Site-archief
Rafels
Jan Eijkelboom
.
Soms lees ik een gedicht en dan vallen me dingen op. Dat gebeurde me ook toen ik in de bundel ‘Je bent mijn liefste woord’ gedichten voor bijzondere momenten uit 2015 aan het lezen was. In deze bundel heeft Anne Vegter ‘nuttige gedichten’ bijeengebracht zoals te lezen is op de achterflap. Het uitgangspunt van deze bloemlezing was dan ook het nut van een gedicht. Op zichzelf natuurlijk een best leuke insteek als het gaat om bloemlezen van poëzie. Of zoals er ook staat: “We zoeken nu eenmaal vaak naar woorden bij bijzondere gelegenheden. En wanneer we iets moeilijk onder woorden kunnen brengen, zijn er gelukkig onze dichters die het voorwerk hebben gedaan”.
Toch was de opzet en uitvoering van deze bloemlezing niet waarom ik specifiek bij een gedicht bleef hangen. Dat was het woord ‘caran d’ache’ of eigenlijk het merk caran d’ache want voor zover ik weet is dat het merk van kleurpotloden. Even opgezocht voor je en ja hoor: Caran d’Ache is afgeleid van het Russische woord karandaš (карандаш), wat overstroming betekent. Deze term stamt oorspronkelijk van het Turkse kara-tash , wat zwarte steen (grafiet) betekent. Het is de naam van een gerenommeerd Zwitsers merk van luxe schrijfwaren en kunstenaarsbenodigdheden, genoemd naar de Frans-Russische cartoonist Emmanuel Poiré, die dit pseudoniem gebruikte.
De reden dat ik juist bij dit woord bleef hangen is dat ik zelf ooit het woord heb gebruikt in een gedicht en ik mij herinner dat Gerrit Komrij het ooit gebruikte in een gedicht. Soms is een aanleiding gelegen in het detail, zoals in dit geval. Het gedicht waarin ik het las is van Jan Eijkelboom (1926-2008) is getiteld ‘Rafels’ en het onderwerp is de dood of doodgaan. Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000.
.
Rafels
.
Toen ving een roodbruine stam nog
de ochtendzon op, puur cederhout
van caran d’ache.
.
Later fladderden er raven
tussen de al even gerafelde takken
van de lariks.
.
Een schicht: de schaduw
van één zwaluw schoot
door de zomer.
.
En in het sprookjesbos
is plotseling de stinkzwam
dwingend aanwezig.
.
Doodgaan behoort tot het zeer weinige
dat niet zou mogen. Toch
wordt het veel gedaan.
.
Stand van de poëzie
Een doorkijkje
Jana Beranová krijgt Anna Blaman Prijs
Jana Beranová
.
Gisteren is bekend geworden dat dichter, schrijver en vertaler Jana Beranová (1932) de Anna Blaman Prijs 2025 krijgt. De Anna Blaman Prijs is de bekroning van een waardevol auteurschap in en voor Rotterdam en daarmee de bevordering van het literaire klimaat in Rotterdam en omgeving. Alleen schrijvers die wonen of werken in de regio Rotterdam of op een andere manier nauw verbonden zijn met de stad, komen in aanmerking voor de prijs. De oeuvreprijs wordt één keer per drie jaar uitgereikt in het stadhuis van Rotterdam. De prijs is een initiatief van de Anjerstichting, de voorloper van het Prins Bernhard Cultuurfonds, en werd in 1965 ingesteld. In 1966 werd de prijs voor het eerst uitgereikt. De Anna Blaman Prijs is sinds 2015 eigendom van Passionate Bulkboek.
Rotterdamse schrijvers en dichters die de prijs eerder kregen (de zogenaamde laureaten) waren onder andere Bob den Uyl, Jules Deelder, C.B. Vaandrager, Frank Koenegracht, Jan Eijkelboom, Hester Knibbe, Rien Vroegindeweij, Anne Vegter en Ester Naomi Perquin.
De jury van de Anna Blaman Prijs 2025 bestaat uit juryvoorzitter Wim Pijbes (directeur stichting Droom en Daad), Diana Chin-A-Fat (directeur Poetry International), Alek Dabrowski (redacteur poëzietijdschrift Awater), Diewertje Mertens (literatuurcritica) en Renée dan Breems (hoofd Leesbevordering & advies Passionate Bulkboek). De prijs wordt overhandigd aan Jana op 28 november 2025 door burgemeester Schouten in de Burgerzaal van het stadhuis van Rotterdam. Naast een bokaal bestaat de prijs uit een geldbedrag van € 15.000.
