Site-archief
Campusdichters
Martina Pocchiari
.
Op de website van de universiteit van Utrecht verscheen in 2017 een aardig overzicht van Ries Agterberg over campusdichters aan universiteiten in Nederland. Ik weet dat er verschillende campusdichters actief zijn, ik schreef al over campusdichters in Nijmegen (Wout Waanders, Thijs Kersten, Merel van Slobbe), Antwerpen, (Esohe Weyden), Twente, (Egbert van Hattem) en Groningen (Jephta de Visser).
In het artikel van Agterberg lees ik dat er ook campusdichters actief zijn in Tilburg, Rotterdam en Amsterdam (UvA en VU). In 2016 werd de eerste internationale campusdichter geïnstalleerd en wel aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. De Italiaans Martina Pocchiari (1994) was toen masterstudente Marketing Management en inmiddels, 10 jaar later assistent professor aan de Esade Business School in Spanje.
Omdat ze de nieuwe, en eerste internationale, campusdichter van de Erasmus universiteit was, werd in het Erasmusmagazine een interview met haar geplaatst. Daar werd ook een Engelstalig gedicht bij geplaatst ‘Four times December’ dat ik heb vertaald en hieronder te lezen is.
.
Vier keer december Websie
.
Het was kouder, er waaide een fellere wind –
en in de wind gaf ik mijn hart weg.
Alles
is sindsdien veranderd.
Vandaag is de wind zachter;
de kou, gastvrij.
Maar mijn hart is bevroren
en te midden van een storm.
Hoeveel dingen kunnen er gebeuren,
bij een windvlaag.
Hoeveel dingen kunnen veranderen,
zonder dat wij het merken.
Ik verloor mijn hart in de wind, en nu
Ik weet niet waar het is neergezet.
Maar ik zal voortdurend over de wegen van de wereld
lopen om het opnieuw te vinden.
.
Brommers kieken
Ester Naomi Perquin
.
Toen ik het gedicht ‘Meisjes’ uit de bundel ‘Servetten halfstok’ van Ester Naomi Perquin uit 2007 las moest ik meteen denken aan de term Brommers kieken. Brommers kieken is Twentse én Achterhoekse term voor een smoes van geliefden om zich terug te trekken om te gaan zoenen. Vanaf het eerste moment dat ik de term hoorde jaren geleden vond ik het prachtig. Zo onschuldig maar zo ter zake doende.
Hoewel het feitelijke brommers kieken niet voorkomt in het gedicht zie je het voor je als je het leest. Daarom hier het gedicht ‘Meisjes’.
.
Meisjes
.
Zo handig in hun alledaagse praten
rusten zij aan zij, een rij van jonge huid
en zachte haren in die al te hete zon.
Duingras kietelt hun benen en hoog
klinkt de pas bedachte lach die meeuwen
steeds verschrikt doet overkomen.
Van kop tot teen onaangeraakt
liggen zij, met allemaal dezelfde stem
dezelfde moeder te bespreken.
Wat ze zoal zijn telt alle eeuwigheden
in hen op. Dat stil en zonbeschenen delen
van leeftijd, lichaam, zonnebrand.
Maar over het zand lijkt een vreemd,
steeds lager grommen aan te zwellen
en jaagt een rilling door de rij.
Elke seconde komen de jongens
op onverbiddelijke brommers
in grote golven dichterbij.
Foto: Tineke de Lange
Gedichten op vreemde plekken
Deel 71: Bij het station in de buurt van het F.C.Twente stadion
.
Op een muur bij station Enschede-Drienerlo, vlakbij het F.C. Twente stadion staat het volgende gedichtje van Willem Wilmink:
.
Het is het eindpunt van de trein,
bijna geen mens hoeft er te zijn,
bijna geen hond gaat zover mee:
Enschede
.










