Categorie archief: Gedichten in de openbare ruimte
Voskuil
Geplaatst door woutervanheiningen
Dichters op de begraafplaats
.
Gistermiddag was er op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag een bijeenkomst van dichters, georganiseerd door Dichter bij de Dood, die een gedicht hadden geschreven (en daar voordroegen) over de, in Den Haag geboren, schrijver J.J. Voskuil (1926-2008) naar aanleiding van zijn honderdste geboortedag (1 juli). Het eerste aardige weetje dat ik tegenkwam over J.J. Voskuil was dat hij ooit debuteerde met een gedicht. Het titelloze gedicht met de beginregel ‘Als ik groot ben’ werd door Voskuil kennelijk tijdens zijn studie geschreven.
In ‘Bij nader inzien‘ staat beschreven hoe Maarten Koning het aan Chris van Heel schenkt, die het wil opnemen in een bundel met bijlage ‘anonieme poëzie van het volk’. Chris van Geel (1917-1974) publiceerde het uiteindelijk in 1963 in het tijdschrift Barbarber, met vermelding van Voskuils naam. Het gedicht werd opnieuw gepubliceerd in Van Geels bundel ‘Dank aan de koekoek’ (1980) en is opgenomen in Van Geels ‘Verzamelde Gedichten’.
Daarbuiten
De zon scheen net als de dag ervoor, de bomen en de koppen
als altijd naar buiten gericht, er was geen aanleiding voor een
gesprek. Wel vragen, altijd vragen en verwijten en verwachtingen.
Onuitgesproken, onder de huid etterend, een samenleving binnen
schijnbaar beschermende muren. Een dag was pas een dag bij het uit-
klokken, bij het fietsenhok, de fijne avond die plichtmatig, speels verveeld
uit bekende monden klonk. Daarbuiten lag een wereld te ontdekken, tot
een moment van wekken; 07.00 uur, op weg naar opnieuw een opstelling,
een trekken en duwen, vriendschappelijk toneel, gedwongen enthousiasme,
terwijl daarbuiten de bomen meewarig de kruinen schudden. Het licht
in dunne strepen op de vloer. Tot een lamellengordijn ook die rust
verstoort en de aandacht verlegd naar de onrust van tot elkaar verhouden.
.
Geplaatst in Dichter bij de dood, Favoriete dichters, Gedichten, Gedichten in de openbare ruimte, Nieuws, Poëzie evenementen
Tags: 1 juli, 100ste geboortedag, 1917, 1926, 1963, 1974, 1980, 2008, Als ik groot ben, anonieme poëzie van het volk, Barbaber, begraafplaats, Bij nader inzien, Chris van Geel, Chris van Heel, Daarbuiten, Dank aan de koekoek, debuut, Den Haag, dichter, Dichter bij de dood, dichters, gedicht, gedichten, J.J. Voskuil;, literair tijdschrift, Maarten Koning, nieuw gedicht, Oud Eik en Duinen, poëzie, schrijver, Verzamelde gedichten, Wouter van Heiningen
Poëzieperiscoop
Geplaatst door woutervanheiningen
Trenčín
.
Van vrienden Ed en Brenda kreeg ik een appje vanuit Slowakije, vanuit Trenčín. In dat appje foto’s en een filmpje van een soort periscoop op een plein waaruit je, door te draaien aan de handel aan de zijkant, gedichten te horen krijgt. Uiteraard word ik daar nieuwsgierig van en Brenda stuurde me, nog voor ik kon gaan zoeken al een link toe (waarvoor dank!) over dit alleraardigste initiatief.
Het betreft hier de Kaledomat of, zoals ie vernoemd is, de Poesiomat. Het is een bijzonder object dat lijkt op een periscoop van een onderzeeër. Het heeft een slinger en na het draaien werden er in eerste instantie kerstliederen uit verschillende landen van de Europese Unie afgespeeld. Nu biedt het echter gedichten van Trenčín-dichters van nu en vroeger, natuurgeluiden die verbonden zijn met de plek waar het staat, liederen en sprookjes.