Ik ken Jana al lang en heb op verschillende momenten met haar samengewerkt (MUGzine, poëziepodia), voorgedragen (onder andere een gedicht bij de begrafenis van dichter Pero Senda), was ze juryvoorzitter van de eerste poëziewedstrijd van poëziestichting Ongehoord! en ik mocht jurylid zijn van de prijs die haar naam draagt, de Jana Beranováprijs.. Ik kan me geen betere prijswinnaar bedenken voor deze Rotterdamse prijs dan zij.
In 2001 schreef het gedicht ‘Zonder bagage’ voor het project Beelden in vervoering in het kader van Rotterdam Culturele hoofdstad 2001, bij het beeld ‘Lost Luggage Depot’ van Jeff Wall naast Hotel New York in Rotterdam. Met dit monument symboliseert kunstenaar Jeff Wall de emigranten, die begin vorige eeuw naar Amerika vertrokken. Het gedicht staat ook in haar bundel ‘Tussen aarde en hemel’ uit 2002.
.
Zonder bagage
Ik heb een roofdierhart en roofdiermond,
verorber land na land, elk moment is
het moment voor de sprong.
Ik knoop tijd aan elkaar.
Hoe het komt?
De grens, klemvast, was een ver geheim.
Het was nacht, de maan was rood.
De hoge heuvel sleepte stenen aan
waar ’t licht afdroop als
afscheidstranen. Het gevaar
verbond de wond.
We liepen.
De bergkam had
gaten in zijn tanden en het kind
vleugels op haar rug:
schooltasje, foto van de klas,
krabbel van de eerste liefde.
De mens is een bundel
verzwegen verhalen, klaar om
op te stijgen, uit te varen,
verstoppertje te spelen, alleen
tijdelijk in een haven.
Daar
zoek ik weleens tussen sleetse
koffers, reistassen en andere bagage
het schooltasje terug. De eerste
verte. Hoe ik dat doe?
Ik leg me op de grond en vouw me
op tot een pakketje. Verloren maar
vrij om te gaan als de maan
zich schurkt tegen de havenkade.
.
Solo
Anne Vegter
.
Anne Vegter (1958) publiceerde in 2021 de poëziebundel ‘Big data’. Deze bundel bestaat uit drie cycli, waarin telkens een vrouw centraal staat die door een man verlaten is. In het eerste en derde deel gaat het telkens om een bekende literaire figuur. In het eerste deel is dat de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker (1933-1965), die in de zomer van 1965 na een liefdesbreuk uit het leven stapte. Haar leven wordt in de bundel verbonden met dat van Anne Sexton (1928-1974), Sylvia Plath (1932-1963) en Virginia Woolf (1882-1941), schrijvende vrouwen die net als Jonker in de publieke ruimte regelmatig als ‘waanzinnig’ geframed worden.
Het tweede deel bestaat uit gedichten die zijn samengesteld uit distichons (gedicht of een strofe van een gedicht, bestaande uit twee regels). Opnieuw staat in dit deel een vrouw centraal die door een man – de vader van haar kinderen – bedrogen en verlaten is. De bundel eindigt met een hervertelling van Medea in 27 scènes, onder de titel ‘Medea 2.0 (monoloog)’. Uit het tweede deel koos ik voor het gedicht ‘solo’ dat opvalt door de gebruikte interpunctie zonder hoofdletters.
.
solo
.
je oog glinstert. knak. het is je knipoog aan de zwarte hemel. in de nachtgelei
(droom) van je zintuigen drijft je
sterrenbeeld eland. gespreide hoeven plus gezichtskenmerken, je kunt bijna 350 °
in het rond kijken, kop op.
.
je heet de achterste wolvendoder, roemt de blinkende tanden van de glimlach:
je bent een eland. je bent niet bang
voor je spoor, sluit dit hologram. het mannetje vreest je. de schaal waarop je werkt
is groter dan je hart.
.
Nog een voor Gerrit
Anne Vegter over Gerrit Kouwenaar
.
