Site-archief

Uit-spuit-de-bocht

Elma van Haren

.

Kinderliedjes zijn van alle tijden en het kinderliedje ‘In spin de bocht gaat in’ kennen velen van ons als een touwspringliedje waarbij je op een zeker moment in het liedje in het touw moest springen dat gedraaid werd. Dat zo’n liedje, in dit geval ‘In spin de bocht gaat in’ dat stamt uit ca. 1880 uit ‘Kinderdeuntjes, wiegeliedjes, speel-, tel-, raadsel- en andere rijmpjes’ samengesteld door J.J.A. Goeverneur, nog steeds inspireert blijkt uit een gedicht van Elma van Haren (1954).

In haar bundel ‘Uit de klatergouden boot gevallen’ uit 2025 kwam ik het gedicht ‘uit-spuit-de-bocht’ tegen en wie het voornoemde liedje kent weet dat dat de vervolgzin is op de titel(zin).

Elma van Haren studeerde aan de kunstacademie in ‘s-Hertogenbosch. In 1988 verscheen haar debuutbundel ‘De reis naar het welkom geheten’, waar ze de C. Buddingh’-prijs voor ontving op Poetry International in Rotterdam. Het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt.

In 1997 kreeg ze de Jan Campert-prijs voor de bundel ‘Grondstewardess’. Sinds de dichtbundel ‘De wiedeweerga’ (1998) schrijft ze ook voor kinderen. Sinds 2003 is ze jurylid van de P.C. Hooft-prijs en ze is redacteur van het Vlaamse literaire tijdschrift DW B.

.

Uit-spuit-de-bocht

.

Vanaf mijn fijnsnarig weefwerk in het Heelal bekeken,

Lijken Gaia’s bergen een fluwelen vrouwendracht,

Een donkerrode en okeren geplooide pracht,

Achteloos op een hoop gesmeten en zoals is gebleken

.

Grijpt het arrogante mannen bij de lurven onverwacht

En snijdt het hen de adem af, een doddelijk teken

Dat het voor hen niet goed toeven is in deze streken.

Vrouwgewaad wreekt hongermacht.

.

Rotsen breken de benen van de paarden

Doornen haken zich in mantels rondom.

Gaia’s geilheid piekt hoger dan haar mededogen,

.

Ze strooit fluweelheet zand in mannenogen,

Verdort hun tong tot taal verstomt, stort zich

Wellustig over de kam en bedelft hen onder aarde.

.

 

 

poëzieprijzen

Een overzicht

Ik hoor weleens dat je als schrijver of dichter pas echt meetelt als je een prijs hebt gewonnen of gekregen. En, wordt er dan vaak achteraan gezegd, dat is vrijwel elke dichter (in dit geval) omdat er zo ontzettend veel poëzie- en dichtersprijzen zijn. Nu kan ik beamen dat er veel prijzen worden uitgereikt in dichtersland maar zo ontzettend veel zijn er nu ook weer niet. Ja er zijn vele kleine prijzen en winnaars van dichtwedstrijden (die zijn er genoeg) maar de prijzen die er toe doen, dat zijn er niet zo vreselijk veel. Ik ben eens gaan zoeken en kwam tot de volgende prijzen in Nederland (NL) en Vlaanderen (V). Ik heb een aantal prijzen overgeslagen die niet meer worden uitgereikt of die overgegaan zijn in een andere prijs (bijvoorbeeld de Turing gedichtenwedstrijd , de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de VSB poëzieprijs).

  • De Grote poëzieprijs voor een Nederlandstalige bundel, opvolger van de VSB Poëzieprijs (NL)
  • Herman de Coninckprijs voor een Nederlandstalige bundel (V)
  • P.C. Hooftprijs. oeuvreprijs wisselend poëzie en proza (NL)
  • Constantijn Huygens-prijs, oeuvreprijs voor poëzie en proza (NL)
  • Prijs der Nederlandse Letteren, driejaarlijkse onderscheiding (NL)
  • Driejaarlijkse cultuurprijs voor letteren (V)
  • Poëzieprijs Melopee, jaarlijkse prijs voor oorspronkelijk Nederlandstalig gedicht (V)
  • C. Buddingh’-prijs, voor een Nederlandstalig poëziedebuut (NL)
  • Debutantenprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (NL)
  • NK Poetryslam, voor slampoëzie (NL)
  • Belgisch Kampioenschap poetry slam (V)
  • Ida Gerhardt poëzieprijs (NL)
  • Sybren Poletprijs, driejaarlijks voor experimentele literatuur (NL)
  • Jotie ‘T Hooft poëzieprijs (tweejaarlijks) voor het beste neo-romantische gedicht (V)
  • Poëzieprijs Boontje (VL)
  • Adriaan Roland Holstprijs, voor een oeuvre (NL)
  • Johan Polak poëzieprijs (NL)

