Site-archief

Iedereen begint in het klein

Raad

.

Afgelopen weekend was ik in Vlaanderen (Mechelen en Leuven en omstreken) en wat ik dan in ieder geval altijd doe is in de plaatselijke kringwinkels (zoals ze ze daar noemen) op zoek naar de boekenafdeling en dan het plankje (indien aanwezig) poëzie zoeken. Nu was ik in de Sjans! (what’s in a name!) en daar hadden ze allerlei thema’s in de boeken kasten maar geen poëzie. Toch stuitte ik op een alleraardigst bundeltje met de titel ‘Iedereen begint in het klein’ geboortegedichten uit 2022.

In dit bundeltje gedichten van bekende namen (vooral Vlaamse maar niet exclusief) als Lotte Dodion, Shari Van Goethem, Runa Svetlikova, Maud Vanhauwaert, Siel verhanneman, Benno Barnard, Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze. De reden dat men deze bundel uitgaf is op de achterkant beschreven: “In blijde verwachting? Je hebt al een naam gekozen maar je bent nog op zoek naar gepaste woorden? Iedereen begint in het klein bevat gebalde gedichten voor wie nood heeft aan mooie, gloedvolle woorden om je verbazing, ongeduld en hoop het best te omschrijven.”

Het leuke aan deze verzamelbundel op thema (ik hou ervan) is dat nu eens niet gegrepen is naar de canon van de Nederlandstalige poëzie met al haar grote, bekende namen, maar gekozen is voor dichters van nu, misschien niet allemaal bekend bij een groot publiek, maar voor wie zich in de poëzie van nu interesseert (of MUGzine leest), namen die men wel kent of waar men van gehoord heeft. Ik kende slechts drie van de vijfentwintig namen niet (alle drie Vlaamse dichters).

Uit de gedichten, die een grote afwisseling in vorm en inhoud kennen (van Haiku’s tot proza-gedichten en alles wat er tussen valt), koos ik voor het gedicht ‘Raad’ van dichter Mustafa Kör (1976) met meteen een goede raad voor het (nog ongeboren) kind.

.

Raad

.

Het mag dan zijn

dat jij begon te zijn

met een schreeuw

kind

Daar hoef je je geen zorgen om te maken

Waar je voor moet waken is het zuchten

Een zucht is opgeven

Een schreeuw is een begin

Hoe pril ook

.

Van Toorn over Roland Holst

Dichter over dichter

.

Afgelopen mei verscheen bij uitgeverij Querido de bundel ‘Ik maak je hierin aanwezig’, een keuze uit de gedichten van Willem van Toorn samengesteld door Benno Barnard en Marjoleine de Vos. Willem van Toorn (1935-2024) laat een rijk poëtisch oeuvre na, dat meer dan vijftien bundels beslaat. In 1960 debuteerde hij met de bundel ‘Terug in het dorp’ en zijn laatst verschenen bundel dateert uit 2020 en had als titel ‘De dagen’.

In ‘Ik maak je hierin aanwezig’ is dus een keuze opgenomen uit de vijftien bundels. Lezend in de bundel bleef ik even hangen bij het gedicht ‘In memoriam Adriaan Roland Holst’ omdat ik nu eenmaal een categorie op dit blog heb dat bestaat uit gedichten van dichters over of voor collega dichters. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Bezweringen’ uit 2013.

Ik lees er een aanklacht in die van alle tijden is en juist nu weer opmerkelijk actueel.

.

In memoriam Adriaan Roland Holst

.

 Trok adel zich in verre wolken

          voorgoed terug?

A. Roland Holst, ‘Voor West-Europa’, 1940

.

Verwarrend is het hier in het huis te slapen waar

u voor ‘Charles Edgar du Perron et Menno ter Braak’

het in memoriam schreef dat nooit een hond meer leest

in dit land zonder memorie. ‘Dit bloedjaar’

.

noemde u 1940, toen zij, broederpaar,

de dood in gingen. Lang – en toch nog maar

zeventig jaar – geleden. Uw oud dorp wacht dit voorjaar

weer bereidwillig op de nieuwehorden

.

van strand en zee. U zou het onherkenbaar

vinden – zoals zij trouwens het groot gebaar

van uw gedichten: van vroeger, te zwaar geworden

.

voor hun klein alfabet, leesbaar

misschien pas weer als straks het water

echt tot de lippen stijgt in Europa.

.

Gedicht ter verkoeling

Weer en wind

.

