoals in dit geval. Het gedicht waarin ik het las is van Jan Eijkelboom (1926-2008) is getiteld ‘Rafels’ en het onderwerp is de dood of doodgaan. Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000.
.
Rafels
.
Toen ving een roodbruine stam nog
de ochtendzon op, puur cederhout
van caran d’ache.
.
Later fladderden er raven
tussen de al even gerafelde takken
van de lariks.
.
Een schicht: de schaduw
van één zwaluw schoot
door de zomer.
.
En in het sprookjesbos
is plotseling de stinkzwam
dwingend aanwezig.
.
Doodgaan behoort tot het zeer weinige
dat niet zou mogen. Toch
wordt het veel gedaan.
.
Dichter bij Achterberg
Simon Vinkenoog
.
Over de dichter Gerrit Achterberg (1905-1962) heb ik al vele malen geschreven op dit blog. In de categorie Dichter over dichter schreven al verschillende dichters een gedicht over deze toch wel omstreden dichter (hij kreeg 16 jaar TBS voor de moord op zijn hospita en de aanranding van haar dochter en hij verbleef meer dan vijf jaar in diverse forensisch psychiatrische inrichtingen), kwam hij in de categorie Dubbelgedicht terug en ook over zijn werk schreef ik meerdere malen.
In 1965 verscheen voor de eerste keer de bundel ‘Dichter bij Achterberg’ samengesteld door Wim Hazeu bij Nijgh & Van Ditmar. Mijn editie is een tweede gewijzigde druk uit 1981. In deze bundel staan maar liefst meer dan vijftig gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters, gewijd aan Gerrit Achterberg. Dat Achterberg niet alleen door tijdgenoten bewonderd werd als dichter (hij ontving onder andere in 1949 de P.C. Hooft-prijs en in 1959 de Constantijn Huygens-prijs en wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie) maar ook door dichters uit latere generaties blijkt uit de bijdragen in deze bundel; van Roland Holst, Mok, Vroman en Polet tot Lucebert, Büch en Vinkenoog. Allemaal schreven ze een gedicht over deze bijzondere dichter.
Achterin de bundel staan vele pagina’s noten met verwijzingen naar artikelen die geschreven zijn over Gerrit Achterger en informatie over de deelnemende dichters.
Volledig willekeurig en alleen maar omdat het vandaag zondag is, koos ik voor het gedicht ‘Zondag’ van Simon Vinkenoog (1928-2009) dat eerder verscheen in zijn bundel ‘Wondkoorts’ uit 1950.
.
Zondag
Voor Gerrit Achterberg
zesmaal de reis om het vers
in evenveel dagen
wakkerworden en de pijn
niet langer kunnen verdragen
.
zandloper woestijn
leeg – het glas gebroken
.
rijmpijn woordenwijn
vrij van de rust der zondagen
te zijn
en voortijds op jacht
naar het laatste woord
.
geen letter gelezen
geen bede verhoord
.
Macht van een vrouw
Stella Bergsma
.
Niet zolang geleden publiceerde uitgeverij Lebowski de verzamelbundel ‘Ik sta in wilde schoonheid’ meer dan 100 gedichten over het vrouwenlichaam geschreven door vrouwen. De bundel werd samengesteld en ingeleid door schrijfster Susan Smit (1974) studeerde Culturele Studies, met als hoofdvak Nederlandse Taal- en Letterkunde, aan de Universiteit van Amsterdam. Overigens heeft ze vele dingen gedaan en geschreven maar voor zover ik kan nagaan nog nooit iets met poëzie.
In deze bundel staan meer dan 100 gedichten over het vrouwenlichaam, door Nederlandse en Vlaamse dichters die er een bewonen. Ik sta in wilde schoonheid wil bevrijden en aanklagen, maar vooral vieren. Want een vrouw zijn, is verrukkelijk. Aldus de flaptekst. Ik koos voor een gedicht van Stella Bergsma (1970) getiteld ‘Macht van een vrouw‘ dat ze schreef naar aanleiding van het onderwerp femicide.
Macht van een vrouw
Vrouw je hebt zoveel macht
je wordt nog mijn dood
Zoveel macht
ik ga eraan kapot
Je weet wat je doet
met je haren, je glimlach
je decolleté in mijn gezicht
Je lange. benen. over elkaar
De meisjes, de meisjes
ze weten het
Het is de natuur, he
Ze hebben de echte macht
Je bent nergens als kerel
En oh, die borsten, die tepels
Ik ga eraan kapot
Ze weten het
daarom doen ze het
Daarom trekken ze het aan
om me aan te trekken
Net dat rokje te kort, die boerka te scheef
Ik zie je, ik wil je, ik zal je hebben
Pas op want ik kan me niet beheersen,
met je macht
Zoveel macht heb je
dat ik me wel aan je moet vergrijpen
Zoveel macht dat je altijd net iets meer op je
hoede moet zijn dan ik
Dus doe wat ik zeg
Houd je in
Zuip niet teveel
Bedek jezelf, verberg je lichaam
Reis niet alleen
Ga niet ’s avonds laat over straat
Gevaarlijke vrouw die je bent
Je hebt me in je macht
en als je me afwijst
dan word ik kwaad. met je macht
Woedend als je me niet wilt, met je macht
Jij had me zelf uitgenodigd met je macht
Met je haar, je ogen, je mond, je rokje, je hoofddoek, je lach
Je vriendelijke woorden, je adem, je hals
Ik heb mezelf niet in de hand, gevaarlijke vrouw
Ik ben buiten zinnen als ik mijn zin niet krijg, gevaarlijke vrouw
Je bent in gevaar, gevaarlijke vrouw
Zoveel macht heb je, ik houd het niet meer
Zoveel macht, je wordt nog mijn dood
Zoveel macht, ik ga er aan kapot
Zoveel macht, wijs me niet af
Zoveel macht, ik moet je hebben
Zoveel macht, ik moet je hebben, ik moet je hebben
Pas op, pas op, pas op, pas op, pas…ik, ik
Ik word nog jouw dood.














