Site-archief

Gedichten in het spoorwegmuseum

Gedichtenroute

.

In het spoorweg museum in Utrecht is een gedichtenroute voor alle leeftijden te volgen. ‘Bestijg nooit de trein zonder uw valies met dromen’. Deze eerste regel uit het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ (1934) van Jan van Nijlen (1884-1965) staat groot op de muur van het Maliebaanstation. Op de labels van de koffers onder dit gedicht staan verschillende ander gedichten, geïnspireerd door de trein.

Dat het gedicht ‘Bericht aan de reiziger’ tot allerhande inspiratie heeft geleid blijkt uit het gedicht van voormalig dichter des vaderlands Driek van Wissen (1943-2010) met diezelfde titel, of wat dacht je van de bundel ‘Gedicht aan de reizigers‘. En het gedicht van Jan van Nijlen is ook te lezen op het Centraal Station van Antwerpen.

Maar het Spoorwegmuseum gaat verder dan het plaatsen van gedichten over het spoor her en der in het museum. Als je zelf een mooi gedicht geschreven hebt over de trein en je wil dat terugzien in de verzameling labels op de koffers, dan kun je je gedicht doorsturen  per e-mail naar gedichten@spoorwegmuseum.nl

Elk half jaar worden twee nieuwe gedichten gekozen die worden toegevoegd op een label. Let wel, het gedicht mag uit maximaal 50 woorden bestaan en moet over treinreizen gaan. Het moet een zelf geschreven gedicht zijn. Over de selectie van de gedichten wordt niet gecorrespondeerd.

Om in stijl dit bericht te beëindigen een gedicht over treinreizen van dichter Armando (1929-2018) met als titel ‘September in de trein’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1999.

.

September in de trein

(fragment)

.

– oh, het is hier verboden te roken.

– verboden te roken? ja, verboden te roken.

– ja. het is nu eenmaal verboden, hè.

– er is anders elders nog plaats genoeg.

– nou ja, ik zit nou eenmaal.

– da’s waar.

– als ik zit dan zit ik.

.

Dichterswebsite

Martin Wijtgaard

.

Toen ik met de rubriek ‘Dichterswebsites’ begon was Ariel Alvarez de eerste die reageerde. Hij opperde de website van Martijn Wijtgaard (1971) op te nemen in deze rubriek. Nu ken ik Martin al vele jaren. We stonden samen op het podium van Reuring, hij stond op het podium van Ongehoord! en ik herinner mij een avond in Amsterdam, in de kelder van een kroeg bij West Going Underground, een initiatief van Martin waar ik mocht voordragen. Ook was hij een van de dichters die meeging met de toer van de Poëziebus in 2016.

De website van Martin http://martinwijtgaard.blogspot.com is zeer de moeite waard van het bezoeken. Als je Martin als mens en als dichter wat beter wil leren kennen kun je hier je hart ophalen. De site is donker (zwarte achtergrond) en voor wie Martin een beetje kent past dit helemaal bij hem. De rubrieken op zijn website zijn duidelijk aangegeven: Labels, columns, gedichten, geluid en beeld, nieuws, plaatjes. Maar er is ook een korte biografie van hem te lezen en er is de rubriek ‘Gepasseerde Stations, een enorm lange lijst van data en plaatsen waar hij zijn poëzie voordroeg. Opvallend daarbij is dat hij een vaste gast is van de Eijlders Dichtmiddag. Maar er staat ook een blogarchief op zijn website waar heel veel te lezen is over zijn poëzie, zijn voordrachten, de bundels (zoals zijn meest recente bundel ‘Waar je voor zilverlingen niks kunt kopen’) die van hem zijn uitgegeven en zijn poëzie. Kortom zeker een bezoekje waard.

Uit de lijst gedichten die er ook te lezen zijn koos ik voor het gedicht ‘Insomnia’ uit 2016, een sonnet over slapeloosheid in een typerende Wijtgaardstijl.

.

Insomnia

.

De angsten waar je niet bij stil wilt staan,
die je bij daglicht simpel kunt verjagen,
zetten hun uitgekookte hinderlagen
bij voorkeur even voor het slapengaan.
.
Klaarwakker moet je weerwerk bieden aan
paniek en ongelegen levensvragen,
ten prooi aan je totaal op hol geslagen
hypochondrie en achtervolgingswaan.
.
Terwijl je dapper poogt de slaap te vatten
staan kastekorten, kwelduivels en kiespijn
met opgestroopte mouwen rond je bed,
.
luidruchtig en ongrijpbaar als de ratten
die in het donker knagen en actief zijn,
maar spoorloos zijn als je het licht aanzet.

.

                                                                                                                             Foto: Marije Hendrikx