Site-archief

Norbert De Beule

Spring, plank

.

De Vlaamse dichter Norbert De Beule (1957) was jarenlang leraar maar besloot na het overlijden van zijn vader in 2004 zich volledig op het schrijven (van poëzie) te richten. In 1987 debuteerde hij met de bundel ‘Rockoco’ een aflevering van Quarant-Dash? – Tijdschrift voor literaire scherpzinnigheid, dat al na één jaargang ophield te bestaan.

In 1997 rijpt bij De Beule het idee om een monoloog te schrijven over Jotie T’Hooft, die toen 20 jaar dood was.  Maar ziekte vertraagde het project met enkele jaren. Pas in 2000 werd met het schrijven begonnen in samenwerking met Frank Pollet. In 2002 en 2003 kwam de monoloog op de planken. Norbert de Beule speelde zo’n 50 maal de rol van een psychiatrisch patiënt die zich Jotie T’Hooft waant. Het boek – de theatertekst, een compilatie Jotie-citaten en eigen materiaal – werd door Uitgeverij P gepubliceerd onder de titel ‘Jotie een dichtersleven van naald tot draad’.

In de bundels die hij na dit boek publiceert is de typografie medebepalend voor de betekenis van de gedichten. Norbert De Beule experimenteert met ‘digitale dichtbundels’ in feuilletonvorm: ‘SaintTube’. De bedoeling van zijn gedichtenproject is dat er één gedicht per week wordt gepubliceerd, gekoppeld aan een filmpje dat hij van het internet plukte. Hij noemt het project ‘mijn persoonlijke heiligenkalender’. Op de website van Norbert de Beule vindt u alle afleveringen terug die de dichter tot nu toe publiceerde.

In een eerdere blogpost schreef ik al eens over een gedicht dat ik van De Beule tegen kwam op een plein in Antwerpen. In 2004 stond De Beule op de 24ste Nacht van de Poëzie in Utrecht. In de bundel die van die nacht verscheen is het gedicht ‘SPRING, plank’ opgenomen.

.

SPRING, plank

.

Over het bestaan van bruggen wordt gelogen.

Je kunt niet iets tegemoet treden

wat niet evenzeer naar jou toe beweegt:

.

vlechtwerk van schaduw en duizendknoop,

een trillend tegenbeeld

(van vlier en heftig vlonder)

.

Omdat wij zwaarmoedig zijn, gewichtig,

een niet te tillen last van hersengolven

.

hebben wij de brug nodig

het wankel, wassend oppervlak

waaronder bomen roeien als bezeten.

.

Wij staan niet stil.

Wij vlotten, omdat dansers ons bewegen.

.

De Nacht van de Poëzie 2024

Poëzie in overvloed

.

Afgelopen zaterdagnacht en zondagochtend was de 41ste editie van de Nacht van de Poëzie in Utrecht, georganiseerd door ILFU. In tegenstelling tot vorig jaar wilde ik dit jaar tot het bittere einde blijven en dat was een juiste beslissing. Een overdaad aan dichters en entr’actes kwamen voorbij aan de (zeker de eerste uren) bomvolle zaal. Het was dan ook uitverkocht. Later, na 12 uur werd het al snel rustiger, waarschijnlijk omdat de laatste treinen rond dat uur vertrokken.

Gelukkig was het programma afwisselend en veelkleurig. Van oude rotten in het vak als Anna Enquist (1945), Kees ’t Hart (1944) en Thomas Lieske (1943) tot de jonkies Lena Plantinga (1999), Roan Kasanmonadi (1995) en Yentl van Stokkum (1991). Maar ook mijn absolute favoriete dichters van de avond Ramsey Nasr (1974) die ik het indrukwekkendst vond, Lies van Gasse (1983) waar ik van genoot, Daan Doesborgh (1988) die me het meest positief verraste tot aan de dichter uit de buitencategorie Bibi Dumon Tak (1964) waarvan ik niet wist dat ze ook dichter was maar wier kinderboeken ik geweldig vind.

