Site-archief

Wim T. Schippers overleden

Helaas dood

.

Gisteren werd bekend dat programmamaker, acteur, stemacteur, schrijver, dichter, presentator en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers (1942-2026) is overleden. Er is ontzettend veel te vertellen over Wim T. Schippers maar ik zal me beperken tot de keren dat hij en zijn werk op dit blog een plek kregen. De eerste keer was in 2014, ik schreef toen een stuk over deel 3 in de Ronflonflon reeks (verwijzend naar het gelijknamige radioprogramma Ronflonflon met Jacques Plafond, dat Wim T. Schippers in de jaren 1984-1991 op radio 3 en radio 5 presenteerde en waar de huisdichter Wilhelmina Kuttjke (met twee T een prominente plaats innam) met als titel ‘Kuttje compleet’ gedichten van Wilhelmina Kuttje uitgelegd aan Jacques Plafond.

De keer daarna was in 2019 bij het overlijden van Janine van Elzakker, die de rol van Wilhelmina Kuttje vervulde in Ronflonflon met Jacques Plafond. In de overlijdensadvertentie stond toen de tekst: Helaas dood. Een typische Wim T. Schipperiaanse opmerking. In 2021 schreef ik over een verzamelbundel ‘Congressen‘ van de dienstenbond FNV waarin een van de verassende keuzes van Cox Habbema, de samensteller, van Wim T. Schippers was.

In 2022 schreef ik over een vakantiegedicht van Ingmar Heytze (zelf een groot bewonderaar van Wim T. Schippers) dat begint met een quote van Wim. En als laatste wijdde ik twee berichten aan de winnaar van de Jana Beranováprijs (waar ik als jurylid deel van uitmaakte). Die prijs werd in 2023 toegekend aan Wim T. Schippers. Wat ik me vooral heel goed herinner is de speech die Wim gaf bij de overhandiging van de prijs in Boekhandel Donner in Rotterdam. Ongelofelijk grappig, eloquent, absurd, typisch maar zo goed, zo typisch Wim T. Schippers. Hij was oprecht blij met de prijs vertelde hij (en iedereen aanwezig geloofde hem) omdat dit de eerste prijs was die hij kreeg voor zijn werk als schrijver/dichter. Hij had vele prijzen gekregen maar allemaal voor zijn werk als kunstenaar en scenarioschrijver.

Ik zal hem altijd onthouden om zijn geweldige shows, zijn programma’s op televisie, zijn radioprogramma’s en zelfs zijn manier van presenteren van Zomergasten bij de VPRO. En als dichter, want dat was hij ook. In 1975 verscheen onder de naam B. Servet (Barend Servet, een van zijn creaties) het bundeltje ‘Eén per pagina’ in een oplage van 1500 stuks. Ergens op internet las ik dat het hier een dichtbundel van de kunstenaar Fluxus betreft, die op amusante wijze aan zijn titel is gekomen doordat de uitgever de instructie om slechts één gedicht per pagina te plaatsen verkeerd begreep en het per ongeluk op de omslag afdrukte. Ik denk dat het allemaal uit het heerlijke absurde brein van Wim T. Schippers kwam.

In dit bundeltje korte gedichtjes, een die nu veel op de social media langs komt; Dood / Niks aan te doen. Een gedichtje dat doet denken aan de overlijdensadvertentie van Janine van Elzakker. Maar ook iets langere gedichtjes. Hier een paar voorbeelden.

.

Het zonnetje

.

Lacht het zonnetje?

of is het zonnetje soms kwaad

of alleen maar verdrietig.

De Maan

lacht de Maan?

een straatbeeld van zegge en schrijve

zeven pond en ruim drie ons

ik dank u wel

ik pas voor dergelijke gortige gedachten

dit soort poeha

staat mij in ’t geheel niet aan

doch mocht ik onverhoopt

op andere gedachten geraken

dan hoort u nog van mij

daar kunt u van op aan

het zij zo

.

Credo

.

daar kom ik ook nog es

aankakken

met wat wazig materiaal

.

Crossend door woestenijen

.

het bekende geëikel

van vallen en opstaan

in een extra dimensie

dit keer

want op weg naar jou, mijn liefste

.