Sinds 2015 plaatst de Tsjechische vereniging Piána na ulici, opgericht door Ondřej Kobza, poesiomats in de straten van de stad. “Oorspronkelijk ging het vooral om jukeboxen voor poëzie, maar in de loop der tijd is het concept uitgegroeid tot de huidige vorm, waarbij de Poesiomat de symboliek van een plek probeert vast te leggen – het is een soort versterker van de genius loci (de garantie van een plaats) “, legt Ondřej Kobza uit. “De magie van een plek kan verschillende vormen aannemen. Daarom kan een luisteraar van een Poesiomat, naast gedichten, bijvoorbeeld een sprookje of natuurgeluiden tegenkomen “, voegt hij eraan toe.
De Poesiomat die op het Štúrovo-plein in Trenčín in december 2025 is geplaatst, is de meest beluisterde van heel Tsjechië en Slowakije (meer dan 80 staan er al her en der), al meer dan 45.000 keer werden er gedichten afgespeeld. De Poesiomat werd ingesproken door acteurs en actrices van het Normálka Theater in Trenčín en door de acteur en mimespeler Pavol Seriš.
Een van de dichters die te horen zijn in de Poesiomat is de dichter Rudolf Dobiáš (1934). Deze dichter heeft een zeer bewogen leven achter de rug, wat terugkomt in een van zijn bekendste gedichten ‘Niet-verzonden brief’, vertaald uit het Slowaaks door John Minahene.
.
Niet-verzonden brief
.
Met mijn eigen kruis in een koude cel
, ver van de hemel,
schreef ik naar huis: Ik voel me heel goed,
ik heb niets nodig.
De bewakers waken over mij,
wat heb ik nog te vrezen?
Ik weet dat Gods molens mij malen
en tot brood vermalen.
Mijn lichaam gloeit nu als door koorts
in Gods eigen gloeiende kolen,
en deze vier muren van puur wit
verheerlijken en prijzen Hem.
Mama, ik voel me prima. Dat is waar,
maar ik vind het wel jammer dat ik niet bij je kan zijn.
.
Geplaatst in Dichter in verzet, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1934, 45.000 keer afgespeeld, 80 Poesiomats, dichter, dichters, garantie van een plaats, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, John Minahene, Kaledomat, liederen, mimespeler, Niet-verzonden brief, Normálka Theater, Ondřej Kobza, Pavol Seriš, periscoop, Piána na ulici, poëzie, poëzieperiscoop, Poesimat, Rudolf Dobiáš, Slowaakse dichter, Slowakije, sprookjes, Trenčín, Tsjechië, versterker van de genius loci, vertaler, Vertaling, Štúrovo-plein
Rijmelarij
Geplaatst door woutervanheiningen
Holland op z’n malst
.
In de nieuwsbrief van Meander en op verschillende social media kanalen verzorgt Jos van Hest al geruime tijd de rubriek Readymades. In deze rubriek verzamelt hij allerhande uitingen die hij tegenkomt en die op de een of andere manier als een vorm van readymade poëzie gezien kan worden. In de Volkskrant is er een rubriek die een beetje hetzelfde doet onder de noemer ‘De poëzie ligt op straat’.
Ik moest meteen denken aan deze twee vrolijke vormen van ‘poëzie’ toen ik in een kringloopwinkel een bundeltje tegen kwam (en kocht) met de titel ‘Holland op z’n malst’ uit 1978, een bundeling van koddige en ernstige opschriften op luifels, wagens, glazen, borden, graven en elders, samengesteld door Sam Waagenaar. Lezend in dit grappige bundeltje moest ik ook regelmatig denken aan de categorie Gedichten op vreemde plekken die ik jarenlang op dit blog heb bijgehouden.
In zijn inleiding schrijft Waagenaar dat na de serie oorlogen tegen Engeland er een tijd aanbrak van welvaart, In de schilderkunst maar ook in de literatuur. Hij haalt Vondel, Hooft en Cats aan en naar aanleiding van het lofschrift van Vollenhove op de dichter P.C. Hooft waarin hij schrijft: “Zoo ooit uw pen zich eer of duur belooft, begin toch niets in ’t Neerduitsch zonder Hooft” vervolgt hij met: “Dat stukje literair advies werd volkomen nonchalant opzij gegooid, maar toch, misschien geïnspireerd door de grote Nederlandse dichters, nam Jan en Alleman de pen op en dichtte op zijn beurt.”
