Site-archief

Opening Poetry International 2026

Lynthia Julius

.

Afgelopen donderdagavond was de feestelijke opening van Poetry International 2026, alweer de 56ste editie, in Theater Zuidplein in Rotterdam. Het thema van deze editie is ‘Word on the street’ en voor de opening van het festival wordt elk jaar een gastregisseur uitgenodigd uit een andere kunstdiscipline. Dit keer was dit componist Merlijn Twaalfhoven, bekend om zijn grootschalige en interdisciplinaire muziekprojecten op vaak onconventionele locaties. Samen met de 18 dichters en het Koor op Zuid werd de opening een grote happening, waarbij vanaf het begin alle dichters en musici en een deel van het koor, en halverwege het programma ook het volledige koor op het podium aanwezig was en deelnam in het programma.

Dichters uit Nederland (Joost Baars, Kreek Daey Ouwens, Jörgen Gario, Nisrine Mbarki Ben Ayad), België (Dominique De Groen) en dichters uit Europa, Azië, Midden-Oosten, Australië, Afrika en Zuid Amerika. De dichters droegen, ondersteund en aangevuld door muziek en koor (en de zaal) een gedicht voor en voor boven het toneel was op een boventiteling, steeds de vertaling in het Nederlands te lezen.

Voor mij was de hele opening één groot hoogtepunt maar vooral de bijdrage van Joost Baars, Pia Tafdrup (Denemarken) door de bijdrage vanuit de zaal, Dalia Taha (Palestina) en Hendri Yulius Wijaya (Indonesië) vond ik indrukwekkend. Uiteraard werd door festivaldirecteur Diana Chin-A-Fat, stil gestaan bij het overlijden van Lieke Marsman. Al met al een fantastisch mooie avond. Uit de festivalbundel ‘Achter mij is een schaduw’ koos ik voor een gedicht van de Zuid Afrikaanse Lynthia Julius (1993) getiteld ‘Ménage à moi’.

Julius is een van de meest veelbelovende jonge stemmen binnen de hedendaagse Zuid-Afrikaanse poëzie. Ze groeide op in diamantstad Kimberley, en schrijft vanuit het Gariep-Afrikaans van de Noord-Kaap, in voortdurende wisselwerking met het Standaardafrikaans van de canon. Als filosoof opgeleid en later geschoold in Creatief Schrijven, gaf ze haar rauwe, compromisloze poëzie extra precisie en gelaagdheid. Julius laat zich niet inkaderen en schrijft met loepzuivere eerlijkheid over identiteit, macht en moederschap.

.

Ménage à moi

.

meisjes die met zichzelf spelen

zien de hemel

maar gaan er niet heen

.

zij met hun Olivia Grey

en chardonnay

die hun binnenste

verkennen met vingers en Rabbits

hun eigen benen laten beven

van lakens dammen maken

.

die hun kamerdeuren sluiten

niet wachten op een pik

in kussens kreunen

.

Lynthia is geboren

Lynthia is uit het zelfdoodsbed opgestaan

Lynthia komt

.

Joost Baars

Emily Dickinson

.

Vandaag een dichter van nu over een dichter van toen in de categorie dichters over dichters. Dit keer dichter Joost Baars (1975) over de dichter Emily Dickinson (1830-1866).  Joost Baars is dichter, essayist en boekverkoper. Hij publiceerde ’30 + 30: zestig gedichten uit binnen- en buitenland’ in 2008, ‘Iemand anders’ als chapbook in 2012 en ‘Binnenplaats’ in 2017. Deze laatste bundel werd bekroond met de (laatste) VSB Poëzieprijs, en genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de C. Buddingh’prijs. Baars draagt regelmatig voor op festivals als Poetry International, Winternachten, Read My World en het Tanta International Festival of Poetry (Egypte)  Zijn gedichten werden vertaald in het Engels, Grieks en Arabisch. Hij schrijft recensies en interviews voor de Poëziekrant en Awater, essays voor Liter en deRecensent.nl en schreef columns over boekverkopen voor hard//hoofd en Boekblad.

.

Emily Dickinson

.

in een huis in amherst, massachusetts

zit emily dickinson.

.

ze denkt aan jou.

.

ze heeft net de boeken gevonden

waar haar gedichten in afgedrukt staan.

.

zit aan haar tafeltje daar.

staart naar de muur

.

en zoekt jouw gezicht.

.

ik loop er rond. lees

de teksten op bordjes:

.

dit is haar nichtje,

dit is haar slaapvertrek,

.

raak dit niet aan. draag

.

een shirt met haar beeltenis.

lijkt niet, zegt ze, alsof

.

ze niet weet hoezeer ze lichamelijk is.

ik zou haar zo graag op willen eten,

.

maar ze is nu op het punt van verdwijnen

.

gekomen, schrijft er

verterend al

.

een andere lezer aan.

.

Een pleidooi voor inspiratie

Overheid van nu over poëzie

.

Op de website Overheid van nu staat een interessant artikel van begin 2022 onder de titel ‘Alternatieve leestips: een pleidooi voor inspiratie’. Toen ik op het artikel stuitte en het had gelezen wist ik dat ik hier een blogpost aan zou wijden. In het kort is het artikel een aansporing aan professionals werkzaam bij de overheid om (meer) vrij te denken door het lezen van poëzie. Of, zoals het in het artikel wordt verwoord:

“Gedichten stimuleren je om vrij te denken, omdat er geen goed of fout is als het gaat om kunst. Er worden geen meningen gepresenteerd, maar vergezichten. Dat gunnen we alle professionals die interbestuurlijk samenwerken aan de grote maatschappelijke opgaven van nu.”

