Site-archief

Schulp: een recensie

Josse Kok

.

Zoals ik vorige week al schreef, heb ik de nieuwe bundel van Josse Kok (1983), die bij uitgeverij Opwenteling verscheen, gelezen. Vandaag mijn recensie van ‘Schulp’ een, opnieuw, opmerkelijke bundel van deze eigenzinnige uitgeverij.

Wat is een Schulp? Volgens het woordenboek is een schulp een omhulsel, veilig bestand tegen de, al dan niet, boze buitenwereld. Een schulp is ook een schelp, de schaal van een weekdier (volgens de encyclopedie). Maar het woord komt ook voor in een uitdrukking; In/uit je schulp kruipen (je onzeker voelen of juist niet langer onzeker voelen).

Is de schulp van Kok een universum voor één? En is die schulp dan ook een fysieke omgeving, een bubbel wellicht? En welke betekenis geeft Kok eraan? Vragen die ik mezelf stel voor ik ben gaan lezen. De uitgeverij geeft al een hint op haar website: In ‘Schulp’ zitten hoop en angst elkaar voortdurend in de weg.

De bundel begint met een quote uit de film ‘You’ve got mail’ met Tom Hanks en mijn favoriete actrice Meg Ryan, waar het thema van een gewoon maar betekenisvol leven, en de vraag of je werkelijk leeft of vooral observeert, sterk aanwezig is. Dat is alvast een positief puntje voor deze dichter.

In de gedichten wisselt Kok tussen de schulp als schelp waarin gescholen kan worden en de schulp waar je uit kan kruipen. Een paar voorbeelden: ‘Ik kruip gaten in / tot ik begrijp hoe zij ontstaan’ (Oermoet), ‘Mijn stem vormt om dit lichaam een koepel waarin ik droog blijf’ (Hemisfeer), ‘Jet is belangrijk om in jezelf een lege ruimte te bewaren’ (Horror vacui) en ‘en vier de narcose’ (Droomgod).

In een aantal gedichten speelt de nacht een rol, een wegkruipen in ruimtes, in een lichaam dat een bouwpakket kan zijn, een metafoor is voor een groep of het leven. In het titelgedicht van deze bundel ‘Schulp’ komt deze ambiguïteit heel mooi naar voren. Volgens het New Criticism is ambiguïteit het essentiële kenmerk van poëzie. In een poëtische taaluiting hebben de woorden naast de denotatieve betekenis vaak ook  connotatieve betekenisaspecten, zodat meer dan één interpretatie mogelijk is.

Het New Criticism, ontwikkeld in de jaren ’20 van de vorige eeuw in de Verenigde Staten, beoogde de literaire kritiek te bevrijden uit de traditionele schema’s van genreproblematiek, literaire historie, biografisme en moralisme. En hoewel ik me afvraag of de dichter (maar dit geldt ook voor de uitgeverij) dit als ‘leidmotiv’ hebben, herken ik hierin de eigenwijze en eigenzinnige manier van dichten (en uitgeven) van Kok en Opwenteling.

Voor mij komt dit samen in het gedicht ‘Caprice’. Voor wie van associatieve, beeldende, soms een tikje donkere en licht absurde poëzie houdt, met een steeds verrassende poëtische insteek, is de bundel ‘Schulp’ van Josse Kok  zeker een aanrader. Ik heb de bundel in ieder geval met veel plezier gelezen.

.

Caprice

.

Er huist iets prachtigs wispelturigs

in de hand die aanhaalt of wegduwt,

de blik die smacht naar meer dan je kan

geven of op je neerkijkt als op een prooi.

.

Het veranderlijke te omarmen is te leven.

Er driegt geen sleur voor wie soms vloekt

en soms zingt, voor wie zich tussen passie

en vergetelheid staande weet te houden.

.

Vertel jezelf dat je het bent; gebakken

van de juiste klei, voldoende geaard

voor een huis waarin het bliksemt.

.

Experimentele poëzie

Rozalie Hirs

.

Op het gebied van experimentele poëzie ken ik een aantal bijzondere vormen. Zo is er de visuele en klankpoëzie van Paul van Ostaijen, de klankpoëzie van ACG Vianen, de poëzie van F. van Dixhoorn (‘Verre uittrap’ een hele bundel met welgeteld 93 woorden) en de soms omgrijpbare maar o zo prachtige poëzie van E.E. Cummings met zijn complexe en bijzondere interpunctie. Dit zijn maar een paar voorbeelden, er zijn er uiteraard veel meer (denk aan de Dada dichters).