De resultaten waren niet direct verbeterde ediuties van de Gijsbrecht maar dat deed er niet toe, als ’t maar rijmde. Zodoende werd het rijmen en dichten een soort volksziekte, waarbij vergeleken het tegenwoordig op papier zetten van Sinterklaasgedichtjes niets anders dan een bloedarmoedige imitatie is. Ook de middenstand gaf zich hieraan over. Omdat er destijds nog geen reclame-experts waren, deed men dit gewoon zelf. Gedichtjes en rijmen werden geplaats op glazen, geschilderd op uithangborden, muren, deuren, schuttingen en toiletten.
In 1690 had een Amsterdamse uitgever Jeroen Jeroense, het idee om een verzameling aan te leggen van al deze puntdichten en graffiti.Veertig jaar later, in 1731 had hij drie verdere versies uit zijn uitgebreide verzameling toegevoegd. Uit de 2500 door Jeroense verzamelde dichterlijke vondsten koos Waagenaar 350 rijmelarijen en deze werden in dit bundeltje gepubliceerd. Hieronder een paar van de leukste voorbeelden.
.
Een paar Glas-schriften:
Hoe kan een jonge Vrou, een out man zoo bedriegen? Een ander maakt het Kint, en hy moet zitten wiegen.
Die in Venus Lusthof wil wandelen, moet stout zyn in ’t verzoek en zagtjes in het handelen.
Myn hert en tong blyft even jong. Maar myn standaart en myn bienen willen my niet langer dienen.
Een paar Luifel-schriften:
Tot een bakker omtrent Heusden:
Kain sloeg Abel in ’t Oosten doot, daarom woont hier Abel in ’t Westen, en hij bakt er broot.
Tot een Spekverkoper:
Die Saucysen koopt en weduwen trouwt, weet niet wat daar is in gedouwt.
Een paar Graf-schriften:
te Maaslands Sluis:
Hier in der aarde, by de swarte mollen, leid een Ontvanger van verscheiden Tollen; Is de Ziel in den Hemel, zo is alle dingen wel, want daar waaren ‘er veel die hem wenschten in de Hel.
Hier lyt Tryn Snaps, sy had altyd veel klaps, en dit en heeft ‘er tot den einde niet berouwen, maar ze leit daar ze leit, ze zal nou haar bek wel houwen.
.
Geplaatst in Dichtbundels, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, light verse
Tags: 1690, 1731, 1978, 2500 vondsten, 350 rijmelarijen, Amstyerdam, De poëzie ligt op straat, Deuren, dichtbundel, dichter, drie versies, gedicht, gedichten, gedichten op vreemde plekken, gedichtenbundel, Gijsbrecht, glazen, graffiti, graven, Holland op z'n malst, Jacob Cats, Jeroen Jeroense, Jos van Hest, kringloopwinkel, luiels, Meander, muren, P.C. Hooft, poëzie, poëziebundel, puntdichten, readymades, rijmen, Sam Waagenaar, schuttingen, toiletten, uithangborden, Volkskrant, Vondel
Shrikanth Reddy
Geplaatst door woutervanheiningen
Poëzie op een bus
.
Het Amerikaanse Poetry in Motion-programma werd in 1992 gelanceerd door de Poetry Society of America (PSA) en is tegenwoordig een van de populairste publieke literaire programma’s in de Amerikaanse geschiedenis. Sinds 1992 plaatsen MTA (Metropolitan Transportation Authority) New York City Transit en de Poetry Society of America gedichten in het openbaar vervoer van de stad, in bussen en treinen, op posters en aan de muren van metrostations.
Poetry In Motion selecteert en toont elk kwartaal twee gedichten, in totaal acht per jaar, in de metro van New York City Transit. In de loop der jaren heeft het soortgelijke programma’s in meer dan 30 steden in het hele land geïnspireerd. Tot de meest recente toevoegingen aan Poetry In Motion behoren ‘ Little Prayer’ van Danez Smith en ‘Everything’ van Srikanth Reddy in Nashville.
In de meeste steden worden de winnende gedichten op posters in de bussen geplaatst. In Nashville, Tennessee, was de vraag vanuit de Music City-wedstrijd om gedichten van maximaal 25 woorden aan te leveren. De winnende gedichten werden aan de buitenkant van de bus afgedrukt (evenals op posters, OV-kaarten en bushaltes). Hieronder het gedicht van Srikanth Reddy (1973).
