Spiegel van de ziel
Een recensie
.
De Vlaamse dichter, kunst- en cultuurfilosoof en emeritus hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, Antoon Van den Braembussche (1946) heeft bij uitgeverij P een nieuwe bundel gepubliceerd, zijn negende alweer. De titel van deze nieuwe bundel ‘Spiegel van de ziel’ is losjes geïnspireerd door een uitspraak van de Estse componist Arvo Pärt, die de muziek in de zijkamers van de ziel omschreef als een ‘spiegel in de spiegel’.
De netjes uitgegeven bundel (zoals we gewend zijn van P) bestaat uit 8 onderdelen of hoofdstukken als je wil, die vaak maar niet altijd worden voorafgegaan door een uitspraak van een dichter, schrijver of filosoof. Daarnaast zijn er drie afbeeldingen opgenomen van kunstenaars Sofie Muller, Johan Clarysse en Christian Clauwers.
Met het hoofdstuk ‘Zij herinnert zich’ wordt je meteen in de bundel getrokken; dromerig, melancholisch, met gedichten over verlies, afscheid en een ‘zij’ als onderwerp van deze emoties, die samen de ziel vormen en als zodanig weerspiegelt worden in de gedichten. De pijn in ‘Nabijheid’, het verdriet in ‘Luwte’, het verlangen in ‘Zij herinnert zich’, de hoop in ‘Wellicht tot later’, de dichter heeft het vermogen om emoties die we allemaal zo goed kennen op een manier in poëtische taal te verwoorden, die je als lezer verrast en weer anders laat kijken. Zijn taal is helder en geeft je als lezer houvast om je eigen emoties, herinneringen en ervaringen te koppelen aan zijn woorden.
In het tweede hoofdstuk ‘Franse suite’ borduurt de dichter voort op het eerste deel. In gedichten met Franse titels beent hij een periode in de tijd uit waarin ‘zij’ er nog was. Opvallend zijn de strofen in twee gedichten die beginnen met de vraag ‘is dit..’ alsof de dichter de poëzie gebruikt als instrument voor zijn eigen duiding en verwerking. Hierdoor krijgen de gedichten nog meer zeggingskracht, je wordt als lezer meegenomen in de binnenwereld van de dichter (in zijn spiegel van de ziel).
In het derde hoofdstuk ‘Momentopnamen’ zijn gedichten opgenomen die opgedragen zijn aan een persoon, maar ook weer niet alle gedichten. Dit deel begint met drie gedichten waarin de kleur wit een belangrijk onderwerp is (sneeuw, Antarctica, Whiteout) en dat eindigt met twee wielergedichten. Na de zwaarte van de eerste twee hoofdstukken lijkt de dichter je hiermee een moment te gunnen van terugkeren naar het nu.
In het deel dat volgt ‘Zo bleef ik spreken’ geeft de dichter een inkijkje in zijn dichter-zijn, waarmee hij een soort legenda lijkt te willen geven voor de bundel, voor zijn poëzie, een context, als hulp voor de lezer. Bij het lezen van het hoofdstukje ‘Zegswijzen’ bekroop me de vraag of deze gedichten niet ook onder één van de andere delen hadden kunnen worden gerangschikt. Als lezer probeer je een rode lijn te ontdekken in de reis die je maakt door een bundel. Door zo’n (in mijn ogen) ‘tussendeel’ raak te ik die lijn even kwijt, wat ik jammer vind.
Gelukkig keert de dichter terug naar zichzelf in het hoofdstuk ‘Modus Vivendi’, prachtig geïllustreerd door het schilderij van Sofie Muller dat ook de omslag siert. Dit ene beeld geeft zoveel informatie die aansluit bij de gedichten in dit deel van de bundel en op het moment van lezen/zien vallen de kwartjes, die de dichter heeft uitgedeeld, op zijn plek. Dit is de spiegel van de ziel in woord en beeld.
Het hoofdstuk ‘Ars musica’ en het gedicht ‘Nooit meer oorlog’ hoe fraai en poëtisch ook, voegen aan het wezen van de bundel weinig toe wat mij betreft. Deze kunnen separaat gelezen worden en genoten door de lezer, los van de andere inhoud.
Antoon Van den Braembussche levert met ‘Spiegel van de ziel’ een persoonlijk intiem een aansprekende bundel af waarin niet alleen een kijkje in de ziel van de dichter wordt gegeven maar waarin je als lezer ook een spiegel wordt voorgehouden. En dat alleen, naast de andere redenen die ik al noemde, is al een reden om deze bundel te lezen.
Ik heb als voorbeeld het gedicht uit het eerste hoofdstuk met de titel ‘Alles wat ons scheidde’.
.
Alles wat ons scheidde
.
Alles wat ons scheidde
lag in de onbehaaglijke uren
waarop niets meer werd gezegd.
.
Tussentijdse vervreemding
waarbij de taal van het gebaar
zelfs niet meer volstond.
.
Alles op een armlengte
van het heilig zwijgen.
.
Op een beenlengte
van het blinde stappen:
.
het hijgen in mineur,
de maanzieke glans in je ogen,
je meest onwezenlijke lach.
.
Geplaatst op 8 juni 2026, in Dichtbundels, Favoriete dichters, Recensies, Vlaamse dichters en getagd als 1946, Afscheid, Alles wat ons scheidde, Antoon Van den Braembussche, Ars Musica, Arvo Pärt, Blegië, Brussel, Christain Clauwers, componist, dichtbundel, dichter, dromerig, emeritus hoogleraar, emoties, Estland, Franse suite, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, Johan Clarysse, kunst- en cultuurfilosoof, kunsytenaars, melancholisch, Modus Vivendi, Momentopnamen, Nooit meer oorlog, Pijn, poëzie, poëziebundel, recensie, Sofie Muller, Spiegel van de ziel, tussendeel, uitgeverij P, verlies, Vlaams dichter, Vlaanderen, Vrije Universiteit, wit, Zij herinnert zich, Zo bleef ik spreken. Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.





Een reactie plaatsen
Comments 0