Site-archief

Die dag,

Kreek Daey Ouwens

.

Ik herinner me nog goed dat we dichter Kreek Daey Ouwens (1942) voor een bijdrage in MUGzine vroegen, het was voor nummer 9 in 2021. Het was door een gedicht dat ik las in de bundel ‘Wij zijn de menigte die moeder heet‘ uit 2018, samengesteld door Ester Naomi Perquin. Ik was meteen onder de indruk van haar poëzie en we besloten haar te vragen voor MUGzine. Ze reageerde meteen heel enthousiast op de uitnodiging en naar aanleiding van haar bijdrage had ik een heel leuk en inhoudelijk mooi gesprek met haar over de telefoon.

Na de publicatie van MUGzine nummer 9 verscheen poëzie van haar hand later in poëzietijdschrift Awater en schreef ik nog over haar poëzie in een dubbelgedicht. Tot ik las dat ze zou optreden bij Poetry International 2026 in Rotterdam. Ik was bij de opening van het festival en opnieuw was ik onder de indruk van haar performance en het gedicht dat ze daar voordroeg ‘Die dag,’.  Dit gedicht is ook opgenomen in de festivalbundel ‘Achter mij is een schaduw’ waarvan de titel uit juist dit gedicht genomen is. Dat gedicht wil ik hier graag met jullie delen.

.

Die dag,

.

Ik heb niets gevoeld

Ik heb niets geweten

Ik had het moeten weten, lief!

Ik sliep

Ik werd wakker

Ik stond op

Ik maakte koffie voor mezelf

Zo ver was ik van jouw sterven, dat ik koffie

maakte voor mijzelf.

.

-Daar is de deur

en daar is de deur

en daar is de deur en daar is de deur

en daar is de deur-

.

Ik ga naar buiten

Ik loop over straat

Ik loop over mijn kam

.

Achter mij is een schaduw

De schaduw is scheef

De schaduw is niet van mij

Zoals de schaduw van de bomen niet van de bomen is

.

Als ik mijn schaduw wil aanraken is er het ontwijken,

.

Foto: Theo Rikken

 

 

Wim T. Schippers overleden

Helaas dood

.

Gisteren werd bekend dat programmamaker, acteur, stemacteur, schrijver, dichter, presentator en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers (1942-2026) is overleden. Er is ontzettend veel te vertellen over Wim T. Schippers maar ik zal me beperken tot de keren dat hij en zijn werk op dit blog een plek kregen. De eerste keer was in 2014, ik schreef toen een stuk over deel 3 in de Ronflonflon reeks (verwijzend naar het gelijknamige radioprogramma Ronflonflon met Jacques Plafond, dat Wim T. Schippers in de jaren 1984-1991 op radio 3 en radio 5 presenteerde en waar de huisdichter Wilhelmina Kuttjke (met twee T een prominente plaats innam) met als titel ‘Kuttje compleet’ gedichten van Wilhelmina Kuttje uitgelegd aan Jacques Plafond.

De keer daarna was in 2019 bij het overlijden van Janine van Elzakker, die de rol van Wilhelmina Kuttje vervulde in Ronflonflon met Jacques Plafond. In de overlijdensadvertentie stond toen de tekst: Helaas dood. Een typische Wim T. Schipperiaanse opmerking. In 2021 schreef ik over een verzamelbundel ‘Congressen‘ van de dienstenbond FNV waarin een van de verassende keuzes van Cox Habbema, de samensteller, van Wim T. Schippers was.

In 2022 schreef ik over een vakantiegedicht van Ingmar Heytze (zelf een groot bewonderaar van Wim T. Schippers) dat begint met een quote van Wim. En als laatste wijdde ik twee berichten aan de winnaar van de Jana Beranováprijs (waar ik als jurylid deel van uitmaakte). Die prijs werd in 2023 toegekend aan Wim T. Schippers. Wat ik me vooral heel goed herinner is de speech die Wim gaf bij de overhandiging van de prijs in Boekhandel Donner in Rotterdam. Ongelofelijk grappig, eloquent, absurd, typisch maar zo goed, zo typisch Wim T. Schippers. Hij was oprecht blij met de prijs vertelde hij (en iedereen aanwezig geloofde hem) omdat dit de eerste prijs was die hij kreeg voor zijn werk als schrijver/dichter. Hij had vele prijzen gekregen maar allemaal voor zijn werk als kunstenaar en scenarioschrijver.