Reddy is hoogleraar Engels en creatief schrijven aan de Universiteit van Chicago, zijn poëzie is gepubliceerd in Jacket magazine, Poetry Northwest, Harper’s Magazine enThe Guardian en zijn literaire kritiek is verschenen in The New York Times , Lana Turner, Raritan, PEN America en andere publicaties. In oktober 2021 werd Reddy benoemd tot redacteur van Phoenix Poets, een boekenreeks uitgegeven door de University of Chicago Press en in december 2022 nam hij de rol van poëzieredacteur op zich voor The Paris Review.
Everything
She was watching the solar eclipse
through a piece of broken bottle
when he left home.
He found a blue kite in the forest
on the day she lay down
with a sailor. When his name changed,
she stitched a cloud to a quilt
made of rags. They did not meet,
so they could never be parted.
So she finished her prayer,
& he folded his map of the sea.
.
Geplaatst in Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1973, 1992, 2021, 2022, 30 steden, Amerikaans dichter, bus, bussen, Creatief Schrijven, Danez Smith, dichter, Engels, Everything, gedicht, gedichten, Harper's Magazine, hoogleraar, Jacket magazine, Lana Turner, literaire kritiek, Little Prayer, Metropolitan Transportation Authority, metrostations, MTA, muren, Nashville, New York, Openbaar vervoer, PEN America, Phoenix Poets, poëzie, poëzie op een bus, poëzieredacteur, poem, poet, poetry, Poetry Northwest, Poetry Society of America, posters, PSA, Raritan, redacteur, Srikanth Reddy, Tennessee, The Guardian, The New York Times, The Paris Review, treinen, universiteit van Chicago, University of Chicago Press, verenigde staten
Gedicht op een watertoren
Geplaatst door woutervanheiningen
J.J.L. ten Kate
.
Het is alweer even geleden dat ik iets heb geplaatst in de categorie gedichten op vreemde plekken. Dat is vooral te danken aan het feit dat de meeste gedichten (vooral die in de openbare ruimte) op muren en ramen worden aangebracht en hoe leuk en inventief die vaak ook zijn, de drager van het gedicht (raam, muur) blijft dezelfde. Toch zal ik vandaag een nieuwe ‘drager’ aan de gedichten-op-vreemde-plekken serie toevoegen en dat is een watertoren. En wel de watertoren in Dordrecht
In het verleden was de bevolking van Dordrecht afhankelijk van pompen, putten en grachten voor drinkwater. Deze waren erg vies en fungeerden vooral als een doorgeefluik van allerlei ziekten. In de jaren 1870 werd de IJzerenbuiswaterleiding aangelegd, maar de kwaliteit van het drinkwater bleef ondermaats. Pas in 1883 leverde de gemeentelijke Hoogdrukwaterleiding Dordrecht schoner drinkwater aan een deel van de inwoners. Dichter en theoloog Jan Jacob Lodewijk ten Kate (1819-1889) schreef hierover het volgende gedicht:
.
De vijand, vaak de schrik
van Neêrlands lage
gronden.
Heeft hij dit huis betreên.
Vertrekt, als weldoend
vriend van zieken en
gezonden,
En richt naar Dordt zijn
schreên.
.
Hiermee wilde Ten Kate vieren dat er eindelijk veiliger drinkwater werd geproduceerd in Dordrecht en dat de tijd van epidemieën voorbij zou zijn. Hoewel er een grote stap werd gezet richting schoon en veilig drinkwater voor die tijd, was de waterkwaliteit nog verre van het niveau dat uiteindelijk bereikt zou worden. Het gedicht van ten Kate is nu aangebracht op de wand van de watertoren die heden ten dage geen dienst meer doet als watertoren, want het waterleidingbedrijf maakt tegenwoordig gebruik van krachtige pompen.
Ten Kate was een zeer productief dichter, die gemakkelijk kon rijmen. Hij debuteerde in 1836 met de bundel ‘Gedichten’. Zijn bekendste gedicht is ‘De schepping’ (1866), waarin hij probeert Bijbelse en natuurwetenschappelijke standpunten met elkaar in overeenstemming te brengen. Hij vertaalde ook buitenlandse literatuur, waaronder ‘Paradise Lost’ van Milton en in 1879 de ‘Faust’ van Goethe. Dat hij ook in het buitenland werd gewaardeerd blijkt uit het feit dat hij in 1865 de Zweedse koninklijke onderscheiding Litteris et Artibus in ontvangst mocht nemen.
