Site-archief

Johanna Kruit (1940-2026)

Doodgaan

.

Afgelopen woensdag, 8 juli, overleed dichter en schrijver Johanna Kruit. Johanna Kruit was geen onbekende op dit blog, ik schreef al over haar en haar werk in 2018 en later nog een aantal keren.  Ted van Lieshout schreef in een reactie op haar overlijden: “Johanna was een toonaangevende dichteres en stond in het circuit van de kinder- en jeugdpoëzie vaak alleen in een gezelschap van vooral mannelijke dichters”. En: “Te midden van hen viel ze op met een dromerigheid en zachtheid die, ook qua sfeer en variatie, opvallend goed bij haar pasten en bij het landschap waar zij zich het meest thuis voelde: Zeeland.”

Dat Zeeland een belangrijke plaats innam in haar werk kwam voort uit het feit dat ze een Zeeuwse was. Geboren in Zoutelande en gestorven in Middelburg leefde en werkte ze vanuit deze provincie. Ook in haar poëzie komt Zeeland, de kust, het strand en de zee regelmatig voor. Zoals in ‘Brief aan de zee’ en ‘Strandwandeling‘. In 1976 debuteerde ze met de dichtbundel ‘Achter een glimlach’, een bundel die ze schreef nadat ze met een hernia lange tijd op bed door moest brengen.

Hierna schreef ze heel veel boeken en bundels en werd ze bekend om haar kinder- en jeugdpoëzie. Ze schreef voor Vrij Nederland, Margriet, Okki, Taptoe en Mik-Mak. In 1996 kreeg ze een Vlag en Wimpel voor haar jeugdbundel ‘Zoals wind om het huis’. Kruit wordt samen met de schrijvers Leendert Witvliet, Wiel Kusters, Remco Ekkers en Ted van Lieshout gerekend tot de zogenoemde Blauw Geruite Kiel-groep, genoemd naar de voormalige kinderkrant van Vrij Nederland, die lang onder redactie stond van Karel Eykman.

Johanna Kruit won met haar werk een groot aantal prijzen en haar poëzie wordt nog steeds regelmatig opgenomen in bloemlezingen en bundels. In 2024 werd ze geëerd met de Prijs van de Zeeuwse Boekhandel.

In 1989 verscheen de bundel ‘Als een film in je hoofd’ en daarin staat een prachtig gedicht over doodgaan. Toepasselijker dan dit kon ik geen gedicht vinden.

.

Doodgaan

.

Doodgaan is leuk. Op de feestavond van school b.v.
je ligt heel stil, armen gekruist op de borst.
Geen wimper beweegt (of toch?). Na afloop zegt
iedereen hoe mooi het was. Hoe dood je lag.

Geen wonder. Opa kon het ook en mijn vader.
Goed gezien hoe dood zij lagen. Zelfs die vlieg
deed hen niets. Geen centje pijn of kriebel.

Doodgaan is leuk als het niet echt gebeurt.
Na afloop sta je op. Iedereen klapt en roept bis.
Maar ik denk aan vader en opa, en hoe stom dood
gaan eigenlijk is.

.

Foto: Marit Barentsen

Brief aan de zee

Johanna Kruit

.

Afgelopen weekend bezocht ik de tentoonstelling ‘ Aan zee’  in het gemeentemuseum in Den Haag. Vele prachtige schilderijen van de zee van Jan Toorop, Piet Mondriaan, Ferdinand Hart Nibrig en Jacoba van Heemskerck. Voordat je in de ruimtes komt waar de schilderijen hangen is een ruimte waar foto’s van Stefan van Fleteren hangen. Een kleine tentoonstelling getiteld Terre/Mer (land/zee) waar ik onderstaande foto nam en waarvan ik echt even goed moest kijken of het nu een foto of een schilderij was.

Ik heb er een gedicht bijgezocht over de zee van Johanna Kruit, uit de bundel ‘Landgrens, bloemlezing 1970-1980’ uit 1982. Johanna Kruit (1940) is een schrijver/dichter uit Zoutelande (ja dat Zoutelande uit Zeeland). In 1976 debuteerde Kruit bij uitgeverij WEL met het boek ‘ Achter een glimlach’ . In 1989 kwam haar eerste kinderboek ‘ Als een film in je hoofd’  uit. Hierna ging ze verhalen en gedichten schrijven voor Vrij Nederland, Margriet, Okki, Taptoe en Mik-Mak. In 1996 kreeg ze een Vlag en Wimpel voor haar jeugdbundel ‘ Zoals wind om het huis’ . Kruit wordt samen met de schrijvers Leendert Witvliet, Wiel Kusters, Remco Ekkers en Ted van Lieshout gerekend tot de zogenoemde Blauw Geruite Kiel-groep.

.

Brief aan de zee

ooit heb ik geprobeerd je geheim
te doorgronden, maar je pakte je
zout in en droeg je geluiden weg
en in je golven stond:
verboden toegang

vergeefs probeerde ik de dagen op
muziek te zetten
maar ach
zelfs de regen liep mij nonchalant
voorbij, en met
eeuwen stof over mijn voetstappen
bleef ik in de trieste sfeer van
oude gebeden en weefde verward
aan een sprookje dat vrede heet

dan liet ik mij verleiden om te gaan
met de stemmen
– landinwaarts –
maar er waren meer dingen dan een
dromer ooit zal zien
en de wegen té veel
onderweg

en zo schrijf ik me zee
naar je toe
en al ben je te oud om met
nieuwe woorden aan te spreken
toch vraag ik je
overstem mijn gedachten
zet voet aan mijn land
en breng mij tot zwijgen

.

Koperlicht

Clara Haesaert

.

Hoewel de laatste gedichtenbundel van Clara Haesaert (1924) uit 1995 stamt, is zij, misschien wel daardoor en mede door haar hoge leeftijd een onbekendere dichter uit Vlaanderen. Na haar studie was Clara Haesaert werkzaam als ambtenaar bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur (ik vermoed dat dat heden ten dage niet meer bestaat). In die functie zette ze zich in voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken. Haar debuut kwam in 1953 met de gedichtenbundel ‘De overkant’, waarna diverse andere bundels verschenen. Haesaert was medeoprichtster en redacteur van het tweemaandelijks tijdschrift De Meridiaan. Tevens was zij oprichtster van de Brusselse Galerie Taptoe. In de vuistdikke bloemlezing ‘Ik ben genoemd meisje en vrouw’ samengesteld door Christine D’haen uit 1980 is Haesaert vertegenwoordigd met het gedicht ‘Koperlicht’.

.

Koperlicht

.

Ik stelde met ontzetting vast

dat ik alleen aan tafel zat.

Alleen met onze blinde kat

die stil haar oren en poten wast.

.

Het venster heeft mijn beeld weerkaatst

als in een gloed van koperlicht,

zodra ik dacht aan vrouwenplicht

heb ik de kat naast mij geplaatst.

.

Verloren slaapt zij op een stoel.

Ik tracht u steeds weer te vergeten,

doch alles: werken, slapen, eten,

herinnert mij uw maat-gevoel.

.