 

De zelfverkozen dood

Rogi Wieg

.

Tien jaar geleden (ruim) was het een zwaar jaar voor de poëzie. Binnen een jaar pleegden maar liefst drie bekende Nederlandse dichters zelfmoord; Rogi Wieg (1962-2015), Joost Zwagerman (1963-2015) en Wim Brands (1959-2016). Drie generatiegenoten ook nog. In de geschiedenis zijn zij niet de enige dichters die zich van het leven beroofden, wat denk je van Jan Arends (1925-1974), Halbo C. Kool (1907-1968) en Jan Emmens (1924-1971). De bekendste dichter uit de 19e eeuw is François Haverschmidt (1835-1894) bekend onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens. En kijken we nog verder terug dan is er in de 18e eeuw nog de Friese jonker Willem van Haren (1710-1768). 

Uiteraard zijn er ook in het buitenland beroemde dichters die zichzelf van het leven beroofden: de bekendste Vlaming is natuurlijk Jotie ‘T Hooft (1956-1977), en de bekendste Amerikaanse dichter Sylvia Plath (1932-1963). Als je kijkt naar schrijvers (dus geen dichters) dan is de lijst nog veel langer. In 2015 wijdde de Volkskrant nog een artikel aan het fenomeen onder de kop ‘Waarom komt zelfmoord onder schrijvers relatief vaak voor?’. Ik weet niet of dit echt zo is (wie werden er meegenomen in het vergelijkend onderzoek?) maar elke zelfmoord is er een teveel. En de dichters die zelfmoord pleegden worden gemist.

Gelukkig is er altijd het werk van deze dichters. Zoals van Rogi Wieg. In 2015 verscheen bij uitgeverij In de Knipscheer ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ een bloemlezing uit het poëtisch oeuvre van Rogi Wieg, samengesteld en ingeleid door Peter de Rijk. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘In de zin dat ik het sterven niet ken’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘De kam’ uit 2007.

.

In de zin dat ik het sterven niet ken

.

Ik zou me niet laten verleiden

door de vrouw, kennis laat me koud.

Het eeuwige leven,

.

in de zin dat ik het sterven niet ken,

een schildpad liggend op zijn rug,

die betekenis ken ik dan niet.

.

De appel niet hebben gezien,

de beet niet hebben gevoeld,

niet weten dat onder de schil de patholoog

aan het werk is.

.

God niet hebben gezien of gesproken.

Ik ben een alleswetende slak,

ik zou me niet laten verleiden.

.

Graf te B.

Sjoerd Kuyper

.

Toen ik in de bundel ‘Het heelal van jouw hart‘ de mooiste gedichten uit 2012 van Sjoerd Kuyper (1952) het gedicht ‘Graf te B.’ las moest ik meteen denken aan het gedicht ‘Graf te Blauwhuis‘ van Gerard Reve. Zou Kuyper dit gedicht in gedachten hebben gehad? Waarschijnlijk niet gezien het feit dat Sjoerd in Bergen aan Zee woont (wat een logischer verklaring voor de titel zou zijn). De bundel werd overigens samengesteld door Margje Kuyper (de vrouw van Sjoerd en aan wie de bundel is opgedragen) en Thomas Verbogt.

.

Graf te B.

.

Ik wilde nooit iets worden,

ik wilde liever zijn,

het liefst wie ik al was.

.

Nu wil ik niets geweest zijn.

Het is goed zoals het is:

.

geen grijsaard meer, geen man,

geen kind. Kus me

wind, ik ben het gras.

.

Rafels

Jan Eijkelboom

.

Soms lees ik een gedicht en dan vallen me dingen op. Dat gebeurde me ook toen ik in de bundel ‘Je bent mijn liefste woord’  gedichten voor bijzondere momenten uit 2015 aan het lezen was. In deze bundel heeft Anne Vegter ‘nuttige gedichten’ bijeengebracht zoals te lezen is op de achterflap. Het uitgangspunt van deze bloemlezing was dan ook het nut van een gedicht. Op zichzelf natuurlijk een best leuke insteek als het gaat om bloemlezen van poëzie. Of zoals er ook staat: “We zoeken nu eenmaal vaak naar woorden bij bijzondere gelegenheden. En wanneer we iets moeilijk onder woorden kunnen brengen, zijn er gelukkig onze dichters die het voorwerk hebben gedaan”.