.
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1819, 1836, 1865, 1870, 1883, 1889, Bijbels, De schepping, debuut, dichtbundel, dichter, Dirdrecht, Faust, gedicht, gedichten, gedichten op vreemde plekken, gedichtenbundel, Goethe, Ijzerenbuiswaterleiding, J.J.L. ten Kate, Jan Jacob Lodewijk ten Kate, John Milton, Litteris et Artibus, natuurwetenbschap, Paradise Lost, poëzie, poëziebundel, theoiloog, watertoren, Zweedse koninklijke onderscheiding
Voordrachten
Geplaatst door woutervanheiningen
Vandaag, morgen en in oktober
.
Zoals ik afgelopen week al schreef draag ik vandaag voor tijdens het Hofjesfestival Sssssttt Geheim in Den Haag dat wordt georganiseerd door stichting Haagse Notûh. Ik sta geprogrammeerd tussen 14.30 en 15.00 uur in de Kloostertuin aan het Westeinde 101 in centrum Den Haag.
Ook vandaag is er een dichterspodium van Dichter bij de dood op Begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag waar ik me, organisatorisch mee bezig hou. Vanaf 13.30 zijn onder andere dichters Chris Lagerwaard, Kees van Meel en Kat Kreeberg te zien en horen. Ook is er een open podium voor amateurdichters die het podium willen nemen voor een voordracht.
Maar binnenkort ben ik ook te zien en horen bij Dichters op het Dak tijdens de museumnacht op 11 oktober op het dak van de Energiekas (van 19.30 uur tot 23.00 uur) aan het Helena van Doeverenplantsoen 3 in Den Haag. Hoe laat ik zal voordragen laat ik binnenkort hier weten.
Geen blogbericht zonder gedicht. Ik koos voor een gedicht van Edith de Gilde (1945), die ook te zien en te horen is op het Hofjesfestival, getiteld ‘Verkeerde woorden’ uit haar bundel ‘Vleugels van cement’ uit 2012.
.
Verkeerde woorden
.
Het is zo’n dag waarop alleen verkeerde woorden
samen met hem opstaan, zich uitrekken, pontificaal
voor hem gaan staan. “Weet je nog wat er gebeurde
toen je ons gebruikte?” Hij weet het weer.
Het eerste uur vraagt nog niet veel, misschien
kan hij het in de waan laten dat alles bij het oude is.
Hij acht de kans niet groot, zo’n uur is ook niet gek.
Voordat het om is heeft het hem al drie keer uitgelachen.
Oké, nu geen paniek. Er is niets wat je niet kent.
Streep alles door in je agenda. Telefoon eruit,
de bel af. Kruip weer in bed, dekens over je hoofd.
Het bloed dat in zijn oren gonst. Het vloekt, het scheldt.
Hij is hier niet, neuriet een wijsje dat nog niet bestaat.
Het helpt, verdomd, het helpt. Kan het zo simpel zijn?
Bedenk een lettergreep en nog een. Proef ze. Pas ze.
Zeg a – e – i – o – u en steek je tong uit. Grijns.
.
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Nieuws, Poëzie evenementen, Poëziepodia
Tags: 1945, 2012, agenda, begraafplaats Oud Eik en Duinen, Chris Lagerwaard, Den Haag, dichter, Dichter bij de dood, Dichters op het Dak, Edith de Gilde, EnergieKas, gedicht, gedichten, Haagse Notûh, Hofjesfestival, Kat Kreeberg, Kees van Meel, kloostertuin, museumnacht, poëzie, poëziepodia, Sssssttt Geheim, Verkeerde woorden, Vleugels van Cement, voordracht, voordrachten, Westeinde
Autopsychografie
Geplaatst door woutervanheiningen
Fernando Pessoa
.