Ik zal hem altijd onthouden om zijn geweldige shows, zijn programma’s op televisie, zijn radioprogramma’s en zelfs zijn manier van presenteren van Zomergasten bij de VPRO. En als dichter, want dat was hij ook. In 1975 verscheen onder de naam B. Servet (Barend Servet, een van zijn creaties) het bundeltje ‘Eén per pagina’ in een oplage van 1500 stuks. Ergens op internet las ik dat het hier een dichtbundel van de kunstenaar Fluxus betreft, die op amusante wijze aan zijn titel is gekomen doordat de uitgever de instructie om slechts één gedicht per pagina te plaatsen verkeerd begreep en het per ongeluk op de omslag afdrukte. Ik denk dat het allemaal uit het heerlijke absurde brein van Wim T. Schippers kwam.

In dit bundeltje korte gedichtjes, een die nu veel op de social media langs komt; Dood / Niks aan te doen. Een gedichtje dat doet denken aan de overlijdensadvertentie van Janine van Elzakker. Maar ook iets langere gedichtjes. Hier een paar voorbeelden.

.

Het zonnetje

.

Lacht het zonnetje?

of is het zonnetje soms kwaad

of alleen maar verdrietig.

De Maan

lacht de Maan?

een straatbeeld van zegge en schrijve

zeven pond en ruim drie ons

ik dank u wel

ik pas voor dergelijke gortige gedachten

dit soort poeha

staat mij in ’t geheel niet aan

doch mocht ik onverhoopt

op andere gedachten geraken

dan hoort u nog van mij

daar kunt u van op aan

het zij zo

.

Credo

.

daar kom ik ook nog es

aankakken

met wat wazig materiaal

.

Crossend door woestenijen

.

het bekende geëikel

van vallen en opstaan

in een extra dimensie

dit keer

want op weg naar jou, mijn liefste

.

 

Redden wat je raakt

Podcast 

Redden wat je raakt is een podcastserie waarbij nieuwe banden tussen poëzie en wetenschap als onderwerp is genomen. In iedere aflevering maakt de luisteraar kennis met de universa van een denker en een dichter, die rondom een klimaatthema worden samengebracht. Hoe kunnen filosofie en poëzie elkaar inspireren? Op welke manier kunnen de lyrische woorden van een dichter het onderzoek van een antropoloog versterken? Welke plaats heeft de wetenschap in de poëzie? Heeft de klimaatwetenschap een nieuwe taal nodig om een maatschappelijke ommezwaai mogelijk te maken?

Klimaatdichters Pim Cornelussen en Moya De Feyter zijn de hosts van de podcastserie. Pim Cornelussen was hoofdredacteur van literair tijdschrift Kluger Hans, schreef voor theater en is actief lid van de klimaatdichters. Zijn werk verscheen in onder andere Het Liegend Konijn, Deus Ex Machina, Hard/Hoofd, De Optimist, De Standaard en The Low Countries. In zijn werk neemt ecologische rouw een grote plek in.

Moya De Feyterschrijft poëzie en proza. Ze debuteerde in 2018 met ‘Tot iemand eindelijk’, een poëziebundel die genomineerd werd voor de Poëziedebuutprijs. Haar tweede bundel ‘Massastrandingen’ werd bekroond met de J.C. Bloem-Poëzieprijs. ‘In Een heel dun laagje’ gaat ze aan de hand van korte, aftastende stukjes proza op zoek naar licht. Moya staat graag en vaak op het podium en is de oprichter van de Klimaatdichters. In 2022 ontving ze de Prix Fintro Prijs voor Nederlandstalige literatuur.

In totaal staan er inmiddels 11 afleveringen online. Aflevering IV van de podcast gaat het over de wildernis bijvoorbeeld; wilde dieren, wilde planten, wilde natuur en bestaat die überhaupt nog. Naar aanleiding van deze aflevering schreef Emma Crebolder (1942) het gedicht ‘Behouden Wildeling’.

.

Behouden wildeling


Vanwaar ruigte indaalt
begroeit me als een geliefde
wilde aardbei, distel, al het getroste
schermbloemige en kelkstandige.

Vanaf de krijtzee zijn horden varens opgestaan.
Hun gevederde kalligrafie kwam aan het licht
na een explosie bij het Nyanzameer. Leg het fossiel
hier neer tussen het wuiven van struis- en tongvarens.

Van over de savanne zwenkt de witte giraf
sierlijk naar het acaciabos. Stekelige zuilen
van de acanthus richten zich op
na doortocht van de dassen.