Toch was de opzet en uitvoering van deze bloemlezing niet waarom ik specifiek bij een gedicht bleef hangen. Dat was het woord ‘caran d’ache’ of eigenlijk het merk caran d’ache want voor zover ik weet is dat het merk van kleurpotloden. Even opgezocht voor je en ja hoor: Caran d’Ache is afgeleid van het Russische woord karandaš (карандаш), wat overstroming betekent. Deze term stamt oorspronkelijk van het Turkse kara-tash , wat zwarte steen (grafiet) betekent. Het is de naam van een gerenommeerd Zwitsers merk van luxe schrijfwaren en kunstenaarsbenodigdheden, genoemd naar de Frans-Russische cartoonist Emmanuel Poiré, die dit pseudoniem gebruikte.

De reden dat ik juist bij dit woord bleef hangen is dat ik zelf ooit het woord heb gebruikt in een gedicht en ik mij herinner dat Gerrit Komrij het ooit gebruikte in een gedicht. Soms is een aanleiding gelegen in het detail, zoals in dit geval. Het gedicht waarin ik het las is van Jan Eijkelboom (1926-2008) is getiteld ‘Rafels’ en het onderwerp is de dood of doodgaan. Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000.

.

Rafels

.

Toen ving een roodbruine stam nog

de ochtendzon op, puur cederhout

van caran d’ache.

.

Later fladderden er raven

tussen de al even gerafelde takken

van de lariks.

.

Een schicht: de schaduw

van één zwaluw schoot

door de zomer.

.

En in het sprookjesbos

is plotseling de stinkzwam

dwingend aanwezig.

.

Doodgaan behoort tot het zeer weinige

dat niet zou mogen. Toch

wordt het veel gedaan.

.

 

Dichter bij Achterberg

Simon Vinkenoog

.

Over de dichter Gerrit Achterberg (1905-1962) heb ik al vele malen geschreven op dit blog. In de categorie Dichter over dichter schreven al verschillende dichters een gedicht over deze toch wel omstreden dichter (hij kreeg 16 jaar TBS voor de moord op zijn hospita en de aanranding van haar dochter en hij verbleef meer dan vijf jaar in diverse forensisch psychiatrische inrichtingen), kwam hij in de categorie Dubbelgedicht terug en ook over zijn werk schreef ik meerdere malen.

In 1965 verscheen voor de eerste keer de bundel ‘Dichter bij Achterberg’ samengesteld door Wim Hazeu bij Nijgh & Van Ditmar. Mijn editie is een tweede gewijzigde druk uit 1981. In deze bundel staan maar liefst meer dan vijftig gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters, gewijd aan Gerrit Achterberg. Dat Achterberg niet alleen door tijdgenoten bewonderd werd als dichter (hij ontving onder andere in 1949 de P.C. Hooft-prijs en in 1959 de Constantijn Huygens-prijs en wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie) maar ook door dichters uit latere generaties blijkt uit de bijdragen in deze bundel; van Roland Holst, Mok, Vroman en Polet tot Lucebert, Büch en Vinkenoog. Allemaal schreven ze een gedicht over deze bijzondere dichter.

Achterin de  bundel staan vele pagina’s noten met verwijzingen naar artikelen die geschreven zijn over Gerrit Achterger en informatie over de deelnemende dichters.

Volledig willekeurig en alleen maar omdat het vandaag zondag is, koos ik voor het gedicht ‘Zondag’ van Simon Vinkenoog (1928-2009) dat eerder verscheen in zijn bundel ‘Wondkoorts’ uit 1950.

.

Zondag 

Voor Gerrit Achterberg

 

zesmaal de reis om het vers

in evenveel dagen

wakkerworden en de pijn

niet langer kunnen verdragen

.

zandloper woestijn

leeg – het glas gebroken

.

rijmpijn woordenwijn

vrij van de rust der zondagen

te zijn

en voortijds op jacht

naar het laatste woord

.

geen letter gelezen

geen bede verhoord

.

Voor Victor van Vriesland

Michel van der Plas

.

