Site-archief
De kerkdijk
Clara de Groen
.
In de literair tijdschrift Liter #121 las ik het gedicht ‘De Kerkdijk’ van dichter Clara de Groen. Clara de Groen is geen onbekende voor de lezers van Liter, in 2025 (#116) stond ze al met het gedicht ‘De groene Maria’ in het tijdschrift en eerder ook al in nummers 107 en 108. Clara de Groen (1952) studeerde Journalistiek in Tilburg. Tijdens een weekend Creatief Schrijven raakte ze gefascineerd door de vele beelden die in haar hoofd opkwamen en volgde ze cursussen poëzie in Nijmegen en bij ’t Colofon in Maastricht/Amsterdam.
Naast de publicaties van haar gedichten in Liter verscheen poëzie van haar hand op Meander, In Het Gezeefde Gedicht, in verschillende verzamelbundel en in Meulenhoffs Poëziekalender. Een bundel van haar is in voorbereiding. In Liter #121 is het gedicht ‘De Kerkdijk’ opgenomen.
.
De Kerkdijk
.
Trek je oudste kleren aan, liefst ongestreken.
Poets je tanden niet, was je niet en kam je haren niet.
.
Rommel wat aan in huis, maar ruim niets op en was
niets af. Laat de onrust van je afglijden.
.
Ga op de bank liggen en luister naar de regen
of naar de muziek, die traag en langzaam
.
door je aderen vloeit, je hart aanraakt. Treur een beetje
als de maand van het nieuwe leven ontluikt.
.
Je kent de namen die geschreven staan op de grafstenen
op het kerkhof. Mijmer wat over wie je kende.
.
Trek je oudste kleren aan, liefst ongestreken.
Poets je tanden niet, was je niet en kam je haren niet.
.
Campusdichters
Martina Pocchiari
.
Op de website van de universiteit van Utrecht verscheen in 2017 een aardig overzicht van Ries Agterberg over campusdichters aan universiteiten in Nederland. Ik weet dat er verschillende campusdichters actief zijn, ik schreef al over campusdichters in Nijmegen (Wout Waanders, Thijs Kersten, Merel van Slobbe), Antwerpen, (Esohe Weyden), Twente, (Egbert van Hattem) en Groningen (Jephta de Visser).
In het artikel van Agterberg lees ik dat er ook campusdichters actief zijn in Tilburg, Rotterdam en Amsterdam (UvA en VU). In 2016 werd de eerste internationale campusdichter geïnstalleerd en wel aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. De Italiaans Martina Pocchiari (1994) was toen masterstudente Marketing Management en inmiddels, 10 jaar later assistent professor aan de Esade Business School in Spanje.
Omdat ze de nieuwe, en eerste internationale, campusdichter van de Erasmus universiteit was, werd in het Erasmusmagazine een interview met haar geplaatst. Daar werd ook een Engelstalig gedicht bij geplaatst ‘Four times December’ dat ik heb vertaald en hieronder te lezen is.
.
Vier keer december Websie
.
Het was kouder, er waaide een fellere wind –
en in de wind gaf ik mijn hart weg.
Alles
is sindsdien veranderd.
Vandaag is de wind zachter;
de kou, gastvrij.
Maar mijn hart is bevroren
en te midden van een storm.
Hoeveel dingen kunnen er gebeuren,
bij een windvlaag.
Hoeveel dingen kunnen veranderen,
zonder dat wij het merken.
Ik verloor mijn hart in de wind, en nu
Ik weet niet waar het is neergezet.
Maar ik zal voortdurend over de wegen van de wereld
lopen om het opnieuw te vinden.
.
Ver Vers app
Lies van Gasse, Vicky Francken
.
In opdracht van de bibliotheek Midden Brabant, literair productiehuis TILT en de universiteit Tilburg, ontwikkelde Jeroen Braspenning samen met dichter Vicky Francken (1989) en dichter, kunstenaar en stadsdichter van Antwerpen Lies van Gasse (1983), de Ver Vers app. Met deze app maak je in een handomdraai je eigen graphic poem, of grafisch gedicht. Je doet dit met zinnen die Vicky Francken heeft geschreven en illustraties van Lies van Gasse.
Natuurlijk heb ik een poging gewaagd en ik heb hier een filmpje van gemaakt. Helaas kan ik die hier niet uploaden maar probeer het zelf maar eens een keer, het is de moeite waard.
.
Ik ben mijn zwemkleren vergeten,
de buren zijn niet thuis
twee is het kleinste begin van meer
het liefst zou je het smelten remmen
maar ik loop al zo lang
er brandt licht in een huis dat niet meer bestaat
waar woon je? laat me los, ik heb je gezien
valt er iets te vieren?
.
De Bevera
Max Niematz
.