Het is zeker niet de eerste keer dat ik hier schrijf over de Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935), dat was namelijk al in 2010 toen ik over het gedicht ‘De schaapsherder’ schreef dat (uiteraard in de Portugese versie) te lezen is als je in Lissabon over een fietspad langs de rivier de Taag fietst. Daarnaast heb ik een aantal keren over Pessoa geschreven omdat gedichten van zijn hand werden opgenomen in bloemlezingen en verzamelbundels.
En vandaag wil ik opnieuw een blog aan zijn poëzie wijden. In 2009 publiceerde de Arbeiderspers de bundel ‘Gedichten’ van Pessoa, opnieuw in een vertaling van August Willemsen. Deze (bijna vaste) vertaler van het werk van Pessoa bracht met dit boek een ruime keus uit Pessoa’s poëzie en een beknopte selectie uit diens proza samen.
Bij leven publiceerde deze kantoorklerk uit Lissabon slechts enkele werken. Na zijn dood werd op zijn huurkamer een kist aangetroffen met 27.000 volgekrabbelde velletjes. Uit die chaos kon een kolossaal oeuvre worden samengesteld. Pessoa creëerde diverse ‘heteroniemen’ – afzonderlijke ‘schrijverspersoonlijkheden’ met elk een eigen stijl en woordkeus.
Alberto Caeiro is de natuurdichter van het platteland, bekend om zijn heldere, vrije verzen. Zijn leerling, dokter Ricardo Reis, is de man van de klassieke invloeden, die in streng metrische verzen schrijft. Scheepsbouwkundig ingenieur Álvaro de Campos is de droomfiguur, de schrijver van lange versregels en futuristisch woordengedaver. En dan is er nog de sterk symbolistische en mystiek getinte poëzie die Pessoa onder eigen naam publiceerde.
Allemaal komen ze terug in deze 190 pagina’s tellende bloemlezing. Ik koos het gedicht ‘Autopsychografie’ en dat zou, aan de vorm te zien, zo maar eens van zijn heteroniem Ricardo Reis kunnen zijn. Het gedicht werd in 1931 geschreven.
.
Autopsychografie
.
De dichter wendt slechts voor.
Hij veinst zo door en door
Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn
Zijn werkelijk gevoelde pijn.
.
En zij die lezen wat hij schreef,
Voelen in de gelezen pijn
Niet de twee die hij geleden heeft,
Maar een die de hunne niet kan zijn.
.
En zo rijdt op zijn rails in ’t rond
Tot vermaak van onze rede,
Die opwindtrein, in dichtermond
Ook wel ‘het hart’ geheten.
.
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1888, 1931, 1935, 2009, 2010, Alberto Caeiro, August Willemsen, Autopsychografie, Álvaro de Campos, bloemlezingen, De schaapsherder, dichtbundel, dichter, droomfiguur, Fernando Pessoa, fietspad, futuristisch woordengedaver, gedicht, gedichten, gedichten op vreemde plekken, gedichtenbundel, heteroniemen, kantoorklerk, klassieke invloeden, Lissabon, natuurdichterheldere vrije verzen, poëzie, poëziebundel, proza en poëzie, Ricardo Reis, samensteller, scheepsbouwkundig ingenieur, schrijverspersoonlijkheden, streng metrische verzen, symbolistisch en mystiek, Taag, vertaler, Vertaling, verzamelbundels
Zomergedichten
Geplaatst door woutervanheiningen
Rafael Willemsen
.
De zomer van 2025 stond in Limburg niet alleen in het teken van zon, warmte en toerisme, maar kreeg een bijzondere culturele invulling dankzij het project Zomergedichten, geïnitieerd door Cubiss, de provinciale ondersteuningsorganisatie van bibliotheken in Limburg . Drie bibliotheken (De Domijnen (Sittard e.o.), Bibliorura (Roermond) en Mijn Streek Bibliotheek (Kerkrade e.o.) sloegen de handen ineen om poëzie zichtbaar te maken in het straatbeeld. Toen ik dit las moest ik meteen aan het project Weesgedichten denken. Het verschil zit erin dat bij Weesgedichten dichters gevraagd werden (en betaald voor deelname) en bij Zomergedichten iedereen mee kon doen.