Daarnaast zijn er nog een aantal regionale en gespecialiseerde prijzen:

  • Kees Stip-prijs
  • Awater poëzieprijs
  • Jan Campert-prijs
  • J.C. Bloem-poëzieprijs
  • Jana Beranová-prijs
  • Theo Thijssenprijs
  • Anna Blamanprijs
  • Rob de Vos-prijs (Meander)
  • Frans Vogel poëzieprijs
  • Granate prijs
  • De Zeef poëzieprijs

En heel veel lokale en kleine dichtersprijzen en gedichtenwedstrijden uiteraard. Maar dat zijn er echt teveel om op te noemen. Alle reden dus om te denken dat je als dichter een vrij grote kans maakt op een prijs. Uit al deze prijzen en winnaars heb ik een dichter, Maaike de Wolf, gekozen die in 2025 de Herman de Coninckprijs won met haar bundel ‘De dansvloer is van iedereen’. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Holte’.

.

Holte

.

Mijn rechterbeen herbergt een banaal soort pijn
die opspeelt als het kouder, nu het ouder wordt.
Wees niet verbaasd als je ziet wie ik ben, mijn hartslag daalt
zo onder de veertig slagen als ik zit, als ik hier blijf, wachtend.
Zie ook de meedogenloze gokker, de obsessief strijkende huisvrouw
die aan mij verloren gingen, talent dat tussen mijn benen ontsnapte.
Nog steeds meisje dat dezelfde wapens als de jongens wil, schrik niet
als ik mijn haren in een neonroze verdwijnpunt verf.
Zoekend naar woorden zak ik een baarmoeder in.
Op de bodem lig ik, badend in belofte.

.

 

Voorproefje

Josse Kok

.

Momenteel ben ik bezig met het lezen van de nieuwe bundel van Josse Kok getiteld ‘Schulp’ die dit jaar verscheen bij uitgeverij Opwenteling. Opwenteling is een uitgeverij die ik al tijden volg omdat ze een eigen gezicht en geluid hebben. Ik schreef al over dichters die bij Opwenteling publiceerden als Anouk Smies en Joris Miedema en over hun durf om buiten de lijntjes te kleuren.

En nu lees ik, met veel plezier, dat kan ik alvast prijs geven, de nieuwste bundel van dichter Josse Kok (1983). Op de website van Opwenteling lees ik:  Na enkele jaren voordragen bracht hij in 2013 zijn debuut ‘Ik heb geslacht’ uit bij Uitgeverij Liverse te Dordrecht, die werd genomineerd voor de Buddingh’-prijs 2014. In 2018 verscheen zijn tweede bundel ‘Probeert u het later nog eens’ bij Opwenteling, in 2026 opgevolgd dus door ‘Schulp’. Werk van hem verscheen onder andere in Liegend Konijn, De Optimist en Revisor.

Om nog niet alles prijs te geven maar toch een kijkje in de keuken van Josse te geven hier alvast een gedicht uit ‘Schulp’ over een bijzonder beestje de Axolotl (zoek maar op).

.

Axolotl

.

Ergens beneden, in mijn troggen

waar de bodems tektonisch knuffelen

zwemt een roze amfibie in mij rond.

.

Ik wil hem de weg naar buiten wijzen,

laten zien aan nieuwsgierige biologen

want hij verdient een warmer water.

Als ik hem zie bewegen en wil

grijpen, ontspartelt hij mij.

.

Hij is de bacterie die ik niet kwijt

mag raken, een teer doodsvonnis

dat zich verschuilt in mijn borst.

.

Zijn aanwezigheid ontsluiert

mijn zwakte, voedt de zachte

tint in mijn starre korst.

.

Van ver

Johanna Geels

.

