Site-archief

Erik Heyman

Gerard Bodifée

.

Erik Heyman ( 1960-2010) was behalve dichter ook kernfysicus en docent. Hij debuteerde in 1981 met ‘Neergeschreven’ en was medewerker van de tijdschriften ‘Vers’ (dat zijn eerste bundel uitbracht) en ‘¿Quarant Dash?’. Na zijn bundel ‘IJstijd’ (1984) publiceerde hij ‘Dagmaat’ (1994) en ‘Mantis’ (2006).

Heymans poëzie werd bekroond met onder andere de Nationale Poëzieprijs te Harelbeke en een prijs van de Vlaamse Club te Brussel.
Op 25 februari 2010 overleed hij aan de gevolgen van een hersentumor. Erik Heyman was een gedreven leraar en dichter die met steeds groter wordende intervallen vier weldoordacht gecomponeerde bundels met uitgepuurde, gepolijste, poëzie publiceerde.

In de bundel ‘Dagmaat’ bij De Arbeiderspers, in het 3e hoofdstuk, ‘Geologie’, introduceert Heyman personages als Archimedes, Copernicus, Einstein, Bohr en Mandelbrot, van wie hij de beginselen van hun leer betrekt op zijn poëtica. Hij doet dat op originele wijze want elk gedicht begint met de regel ‘In haar gebarentaal boots ik haar na’. Zoals in het sonnet dat hij schreef over Vlaanderens bekendste geleerde, astrofysicus, filosoof, essayist en columnist Gerard Bodifée (1946).

 

Bodifée

.

In haar gebarentaal boots ik haar na,
want wie kent zachter van het woord de
wonde, de verwondering, de kleine
wijsheid van de wet, en van het weten

de verbijstering. Dat alles vreemd is,
en wij het steeds opnieuw vergeten.
Kleiner dan dit valt niet te breken:
de steen is hard, en onverstaanbaar

wordt dit teken. Wij zijn niet waakzaam,
en maken ons voortdurend van elkaar
afhandig. In ons bestaat de vrijheid
niet: wij kunnen niets meer

in mekaar genezen. Wij houden
vol, omdat wij altijd vrezen.

.

Sweet Bahnhof

Wilfred Smit

.

Wilbinus Hendrik Coenraad Smit (1933-1972) of Wilfred Smit onder welke naam hij beter bekend was, moet wel een van de meest bijzondere voornamen hebben die ik ooit gelezen heb. Wilbinus is niet een naam die ik ooit eerder hoorde of las. Smit werd geboren in Nederlands-Indië en op 15 jarige leeftijd verhuisde hij met zijn ouders naar Nederland.  Hij studeerde vanaf 1953 Slavische taal- en letterkunde in Leiden. In 1969 werd hij docent geschiedenis van de Russische Letterkunde.

In 1959 debuteerde Wilfred Smit met de bundel ‘Een harp op wielen’. In 1963 volgde de bundel ‘Franje’ en in 1971 ‘Verzamelde gedichten’. Een jaar later stierf hij op jonge leeftijd aan een hersentumor. Weinig mensen zullen deze dichter kennen van naam en of van werk. Toch heeft een gedicht van Smit uit 1956 enige vorm van eeuwigheidswaarde gekregen. In 1983 verscheen dit gedicht in een Themanummer van BZZLLETIN 110 en een jaar later, in 1984, werd dit gedicht door de Nederlandse popband The Nits gebruikt voor hun lied “Adieu Sweet Bahnhof”, en dan vooral de twee na laatste zin. Dit nummer werd een grote hit in Nederland.

.

Sweet bahnhof

.

Drijft men dan steeds verder

uit elkaar? het afscheid schuift

een opdringerige oom tussen ons in.

sluit de ogen af- ja dit is vlucht,

een handvol kaarten laten vallen

omdat men in onze vingers knipt.

wurg alle lichten – rasse schreden

maakt mijn vertrek, reusachtig,

als op stelten wadend door de mist.

adieu adieu sweet bahnhof –

een convooi melaatsen wacht

in alle stilte de nalaatste trein.

.

 

Hoofdkwartier, een recensie

Sabine Kars

.