In de categorie Dichter over dichter vandaag een gedicht van dichter, schrijver, journalist, vertaler, tekstschrijver en samensteller van bloemlezingen Michel van der Plas (1927-2013) over dichter, criticus, vertaler en voorzitter van de (internationale) PEN-club Victor van Vriesland (1892-1974).

Van Vriesland bezocht het Gymnasium Haganum aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag, dat toen nog Eerste Stedelijk Gymnasium heette. Daar kwam hij in aanraking met de literatuur en raakte hij onder meer bevriend met Martinus Nijhoff. Hij maakte er kennis met het werk van de Franse auteurs André Gide en Paul Valéry. Sterk beïnvloed door de poëzie van laatstgenoemde publiceerde Van Vriesland reeds op jeugdige leeftijd gedichten in Verweys tijdschrift De Beweging.

Michel van der Plas debuteerde in 1947 met de bundel ‘Going my way’ en vertalingen van Engelse poëzie. Hij had een voorkeur voor sonnetten en sloot daarbij aan bij een eerdere dichtkunst, die in de jaren 1950 werd overvleugeld door de vrije regelval van de ‘Vijftigers’. Toch heeft hij deze dichtvorm nooit vaarwel gezegd. Naast dichter was hij vooral bekend als tekstschrijver voor het cabaret van onder andere Wim Zonneveld, Gerard Cox en Wim Kan.

In zijn debuutbundel ‘Going my way’ is een gedicht opgenomen dat hij voor Victor van Vriesland schreef.

.

MOET men niet oud zijn, levend van zijn wijsheid,

moet men de open bedelhand der jeugd niet

hebben gesloten, bruusk misschien, vol weerzin,

misschien gelaten,

.

om de zo grootse rijkdom te verdienen

dat men een zoon mag heffen in zijn handen:

hoog, als de droom die eeuwig bleef toen bijna

elke droom dood was?

.

Rijkdom der wijsheid, nimmer zal een kind u

zó leren kennen, als in de ogen van de

man die zijn dagen keuren kan als vruchten

zonder te proeven.

.

Schoon is de morgen als hij met zijn kind de

nachten uittreedt van bitterheid, o, schoon is

alles als men het leven juichend draagt in

Simeonshanden.

.

 

Macht van een vrouw

Stella Bergsma

.

Niet zolang geleden publiceerde uitgeverij Lebowski de verzamelbundel ‘Ik sta in wilde schoonheid’ meer dan 100 gedichten over het vrouwenlichaam geschreven door vrouwen. De bundel werd samengesteld en ingeleid door schrijfster Susan Smit (1974) studeerde Culturele Studies, met als hoofdvak Nederlandse Taal- en Letterkunde, aan de Universiteit van Amsterdam. Overigens heeft ze vele dingen gedaan en geschreven maar voor zover ik kan nagaan nog nooit iets met poëzie.

In deze bundel staan meer dan 100 gedichten over het vrouwenlichaam, door Nederlandse en Vlaamse dichters die er een bewonen. Ik sta in wilde schoonheid wil bevrijden en aanklagen, maar vooral vieren. Want een vrouw zijn, is verrukkelijk. Aldus de flaptekst. Ik koos voor een gedicht van Stella Bergsma (1970) getiteld ‘Macht van een vrouw‘ dat ze schreef naar aanleiding van het onderwerp femicide.

 