Maar ook de ontmoetingen met oude bekenden, Simon Mulder, Daniël Dee en Alek Dabrowski (Awater).  Of wat te denken van de legendarische introducties van Ester Naomi Perquin (1980) en Piet Piryns (1948), grappig, ter zake, poëtisch en liefdevol naar elke dichter. Een avond en nacht om te koesteren en lang van na te genieten. En dat bij het laatste optreden van een niet-dichter Parra.Dice mijn nichtje schitterde op saxofoon (verassing) maakte de Nacht van de Poëzie helemaal af.

Natuurlijk kreeg elke bezoeker de Nachtbundel met een gedicht van elke dichter en daaruit deel ik graag het gedicht ‘Wie ben ik’ van Ted van Lieshout (1955). Daaronder nog wat foto’s die ik nam gedurende de nacht.

.

Wie ben ik?

.

Ik vroeg aan mijn moeder waarom ik besta.

Papa had al negen kinderen. Wou hij er dan nóg een?

.

Nee, zei mijn moeder, hij wou neuken. – Let wel: dat is

dezelfde moeder die mij vertelde dat ik niet geboren ben,

.

maar in de bosjes ben gevonden toen ze haar eigen kind

per ongeluk bij de bakker had laten staan en toch graag

.

met een kind thuis wilde komen. Zo zorgt mijn moeder

ervoor dat ik nergens anders thuis kan horen dan bij haar.

.

Ramsey Nasr

Kees ’t Hart

Peter Verhelst

Ingmar Heytze en Babs Gons

Anna Enquist

Lies van Gasse

Nacht van de poëzie

Kasper Peters

.

Gisteravond en vannacht was ik op de 41ste Nacht van de Poëzie in Utrecht. Ik zal daar later deze week iets meer over schrijven. Vorig jaar was de eerste keer dat ik er was en ik vond het geweldig. Elk jaar wordt van de deelnemende dichters een gedicht opgenomen in een bundeltje dat elke bezoeker krijgt uitgereikt. In 2022 (editie 39) was de titel ‘de huizen zijn nog donker en de dromen nog niet af’. Een regel uit een gedicht van Joke van Leeuwen.

In dat bundeltje staat ook een gedicht van Kasper Peters (1973). Ooit stond ik al eens samen met deze voormalige stadsdichter van Groningen op een podium in Hoogeveen (zonder dat ik me daar overigens bewust van was) en schreef ik al eens een stuk op dit blog over hem naar aanleiding van zijn bundel ‘Kapitein in hangmat’ uit 2022. Uit datzelfde jaar dus uit de Nacht van de Poëziebundel zijn gedicht ‘Lucht op tenen’.

.

Lucht op tenen

.

een jongen eet voor zijn deur

een hap lucht als een toetje

.

lucht eet je zonder lepel

op je tenen in een rondje

.

kleine happen vullen zijn buik

met de smaak van de avond

.

hij lijkt op een ballon

zachtjes verend op zijn tenen

.

een happer van lucht

leeft licht na het eten

.

Kus

Peter Verhelst

In 2020 schreef ik al eens over Peter Verhelst (1962), over zijn bundel ‘Wij totale vlam’ en ik plaatste daar het gedicht bij ‘Voor het vergeten’. Nu was ik pas in de bibliotheek van Utrecht aan het Neude en daar had ik even pauze. Ja wat doe je dan? Dan ga je, als je mij bent, naar de afdeling poëzie. En daar nam ik de bundel ‘Koor poëzie’ een keuze uit de poëzie (1987-2017) van/door Peter Verhelst uit de boekenkast. Wat schetst mijn verbazing? Er staat het gedicht in getiteld ‘Tegen het vergeten’. Nu kwam deze titel mij direct bekend voor.

Zowel in de titel van een gedicht van Shari Van Goethem ‘Tegen het vergeten wat samen-leven is‘ als de titel van de bundel van Hans Faverey ‘Tegen het vergeten‘ uit 1988, als in de titel van een bundel van Alja Spaan ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid‘ uit 2018 komt deze titel voor. En even verder kwam ik erachter dat ik het gedicht van Verhelst al eens gedeeld had hier op dit blog. Blijkbaar is de tegenstelling tussen vergeten en ‘er iets tegen doen’ wat eigenlijk niet mogelijk is, een interessante gedachtengang voor dichters.

Omdat ik het gedicht ‘Tegen het vergeten’ al eerder deelde heb ik gekozen voor een ander gedicht uit de bundel van Verhelst getiteld ‘Kus’. Ook al zo’n titel die je vaker tegen komt. Zoals blijkt uit dit, dit en dit gedicht.