De lang verwachte debuutbundel van Sabine Kars is er. De bundel ‘Hoofdkwartier’ werd uitgegeven door uitgeverij De Kaneelfabriek en ziet er fraai uit. Met gevoel voor kwaliteit gemaakt, mooi vormgegeven en voorzien van vier secties en een inleidend gedicht. In totaal bevat de bundel 43 gedichten.

De bundel start met de tekst van een nummer van Thom Yorke van Radiohead ‘Climbing up the walls’ van hun CD ‘Okay Computer’. Uit dit nummer zijn de regels: ‘Open up your skull / I’ll be there / climbing up the walls’ van grote betekenis voor de dichter, zo vertelde zij tijdens de presentatie van de bundel in Zutphen op 22 december jongstleden.

De titel ‘Hoofdkwartier’ verwijst naar hersentumor, de strijd die ze voerde, het beklimmen van de muren in haar hoofd en het militaristische aspect van de oorlog die in haar woedde. Al deze aspecten komen eigenlijk meteen al ter sprake in het openingsgedicht ‘ter inzage’.  Een gedicht met een duidelijke connotatie op de betekenis die je er gelijk in leest, hier wordt de tijd verdicht door de dichter die voorafging aan het moment dat er een diagnose werd gesteld. Hier lees ik een verslag in soms militaire termen (locatie, uniformiteit, nachtkijkers, staalkaarten, het beramen van een oorlog) van een persoonlijke strijd van een vrouw, de dichter; ‘een vrouw kwam te laat en bladderde af’.

In de volgende sectie ‘dit donker moet verzonnen zijn’ beschrijft Sabine een proces van diagnose, opname, het verblijf in het ziekenhuis, de operatie, het delirische hypnagogische ’niet’ slapen (5.00 uur) en eindigt met het gedicht ‘niemand heeft gelijk’ met de veelbetekenende openingszin ‘dit is hoe we gaan’.

.

niemand heeft gelijk

.

dit is hoe we gaan

.

rauw genoeg

voor het teweegbrengen van

verschroeide aarde

.

In de sectie ‘voetnoten bij het vallen’ lees ik in de gedichten vertwijfeling, opstaan, opnieuw beginnen, de behoefte aan bevestiging en steun.

.

adresboek

.

lief ontsteek je lichten

ik streepte alle namen door

en slapen gaat niet meer

.

lief ontsteek

je lichten

.

In ‘alsof hier niemand woont’ blikt de dichter terug naar specifieke situaties van vertwijfeling en strijd eindigend in het gedicht op pagina 48, gefragmenteerd zoals de dichter zich moet hebben gevoeld, losgetrokken van zekerheden ( lichaam, taal, liefde, het leven) maar eindigend in hoop: ‘ meervoudige vrouw ik blijf nog even / ik word weer later’.

.In de laatste sectie ‘het aanraken nog maar net begonnen’ weerklinkt een voorzichtig hervonden vertrouwen, een nieuwe kennismaking met de lichtheid van het bestaan. In het gedicht ‘we beginnen opnieuw met uitstappen’ wordt dit voor mij het meest duidelijk met de zin ‘maar het geluid heb ik bewaard / je zegt dat het het mijne is’.

De bundel eindigt met het gedicht ‘vink’ waarin de dichter af vinkt, een periode afsluit die begon met de oorlog in haar hoofd, wat ze tijdens de presentatie zo mooi verwoorde met de zin ‘het was alsof ik onder een laagje folie leefde’. Met deze bundel is die folie eraf gekrabd en is er lucht en licht gekomen die niet beter had kunnen worden belichaamd dan door de hervonden woorden van de dichter in deze bundel.

Sabine Kars schrijft geen ‘dagboekpoëzie‘ zoals ze zelf zegt of getuigenispoëzie zoals ik het noem, ze schrijft volwassen poëzie over een zwaar onderwerp zonder dat deze zwaarte de poëtische klank of betekenis teniet doet. Dit is een bundel om te lezen en te herlezen, haar rijke taal, haar associatieve vermogen en creativiteit zetten je telkens opnieuw aan het denken. Dat is wat ik in een dichtbundel wil lezen, dat is wat deze dichtbundel biedt.

.