Macht van een vrouw

Vrouw je hebt zoveel macht
je wordt nog mijn dood
Zoveel macht
ik ga eraan kapot
Je weet wat je doet
met je haren, je glimlach
je decolleté in mijn gezicht
Je lange. benen. over elkaar
De meisjes, de meisjes
ze weten het
Het is de natuur, he
Ze hebben de echte macht
Je bent nergens als kerel
En oh, die borsten, die tepels
Ik ga eraan kapot
Ze weten het
daarom doen ze het
Daarom trekken ze het aan
om me aan te trekken
Net dat rokje te kort, die boerka te scheef
Ik zie je, ik wil je, ik zal je hebben
Pas op want ik kan me niet beheersen,
met je macht
Zoveel macht heb je
dat ik me wel aan je moet vergrijpen
Zoveel macht dat je altijd net iets meer op je
hoede moet zijn dan ik
Dus doe wat ik zeg
Houd je in
Zuip niet teveel
Bedek jezelf, verberg je lichaam
Reis niet alleen
Ga niet ’s avonds laat over straat
Gevaarlijke vrouw die je bent
Je hebt me in je macht
en als je me afwijst
dan word ik kwaad. met je macht
Woedend als je me niet wilt, met je macht
Jij had me zelf uitgenodigd met je macht
Met je haar, je ogen, je mond, je rokje, je hoofddoek, je lach
Je vriendelijke woorden, je adem, je hals
Ik heb mezelf niet in de hand, gevaarlijke vrouw
Ik ben buiten zinnen als ik mijn zin niet krijg, gevaarlijke vrouw
Je bent in gevaar, gevaarlijke vrouw
Zoveel macht heb je, ik houd het niet meer
Zoveel macht, je wordt nog mijn dood
Zoveel macht, ik ga er aan kapot
Zoveel macht, wijs me niet af
Zoveel macht, ik moet je hebben
Zoveel macht, ik moet je hebben, ik moet je hebben
Pas op, pas op, pas op, pas op, pas…ik, ik
Ik word nog jouw dood.

.

 

De beste poëzie, slamdichters en rapteksten

André Sollie

.

Op nieuw kocht ik voor een habbekrats een verzamelwerkje uit de Rainbow pockets; Dit keer ‘Dicht! De beste Poëzie, Slamdichters en Rapteksten’. uit 2009. Samengesteld door Henk van Zuiden. Op zichzelf is de combinatie van slampoëzie, rapteksten en poëzie (en wat mij betreft aangevuld met Spoken Word) een heel logische, het zijn eigenlijk allemaal loten aan dezelfde stam van deze hoek van de literatuur, waarbij ik de poëzie dat leidend vind. Slampoëzie is vooral een manier van voordracht en eigenlijk zijn Rapteksten dat ook, maar dan veelal rijmend en daarbij worden de grenzen van het rijm behoorlijk opgerekt, en Spoken Word is eigenlijk meer een vorm van voordracht die niet perse poëzie is, het is eigenlijk een mengvorm van proza en poëzie is en vooral draait om storytelling.

Bijzonder dus dat er een bundeling van zoveel verschillende soorten van uitdrukking (laten we het zo maar even noemen) is samengesteld. De tekst op de achterkant van de bundel biedt uitkomst. Henk van Zuiden verzamelde gedichten en teksten die geschikt zijn voor iedereen – maar toch vooral voor jongeren werden gekozen. Aan de inhoud, de verschillende dichters en rappers in de bundel, kun je zien dat die inderdaad sterk op jongeren leunt. Zo is er werk van Huub van der Lubbe, Brainpower, Ali B. (toen dat nog kon), Lange Frans (voordat ie volledig doordraaide) en Yes-R opgenomen maar grappig genoeg ook werk van Alexander Pola (1914-1992), Ida Vos (1931-2006) en Jana Beranová (1932). Maar ook namen die je juist verwacht; Upperfloor, Gijs ter Haar, Daniël Dee, Bart FM Droog, Ruben van Gogh en Jeroen Naaktgeboren.

Maar ook een naam die ik niet kende namelijk André Sollie (1947-2025) was een Vlaams auteur en illustrator van kinder- en jeugdboeken en dichtbundels (er zijn ook een paar dichters van jeugdpoëzie opgenomen als Ted van Lieshout en Edward van de Vendel). Sollie debuteerde in 1986 met zijn eerste dichtbundel voor de jeugd ‘Soms, dan heb ik flink de pest in’, gevolgd in 1991 door ‘Zeg maar niks’ en in 1997 de autobiografische dichtbundel ‘Het ijzelt in juni’. In 2008 verscheen een dichtbundel voor jonge kinderen ‘Altijd heb ik wat te vieren’. Van Sollie koos ik het gedicht uit ‘Altijd heb ik wat te vieren’ getiteld ‘Toen’.

.

Toen

.

Vroeger vond ik alles leuker.

Toen mijn penvriend me nog schreef,

ik nog niet op internaat was.