.

Kus

.

Het beweegt iets kleins in haar slaap

het buigt een knie voorzichtig om het niet te wekken

lig je urenlang te kijken kin op arm hoe het samentrekt zich

wentelt op een zij het neemt je naar haar kant mee van het bed

zucht zich uit zichzelf zet zich op het laken af de voetzool

duwt de heup op nauwelijks een millimeter van je mond verwijderd

kom maar word maar wakker maar

de millimeter wordt een ding iets stijfs onder je tong je ziet het

uit het laken stulpen woelt zich bloot als het ochtend is een witte jurk

rilt door ons heen wiegt aan een kastdeur het is laat altijd te laat

begonnen we te zoeken plek na plek waar het zou kunnen

eindelijk de plek van ons om te vergeten te vergeten hoe je insliep

hoe je mond zich open droomde nog een keer voorzichtig

om je niet te wekken urenlang roerloos leunend op een hand

lig je te kijken lieve onbestaande

kus die loopt van de mond die er had kunnen zijn in het gezicht

dat al uit het kussen weg begint te trekken

het is onmiskenbaar ochtend laat ons nog een allerlaatste keer

voor het wakker wordt en kleren aantrekt en de kus wordt

die er niet meer is

.

Kindernacht van de poëzie

Als je zelf nergens woont

.

De bibliotheek van Utrecht organiseert samen met de ILFU (International Literature Festival Utrecht) tijdens de Kinderboekenweek in oktober dit jaar de Kindernacht van de poëzie. De ILFU organiseert elk jaar de Nacht van de Poëzie en nu trekken ze samen op met de bibliotheek om een dergelijke nacht te organiseren voor kinderen van 7+.

Tijdens deze ‘nacht’ zijn er voordrachten van Kinderboekenambassadeur Rian Visser en dichter Hans Hagen. Singer-songwriter Gerson Main speelt zijn meest eigenwijze liedjes en presentator Iven Cudogham neemt je mee door het programma. Er kunnen zelfgemaakte gedichten worden voorgedragen of zelf gekozen gedichten. In de ‘tattoo’ studio kun je je lievelingszin of boekfiguur op je arm laten plaatsen en in het atelier schud en spray je een rebelse tekst uit je mouw. Tussen de boeken is er een silent disco met quizmaster, waar er zelfs plaats is voor een klein kussengevecht.

Maar wat het helemaal afmaakt is de mogelijkheid dat je mag blijven slapen in de bibliotheek. Elk kind mag in zijn of haar tentje een plek in de bibliotheek zoeken en bibliotheeknachtwakers houden een oogje in het zeil. Er wordt zelfs voor een ontbijt gezorgd de volgende ochtend. Je begrijpt dat spektakel inmiddels is uitverkocht. Want wie wil er niet een nachtje wonen in een bibliotheek en zich onderdompelen in poëzie en literatuur voor de jeugd.

Natuurlijk vraagt zo’n evenement om een passend gedicht. Ik koos voor een gedicht uit de onvolprezen bundel ‘Heel de wereld wordt wakker‘ het beste van de moderne kinderpoëzie in 333 gedichten. Ik koos voor het gedicht ‘Als je zelf nergens woont’ van Tim Gladdines dat gepubliceerd werd in Querido’s Poëziespektakel 3.

.

Als je zelf nergens woont

.

Als je zelf nergens woont

moet je altijd

als je slapen wil

aanbellen bij mensen die wel

ergens wonen.

.

Maar als er nou niemand opendoet

of ze hebben geen logeerbed

en de bank is voor de hond?

.

Dan moet je buiten

in de regen

in de wind

in de put

zitten huilen op de stoep.

.

Komt er plots een schrijver langs,

verzint die een verhaal voor jou,

schrijft hij jou een boek cadeau,

een sprook om in te wonen.

.

Huis van woorden,

dak van taal, lees

maar lang en wees

gelukkig.

.

 

De zomers van Watou

Luisterboek

.

