Site-archief
Nieuwe MUG
Editie 34
.
De nieuwe editie van MUGzine, editie 34 alweer, komt eraan. Dit keer met de dichters Hanna Kirsten (de Meanderdichter deze keer), Masja Vrijland en Dorien De Vylder. Een Muggedicht dat niet echt een gedicht is maar een minicolumn, van Karel Feenstra, een dagverse Luule, een poëtisch voorwoord en kunst van Marilou Klapwijk.
Natuurlijk komt ook deze editie gratis op de website van MUGzine, maar de ware poëzieliefhebber wil zo’n poëtisch kleinood natuurlijk gewoon in handen hebben en lezen. Dat kan. Word donateur voor maar € 22,50 per jaar en ontvang 5 edities (nummers 31 t/m 34 en later dit jaar #35) en altijd een leuk extraatje. Interesse? Stuur een mailtje naar mugazines@yahoo.com Hiermee steun je ons en kunnen wij oudere, jonge, talentvolle en gearriveerde dichters in het zonnetje blijven zetten en illustrators en kunstenaars een plekje bieden om hun werk te laten zien.
Eén van de deelnemende dichters uit # 34 is Masja Vrijland (1971). Masja Vrijland studeerde Taal- en Cultuurstudies en is actief op verschillende poëziepodia. Regelmatig treedt zij op met voordrachten uit eigen werk, zoals tijdens de Kunstschouw Ellemeet, alternatief muziekfestival Midgard, Nacht van het boek of Literaire wandeling Tilburg. Ze maakte deel uit van een voorleestheater dat eigen werk voordroeg in Tilburg, Amsterdam en Nijmegen. Eerder publiceerde zij in literaire tijdschriften zoals Op Ruwe Planken, Hollands Maandblad, Meander, Meelij & Afschuw, korreltje Zeezout, De poëzie lacht op straat, gebeitelde gedichten in Tilburg. Haar bundel ‘Het huis’ kwam uit bij Consulaat der letteren. Haar nieuwe bundel ‘Straks vertrekt onze trein’ is in voorbereiding. Als voorproefje het gedicht ‘Amulet’ (niet in de nieuwe MUGzine).
.
Amulet
.
Zeg nou maar gewoon wat er gebeurde
en leg het af tegen een veer
vertel hoe ik ether kocht op bestelling
en aan mijn vader gaf zodat de woestijnbaby’s
ongemerkt in een emmer uitdoofden
zoals hij mijn band plakte
of een haanhoofd afzaagde met ons broodmes
voor de wedergeboorte van zijn nieuwe haan
terwijl ik mijn oor tegen de schuurdeur hield
in het dons ploften ’s nachts jonge kevers
die onder het zaagsel vandaan kropen
in mijn wilde kamer als zandzakken uit
luchtballonnen naast mijn schuldige hoofd
ik wil niet dat je zwijgt
getuig tegen mij
zonder balsem van magisch spreken
ik heb geen scarabee nodig
om mij te behouden
.
Stenen voor het begin
Fleur Bourgonje
.
De Nederlandse schrijfster en dichter Fleur Bourgonje werd geboren in 1946 in Achterveld. In 1968 vertrok ze naar Parijs, eind 1970 naar Zuid-Amerika. Ze woonde tijdens de regeringsperiode van Salvador Allende in Chili, daarna in Argentinië, tot ook daar een militaire staatsgreep een eind aan haar verblijf maakte. Eind 1976 vestigde ze zich in Venezuela. Gedurende deze jaren bereisde ze heel Midden-en Zuid-Amerika.
Bourgogne schrijft naast romans en gedichten ook lyrische en hoorspelen. Haar werk werd o.a. vertaald in het Duits, Engels, Frans, Italiaans, Spaans, Servisch en Bosnisch en voor haar literaire werk ontving ze meerdere nominaties en prijzen.
Ze noemt zichzelf een buitenstaander die het liefst mensen en gebeurtenissen observeert. Als vanuit een vogelvlucht overzicht houden en de betrekkelijkheid der dingen inzien. Haar leven noemt ze een biografie: “De werkelijkheid blijft hetzelfde, maar hoe ik deze ervaar verandert. Daardoor zijn mijn herinneringen altijd gekleurd.”
In 1987 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff de bundel ‘Stenen voor het begin’ haar poëziedebuut. Rogi Wieg schreef in een recensie over deze bundel: De toon van dit werk is goed, gedreven, maar veel gedichten blijven vaag en lijken slechts een aanzet. Poezie met veel licht, stenen, tijd en ruimte. Goede regels, maar de essentie blijft onduidelijk: ‘Woorden alleen, niet/het verhaal;/niet de bomen,/wel het bos.’
Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Het huis’.
.
Het huis
.
De plant is over het balkon gegroeid,
de kale stam rust op de rand.
Zwaar van venijn
buigt haar bloem
naar de straat,
waar ik sta, vandaag.
.
Hoe kan een cactus voortbestaan,
bloeien in niets,
in leegte
na de vlucht.
.
Waarom overleeft een plant
wat in mij is doodgegaan.
.
Het huis
Martinus Nijhoff
.
De verzamelde gedichten van Martinus Nijhoff ( Bert Bakker, 1975 vijfde druk) beslaat maar liefst 532 pagina’s. Na alle bundels die in deze verzameling zijn opgenomen staan aan het einde van het boek nog een aantal nagelaten gedichten. Het gedicht ‘Het huis’ is daar één van.
.
Het huis
.
Op akkerland, met duinen in ’t verschiet,
staat, in de schaduw van nabij geboomt,
het huis dat ik ontruimde en achterliet,
en dat thans door de vijand wordt bewoond.
.
De bomen zijn, naar ik verneem, geveld;
’t huis werd een kazemat, en het terrein
– indien het waar is wat mij wordt gemeld –
moet in een mijnenveld herschapen zijn.
.
Dit zegt men. Maar het huis zelf deelt mij mee
wanneer het in mijn dromen tot mij spreekt:
ik heb bericht ontvangen van de zee,
dat straks een reinigende storm opsteekt.
.
Krantenvrouw
Marnix Gijsen
.
De laatste weken valt me iets op als ik in het dashboard van dit blog mijn statistieken bekijk. Al een paar keer is het aantal bezoekers uit Vlaanderen groter dan het aantal bezoekers uit Nederland. Nu probeer ik mijn aandacht van onderwerpen niet te kijken naar landen of herkomst maar ik weet dat veel Vlaamse vrienden dit blog graag en vaak bezoeken. Als dank daarvoor een gedicht van de beroemde Vlaamse schrijver/dichter Marnix Gijsen (1899 – 1984).
.
De krantenvrouw
De kleine klaagstem van de krantenvrouw
siddert door d’avondlucht
en wil niet laten.
Is er een mensch ter wereld
meer verlaten?
een even wrak en nutteloos gerucht.
Er is een ster en een lantaren,
boven der menschen smalle nacht.
Er is een minnaar met ronde gebaren
en een meisje dat huivert en lacht.
De huizen zijn vol donker gebeuren:
de wanden van een oud en rijk tooverslot.
Waarom klaagt de krantenvrouw
aan alle gesloten deuren?
Waarom breekt haar stem als een slechte sleutel
in het harde slot?
Waarom druppelt haar woord,
op den drempel der menschen,
zoo vergeefs en ellendig,
lijk het bloed van mijn God.
.
Uit: Het Huis, 1925
.