Vanuit de bejaarde walnoot breekt een tak met
tonderzwam binnen de omheining van guldenroede.
We vermossen samen majesteit. Onze behouden
wildelingen zijn verwekt in vruchtbaar tij.

.

Vergeten dichters

Erika Dedinszky

.

Zoals je als regelmatige lezer van dit blog weet, besteed ik met enige regelmaat aandacht aan (bijna) vergeten dichters. Omdat er tussen deze dichters, die lijken weggevallen te zijn uit het gedeelde literaire geheugen, vaak hele goede dichters schuil gaan met prachtig werk. Groot was dan ook mijn verrassing dat dichter en schrijver Joris van Casteren (1976) die ik wel al kende van zijn artikelen over vergeten dichters in De Groene Amsterdammer, een boek heeft geschreven met de veelzeggende titel ‘In de schaduw van de Parnassus’ uit 2002,  gesprekken met vergeten dichters. In dit boek schrijft hij over gesprekken die hij voerde met dichters die veelbelovend debuteerden, meerdere malen prijzen wonnen en toch in de vergetelheid zijn geraakt. Dichters als Peter Simpelaar, Wim Huyskens, Michael Deak, Dana Hokke, Fred Portegies Zwart, Johan Joos, Agnes de Graaf, Eddy Evenhuis en Leo Herberghs. En dichter en vertaler Erika Dedinsky.

Het laatste interview met dichter en vertaler Erika Dedinszky (1942-2022) verscheen ‘Gesprekken met vergeten dichters’ uit 2002. Hierna is weinig meer vernomen van deze, in 1956 na de Hongaarse Opstand, met haar ouders naar Nederland gevluchte, dichter en vertaler. Ze leerde Nederlands en publiceerde als gymnasiaste al gedichten en korte essays in Eigen Wijs, de jongerenafdeling van het Algemeen Handelsblad. Na het gymnasium ging ze Franse taal- en letterkunde studeren in Nijmegen. de tweede helft van de jaren zeventig, vormen de bloeitijd van haar culturele en cultuur-bemiddelende activiteiten: ze vertaalde films voor de Nederlandse televisie, vertaalde en bloemleesde Nederlandse verhalen en gedichten in het Hongaars, was redacteur van het in Wenen en Parijs gevestigde en door Hongaarse emigrantenschrijvers geredigeerde avant-gardetijdschrift Magyar műhely(Hongaars atelier) en reisde voortdurend naar Hongarije als begeleider van schrijvers en journalisten.

Vanaf 1977 publiceerde ze steeds vaker vertalingen van Hongaarse poëzie. Voor het tijdschrift Bloknoot stelde ze een special samen met door haar vertaald (experimenteel) werk van meer dan dertig dichters, onder wie grote namen als Sándor Weöres en Ágnes Nemes Nagy. Samen met de feministische kunstenaar Sylvia Bodnár (1946-2010) verzorgde ze een nummer over Hongaarse poëzie van het tijdschrift Kentering, en samen met de Hongaars-Nederlandse dichter en letterkundige Áron Kibédi Varga (1930-2018) stelde ze De toren van het zwijgen. Een keuze uit de moderne Hongaarse poëzie samen in de reeks van Poetry International. Van twee van de in deze laatste bloemlezing opgenomen dichters – Sándor Csoóri (1930-2016) en  János Pilinszky (1921-1981) – bracht ze een complete bundel met een keuze uit hun oeuvre uit.

In 1981  kreeg ze de Nijhoff Vertaalprijs toegekend,  voornamelijk voor haar poëzievertalingen. In Hongarije werd ze  onderscheiden met de Pro Cultura Hungarica-plakette en de Bárczi Géza-prijs in 1985. In 1985 maakte een verkeersongeval in Boedapest, waarbij Dedinszky een permanente hersenbeschadiging opliep, een einde aan haar werkzame leven.

In 1975 debuteerde ze met haar bundel ‘Kornoeljeboom’ gevolgd in 1980 met haar laatste eigen bundel poëzie ‘De ijstijd begint met de kou’. Op de website Neerlandistiek.nl  vond ik het gedicht ‘dagenboek’ van haar hand.