Een naam die ik zo aan dit rijtje kan toevoegen is die van de Nederlandse componist en dichter Rozalie Hirs (1965). Iedere nieuwe bundel van haar kenmerkt zich door de keuze van een nieuwe benadering van taal, perspectief, narratief. Haar stijl is beeldrijk, associatief, en is zowel klank- als betekenisgericht te noemen.

Dat geldt ook zeker voor de bundel ‘verdere bijzonderheden’ uit 2017. Lezend in deze bundel moet ik steeds aan de poëzie van Cummings denken (wat als een compliment kan worden opgevat). Het volledig loslaten van alle regels omtrent taal, interpunctie, lopende zinnen of de regelmaat van geschreven teksten is hier verheven tot een experimentele vorm van poëzie.

Oordeel zelf, het gedicht zonder titel met alleen de aanhef [6] komt uit het hoofdstuk ‘bewegingslijnen’.

.

[6]

.

sporen van liefde. in de wasbak je zeep, scheerschuim. in de lade je

sokken.

op de vloer de vieze. schrijven ‘jij’ in de kamer. niet echt jij <hier>. hij

evenmin.

buiten zichzelf. ben jij. schim van beweging. alweer. rilt. een buitenissig

rillen

.

voorbij de tijd. toont een jonge kelner zijn sixpack aan meisjes –

zonovergoten

god die almachtige golven berijdt. hoog, heel high. giechelen meisjes dan

tilt

een denkbeeldige surf ze op, allemaal tegelijk. tolt licht rond, in het rond.

.

Dit dwergkonijntje

Astrid Lampe

.

De, in Tilburg geboren, Astrid Lampe (1955) is dichter en schrijft eigenzinnige poëzie, associatief en controversieel. Ze publiceerde onder andere titels als ‘De memen van Lara’, ‘Spuit je ralkleur’, en ‘Lil (zucht) Haar poëzie schakelt van catwalk naar cakewalk, is vitaal en springerig en is (zelfs na meerdere lezingen) verschillend te duiden. Uit haar bundel ‘De memen van Lara’ uit 2002, het titelloze gedicht met de intrigerende beginregel “dit dwergkonijntje laat zich bibberend bekijken”.

.

dit dwergkonijntje laat zich bibberend bekijken
…waar zijn je handjes dan?
volk stuift op platte gympen uiteen

zo’n hoofd is een hard ding
-weg uit deze dimensie!
dit meisje poetst haar paardenstel
haar meester verstopt zich
ik kan al bijna een staart

hier zijn haar handjes
ze laat haar verse vrind heus niet buiten staan

(zeker en vast nie)

.

Peggy Verzett

haar vliegstro

.

Pasgeleden mocht ik mijn verhaal vertellen op de middag van de bibliothecaris in De Doelen in Rotterdam samen met nog een aantal inspirerende collega’s. Een van hen was Peggy Verzett. Deze Rotterdamse dichter en beeldend kunstenaar zong daar samen in een trio een aantal nummers maar ze droeg ook gedichten voor uit haar laatste bundel ‘haar vliegstro’ uit 2016.

De bundel  ‘haar vliegstro’ gaat over haar moeder en in de poëzie zie je haar kunstenaarschap terug. Geen gedichten met een titel en dan het gedicht volgens een vaste vorm of concept, nee Peggy Verzett gebruikt in deze bundel de ruimte die haar gegeven wordt. Ze gebruikt de volledige bladspiegel, wisselt korte gedichten af met lange prozaïsche poëzie, ze maakt gebruik van kolommen en af en toe moest ik denk aan de dichter van Paul Ostaijen.

Haar poëzie is niet heel makkelijk leesbaar of toegankelijk, eerder hermetisch of sterk associatief, maar voor wie zich de tijd gunt en de gedichten aandachtig leest valt er veel te genieten en te begrijpen.

Een voorbeeld uit de bundel zonder titel.

.

ik wilde niets

geen blij gras

of ‘paviljoen in blij gras’

’t eerste deel dat ik vulde met gist,

.

hoe goed het glijden ging over

haar afficherende dienstingang

de mogelijkheid van glas erin te gaan en dansen, er vuurgraads levens lang

(de overkappingen/netwerken van elektrieken, mijn en jouw gedrag

.

neuzen snuiten in Lapland)

bereikte mij in hevig binnenrijm op een punttere

zich in eigen kwik

een rij gleed – de berm gedroeg zich

.

als ’n heilige anonieme in stilstaande bleke

lichte een zitting uit van het vacuüm

ik voelde spijt in

ongeboren kiezen woelden witte zachte ingedeukte kegels

.

na het sluiten van de geslachten

op mosniveau viel zeker iets

te halen een nieuwe afgeluisterde die hersenschuinte in

toen was Draussen nog of het goed of

.

zomer zomer

motors motors

mutabele motoren van bloed

.