Dichter, schrijver, columnist Johanna Geels (1968) komt oorspronkelijk uit het slamcircuit en draagt dan ook graag voor (eventueel met muzikale begeleiding, gitaar, soundscapes). Toch verschenen er van haar al een roman en vier dichtbundels. Haar debuutbundel ‘Tuig’ uit 2008 werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Hierna volgde ‘Detox’ (2010), ‘Wildberichten’ (2014) en ‘Vuurmakers’ (2015). Zij schrijft voornamelijk over de absurdistische en poëtische kant van het dagelijks bestaan en haar gevecht met chronisch ziek-zijn (h-EDS, een erfelijke bindweefselaandoening).

Op de website van de schrijverscentrale lees ik: Het universum van Geels is niet dat van tv-reclames, spelletjes en zoete koek. De wereld van deze dichter heeft rafels, en barstjes ontsieren het aardoppervlak. Maar juist daardoor kan Geels die wereld in al haar naaktheid en oprechtheid laten zien: “Buitenwijken liegen niet.” Johanna Geels baant zich een weg dwars door de troep, benoemt dat wat pijn doet en spaart ook zichzelf niet. Met als doel van de reis: “een andere vogel. Een nest.”

Alle reden dus om eens aandacht te besteden aan deze dichter. Uit haar tweede bundel ‘Detox’ uit 2010 nam ik het gedicht ‘Van ver’.

.

Van ver

.

Ik kom hier niet voor de gezelligheid.

Valt het u op dat ik niets heb gegeten.

Nooit heb gegeten.

In dit land.

.

Valt het u op dat ik nooit heb gehuild.

Ik temperement altijd fout schrijf.

Omdat ik iets.

Ik wil het goed zeggen.

.

Omdat iets van een zelf.

Van een land ver weg.

Waar mijn stoel stond.

.

Ik kan het niet goed zeggen.

.

Of ik nog iets heb?

Nee dank u.

Niets.

.

Bloot in het gras

Astrid Haerens

.

Uit de bundel ‘Oerhert’ uit 2022 van de Vlaamse dichter, schrijver en voormalig leerkracht woord en toneel aan de muziekacademie van Anderlecht, Astrid Haerens (1989) komt het gedicht zonder titel met een eerste regel die meteen uitnodigt om verder te lezen. In vrijwel elk gedicht van deze bundel is het vrouwelijk lichaam prominent aanwezig en dat is niet anders in dit gedicht.

Op zoek naar recensies van ‘Oerhert’ kwam ik op de pagina terecht van Gedichten proeven een geweldige website waarop al ruim 50 poëzie analyses te lezen zijn van gedichten van allerlei dichters, oorspronkelijk in het Nederlands geschreven en vertaalde gedichten. Tot mijn grote vreugde staan er op deze website van Joost Dancet (die ook de redactie doet van de Klassiekers voor Meander) ook nog eens 14 vertaalde gedichten van één van mijn favorietste dichters E.E. Cummings. Maar dus ook een uitgebreide analyse van dit (onderstaande) gedicht. Wat mij betreft dus een aanrader om eens een kijkje te nemen.

Terug naar ‘Oerhert’ van Astrid Haerens. In de bundel, genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de C. Buddingh-prijs en bekroond met de Poëziedebuutprijs 2023, gaan veel gedichten over een ik die geen kind wil. Ook in het onderstaande gedicht zijn allerlei verwijzingen te vinden naar dit gegeven.

 

.

Hans Mirck

Gedicht over de oorlog

.

Naar aanleiding van een ansichtkaart die ik vond tussen mijn spullen (van tijdschrift Liter) met daarop een regel uit een gedicht van Lans Stroeve, ging ik eens neuzen op de website van ‘Liter’. Daarop kwam ik een gedicht van Hans Mirck tegen met een intrigerende titel geschreven aan het begin van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.

Hanz Mirck (1970), is docent Nederlands en vertaler, muzikant, dichter, ex-stadsdichter van Zutphen en Apeldoorn (dat kan, zie ook Joris Brussels) en schrijver. Hij studeerde Nederlands aan de Universiteit Utrecht en studeerde af met de scriptie over de overeenkomsten tussen de teksten in Bredero’s Groot Lied-boeck en de popgroep Doe Maar. Hij gaf de teksten van de band uit in hun definitieve vorm in het boek “Dit is alles”.