.

dagenboek

.

je doet wat aan de flat, prutst met een vergrootglas
schuift een beeldje verder, nog verder, en dan
gooi je het weg

je opent en sluit deuren, ramen, boeken, een la
spijkert een prent vast, daarna nog één
en mijmert

je verft de muur geel, bruin, later groen
ruilt de vleugel tegen een keukentafel
en tafelt

onder een dwergkap met reuzenfranjes
lees je papier vol grove poriën en dut in
je neus glimt

je weekt postzegels af en droogt ze op een theedoek
je hoedt je krullende liefjes tegen te bruuske tocht
en tilt een vlies op

je draait aan knoppen, stelt avondbeelden scherper
blaast over een plaat, plukt van de naald een pluisje
en danst wat

je leest sprookjes voor van gisteren en eergisteren
tussen koffie en bier douche je dof fluitend
en drupt na

haar maak je ook nog even open
aan één of twee happen heb je genoeg

.

De val

Eddy van Vliet

.

In de bundel ‘Gedichten 1993‘een keuze uit de tijdschriften, samengesteld door Hubert van Herreweghen (1920-2016) en Willy Spillebeen (1932)lees ik een gedicht van Eddy van Vliet. Eddy van Vliet was het pseudoniem van de Vlaamse dichter Eduard Léon Juliaan  (1942 – 2002). Ik heb me altijd verbaasd en afgevraagd waarom iemand , een Vlaming, met zo’n welluidende naam zich van een pseudoniem voorzag dat zo Nederlands klinkt. Maar dat terzijde.

In de bundel staat het gedicht ‘De val’ van Eddy van Vliet dat werd genomen uit Dietsche Warande & Belfort (tegenwoordig beter bekend onder de veel mindere naam DW B) en gaat over hoe een man die zichzelf oud vindt (Eddy was denk ik 51 toen hij dit schreef, hoezo oud?) maar toch ook leeftijdloos, en weet er een mooie draai aan te geven in de slotzinnen.

.

De val

.

Ik ben heel goed in het vinden van de stoep

die struikelen doet. Een leeftijdloos moment.

De oude man die zich terugvindt in het wankelend kind.

.

Tussen vliegen en de onontkoombaarheid

van de zwaartekracht. ik verwacht mijn schaterlach

op andermans gezicht: de slapstick. De bananenschil

en de ober die zijn borden redden wil.

.

Wat niets van dit alles verschilt: het strelen

van vrouwenarmen, als steeds bereid

te beweren dat zij mij ontvangen.

.

Ouwe Zalm

Dichter over dichter

.

In de categorie ‘dichters over dichters’ vandaag dichter F. Starik (1958-2018) over de dichter Leo van der Zalm (1942-2002). De dichter Leo van der Zalm kende ik niet maar toen ik in de bundel ‘De grote vakantie’ van F. Starik uit 2004 een In Memoriam gedicht las voor Leo van der Zalm, heb ik deze meteen opgezocht. Van der Zalm was een dichter in de marge (zo lees ik op zijn Wikipediapagina). Hij was als ‘Lord Hoedan’ en markant lid van het Amsterdams Ballongezelschap. Een gezelschap dat zich bewoog rond het kunstenaarsdorp Ruigoord.

Van der Zalm drukte jarenlang gedichten op een oude degelpers in het ruim van zijn schip waar hij ook woonde. Hij debuteerde in 1978 met de bundel ‘Het beestenspul van A’dams Blijdorp’ en zou in de jaren daarna als ‘Portier van de Drempeldichters’ vooral jonge dichters als Carla Bogaards, Pieter Boskma en Diana Ozon op weg helpen. Ook was hij enkele jaren medewerker van het One World Poetry festival en jurylid van de George Orwell-literatuurprijs.

Over deze bijzondere en kleurrijke dichter schreef collega dichter F. Starik in ‘De grote vakantie’ het gedicht ‘Ouwe Zalm’. Overigens schreef hij ook nog een uitvaartgedicht ‘Kuit’ dat te lezen is op epibreren.com

.

Ouwe Zalm

.                                         I.M. Leo van der Zalm, 12-4-1942 – 1-6-2002

.

Zijn schilferige kop. Zijn malle petje. Het schuim

in zijn baard, ontbijtbier. Zijn smerige schip.

Zijn kleine gedichten. De blik van een kind.

.

De zware pers, de letterverzameling

van amper zes punten. Oplage vijf.

Beschimmeld papier. Zijn oog voor insecten

het verwaarloosbaar dier.

.

De uitvinder van het varken met zijwind.

De uitvinder van dat een haiku past op een bierviltje,

de eenzame fluiter van tussen zijn lippen. De grote drinker

van het geduldige wachten, de vorm die hem past.

.

De dichter die ’s nachts zijn bier warm tegen bomen plast

om de boom voor de herfst te behoeden.