Op de rommelmarkt kocht ik voor een euro twee luisterboeken met poëzie, ‘De goddelijke vonk‘ en ‘De zomers van Watou’. Die eerste had ik al maar blijft een mooi cadeau om weg te geven en de tweede kende ik nog niet. De zomers van Watou (2005), het beste uit de Poëziezomers werd uitgegeven ter gelegenheid van de 25ste editie van de Poëziezomer Watou en bevat 46 gedichten die samen een overzicht vormen van de hoogtepunten uit 25 Poëziezomers.

Veel bekende namen waaronder Hugo Claus, Herman de Coninck, Luuk Gruwez, Serge van Duijnhoven, Anna Enquist, Gerrit Komrij en Stefan Hertmans werden opgenomen en via het geluidsarchief van Radio Klara gebruikt door de samenstellers Gwy Mandelinck en Agnes Hondekijn. Een uur lang genieten van dichters en poëzie.

Op de cd staat onder andere een gedicht van Geert Buelens uit 2002 getiteld ‘Verwant’. Geert Buelens (1971) is een Vlaams dichter, essayist, columnist en hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Buelens debuteerde als dichter in 2002 met de bundel ‘Het is’. Voor zijn werk ontving hij verschillende prijzen waaronder de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs in 2003 voor zijn debuutbundel.

Buelens schreef voor De Morgen en was jarenlang redacteur van het literaire tijdschrift Yang, waarin hij gedichten en essays publiceerde. Dit was ook het geval voor onder meer Bzzlletin en Het liegend konijn. Uit Yang komt het gedicht ‘Verwant’.

.

Verwant

.

Jij bent de engel die neemt
die altijd opnieuw door hologe blikken staart
en het leven afroept als een vraag

.

Wat als we aflopen als een berg
wat als een teken dat helpt en toch
het hart doorboort

.

Wat als een oor dat door geen mens bezocht
verkapt een dak aangeboden wordt

.

Ik schroef het hoofd eraf en giet het leeg
genoeg gekelderd en gekraakt

.

Ik stel de vraag opnieuw
en verwacht niet langer wat
als dit wat als dat

.

De wagen rijdt voor en kan zo vertrekken
de deur staat zo open als

.

 

Slaap

Hanneke van Eijken

.

Op Instagram las ik dat Hanneke van Eijken (1981), tijdens Letters Live in de bibliotheek Neude (Utrecht) de nieuwe letterdichter wordt in 2025, als opvolger van de huidige letterdichter Anne Broeksma. Ik vind het grappig dat een jaar van te voren een nieuwe letterdichter bekend wordt gemaakt. Meestal is de wisseling van de wacht vlak voor een moment van overdragen, maar in Utrecht nemen ze er de tijd voor. In het bericht stond ook deze vrolijk makende zin: “Hanneke’s eerste bijdrage wordt letter nummer 1336 welke op zaterdag 2 augustus 2025 wordt gehakt.”

Hanneke van Eijken (die ik al ken sinds ze op een Ongehoord! poëziepodium in 2012 in Rotterdam optrad) is dichter van het Utrechts stadsdichtersgilde en jurist EU-recht. Haar debuutbundel ‘Papieren veulens’ (2013) werd bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2015. Verder verschenen van haar de bundels ‘Kozijnen van krijt’ (2018) en ‘Waar slaap van gemaakt is’ een bundel poëzie voor alle leeftijden (2021).

Die laatste bundel werd uitgegeven als alternatief poëzieweekgeschenk door uitgeverij crU in 2021. Uitgeverij crU heeft als motto ‘Voor axiomatische poëzie’.  Axiomatisch verwijst naar iets dat gebaseerd is op axioma’s. Axioma’s zijn fundamentele, niet-bewezen veronderstellingen of basisprincipes die dienen als uitgangspunten voor een bepaald systeem, theorie of discipline. Iets dat axiomatisch is, is dus afgeleid van, of gebaseerd op deze basisprincipes, zonder verdere bewijsvoering binnen dat specifieke kader. Hoe men dat aan poëzie koppelt is me niet duidelijk maar men geeft mooie poëziebundels uit.

De illustraties in ‘Waar slaap van gemaakt is’ werden gemaakt door Pauline Phoa. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Slaap’.

.

Slaap

.
‘Je hoeft alleen maar te liggen
met je ogen dicht,’ zegt de das
‘dan kunnen we overal naartoe

.

waar slaap precies van gemaakt is weet ik niet
maar slapen bestaat uit wolken kleurige waterverf
avonturen in een dassenburcht
eilanden in de vorm van draken
het is de glans van libellevleugels in de zon

.