Mirck organiseerde in Zutphen jaarlijks een poëziefestival en ook coördineerde hij voor de Zutphense gemeentelijke literaire stichting alle optredens. Hij was werkzaam voor de Ida Gerhardt Poëzie Prijs en lid van verschillende literaire jury’s. In 2002 debuteerde hij met de bundel ‘Het geluk weet niets van mij’, dat werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 2003 en tot ‘aanrader’ bestempeld door Neeltje Maria Min en Gerrit Komrij. Na deze prijs werd hij gevraagd voor de jury van de J.C. Bloemprijs en bekleedt hij deze functie nog steeds.

In 2007 ontving hij de J.C. Bloemprijs voor zijn bundel ‘Wegsleepregeling van kracht’ (2006) en inmiddels staan er zeven dichtbundels alsmede romans en kindergedichten in zijn bibliografie. Mirck is ruim tien jaar actief als schrijfdocent en redacteur, onder andere voor de popgroep BLØF. Ook was hij redacteur van het literaire tijdschrift Parmentier en voor uitgeverijen als Passage en Vassallucci.

Het gedicht in ‘Liter’ heeft een nieuwsgierig makende titel en kun je hieronder lezen.

 

Recensie van het optreden van het Russisch staatsorkest in
het theater van Marioepol

 

Een goede noot vindt altijd een goede plaats
maar vanavond struikelden de triolen grotesk
over elkaar, syncopen waren kreupele cyclopen,
de crescendo’s onmachtig lawaai.

Dit was geen musiceren maar vreugdeloos
opvolgen van instructies. Een muziekstuk is de weg
van verre dreiging naar warm licht, loutering,
een climax van mededogen.

De violisten leken laf achter elkaar aan te strijken.
De paukenisten waren blinde kinderen
in een contrapuntisch zwembad,
slagwerkers blikslagers op een kinderboerderij,

de houtblazers megalomane pyromanen
en de koperblazers het luchtalarm,
de pianist speelde geen enkele noot
die niet gelogen was.

Was het zuiver, was het vals? Het was ongeïnspireerd.
De musici leken zelf niet in hun partij te geloven, zo wordt muziek
nooit magisch. Als het bombastisch moet klinken,
laat het dan ook bombastisch klinken!

Een goed stuk zorgt dat alle mensen in de donkere zaal
het innig met elkaar eens zijn, nu bleef de twijfel afleiden.
Een meesterwerk maakt alle ogen even vochtig,
nu knipperden we alleen, als doven.

En dan de dirigent. Te laat, dronken, ongearticuleerd.
Hij leek de enige die wel in vervoering was, terwijl juist hij
de enige zou moeten zijn die het hoofd koel hield.
Hij leek vooral naar huis te willen. Net als wij allemaal.

.

Dingenverdriet

Marjolijn van Heemstra

.

Voordat Marjolijn van Heemstra (1981) debuteerde als romanschrijver met ‘De laatste Aedema’ (2016) en als columnist met ‘Het groeit! Het leeft!’ (2017) was ze al in 2010 gedebuiteerd als dichter met de bundel ‘Als Mozes had doorgevraagd’. Ze had toen al een goede neus voor publiciteit en marketing want ze vroeg bekende (onder andere Arie Boomsma, Henkjan Smits, Frits Bolkestein) en minder bekende Nederlanders (haar kapper) om een gedicht uit haar bundel voor de camera voor te lezen, deze leuke filmpjes werden op een website gezet en ze wist daar veel publiciteit mee te vergaren.

Helaas is de website of het deel van haar website waar de filmpjes ooit te zien waren offline maar de afzonderlijke filmpjes zijn nog terug te vinden op YouTube. Ik heb het filmpje waarin Youp van t Hek een gedicht uit deze bundel voorleest hieronder gezet.

De bundel (waarvan de omslag toen al een verwijzing was naar haar fascinatie voor het heelal en de ruimte) het vervolgens erg goed en haar naam als dichter was gevestigd. De bundel werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en kreeg de Jo Peters Poëzieprijs. Ik las de bundel en bleef hangen bij het gedicht ‘Dingenverdriet’ waarin haar poëtische stem wat mij betreft heel goed naar voren komt.