Met dit initiatief wilden de bibliotheken poëzie gratis toegankelijk maken voor iedereen en het gemeenschapsgevoel versterken. Ze riepen lokale dichters en amateur-poëten op om hun mooiste gedichten in te sturen. Vrijwilligers uit de regio hebben de ingezonden gedichten met de hand in sierlijke letters op aangemelde ramen van winkels, woningen en openbare gebouwen aangebracht. Ook dit onderdeel lijkt me één op één overgenomen van Weesgedichten.
Helaas was het in Nederland niet mogelijk het initiatief van de Zoek naar Schittering samen met de bibliotheken in Zuid Holland (en een aantal andere bibliotheken die enthousiast waren) voort te zetten. Het blijkt toch een kostbare zaak te zijn en vind maar ergens geld voor zoiets. Alle hulde dus voor de bibliotheken in Limburg die met een bijna-kopie toch het straatbeeld hebben verlevendigd met gedichten. Een van de dichters die mee deed was Rafael Willemsen (Infɇrno) uit Maastricht met het gedicht ‘Opzich’.
.
Opzich
.
Subsidie
Als je door de fabriekspoort loopt
Is het een gunstige afwijzing
Voor een nieuw idee
.
Verf, plaksel en dode dieren
Eerst alles aftapen, à la ‘American Psycho’
Dan een knuffel maken van echte eenden
.
Budgetterende troubadours,
Dansend onder feministische finishlijnen,
Als een literaire boyband,
Op een rode loper van 200 gulden
Want dat is altijd wel handig om te hebben
.
Geplaatst in Bibliotheken, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Poëzie evenementen
Tags: 2025, amateurdichters, Bibliorura, Bibliotheek, bibliotheken, Cubiss, De Domijnen, De zoek naar schittering, dichter, gedicht, gedichten, gedichten in de openabre ruimte, gedichten op vreemde plekken, gemeenschapsgevoel, Infɇrno, inschrijving, Kerkrade, Limburg, Maastricht, Mijn Streek Bibliotheek, Opzich, poëzie, Provinciale Ondersteuningsinstelling, raamgedichten, Rafael Willemsen, Roermond, sierlijke letters, Sittard, straatpoëzie, Weesgedichten, zomer, Zomergedichten, Zuid Holland
gedichten op straat
Geplaatst door woutervanheiningen
Manuel Alcántara
.
Ik dacht dat ik veel schreef. En dat is ook zo want sinds oktober 2007 schrijf ik op dit blog en ongeveer vanaf medio 2009 plaats ik elke dag (zonder uitzondering) een bericht op dit blog). Totdat ik de Wikipediapagina (in het Spaans) van journalist en dichter Manuel Alcántara (1928-2019) opende en daar las dat hij meer dan zestig jaar lang zonder onderbreking minstens één artikel per dag in verschillende landelijke kranten publiceerde, waarmee hij de langstzittende en meest gelezen columnist in Spanje werd. Je hebt natuurlijk altijd baas boven baas en zestig jaar ga ik niet halen.
Ik kwam op zijn pagina omdat ik in Estepona was (Andalucia, Spanje) waar de oude binnenstad verluchtigd is met heel veel tegeltableaus waarop strofen en regels uit gedichten van dichters te lezen zijn, van met name dichters uit de streek. Naast Manuel Alcántara heb ik bijvoorbeeld ook een tableau van Antonio Machado gezien en nog een paar van mij onbekende plaatselijke dichters.
Alcántara debuteerde als dichter in 1951, op 23-jarige leeftijd, in de literaire cafés van Madrid, tijdens het zesde recital van de III-serie van poëzievoordrachten genaamd ‘Versos a medianoche’ (Verzen om middernacht). In 1953 ging ‘Alforjas para la poesía’ (Zadeltassen voor poëzie) in première in het Chapí-theater, waarmee hij diverse prijzen won op de Bloemenspelen in Lorca en Gijón. Twee jaar later won hij de Antonio Machado Poëzieprijs met zijn eerste boek ‘Manera de silencio’ (Manier van stilte, 1955); en de Nationale Literatuurprijs voor ‘de Stad van die tijd’ (1961). In totaal zou hij 8 dichtbundels publiceren.
Van de website poemas del alma, heb ik het gedicht ‘En aquel tiempo’ genomen en vertaald.
.
Op dat moment
.
Ik had een hart dat kon regenen.
Februari vloog voorbij
en de digitale tijd bracht onze
handen, ogen en lichamen samen:
het land van excuses.