Vorige week schreef ik in de categorie Dichters over dichters, over een gedicht dat Robert Anker schreef over Gerrit Kouwenaar (1923-2014). Wat schetst mijn verbazing toen ik in de bundel ‘Wat helpt is een wonder’ uit 2017 van Anne Vegter (1958) aan het lezen was? Het gedicht ‘Voor Gerrit Kouwenaar’. Eerst dacht ik nog dat het misschien zou komen doordat Gerrit Kouwenaar vlak daarvoor was overleden (dan willen collega’s nog wel eens een gedicht aan je wijden) maar het gedicht van Robert Anker verscheen in 2006 en de bundel van Vegter in 2017 terwijl Gerrit Kouwenaar in 2014 is overleden.
Waarschijnlijker is het dat beide dichters liefhebbers waren van het werk en de mens Gerrit Kouwenaar, en puur toeval dat ik binnen een week op beide gedichten stuitte. Desalniettemin is het gedicht ‘Voor Gerrit Kouwenaar’ van Anne Vegter zeer de moeite waard en zij verwijst wel degelijk naar zijn overlijden.
.
Voor Gerrit Kouwenaar
.
We hebben Gerrit Kouwenaar gekregen om de tijd te verzetten
van ademend stof, zeldzaam zo helder, naar minder dan dood.
.
We hebben Kouwenaar gekregen om de lamp te verhangen,
om een woord te verzinnen voor het slapende vuur in de pan.
.
We hebben Kouwenaar gekregen om een voet te verzetten,
het lot van een boom, de avond vergeven, nog één sigaret.
.
We hebben Kouwenaar gekregen om de stilte te meten,
het landschap te spellen, geblaf van een mondige hond.
.
Om de dood van de ondode dichter te eren
.
hebben we Kouwenaar gekregen om de datum te verzetten
en op vrijdag te vertikken dat hij donderdag mocht gaan.
.
Vegter en Kouwenaar
Dichter over dichter
.
Dichter Anne Vegter (1958) was van 2013 tot 2017 dichter des vaderlands. Ze was de eerste vrouw die dit ambt bekleedde. Bij de dood van Gerrit Kouwenaar (1923-2014) schreef ze het gedicht ‘Voor Gerrit Kouwenaar’. In het kader van dichters over dichters daarom vandaag dit gedicht.
.
Voor Gerrit Kouwenaar
.
We hebben Kouwenaar gekregen om de tijd te verzetten
van ademend stof, zeldzaam zo helder, naar minder dan dood.
.
We hebben Kouwenaar gekregen om de lamp te verhangen,
om een woord te verzinnen voor het slapende vuur in de pan.
.
We hebben Kouwenaar gekregen om een voet te verzetten,
het lot van een boom, de avond vergeven, nog één sigaret.
.
We hebben Kouwenaar gekregen om de stilte te meten,
het landschap te spellen, geblaf van een mondige hond.
.
Om de dood van de ondode dichter te eren
.
hebben we Kouwenaar gekregen om de datum te verzetten
en op vrijdag te vertikken dat hij donderdag mocht gaan.
.
Tramps
Anne Vegter
.
In de kringloopwinkel kocht ik ‘Eiland berg gletsjer’ van Anne Vegter (1958). Ik schreef al eerder over deze bundel uit 2011 hier en hier (waardoor ik nu weet dat ik de bundel dubbel heb maar ach) en lezend in de bundel werd ik weer getroffen door de openhartige en eerlijke toon van de poëzie van Vegter. Zoals in het gedicht ‘Tramps’. Eerst dacht ik dat ze de disco en soulband uit de jaren ’70 bedoelde (nog uitbundig op gedanst) maar al snel begreep ik dat ze hierin refereert aan het Engelse/Amerikaanse woord Tramps (zwervers).
Omdat ik de bundel erg waardeer en de gedichten anders, in onverbloemde taal en recht voor zijn raap zijn hier het bewuste gedicht ‘Tramps’.
.
Tramps
.
Je had het over gevoelstemperatuur, onder nul vond je het tussen mijn dijen
in de vertrekhal. Na je tas hebben we elkaar heart to heart omhelsd,
.
man ik kon je wel pijpen van plezier. Luister je eigenlijk nog.
.
We maakten stroeve vogels na, een doodsmak ontwierp je op papier
had je wat napret van je verveling. Het werd lastig redenen binden op die manier.
.
Als het glas van je vinger springt zoek je iets tegen breukjes en zout op.
Het tapijt grijnst. Wil nu godverdomme iemand opstaan en me vasthouden.
.
