Tante Lien

De jeugd van tegenwoordig

.

Als het gaat om taal, tekstdichten, associatief met woorden en tekst omgaan en verrassend en nieuw taalgebruik is er geen artiest of band in Nederland of daarbuiten die zich kan meten met de Jeugd van Tegenwoordig wat mij betreft. Vanaf het moment dat hun debuutsingle ‘Watskeburt?’ in 2005 uit kwam was ik fan. Niet eens zozeer van de muziek, hoewel ik die ook vaak lekker in het gehoor vind liggen, maar vooral door de taal die ze in hun teksten gebruiken. Het spelen met taal, het kneden van woorden tot nieuwe woorden en uitdrukking, het gebruik van slang woorden, Surinaams, Engels, Duits, Frans, Spaans in hun teksten, elke keer weten ze me weer te verrassen.

Een mooi voorbeeld vind ik het nummer ‘Tante Lien’ waarin veel voorbeelden, zoals hierboven genoemd, zijn terug te vinden.

.

Tante Lien

Laat me je Lien zien Lienie

Refrein (2x):
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh

Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh

Zegt ze, Tante Lien is de baddest bitch you’ve ever seen
killer smile, jopen defy gravity
Lien is strak – what else – meane bakka
Lord have mercy, wees lief voor papa
Tante Lien is een dancing Queen
D’r zijn geen woorden voor
Behalve in het Frans misschien – ooh la la –
Alle aandacht vindt ze prachtig vriend
Ik zie d’r staan en ik zeg alleen maar papi Lien
Tante Lien, prachtig dier, heerlijk feestbeest
Ietsje ouder, maar, nog steeds amazing – amazing –
Lekker gek – what else – Beetje crécré
Fan van de Jeugd en stiekem ook van LeLe
Tante Lien ik word helemaal warm van je
Honderd procent bad bitch niks geen franje – niks geen franje –
Chiquer dan een hele doos champagne
Stiekem moet ik een beetje blozen van je

Refrein (2x):
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh

Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh

Ode aan die mooie dame leeftijd mag je raden
Twee grijze haren
Wat ze doet voor de money nie over praten
Niet achter de ramen
Handtas, lippenstift, hair dicht, killer bitch, bloot op de straten
Toch blijft ze een dame
De schrik van het Leidseplein
Ze breekt je hart ze breekt je benen
Ze leeft d’r eigen leven Tante Lien heeft het allemaal al gezien
Maar je had d’r moeten zien, Tante Lien
Polizei keek opzij en weinig wetende, bloed op de straattegeltjes
Geen geschreeuw geen niks
Het ging zo snel voorbij en wat er gebeurde dat ik tussen jou en mij
En dat is waar het blijft Tante Lien ik heb niks
Geen crime geen scene Tante Lien
Ze hebben niks op jou en mij – niks op jou en mij –
Ze hebben niks op jou en mij – niks op jou en mij –
Fock em all, Tante Lien

Refrein(2x):
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh

Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh

Soms kookt ze voor me Tante Lien is goed volk
Kip, rijst, sperzieboontjes op me bord
De swung is impacable
Noem me Tante Lien
Hoe? Tante Tante Lien
Wat? Tante Tante Lien

Ze is straight met je
Ze zegt je eerlijk tegen je wat is wat
Lientje zei me, dus dat is dat
Je moet investeren zegt ze
Rappen is niet voor altijd
Ze kent boys die handelen en beter leg ik bij
Dan ga ik twijfelen, je kent mij
Je wil niet weten wat voor waggie ze rijdt
Oeh das funny, wiwelien met voetbalmoney
M’n billen vegen met donnies
Ze heeft een slecht invloed op me
Het is lekker tot het eind
Want zo lang ik met haar ben is Tante Lien voor mij
Whisky, India, Whisky, Alfa
Smijt met money als Talpa
En Lientje weet het

Refrein:
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh

Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh

Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh

Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Get Money

Hee Tante, I see you

.

de-jeugd-van-tegenwoordig-5691-684-244-684-684-244