Site-archief
Het wilde feest
Verfilmd verhalend gedicht
.
In 1928 schreef Joseph Moncure March (1899 – 1977) een Amerikaanse dichter, scenarioschrijver en essayist, een lang verhalend gedicht getiteld ‘The Wild Party’. Na een periode van vier jaar als hoofdredacteur van The Telephone Review werd March in 1925 hoofdredacteur van The New Yorker en hielp hij mee aan de oprichting van de voorpagina-sectie “Talk of the Town” van het tijdschrift. Hij verliet het tijdschrift en schreef het eerste van zijn twee belangrijke lange verhalende gedichten uit het Jazz-tijdperk , The Wild Party .
Vanwege de gewaagde inhoud kon dit gewelddadige verhaal over een variétédanseres die een feest vol drank en seks organiseert, pas in 1928 een uitgever vinden. Eenmaal gepubliceerd was het gedicht echter een groot succes, ondanks het verbod in Boston omdat het als obsceen werd beschouwd. In 1968 zou hij ‘The wild Party’ herzien.
In 1975 werd ‘The Wild Party’ verfilmd maar March veranderde het plot om het gedicht te vermengen met het Fatty Arbuckle -schandaal. De film, met onder andere Raquel Welch, die gebaseerd is op het verhalende gedicht gaat over een stomme filmkomiek (een type zoals Roscoe ‘Fatty’ Arbuckle) die met de komst van de geluidsfilm een extravagant feest geeft om zijn tanende carrière te redden. Zijn plan is om één laatste, groots stomme meesterwerk uit te brengen. Het feest loopt nogal uit de hand. Uit het gedicht ‘The Wild Party’ en deel vertaald naar het Nederlands.
.
Sommige liefde is vuur, sommige liefde is roest,
maar de felste, zuiverste liefde is lust.
En hun lust was overweldigend. Het voelde aan
als kletterende hamers, steen en staal,
en als woeste, brullende fakkels
die door ijzer heen scheuren en mensen blind maken.
Lange treinen denderden door spelonken onder
grijze, trillende straten, als woedende donder.
Bruisende motoren, schorre stoom die uitspuwde,
stampende voeten en schreeuwende menigten.
Een lust zo woest, dat ze het vlees van het bot hadden kunnen rukken
zonder te verkrampen.
.
28 jaar later
Poëzie in Zombiefilm
.
Ik schrijf al vele jaren over poëzie en heb een voorkeur voor momenten en plekken waar je poëzie tegenkomt waar je het niet verwacht. Dat kan werkelijk overal zijn, daar ben ik inmiddels wel achter. En toch word ook ik soms nog verrast.
Zo las ik in een recensie van de Zombiefilm ’28 years later’ een vervolg op de zombieklassieker ’28 days later’ van regisseur Danny Boyle uit 2002, een passage over het gebruik van het anti-oorlogsgedicht ‘Boots’ van Rudyard Kipling uit 1903, uit de bundel ‘The Five Nations’ in deze nieuwe film. Het gedicht verbeeldt de repetitieve gedachten van een infanterist van het Britse leger die tijdens de Tweede Boerenoorlog door Zuid-Afrika marcheert.
Kipling (1865-1936) is een beroemde Engelse dichter en schrijver (van bijvoorbeeld The Jungle Book) die als eerste Brit in 1907 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg. Zijn gedicht ‘If’ (1910) werd in 1995 door de Engelsen verkozen tot hun favoriete Engelse gedicht. Een ander beroemd gedicht van hem is ‘The white man’s burden’ uit 1899.
Maar terug naar de film ’28 years later’. Volgens de recensent werd de eerste spokenword opname in 1915 opgenomen en is deze opname verder uitgewerkt tot ‘een onder de huid kruipend nachtmerriemantra. Boots-boots-boots-boots moving up and down again.’
Toen ik dit las ben ik uiteraard meteen op zoek gegaan naar dit gedicht. Hieronder kun je het gedicht lezen en naar de opname uit 1915 luisteren.
.
.
Geest
Hera Lindsay Bird
Ik was was aan het zoeken op mijn website (wanneer er bijna 5.400 berichten op je blog staan vergeet je weleens of je iets geplaatst heb of niet) en ik stuitte op het heerlijke maar wonderlijke gedicht ‘Keats is Dead so Fuck me From Behind’ van Hera Lindsay Bird (1987) uit Nieuw Zeeland. Toen ik verder zocht bleek dit de enige keer te zijn geweest dat ik iets van of over haar geplaatst had.