Waardig en kalm.

De ouwe Leo van der Zalm.

.

‘k Moest hem vanavond op de radio

bij wijs van voorschot al ten grave dragen.

Als pleitbezorger van een soort gedachtengoed,

er waren niet veel vragen.

.

 

Toasten op de liefde

James Bertolino  

.

Op zoek naar onbekende liefdesgedichten, de mooiste en bekendste zijn er meer dan genoeg, kwam ik op een website over huwelijksgedichten. Nu zijn er vele manieren om met een gedicht een huwelijk op te fleuren maar de meeste zijn op zijn zachtst gezegd nogal ‘plat’ of clichématig. Maar ik kwam ook een gedicht tegen van de Amerikaanse dichter James Bertolino (1942).

Bertolino is de auteur van 30 boeken en chapbooks met poëzie en proza. Hij debuteerde in 1968 met twee chapbooks, ‘Day of Change’ en ‘Drool’. Een chapbook is een klein dun boekje, vaak een verzameling gedichten of korte teksten en bevatten meestal een beperkt aantal pagina’s (vaak tussen de 16 en 40). Ze zijn daardoor ideaal voor het bundelen van een kleine collectie gedichten of een enkele kort verhaal. In zijn latere carrière als dichter zou hij naast een aantal bundels vooral nog vele chapbooks publiceren. Bertolino werd al vroeg in zijn carrière veelvuldig gepubliceerd en in de loop der jaren is zijn werk verschenen in meer dan 100 tijdschriften en meer dan 40 bloemlezingen.

Als redacteur was hij medeoprichter van het literaire tijdschrift Abraxas en de Cincinnati Poetry Review , en was hij lid van de redactieraad van Ithaca House. In 1972 richtte hij Stone Marrow Press op, dat zijn eigen werk en dat van andere dichters publiceerde.

Op de website over huwelijkspoëzie vond ik het gedicht ‘A Wedding Toast’ dat verscheen in zijn bundel ‘Ravenous Bliss’ uit 2014. Dit gedicht overstijgt het cliché van het romantische huwelijksgedicht en kan ook als gewoon liefdesgedicht gelezen worden.

.

A Wedding Toast

.

May your love be firm,
and may your dream of life together
be a river between two shores—
by day bathed in sunlight, and by night
illuminated from within. May the heron
carry news of you to the heavens, and the salmon bring
the sea’s blue grace. May your twin thoughts
spiral upward like leafy vines,
like fiddle strings in the wind,
and be as noble as the Douglas fir.
May you never find yourselves back to back
without love pulling you around
into each other’s arms.
.

Raban! Rabijst! Rabon!

C. Buddingh’

.

C. Buddingh’ (1918-1985) schreef ‘De blauwbilgorgel’ in oktober 1942 in sanatorium Zonnegloren in Soest. Het gedicht maakte hem destijds bekend bij jong en oud. Uit het boek ‘Ik ben de blauwbilgorgel’ van biograaf Wim Huijser blijkt dat de tijd in het sanatorium in Soest voor dichter, schrijver en vertaler C. Buddingh’ een ingrijpende periode was in zijn leven. Het machtigste wapen dat de patiënt Buddingh’ ter hand nam in het sanatorium waren boeken. Buddingh’ werd in en na de Tweede Wereldoorlog gedurende ruim vier jaar in sanatorium Zonnegloren in Soest verpleegd omdat hij aan tuberculose leed.

Na verschillende publicaties in de vooroorlogse literaire tijdschriften ‘Den Gulden Winckel’ en ‘Criterium’, debuteerde Buddingh’ met zijn bundel ‘Het geïrriteerde lied’ in 1941. Deze publicaties van surrealistische gedichten waren illegaal vanwege de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog . In 1944 verscheen er een klein boekje onder de toonbank, een reeks erotische kwatrijnen getiteld ‘Praeter gallum cantat’. Ook zijn vertalingen van vier gedichten van W.H. Auden werden clandestien uitgegeven.

Tijdens zijn verblijf in Zonnegloren schreef hij ‘de blauwbilgorgel’ (onderdeel van zijn ‘gorgelrijmen’ welke geïnspireerd was op de Engelse kinderroman ‘The Bluebillgurgle’ van E. Nesbit . Hij publiceerde de ‘gorgelrijmen’ in verschillende edities, waaronder ’10 gorgelrijmen’, een geïllustreerde bundel waarvan er in 1954 slechts tien exemplaren werden gedrukt. Op zoek naar dit gedicht kwam ik erachter dat ik het nog nooit gedeeld had op dit blog, wel naar verwezen en ook over het vervolg geschreven, maar als gedicht nooit geplaatst. Daar komt vandaag dus verandering in.