Nu de spreekwoordelijke mussen van het dak vallen door de hitte van de zomer, dacht ik een gedicht ter verkoeling te plaatsen. Zoekend in mijn dichtbundel kwam ik uiteindelijk bij het gedicht ‘Weer en wind’ van Guillaume van der Graft uit de bundel ‘Gedichten’ uit 1961. Een gedicht met regen, wind en water.

Guillaume van der Graft (1920 – 2010) was een Rotterdamse dichter die een beetje in de vergetelheid dreigt te raken. Willem Barnard zoals zijn echte naam is, was dichter, schrijver en theoloog en vader van dichter Benno Barnard.

.

Weer en wind

.

De regen valt in de grond

als het eerste het beste

woord dat mij invalt,

woord zonder inhoud,

woord zonder mond

en de regen valt in de grond.

.

Hier zit ik in huis en schrijf,

ik zit in een tijdverdrijf,

het ruisen gaat zijn gang

eeuwen en eeuwen lang,

de wind en het water zijn

overal om mij heen,

ik heb alleen dit vege lijf,

ik zit in een huis en schrijf

.

Land in een zee van wind,

een eiland in al dit waaien,

een huidvol stilte,

mensengestalte,

vrouw met kind,

huis, weer en wind.

.

Archeologie

Esther Jansma

.

In ‘De 100 beste gedichten van 1998’ gekozen door Wiljan van den Akker ( de jaarlijkse bundel bij de VSB Poëzieprijs) staat onder andere het gedicht ‘Archeologie’ van Esther Jansma.

Over dit gedicht is wel wat te zeggen, zo stond in een interview met Esther Jansma dat de dichtregel ‘Hier is de tijd’ een regel is van Herman de Coninck, gevolgd door het volgende: Toen Esther Jansma aan De Coninck de toestemming vroeg om die versregel te gebruiken was Benno Barnard erbij. Die zei tegen De Coninck: “ja maar jij hebt die regel van mij. Die regel zwerft kennelijk rond en is van iedereen”.
Hij zou oorspronkelijk van Kouwenaar zijn. In 1999 won ze de VSB Poëzieprijs met de bundel ‘Hier is de tijd’.

Hoe dan ook, het is en blijft een bijzonder gedicht en daarom wil ik hem vandaag met jullie delen.

.

Archeologie

Als we ons dan toch moeten kleden,
tegen kou bijvoorbeeld, of in naam van iets,
in resten van dit of dat verleden,
verhalen en geheugensteuntjes die niets

vertellen dan dat we er al waren
in de tijd die bestond voor dit heden –
als wij onszelf alleen in het nu kunnen bewaren
door onszelf voortdurend uit te vinden in het nu

dan liefst eenvoudig, aan de hand van kleding.
Je zit aan tafel. Opeens zie je hoe iemand
ijs overstak, hoe hem de kou beving

of een ander einde en je zegt: kijk,
hier heb je zijn schoenen, leren mantel, wanten.
‘Waar is de tijd? Hier is de tijd.’

.

HIDT

sbKWADiEd5SZIuZFbwOm

Behalve de haan

Benno Barnard

.

De dichter, essayist, toneelschrijver, reisschrijver en vertaler Benno Barnard (1954) werd geboren in Amsterdam maar woonde van 1976 tot 2015 in België en verhuisde daarna naar East Sussex.

In 1981 debuteerde hij met ‘Een engel van Rossetti’, een bundel met romantische cerebrale poëzie. In zijn latere bundels werd hij vooral beïnvloed door de Engelse Interbellum dichters. Hij vertaalde poëzie uit verschillende talen naar het Nederlands en werd verschillende keren onderscheiden voor zijn werk. Zo ontving hij in 1985 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, in 1987 de Geertjan Lubberhuizenprijs, in 1994 de Busken Huetprijs en in 1996 de Frans Kellendonk-prijs.

Barnard schuwt het publieke debat niet. Heeft duidelijke meningen en beland regelmatig in verhitte discussies met tegenstanders in de media.

Uit zijn debuutbundel ‘Een engel van Rossetti’ het gedicht ‘Behalve de haan (omne animal).

.

Behalve de haan (omne animal)

.

Een droevig dier, maar een volleerde leugenaar:

de haan, markies, het hoerenjong op stand.

Een pront getande kam, de sporen op terreur.

De roedel kippen, hoerig blond van angst:

plebejisch vee, van Kopf bis Fuss excuus.

.

haan-Medium

benno-barnard-henry-purcell

Foto: Renata Barnard