Op zoek naar meer poëzie van haar hand kwam ik op haar website waar nog veel meer heerlijks en absurds te lezen is. Uiteindelijk kwam ik weer op een andere pagina, dit keer van thespinoff.co.nz en daar las ik het gedicht met de intrigerende titel ‘Bruce Willis You Are The Ghost’. In eerste instantie dacht ik dat dit gedicht over de huidige toestand van Bruce Willis ging, hij lijdt namelijk aan frontotemporale dementie. Tot dat ik onder het gedicht las dat dit al een veel ouder gedicht was van Bird. Na lezing realiseerde ik me dat dit gedicht gaat over de film ‘The Sixth Sense’ uit 1999.
In het gedicht wordt Bruce Willis aangesproken als het geestpersonage dat hij in de film speelt, waarbij wordt verwezen naar het feit dat zijn vrouw hem niet kan horen omdat hij is overleden en nu een geest is, wat overeenkomst met de plottwist van de film waarin blijkt dat het personage van Bruce Willis dood is.
Bruce Willis You Are The Ghost
It’s not that your wife doesn’t love you. It’s because you died and now you are a
ghost and she can’t hear you talking to her. That time you saw her taking off her
wedding ring? It’s because you’re her dead husband and she can’t continue to
mourn your absence with heterosexual jewellery indefinitely. Stop haunting her
already, Bruce Willis! Bruce Willis, it’s hard to be a ghost and not know you are
a ghost. Haven’t you noticed that the only person you’ve talked to in a year is a
supernaturally gifted child? Don’t you think it’s weird your wife just cries alone in the
living room every night, rewatching your wedding tape and never looking or
speaking to you? Don’t you remember being fatally shot in the stomach at the
beginning of the movie? Walk towards the light, Bruce Willis. Walk towards the light.
Mijn geliefde de zee
Reinaldo Arenas
.
De film ‘Before Night Falls’ is een Amerikaanse biografisch drama uit 2000, geregisseerd door Julian Schnabel . De film is gebaseerd op zowel de gelijknamige autobiografie van Reinaldo Arenas. Ik vermelde Arenas al eerder in een blogbericht, toen over de website lithub.com waar een lijst van films wordt besproken die gebaseerd zijn op dichters of gedichten.
De Cubaanse dichter, roman- en toneelschrijver Reinaldo Arenas (1943-1990) was een groot criticaster van Fidel Castro, de Cubaanse revolutie en de Cubaanse regering. Al op jonge leeftijd sloot hij zich aan bij de communistische vrijheidsstrijders. Door zijn homoseksualiteit werd het leven in Cuba steeds moeilijker voor hem. Zijn geaardheid moest strikt geheim blijven anders wachtte hem het lot dat vele LGBT- mensen, christenen en vermoedelijke leden van de Cubaanse dissidente beweging ten deel vielen namelijk opsluiting in een militaire eenheid ter ondersteuning van de productie, wat een eufemisme was voor een concentratiekamp.
Zijn schrijfsels en openlijk homoseksuele leven brachten hem in 1967 in conflict met de communistische regering. Hij verliet de Nationale Bibliotheek (waar hij werkte) en werd redacteur van het Cubaanse Boekinstituut tot 1968. Van 1968 tot 1974 was hij journalist en redacteur van het literaire tijdschrift La Gaceta de Cuba. In 1974 werd hij naar de gevangenis gestuurd nadat hij was aangeklaagd en veroordeeld wegens ‘ideologische afwijking’ en wegens het publiceren in het buitenland (de Verenigde Staten) zonder officiële toestemming. Hij ontsnapte uit de gevangenis en probeerde Cuba te verlaten door zichzelf vanaf de kust te lanceren op een binnenband, maar hij werd opnieuw gearresteerd en gevangengezet in het beruchte El Morro Castle, samen met moordenaars en verkrachters. Hij overleefde door de gevangenen te helpen brieven te schrijven aan vrouwen en geliefden. Op die manier verzamelde hij genoeg papier om zijn schrijven voort te zetten. Zijn pogingen om zijn werk uit de gevangenis te smokkelen werden echter ontdekt en hij werd zwaar gestraft. Met de dood bedreigd, werd hij gedwongen afstand te doen van zijn werk en werd hij in 1976 vrijgelaten.
In 1980 vluchtte hij alsnog met de Mariel Boatlift (een grote vluchtelingen exodus op gang gebracht door de economische malaise in Cuba) naar de Verenigde Staten.In 1987 werd bij Arenas aids vastgesteld, maar hij bleef schrijven en zich uitspreken tegen de Cubaanse regering . Hij was mentor van veel Cubaanse schrijvers in ballingschap. Na zijn strijd tegen aids stierf Arenas aan een opzettelijke overdosis drugs en alcohol .