.

Ik ben de blauwbilgorgel

.

Ik ben de blauwbilgorgel,
Mijn vader was een porgel,
Mijn moeder was een porulan,
Daar komen vreemde kind’ren van.
Raban! Raban! Raban!

Ik ben een blauwbilgorgel
Ik lust alleen maar korgel,
Behalve als de nachtuil krijst,
Dan eet ik riep en rimmelrijst.
Rabijst! Rabijst! Rabijst!

Ik ben een blauwbilgorgel,
Als ik niet wok of worgel,
Dan lig ik languit in de zon
En knoester met mijn knezidon.
Rabon! Rabon! Rabon!

Ik ben een blauwbilgorgel
Eens sterf ik aan de schorgel,
En schrompel als een kriks ineen
En word een blauwe kiezelsteen.
Ga heen! Ga heen! Ga heen!

.

Nergens anders

Lidy van Marissing

.

In de bundel ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ staan een aantal gedichten van dichters die ik (nog) niet ken. Een van hen is Lidy van Marissing (1942). Deze dichter, journalist, scenarioschrijver en prozaïst volgde de sociale academie in Amsterdam en werd in 1964 medewerker op de kunstredactie van de Volkskrant, waarvoor zij kunstenaars interviewde. Als dichter debuteerde ze in het literaire tijdschrift Ontmoeting dat tussen 1946 en 1964 werd uitgegeven.

In 1965 kreeg een bundel van haar (die nooit gepubliceerd is) een eervolle vermelding voor de Reina Prinsen Geerligsprijs. Voor het tijdschrift Raster was zij mederedacteur van de boeken die in de Rasterreeks verschenen in de jaren 1972-1975. Voor ze in 1991 als dichter haar eerste poëziebundel publiceerde ‘De plons van een vlok’ publiceerde ze al verschillende prozawerken, toneelwerken en interviews. Na die eerste dichtbundel heeft ze vooral poëzie gepubliceerd. Haar dichtbundel ‘Zoek de lege gebieden’ werd in 2008 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2024 werd de driejaarlijkse Sybren Poletprijs voor experimentele literatuur aan haar toegekend. Haar laatste bundel verscheen in 2024 ‘De verwerping van het stilzitten’ waaruit het gedicht ‘Nergens anders’ is genomen dat in ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ staat.

.

Nergens anders

.

door steeds meer webben

ingesponnen, behangen, met tijd grijs

bestrooid, met hete lucht gevuld en

opgeblazen, verstrikt in onzichtbare draden ben je

zowel adem als stof

.

gedachte in gedachte (droom

in droom), gat in leegte, golf in

zee, wolk in wolk om te blijven

waar je nooit geweest, wie je nooit

was, gevoelde gedachte (gedacht gevoel)

.

‘het denken voltrekt zich in

de taal en nergens anders, zei

hij snedig, waarop zij

zei: was hier maar iemand

die zachtjes ging zingen’

.

 

Remco Campert

In memoriam Eddy van Vliet

.

In de een van de laatste bundels van Remco Campert (1929-2022) ‘Ogen open’ uit 2018, staat een in memoriam in de vorm van een gedicht over een andere dichter Eddy van Vliet. Deze Vlaamse dichter en advocaat gebruikte de naam Eddy van Vliet zijn volledige naam was Eduard Léon Juliaan van Vliet  (1942 – 2002). Beide dichters werden uitgegeven door De Bezige Bij en waren goed bevriend.

Remco Campert is overigens niet de enige dichter die een in memoriam in een gedicht verpakte voor Eddy van Vliet, in 2009 schreef dichter Anton Korteweg (1944) al eens een gedicht bij de verstrooiing van de as van Eddy van Vliet in Watou.

.

In memoriam Eddy van Vliet

.

‘ ’t Is nog voor een paar dagen,’ zei ze

zij die je liefheeft, Eddy

.

steeds als ik belde naar ’t Heilig Hart

kreeg ik plechtige muziek en dan

.

‘nu slaapt hij voor het moment,’

sprak de nachtzuster van ’t Heilig Hart

.

ik dacht aan je ogen

die schitterden van avontuur

je wenkbrauwen in verwondering opgetrokken

moedige speler van het leven

fijnproever van de liefde

vriend voor altijd

.