.

Dingenverdriet

.

Hierbij verklaar ik je rug tot rug,

je mond tot speeksel, tanden, tong

alle paden begaanbaar

het wonder gesloten.

.

Als we ons missen, bedenk

we waren oppervlaktevissers

haak- en wormloos

netten opgeknoopt

.

behalve een grasbrand

stichten we niets dan adem-

kastelen we lieten geen afdruk maar rode lintjes na

.

voor onbestemden om te volgen

een ontgoochelend simpel spoor

met aan de laatste lage tak

in een oogopslag te vinden

dit dingenverdriet.

.

.

Mythen en stoplichten

Alara Adilow

.

Ik lees de bundel  ‘Mythen en stoplichten‘ uit 2022 van Alara Adilow (1988). Haar debuutbundel waarmee ze in 2023 de Herman de Coninckprijs voor poëzie 2023 en de C. Buddingh’ prijs voor het beste debuut won. Wat betreft poëzie is het daar, tot op heden bij gebleven. In 2025 verscheen wel van haar hand de roman ‘Kijk es naar al dat licht’ die qua thematiek aansluit bij haar poëziedebuut; vrouwelijkheid, lichamelijkheid en de grenzen van gender, seksualiteit, het verlangen naar transformatie en metamorfose, identiteit en queerness.

Lezend in ‘Mythen en stoplichten’ vallen me een paar dingen op. Adilow neemt geen blad voor de mond, zaken worden benoemd, soms schaamteloos en dan weer heel poëtisch. Er staan twee kwatrijnen in de bundel (een gedicht of een strofe van een gedicht van vier versregels en twee rijmklanken waarbij het rijmschema meestal a-a-b-b is maar andere schema’s zijn mogelijk zoals in het geval van de kwatrijnen in de bundel die een rijmschema hebben van a-b-c-a en a-a-b-a ) en die vallen een beetje uit de toon bij de andere vrije gedichten. Adilow gebruikt in haar poëzie vele vormen en opvallend is dat ze met name in het laatste hoofdstuk stukken tekst ̶d̶o̶o̶r̶h̶a̶a̶l̶t̶. Dat heeft als gevolg dat je de tekst gewoon kan lezen maar weet dat de dichter dit heeft verwijderd. Wat een vervreemdend effect heeft op hetgeen je leest, alsof je in het hoofd van de dichter meegaat in het ontstaan van het gedicht. Tot slot viel mij op dat de woorden mythe en vooral de stoplicht(en) meerdere malen in de gedichten voorkomen maar dat dan weer in de eerste hoofdstukken.

In de bundel is er dus genoeg om je over te verbazen, van te genieten, iets van te vinden en een kijkje te krijgen in het hoofd en de ideeën van Adilow als dichter. Ergens las ik dat de poëzie van Adilow werd vergeleken met die van Rutger Kopland (NRC) en die vergelijking snap ik wel al is de poëzie van Adilow wat mij betreft wat rauwer en heeft het meer een rafelrandje. In een recensie op Meander schrijft Maurice Broere dat de redactie van de bundel wel wat zorgvuldiger had mogen zijn. Het voorbeeld van een grammaticale misser is in de 5e druk (die ik lees) inmiddels netjes gecorrigeerd (tweede zin van de eerste strofe). Goed dat daar in ieder geval aandacht voor is. Uit de bundel koos ik het titelgedicht.

.

Mythen en stoplichten

Het lichaam gehuld in tijdelijkheden
wordt nagejaagd door een ziel
in een donkere zaal gevuld met kabaal van een verleden.

In de verte wieken zwaluwen over bergtoppen. Er klotst een beek
langs koele, groene stroken, er zit geen dak op deze herberg.
Ik wring mijn hart uit: regen, donderwolken, syntax
gebroken wetten, trage jazzmuziek.

Wat zal de argumenten van mijn wonden weerleggen?

Dwalend door die lange straat, met al die gezichten
alle kostuums die ik droeg, de mannen aan wie ik valse namen gaf
en de vrouwen waartegen ik loog uit schaamte.

Er is geen vuur in poëzie.
Ik heb er lang naar gezocht, gezocht naar vuur en hamers.
Ik vond enkel weerspiegelingen in troebelheid
daar kun je geen vestiging van scheppen.