.
Mijn geliefde de zee
.
Ik ben dat kind met dat ronde, vuile gezicht
dat je op elke hoek lastigvalt met zijn
“Kun je een kwartje missen?”
Ik ben dat kind met dat vuile gezicht,
ongetwijfeld ongewenst,
dat van verre naar bussen kijkt
waar andere kinderen
in lachen uitbarsten en flink op en neer springen.
Ik ben dat onsympathieke kind,
absoluut ongewenst,
met dat ronde, vuile gezicht,
dat voor de gigantische straatlantaarns of
onder de eveneens verlichte grootmoeders
of voor de kleine meisjes die lijken te zweven,
de belediging van zijn vuile gezicht projecteert.
Ik ben dat boze en eenzame kind van altijd,
dat je de belediging van dat boze kind van altijd toewerpt
en je waarschuwt:
als je me hypocriet over mijn hoofd aait,
zou ik die gelegenheid aangrijpen om je portemonnee te stelen.
Ik ben dat kind van altijd
voor het panorama van dreigende terreur,
dreigende melaatsheid, dreigende vlooien,
van overtredingen en de dreigende misdaad.
Ik ben dat weerzinwekkende kind dat een bed improviseert
uit een oude kartonnen doos en wacht,
zeker wetend dat je me zult vergezellen.
.
Charlotte Van den Broeck
Plakboel
.
Afgelopen zaterdag was ik ’s middags in de bibliotheek Utrecht aan het Neude. Er was daar een programma in het kader van de Poëzieweek 2025 met onder andere een lezing van Steven Van de Putte over zijn boek ‘Iedereen stadsdichter’ (dat ik helaas niet redde) en Charlotte Van den Broeck (1991) zou haar Poëzieweekgeschenk ‘Plakboel’ komen voordragen. Hoewel er wat ruis was (het was in de openbare ruimte van de bibliotheek) deed dit niets af aan hoe prachtig de performance was van Charlotte. Zo mooi dat ik ben blijven zitten nadat ze het een keer had voorgedragen om het nogmaals te beluisteren.
Charlotte vertelde dat ze deze performance een keer eerder had gedaan in een klein theater. Dat het daar nog beter tot zijn recht komt is zeker. Ik heb oprecht genoten van deze bijzondere performance van poëzie en muziek. Gelukkig voor jullie heb ik een kort fragment gefilmd dat je hieronder kun bekijken en beluisteren.
.
Beloofde land
Peter Verhelst
.
Voor mijn verjaardag kreeg ik de bundel ‘Zabriskie’ van dichter, romancier en regisseur Peter Verhelst (1962). In deze bundel beschrijft Verhelst waar we op af stevenen als mensheid. Dat dat niet altijd even fraai is mag duidelijk zijn. Maar hij dicht ook over kunst, rituele taal en poëzie.
Peter Verhelst is veelvuldig gelauwerd als dichter, voor zijn poëzie kreeg hij onder andere de Jan Campert-prijs, de Paul Snoekprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs, de Awater Poëzieprijs en maar liefst driemaal de Herman de Coninckprijs. Ook ontving hij voor zijn oeuvre de Constantijn Huygensprijs.
De titel van deze laatste bundel (2023) van Verhelst verwijst naar de film ‘Zabriskie point’ uit 1970 geregisseerd door Michelangelo Antonioni. Voyage 5 (de bundel is opgedeeld in 7 Voyages) is dan ook getiteld: Naar Zabriskie point, the movie. Zabriskie Point is een onderdeel van de Amargosa Range , gelegen ten oosten van Death Valley in Death Valley National Park in Californië, Verenigde Staten , en staat bekend om zijn erosielandschap .
De film wordt vermeld in het boek The Fifty Worst Films of All Time uit 1978 en is beschreven als “de slechtste film ooit gemaakt door een geniale regisseur”. De kritische waardering is echter in de decennia sindsdien toegenomen. De film heeft in zekere zin een cultstatus bereikt en staat bekend om zijn cinematografie, een soundtrack met Pink Floyd en andere populaire rockacts uit de jaren zestig, en de regie van Antonioni.
Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Het beloofde’ uit Voyage 6 Naar Jeruzalem.
.
Het beloofde
.
Kent iemand de naam van het land
.
van het ochtendlicht. Van de nevel.
.
Lap gras, uit de grond gerukt, als een gevlekte pels
over het skelet van een eik gegooid
zodat die poten krijgt, flanken, staart, een kop
.
die zich telkens opnieuw naar ons toe draait.
.
Het land dat ons beloofd werd
uit de tijd dat landen nog beloofd werden.
.