De in Tilburg geboren maar in Groningen wonende dichter, schrijver Max Niematz (1942) debuteerde in 1987 als dichter met de dichtbundel ‘De bestijging van Popoque’ bij BZZTOH waarna in 1988 en 1991 nog twee dichtbundels werden gepubliceerd. De laatste bundel was ‘Zielsvrienden’. En dat was ook echt de laatste want daarna schreef Niematz nog slechts romans. Op zijn website schrijft hij daarover:
“Hoewel Niematz de poezie een warm hart toedraagt, ging hij zich vanaf 1991 volledig op proza toeleggen en wel om twee redenen: hij merkte dat de poëzie een te introverterende werking op hem had, zij werd te beklemmend, de dichter in hem begon alsmaar dieper te denken, dieper te voelen, dieper in zichzelf af te stijgen. En twee: hij zou graag ook die meer sociale aspekten van zijn karakter aan bod laten komen als humor, mensenliefde c. q. -verachting, narratief talent, gevoel voor theater. Helaas moest hij constateren dat proza zo mogelijk nog hogere eisen stelt aan het denk-, voel- en in-zichzelf-afstijgvermogen dan poëzie, ja, dat proza nog beklemmender is en zeker zo vervreemdend en consumptief werkt op de scheppende geest.”
Desalniettemin verschijnen in Hollands Maandblad 2022-3 maar liefst drie gedichten van zijn hand. Of hij van gedachten is veranderd weet ik niet maar ik hou het in de gaten. Ik koos uit de drie gedichten het gedicht ‘De Bevera’ wat voor zover ik hen kunnen vinden een rivier in Liguria (Noord Italië) is.
.
De Bevera
.
Deze rots… Ooit regende hij neer
uit de wand hoog boven je en deed de aarde
in zijn val beven. Nu ligt hij hier, de rust
zelve, groot en hoekig als een zerk,
een welkome cesuur op je trektocht. Ergens
in deze woeker van klitten en doornen
moet de doorgang zijn die je toestaat naar
de stroom af te dalen. Diep onder je hoor je
het water woelen. Je benen nemen rust,
maar je hoofd gaat alvast vooruit naar
de plek van betovering, het drinkt er
de schoonheid al van in. Terwijl je het lamme
lijf afzinkt in zijn koelte, wordt alles vreemd
om je heen: wie je bent en dat je hier zit
op deze rots – alles wordt verdacht of
hooguit herinnering, alles spoor van vroeger
leven, één slierende vloed van eeuwen
die je meesleurt, de diepte in.
.
Soldaten kwartier
Antony Kok
.
Naar aanleiding van een bericht op Tzum, waarin stadsdichter A.H.J. Dautzenberg in een open brief aangeeft waarom hij stopt met het uitoefenen van het stadsdichterschap van Tilburg https://www.tzum.info/2021/03/nieuws-a-h-j-dautzenberg-stopt-met-stadsdichterschap-tilburg/ sloeg ik aan op de naam Antony Kok (1882 – 1969). Ik wist dat ik al eens een bericht over deze dichter had geschreven https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/05/11/dada-gaga/ en wilde graag meer van deze dichter te weten komen.
Op de website https://www.antonykok.nl/ kun je alles over het leven en werk van deze experimenteel dichter lezen. Deze Rotterdamse schrijver en dichter was experimenteel vooral in zijn klankpoëzie. Hij was mede-oprichter van het vernieuwende tijdschrift ‘De Stijl’. Antony Kok stond bekend als een bedachtzaam en vrijgevig man. Hij was volgens hen die hem kenden een groot kunstminnaar en ook een mecenas, niet alleen voor een bekende schilder als Piet Mondriaan maar ook voor regionale kunstenaars. Kok leerde de kunstenaar Theo van Doesburg kennen toen deze gelegerd was vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog met zijn legeronderdeel aan de Belgische grens, niet ver van Tilburg. Na 1916 leerde hij Piet Mondriaan kennen en samen met een aantal andere kunstenaars richten zij in 1917 ‘De Stijl’ op.
In 1915 schreef Anthony Kok het gedicht ‘Soldatenkwartier’ waarschijnlijk geïnspireerd op een serie gedichten van Van Doesburg, getiteld ‘Soldaten’. Van Doesburgs reactie op het gedicht ‘Soldaten Kwartier’ loog er niet om: ‘Die uitdrukking ‘klootenschuren’ vind ik toch erg goed; helemaal in toon, je ziet er de geslachtsdelen ten opzichte der houten banken in heen en weer schuiven’.
Kok heeft slechts twee gedichten gepubliceerd in ‘De Stijl’, de gedichten ‘Stilte + stem (Vers in W)’en ‘Nachtkroeg’ wat voor iemand die mede oprichter was van een tijdschrift dat 14 heeft bestaan (met De Stijl werd gestopt toen Theo van Doesburg in 1931 kwam te overlijden) erg karig is.
.
Soldaten kwartier
.
Banken. Banken.
Ruwe planken.
Snaaksche schalken.
Kleeren zwalken.
Kastjes. Kribben.
Vloeren glibben.
Zingen. Fluiten.
Hoemhoemhoem.
Luieren. Poetsen.
Schuieren. Boem.
.
Sterke longen.
Bokkesprongen,
over tafels,
banken heen.
.
Eten. Drinken.
Schrijven. Stinken.
Koffie. Brood.
Stik. Valdood.
.
Kaptein. Venijn.
Kaptein. Venijn.
Sergeant. ’t Land.
Sergeant. ’t Land.
Hoelang. Hoelang.
Zal het nog duren
Dat verdomde
klooten schuren.
.
Rombombom.
Rombombom.
De trom.
De trom.
De trom.
.

Lino: Ivo van Leeuwen















