Site-archief
Straatpoëzie in het ‘nieuws’
Geplaatst door woutervanheiningen
Willem Hussem
.
In de zomerspecial Lezen en Luisteren van Elseviers Weekblad (week 29/30) staat een aardig artikel over Straatpoëzie met als titel ‘Alleen dichters (soms dwazen) mogen schrijven op muren en glazen, geschreven door René van Rijckevorsel. In het artikel beschrijft René een wandeling met Gerben Beutick (masterstudent journalistiek en redactie stagiair bij dagblad Trouw, die deze wandeling langs poëzie in de openbare ruimte verzorgt in opdracht van de bibliotheek Utrecht.
In het artikel wordt de wandeling beschreven; langs welke gedichten men gaat, iets van de achtergrond van de gedichten en de dichters en er wordt wat breder stil gestaan bij straatpoëzie in het algemeen. Straatpoëzie die niet begint bij de neonletters op het verzekeringskantoor Nieuw Rotterdam, een regel van Lucebert ‘Alles van waarde is weerloos’ daterend van 1978, maar die al veel ouder is. Zo wordt bijvoorbeeld de regel ‘De cost gaet voor de baet uyt’ van de Romeinse toneelschrijver Platus dat al sinds 1912 de gevel van een gebouw aan het Damrak in Amsterdam siert, en de regels op de beurs van Berlage van Albert Verwey ‘Beidt uw tijd’ en Duur uw uur’ uit 1903.
Die laatste regels, en dan met name ‘Beidt uw tijd’ staan me heel goed bij. Toen ik in Amsterdam studeerde liep ik dagelijks langs de Beurs van Berlage en las ik die regel al (jaren ’80 van de vorige eeuw). Destijds heb ik er zelfs over geschreven in het huisblad van de P.A. Tiele Academie in Den Haag ‘Schuddegeest’.
De schrijver van het zeer inhoudelijke artikel maakt wat mij betreft wel een uitglijder. Over Ingmar Heytze (1970) van 2009 – 2011 de eerste stadsdichter van Utrecht en ruim vertegenwoordigd in de stad met straatpoëzie, schrijft René: “Heel virtuoos ongetwijfeld, maar het is geen poëzie die patsboem binnenkomt, zoals het gedicht over Truus” (Truus van Lier, verzetsvrouw die haar leven verloor in de oorlog). Ik vind hier wat van. Heytze wegzetten als een dichter zonder inhoud gaat me echt te ver. René begaat hier de fout die veel lezers van poëzie maken en dat is dat een gedicht emotioneel moet zijn of in ieder geval een emotie moet losmaken bij de lezer (en dan bedoelen ze meestal niet de emotie van schoonheid ervaren).
Elders in het artikel wordt het gedicht dat ik hier onder met jullie wil delen van Willem Hussem (1900-1974) als populair en aansprekend beoordeeld. Een aardig gedicht, zeker, maar in vergelijking met gedichten van Heytze zeker niet erboven uit stekend. Uiteraard wordt de onvolprezen studie ‘Poëzie buiten het boek‘ uit 2017 waar ze in 2021 op promoveerde, van Kila van der Starre (1988) aangehaald in het artikel, evenals de gedichten op vuilniswagens in Rotterdam en de Letters van Utrecht. Al met al geen nieuws maar aardig om te lezen, zeker voor lezers die niet veel hebben met poëzie.
.
zet het blauw
van de zee
tegen het
blauw van de
hemel veeg
er het wit
van een zeil
in en de
wind steekt op
.
Geplaatst in Bibliotheken, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Literaire wandelingen
Tags: 1900, 1903, 1912, 1970, 1974, 1978, 1988, 2009-2011, 2017, 2021, Albert Verwey, Amsterdam, Beurs van Berlage, Bibliotheek, Damrak, De Letters van Utrecht, Den Haag, dichter, Elseviers Weekblad, emotie, gedicht, gedichten, gedichten in de buitenruimte, gedichten op vreemde plekken, Gerben Beutick, Ingmar Heytze, journalistiek, Kila van der Starre, Lezen en Luisteren, Lucebert, masterstudent, Nieuw Rotterdam, P. A. Tiele academie, Platus, poëzie, Poëzie buiten het boek, promotie, redactie stagiair, regels, René van Rijckevorsel, Rotterdam, Schuddegeest, stadsdichter, straatpoëzie, studie, Trouw, Truus van Lier, Utrecht, verzekeringskantoor, vuilniswagens, Willem Hussem, zomerspecial
Schuddegeest
Geplaatst door woutervanheiningen
Gerrit Achterberg
.
Gerrit Achterberg (1905 -1962) wordt algemeen beschouwd als één van de belangrijkste dichters in de 20ste-eeuwse Nederlandse poëzie. Hij ontving voor zijn werk de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooft-prijs. Achterberg’s leven was geen doorsnee leven; opnames in psychiatrische ziekenhuizen en inrichtingen, gewelddadige buien en tenslotte de moord op zijn hospita en de veroordeling tot TBS. Uit het uitgebreide oeuvre van Gerrit Achterberg vandaag het gedicht ‘Schuddegeest’ uit de bundel ‘Voorbij de laatste stad’ uit 1981. Behalve in ‘Passage’ (waarover ik al eerder schreef op dit blog) schreef Achterberg ook over dit kleine hofje in Den Haag. Schuddegeest, in de Archipelbuurt in Den Haag, is een van de oudste voorbeelden van sociale woningbouw, gebouwd in 1854.
Voor mij heeft Schuddegeest nog een extra betekenis. Toen ik op de P.A. Tiele academie (Bibliotheek- en Documentatieacademie) studeerde (in de Paramaribostraat in Den Haag) was Schuddegeest de titel van de ‘schoolkrant. Reden hiervoor was dat dit hofje grensde aan de tuin van de academie.
.
Schuddegeest
.
Verre verlichte pompen van Shell
lijken een slachtgelegenheid bij nacht;
bloedbruiloft in het klein, gestolde schal
binnen de stilte van de stratenschacht.
.
Het zijn tinnen soldaatjes uit een spel.
Vlak naast elkander staan zij pal op wacht
voor speelgoedhuizen. Bomen worden zacht
papier-maché. Ik voel mij in de val.
.
Het infraphile bloedbelopen oog
van Philipslampen loert uit winkelkasten.
Politie als een decimeter nadert.
.
Terwijl het leven door mijn lichaam adert
loop ik op luiken naar de weg te tasten.
Mijn benen zijn van hout en veel te hoog.
.
Geplaatst in Favoriete dichters
Tags: 1854, 1961, 1981, Bibliotheek- en Documentatie Academie, Bloemlezing, Constantijn Huygensprijs, Cryptogrammen IV, Den Haag, dichter, gedicht, gedichten, Gerrit Achterberg, hofje, P. A. Tiele academie, P.C. Hooft-prijs, Paramaribostraat, Passage. moord, poëzie, psychiatrische instelling, schoolkrant, Schuddegeest, sociale woningbouw, TBS, Voorbij de laatste stad