In het artikel wordt verwezen naar de bundel ‘Olijven moet je leren lezen’ van Ellen Deckwitz, de voormalig dichter des vaderlands (2013-2017) Anne Vegter wordt aangehaald en het artikel wordt geïllustreerd met regels en strofen uit gedichten van bovenstaande dichters en Lieke Marsman, Tjitske Jansen, Rodaan al Galidi, Hagar Peters en Joost Baars. Zo wordt er gesteld, en ik ben het daar zeer mee eens, dat: Wie poëzie leest, loopt het gevaar verliefd te worden op zinnen die je vervolgens de rest van je leven bij je draagt.

Ik denk dat iedere poëzieliefhebber een of meer dichtregels uit het hoofd kent omdat deze ooit een verpletterende indruk heeft gemaakt. Ook ik ken vele regels uit mijn hoofd, ik heb er al eerder over geschreven, uit gedichten van Judith HerzbergVasalisRemco Campert en verschillende uit gedichten van Jules Deelder.

Het artikel eindigt met: “Poëzie neemt verschillende gedaantes aan: die van vergezicht, verdieping, vermaak, confrontatie, inspiratie of ontspanning. Die waarden gunnen we alle professionals die interbestuurlijk samenwerken aan de grote maatschappelijke opgaven van nu. Daarom dus poëzie als leestip op Overheid van Nu.” Een waardevolle tip lijkt me, elke dag poëzie lezen verrijkt je leven, je taal en je verbeeldingsvermogen. En ja sommige poëzie is niet meteen te begrijpen. Deckwitz schrijft hierover:  “Beginnen met lezen van poëzie is ermee akkoord gaan dat je niet meteen alles begrijpt. Maar wel dingen gaat aanvoelen.”

Een compliment voor de (anonieme) schrijver van dit artikel, hopelijk wordt het door vele ambtenaren gelezen en in praktijk gebracht. Natuurlijk een gedicht, dit keer van Ellen Deckwitz getiteld ‘Fietsen’ dat gepubliceerd werd in literair tijdschrift Liter jaargang 12 in 2009.

.

Fietsen

.

Toch knap dat u erin slaagde
het evenwicht te bewaren
op enkele pinkdunne buisjes
die met schroefjes en wat draad
aan twee wieltjes waren vastgemaakt.
.
Het enige wat u moest doen,
was de boel draaiende houden en de bel
alleen in noodgevallen aan te slaan
het kost wat
.
maar een melkgebit later
schept u er tijdens feestjes over op
tot u echt naar huis moet.
.
Daar gaat u dan
– op uiteraard de fiets –
toch even tonen dat u
ook met één hand kan
en dan ook de andere boven
het is net watertrappelen
voor gevorderden met als grande finale
voeten op het stuur en met de punt
van uw neus nog even tingeling en dan zoveel applaus
dat wanneer u op de brancard geladen wordt
er nog even door uw gedachten schiet
.
hoe knap het is,
dat u fietst.
.
.

De 100 beste gedichten

Sven Cooremans

.

Ik ben niet echt een verzamelaar van reeksen boeken of bundels. Al vind ik het leuk als ik weer een exemplaar ontdek van ‘De Muze’ reeks die ik nog niet heb. Of wanneer ik een bundel van een dichter ergens kan kopen die het (meestal kleine) oeuvre compleet maakt in mijn boekenkast. Zo heb ik verschillende exemplaren van ‘De 100 beste gedichten’ gekozen voor de VSB Poëzieprijs.

De VSB Poëzieprijs heeft bestaan van 1994 (Hugo Claus was toen de winnaar met ‘De sporen’) tot en met 2018 (winnaar Joost Baars met ‘Binnenplaats’) met uitzondering van het jaar 2010 toen de prijs niet werd uitgereikt, en elk jaar verscheen er een verzamelbundel met gedichten gekozen uit de dichtbundels die dat jaar werden ingezonden. Ik heb van al die jaren er denk ik een stuk of vier, vijf in bezit.

Zo ook de bundel over 2015, gekozen door Peter Vandermeersch. Bladerend in deze bundel kwam ik een dichter tegen die ik nog niet kende; Sven Cooremans (1970). Hij studeerde wijsbegeerte aan de katholieke universiteit van Leuven, is leadsinger van de Nederlandstalige rockgroep ludo, redactielid van ‘Gierik’ – Nieuw Vlaams Tijdschrift’. Gedichten van hem verschenen in ‘De Brakke Hond’ en ‘Gierik’, korte verhalen in ‘DW&B’, ‘Deus ex Machina’ en ‘Gierik’.  In 2003 verscheen zijn debuut dichtbundel ‘Myeline’. In 2017 de bundel  ‘Zonder is het licht niet zacht genoeg’.

En in 2015 verscheen van zijn hand de bundel ‘Het is dat of stoppen met zingen’. In ‘De 100 beste gedichten’ is hij uit die bundel met twee gedichten opgenomen; ‘Waar bomen staan’ en ‘De friturist’ en omdat ik dat laatste gedicht erg grappig vind plaats ik het hier.

.

De friturist

.

als ze zingen

.

dan weten we

dat ze goed zijn

.

dan zijn ze goed

voorgebakken

.

wij weten dat

we horen dat

.

we zeggen daar

zingen tegen

.