Veilig bij mijn ouders bleef.

.

Toen mijn cavia nog leefde,

ik mijn blindedarm nog had.

Hoefde ik nog niet die beugel.

Woonden we nog in de stad.

.

Poes was nog niet weggelopen

en ik had nog geen acne.

En mijn pa nog geen verkering

met die slet uit Merendree.

.

Kortom. álles was toen beter;

elke zondag krentenbrood.

Was mijn fiets nog niet gestolen.

En mijn moeder nog niet dood.

.

Crematie

Robinson Jeffers

.

Vandaag voor mijn boekenkast pakte ik, zonder te kijken, de bundel ‘Een boek van wondere dingen’ van een plank. Deze bundel uit 2018 heeft als ondertitel ‘Poëzie die inspireert, troost, ontroert’ en is samengesteld door Daan Bronkhorst voor uitgeverij De Geus en Amnesty International. Opnieuw zonder te kijken opende ik de bundel op pagina 199 waar het gedicht ‘Crematie’ staat van de Amerikaanse dichter Robinson Jeffers (1887-1962). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in ‘The Collected Poetry’ in 1995 en dit gedicht werd vertaald door Ellen Nieuwenhuis.

Jeffers was een eigenzinnig man. Hij leefde in een zelfgebouwde hut in de bossen van Californië en zijn populariteit als dichter leed onder zijn standpunt dat de Verenigde Staten niet moest deelnemen aan de Tweede Wereldoorlog. Hij muntte het woord ‘inhumanisme’ om uit te drukken dat mensen te egoïstisch zijn om de ‘verbijsterende schoonheid van de dingen’ te waarderen.

.

Crematie

.

Het do0et bijna mijn angst voor de dood teniet, zei mijn dier-

baarste,

Als ik aan crematie denk. Te rotten in de aarde

Is een weerzinwekkend einde, maar om te brullen in de vlam-

men – daar ben ik overigens aan gewend.

Ik brandde zo vaak in mijn leven van liefde of woede,

Geen wonder dat mijn lichaam moe is, geen wonder dat het

stervende is.

We hadden veel plezier van mijn lichaam. Verstrooi de as.

.

Zondag

Sophia Blyden

.

In de bundel ‘Stip op de horizon’ 80 jaar vrijheid in 80 gedichten uit 2024 zijn gedichten opgenomen over vrijheid. Op 5 mei 2025 was het 80 jaar geleden dat de tweede wereldoorlog tot een eind kwam in Nederland. Terwijl we dagelijks in landen als Oekraïne en nu pas weer Polen, om ons heen zien hoe broos een begrip als vrijheid is, altijd in het besef dat het geen vanzelfsprekendheid is.

Wat is het wel? Wat betekent vrijheid voor ons, waardoor wordt ze beperkt, hoe herdenken we haar? Dat waren vragen die samensteller Mirjam van Hengel van deze jubileumbundel (80 jaar vrij) stelde aan 80 dichters als Bart Chabot, Anna Enquist, Babs Gons, Erik Jan Harmens, Judith Herzberg, Ingmar Heytze, Iduna Paalman en Lucas Rijneveld (en nog 72) met daarbij de vraag om hierover een gedicht te schrijven.

Ook dichter, schrijver en programmamaker Sophia Blyden (1993) werd deze vraag gesteld. Haar bijdrage met de titel ‘Zondag’ kan ik hier natuurlijk alleen maar op zondag plaatsen.

.

Zondag

.

dagen waarop de wasmachine draait, de gordijnen

open schuiven, het asfalt nat van de nacht, zonlicht

weerkaatst door de ramen als echo’s, je mijn hand

pakt tijdens het koffiedrinken

.

dagen waarop de boeken lonken in de kast, er tijd

is om gedichten te lezen, de wijnglazen van gister

nog op tafel, kringen in het blad, mijn moeder belt

en we samen opa missen

.

dagen waarop de afwas met de hand, de lp-speler

overuren maakt en we dansen, de bank langzaam

verslijt, druppels op het dakraam, het enige wat ik

wil doen is niets

.

we staan voor het keukenraam, slaan onze armen

om elkaar heen, zien hoe twee duiven takjes verzamelen

en we kijken ernaar

.