‘ik breng je naar huis’, fluistert de das

.

ik trek de sok van mijn hand
leg hem naast mijn kussen

.

‘je mag nu weer mensendingen gaan doen
in een echt mensenbed
dan doe ik dassendingen in een dassenburcht
maar je bent niet alleen
doe je ogen maar dicht, ga lekker liggen
want in je hoofd kunnen we overal samen heen’

.

Vallen

Emma Crebolder

.

In 2012 verscheen van Emma Crebolder (1942) de bundel ‘Vallen’ bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Emma Crebolder studeerde Duitse taal en letterkunde in Utrecht. Na een verblijf van enkele jaren in Tanzania deed zij aan de universiteiten van Leiden en Keulen een studie Afrikaanse talen met als hoofdvak Swahili. Zij onderwees deze taal decennia lang.

Zij was in 1993 de eerste officiële stadsdichter van Nederland in Venlo. Vanwege haar vossenpoëzie werd zij in 2006 opgenomen in de Orde van de Vossenstaart. Stijn Streuvels was de eerste die deze erkenning kreeg. In 2015 werd haar de Leo Herberghs Poëzieprijs toegekend. Crebolder publiceerde in literaire tijdschriften als De Gids, Maatstaf, Het Liegend Konijn, Terras en Hollands Maandblad.

In de bundel ‘Vallen’ las ik een mooi gedicht over haren die ‘verhalen van hemel en hellevaart’ zonder titel.

.

De haarval was al geslachten

lang zo. Sluik, maar met

.

herinneringen aan vroege

lokken die altijd met

.

oorlog of in geval van mode

afgesneden maar nooit

.

teruggedreven werden

tot de eerste zwarte krul

.

Ons vermoeden is dat haren

verhalen van hemel en hellevaart.

.

Wij hebben niets te willen

Elmar Kuiper

.

Als bezoeker van de Nacht van de Poëzie kun je een gratis Nachtbundel ophalen in Tivoli/Vredenburg. Ik was er dit jaar en ook ik heb zo’n leuk klein aandenken aan deze nacht opgehaald. Opgenomen in de bundel ’40ste Nacht van de Poëzie’ zijn gedichten van de deelnemende dichters. Een van die dichters is Elmar Kuiper. Voor mij een nieuwe naam. Kuiper (1969) schrijft naast poëzie ook korte verhalen en toneelwerken en is daarnaast ook nog eens beeldend kunstenaar, performer en filmmaker.

Kuiper maakt deel uit van het improvisatiecollectief (mooi Scrabblewoord) Tsjinlûd en is ook nog eens zanger van Tigers fan Greonterp. Naast zes Friestalige bundels schreef hij drie Nederlandstalige bundels waarvan de meest recente ‘Blauwe Hanen’ is uit 2023. Ik lees in de Nachtbundel dat Rob Schouten hem in Trouw ‘een onmiskenbaar dynamische dichter’ noemt en ‘zangerig en ruwhartig’. Kuiper publiceerde naast zijn bundels ook gedichten in poëzietijdschrift Awater en in De Revisor.

In de Nachtbundel is het gedicht ‘Wij hebben niets te willen’ opgenomen.

.

Wij hebben niets te willen

.

je verzoekt hem vriendelijk

te vertrekken

.

dit was de afspraak niet

wij hebben geen afspraak zegt hij

je moet de spitskool in partjes snijden

ma staat er alleen voor

.

het is niet echt

maar je wilt

dit niet

.

je wilt het laten rusten

maar hij grijpt je hand beet en

neemt je mee naar het koehuis

.

de kippen leggen best zegt hij

.

je moet de zak met fijn-

gemalen schelpen opensnijden

anders worden de doppen te dun

goed sul ook voor hun maagjes

.

dat weet ik heus wel pa

.

wil je nu weggaan

wij hebben niets te willen zegt hij

.

Delphine Lecompte

De Nacht van de Poëzie

.