Ik vond in poëzie een wentelen uitdijend, een gevoel van ontspruiten.
Alsof ik een gewas was in taal. Alsof ik meer was dan een kist
vol vertogen opgeborgen in een lichaam.

.

Focus

Bernard Wesseling

.

Nadat ik de bundel ‘Focus’ kocht van schrijver, dichter, slammer en vertaler Bernard Wesseling (1978) ben ik op zoek gegaan naar meer informatie over deze dichter. Mijn eerste bevinding was dat ‘Focus’ uit 2006 de C. Buddingh’ prijs (prijs voor het beste poëziedebuut) won in 2007.  Daarna volgden de bundels: ‘Naar de daken’ (2012) die genomineerd werd voor de J.C. Bloem-prijs en’& de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal’ uit 2016. Zijn laatste dichtbundel ‘Ontkrachtingen en affirmaties’ verscheen in 2024. Naast zijn dichtwerk schreef Wesseling een aantal romans.

Zijn poëzie is vertaald in het Frans, Grieks en Spaans. Hij vertaalt poëzie en proza (vaak samen met punkrocker Jan de Nijs) vanuit het Engels. In de bundel ‘Focus’  klinkt een koortsige stem die vat probeert te krijgen op de chaos in de wereld. Want wat de een verdraagt is de ander te veel. Dat blijkt uit de bijzondere mix van onderwerpen en thema’s in de bundel, zijn vocabulaire, is zeer hedendaags en in de greep van een alomtegenwoordige beeldcultuur. In een recensie wordt dit debuut benoemd als een koortsig, bezwerend poëziedebuut van een groot talent.

Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent’.

.

Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent

.

Wie in een vulkaangod gelooft denkt twee keer na

voordat hij de grond onder kwat want hij weet

lava kruipt waar het niet kan komen

.

Het is deze steeg, deze engte heeft iets weg van een trechter

mijn blaas steegvormig

.

Een agent die voor agent speelt laat me afknijpen

wat ik ervan geleerd heb

incasseren

.

Ik bel mijn enige zus en spreek het uit:

je bent een prachtmens

en ik meen het ik meen altijd alles dus

waarom dit niet

.

Tegen de hond die ik niet heb: kop dicht mormel!

voordat hij begint te blaffen want die stuurloze herder is echt

.

Mijn laatste Lucky

wat een junk met succes moet weet ik ook niet

.

 

Een vrij land

Hans Mirck

.

Op de radio hoor ik dat de grote blonde ophitser in Zwolle zijn zure plasje doet over een gemeentelijk besluit en onwillekeurig moet ik terug denken aan het afgelopen weekend. Toen las ik in de bundel ‘Dichter bij de dag’ Dagelijkse portie poëzie op Radio 1, het gedicht ‘Een vrij land’ van Hans Mirck (1970). In dit gedicht wordt de zogenaamde vrijheid (wat is vrijheid als ie maar voor een beperkt deel van de bevolking geldt?) bekritiseerd door de dichter.

Hans Mirck (docent Nederlands, vertaler, muzikant, dichter, ex-stadsdichter van Zutphen en Apeldoorn en schrijver) publiceerde verschillende dichtbundels. Zijn debuutbundel ‘Het geluk weet niets van mij’ uit 2002 werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 2003. Zijn bundel ‘Wegsleepregeling van kracht’ uit 2006 werd bekroond met de J.C. Bloemprijs 2007. Mirck is ruim tien jaar actief als schrijfdocent en redacteur, onder andere voor de popgroep BLØF. Ook was hij redacteur van het literaire tijdschrift Parmentier en voor uitgeverijen als Passage en Vassallucci.

.

Een vrij land

.

de dikke mensen kunnen  wij niet meer dragen

de arme mensen worden ons te duur

zij moeten het zelf maar betalen

het goede leven belonen wij

en onze dure dokters

Een rank die niet aan de wijnstok blijft,

kan geen vruchten dragen

Een verdorde wijnstok

wordt in het vuur gegooid en verbrand

focus is alles, laat de mensen maar hongerig zijn

en luisteren naar klassieke muziek

dat is vrijheid

vrij om te verdorren,

om woorden te mismaken

vettaks, bonus

om slechte films te maken

als je van klassieke muziek houdt

heb je ook recht op verkeersinformatie

.