.
Net als de wind in de hoge vlaggen,
gedroeg deze muziek zich in ons.
.
Ik bleef achter met een zelfverzekerde, begeleide en
deskundige blik in de bossen van mijn jungle,
een trotse houthakker met wortels
die nooit verborgen hadden mogen blijven.
Hetzelfde oude werd anders:
de hele zee paste in een urn,
het ijs in de glazen kwam
uit een verre sneeuw, van ons en alleen,
mijn migrerende handen bleven
leven in jouw diepste land
en in mijn mond, altijd ontevreden,
de vragen plotseling berustend.
.
Twee mensen zijn er getuige van: de torens veranderen,
de dood stelt zijn laatste daden uit
en het leven roert zich en versiert zichzelf.
De dood moet als een spiegel zijn,
waarin je blijft kijken zonder ooit te zien.
Kom dichterbij. Meer. Laat er geen
dood of twijfel tussen ons beiden zijn.
Ik spreek tot jullie sinds februari en al eeuwenlang:
wij kennen de liefde door wat zij verlicht,
door wat zij verdraait, vergroot en bestuurt,
door haar manier van wandelen in de schaduwen…
En zo heffen wij, gedurende weken van vervolging,
met moeite onze ziel op.
.
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, websites over poëzie
Tags: 15 jaar lang, 1928, 1951, 1953, 1955, 1961, 2019, Alforjas para la poesía, Andalucia, Antonio Machado, Antonio Machado Poëzieprijs, één artikel per dag, Bloemenspelen, Chapí-theater, dagelijks blog, de Stad van die tijd, debuut, dichtbundel, dichter, En aquel tiempo, Estepona, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, Gijón, III-serie, langstzittende en meest gelezen journalist van Spanje, literaire cafés, Lorca, Madrid, Manera de silincio, Manier van stilte, Manuel Alcántara, Nationale Literatuurprijs, Op dat moment, oude binnenstad, poëzie, poëziebundel, poëzievoordrachten, poemas de alma, prijzen, Spaans dichter, Spanje, tegeltableaus, Versos medianoche, Verzen om middernacht, Zadeltassen voor poëzie, zesde recital, zestig jaar
Poëziewandeling voor achterblijvers
Geplaatst door woutervanheiningen
Poëziewandeling crematoria Twente
.
In 2021 vierden de gezamenlijke crematoria van Twente het 50-jarig jubileum. Ter gelegenheid daarvan is er op het gedenkpark in Enschede een bijzondere wandeling uitgezet: ‘Poëziewandeling voor de achterblijvers’. Op diverse plekken langs de wandelroute zijn gedichten, geschreven door dichters van het collectief DIE (Dichters in Enschede), te lezen en te beluisteren. De poëzie biedt troost en een moment van stilstaan bij het gemis van dierbaren. De hele wandeling is ongeveer twee kilometer lang.
Van de gedichten die te lezen zijn tijdens de wandeling te lezen zijn koos ik voor het gedicht ‘Spoorzoeker’ van dichter Jos Eertink (1983). Hij was stadsdichter van Enschede van 2019-2021. Hij studeerde communicatiewetenschappen an de universiteit Twente, werkte jarenlang voor het Wilminktheater en is sinds zijn studietijd actief als dichter.
.
Spoorzoeker
.
wie ik was geworden
was ik altijd met jou
.
met jou en je vingers gevouwen
onder het laken in de mijne
.
met jou en je knikjes in stilte
na de dingen die ik zei
.
met de schaduw van je laarzen
geworpen over mijn schoenen
.
met mijn schoenen door de sneeuw
en ergens nog je knikjes in stilte
.
Geplaatst in Dichter bij de dood, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten in thema's, Literaire wandelingen
Tags: 1983, 2019-2021, 2021, 50 jarig jubileum, communicatiewetenschappen, crematoria Twente, dichter, Dichter In Enschede, DIE, dood, enschede, gedenkpark, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gezamnenlijke creamatoria, Jos Eertink, poëzie, poëzieropute, poëziewandeling, Poëziewandeling voor achterblijvers, Spoorzoeker, stadsdichter, stilstaan, troost, twente, Universiteit, wandelroute, Wilminktheater




