Afgelopen zaterdag was de 40ste editie van de Nacht van de Poëzie in Tivoli Vredenburg  in Utrecht. Een keur van dichters droeg voor en ik was vooral erg getroffen door de oudste deelnemer Judith Herzberg (1934). Op hoge leeftijd een zaal zo stil krijgen met haar bijzondere poëzie is voorwaar geen kleinigheid. Een aantal dichters die langs kwam was er ook bij in de eerste editie in 1980 (Jean Pierre Rawie, Bart Chabot, Hans Dorresteijn en opnieuw Judith Herzberg) maar er waren ook genoeg jonge dichters te beluisteren. Zoals Dominique de Groen, Hannah van Binsbergen, Babeth Fonchie, Jens Meijen en Joost Oomen (allemaal geboren in de jaren ’90).

Toch was een van de hoogtepunten de bijdrage van Gerda Lenten Havertong (1946). Zelf geen dichter maar voor deze jubileumeditie gevraagd een keuze te maken uit de lange geschiedenis van de Nacht gedichten. Ze koos voor twee Surinaamse dichters (Michaël Slory en Dobru) en Hans Andreus. Bij het gedicht van Hans Andreus was ze zichtbaar geëmotioneerd, het was het gedicht dat haar man haar, op zijn sterfbed, had gegeven.

Natuurlijk traden er naast dichters ook musici en dansers op waarbij het dansoptreden van Oxygen me nog lang zal bijblijven, in één woord geweldig. In de gangen van Vredenburg Tivoli waren verschillende uitgeverijen van poëzie (boeken, bundels, tijdschriften) aanwezig waaronder die van Awater. En er waren tweedehands bundels te koop. Een van die bundels is met mij mee naar huis gegaan. ‘De 100 beste gedichten van 2018’ voor de VSB Poëzieprijs samengesteld door Maaike Meijer, ontbrak nog in mijn verzameling van deze bloemlezingen (er ontbreken nog een paar jaren maar die kom ik vast en zeker nog eens ergens tegen).

Uit het fraaie aanbod van gedichten en dichters koos ik voor het bijzondere gedicht ‘De priester die jezus van mij weggriste’ van de Vlaamse dichter Delphine Lecompte (1978). Het gedicht staat in haar bundel ‘Western’ uit 2017. Ik koos het gedicht omdat het zo anders is, zo ontwapenend, zo heerlijk Vlaams (pandoering) en zo bloemrijk in haar taal. Voor degene die niet zo bekend zijn met de katholieke eredienst geeft Pieter M. van Sterkenburg  op OoteOote wat informatie die kan helpen bij het begrip van dit gedicht.

.

De priester die Jezus van mij weggriste

.

Ik hield de hostie te lang in mijn palm
De priester dacht dat ik Jezus’ vlees wilde wegmoffelen
In mijn vestzakje, om het na de mis te dumpen in een heidense waterput
En misschien nog een wens te doen ook, de wens zou seksueel
Of materialistisch zijn, de priester had het bij het verkeerde eind.

.

Ik was een ontzettend vroom kind
Ik bad dagelijks tot God, en ik telefoneerde ’s nachts
Via Fisher Price naar zijn volmaakte zoon
Jezus nam steeds op en zei: ‘Ach de katholieke misdienst …
Mooie liturgie dat wel, maar de hostie mijn vlees, eet die gerust op wanneer jij het wil.’

.

Wanneer ik het wil, ik wilde de hostie opeten aan het strand
Mijn blik gericht op de dappere ezels van de knoestige ezeldrijver
Mijn rug blind voor de lunaparken en gocarts en wafelkramen
Maar de priester griste Jezus’ vlees uit mijn hand
En hij propte de hostie diep in mijn mond, ik stikte haast.

.

Woedend nam ik mij voor nooit meer te bidden
De telefoon van Fisher Price wierp ik ’s avonds in het haardvuur
Het gesmolten plastic maakte mijn grootvader razend
Hij gaf mij een pandoering om u of kindermishandeling tegen te zeggen
De volgende dag nam zijn spijt de vorm aan van een pluchen berggeit.

.

Ik noemde de geit Batseba
Ik wist niet dat zij in de bijbel voorkwam
Ik vond het gewoon een geschikte naam, stoerder dan Lolita
En sensueler dan Mata Hari
Ondertussen is alles weer koek en ei tussen Jezus, God, en mij.

.

Judith Herzberg

Gerda Lenten Havertong