Site-archief

Rijmelarij

Holland op z’n malst

.

In de nieuwsbrief van Meander en op verschillende social media kanalen verzorgt Jos van Hest al geruime tijd de rubriek Readymades. In deze rubriek verzamelt hij allerhande uitingen die hij tegenkomt en die op de een of andere manier als een vorm van readymade poëzie gezien kan worden. In de Volkskrant is er een rubriek die een beetje hetzelfde doet onder de noemer ‘De poëzie ligt op straat’.

Ik moest meteen denken aan deze twee vrolijke vormen van ‘poëzie’ toen ik in een kringloopwinkel een bundeltje tegen kwam (en kocht) met de titel ‘Holland op z’n malst’ uit 1978, een bundeling van koddige en ernstige opschriften op luifels, wagens, glazen, borden, graven en elders, samengesteld door Sam Waagenaar. Lezend in dit grappige bundeltje moest ik ook regelmatig denken aan de categorie Gedichten op vreemde plekken die ik jarenlang op dit blog heb bijgehouden.

In zijn inleiding schrijft Waagenaar dat na de serie oorlogen tegen Engeland er een tijd aanbrak van welvaart, In de schilderkunst maar ook in de literatuur. Hij haalt Vondel, Hooft en Cats aan en naar aanleiding van het lofschrift van Vollenhove op de dichter P.C. Hooft waarin hij schrijft: “Zoo ooit uw pen zich eer of duur belooft, begin toch niets in ’t Neerduitsch zonder Hooft”  vervolgt hij met: “Dat stukje literair advies werd volkomen nonchalant opzij gegooid, maar toch, misschien geïnspireerd door de grote Nederlandse dichters, nam Jan en Alleman de pen op en dichtte op zijn beurt.”

De resultaten waren niet direct verbeterde ediuties van de Gijsbrecht maar dat deed er niet toe, als ’t maar rijmde. Zodoende werd het rijmen en dichten een soort volksziekte, waarbij vergeleken het tegenwoordig op papier zetten van Sinterklaasgedichtjes niets anders dan een bloedarmoedige imitatie is. Ook de middenstand gaf zich hieraan over. Omdat er destijds nog geen reclame-experts waren, deed men dit gewoon zelf. Gedichtjes en rijmen werden geplaats op glazen, geschilderd op uithangborden, muren, deuren, schuttingen en toiletten.

In 1690 had een Amsterdamse uitgever Jeroen Jeroense, het idee om een verzameling aan te leggen van al deze puntdichten en graffiti.Veertig jaar later, in 1731 had hij drie verdere versies uit zijn uitgebreide verzameling toegevoegd. Uit de 2500 door Jeroense verzamelde dichterlijke vondsten koos Waagenaar 350 rijmelarijen en deze werden in dit bundeltje gepubliceerd. Hieronder een paar van de leukste voorbeelden.

.

Een paar Glas-schriften:

Hoe kan een jonge Vrou, een out man zoo bedriegen? Een ander maakt het Kint, en hy moet zitten wiegen.

Die in Venus Lusthof wil wandelen, moet stout zyn in ’t verzoek en zagtjes in het handelen.

Myn hert en tong blyft even jong. Maar myn standaart en myn bienen willen my niet langer dienen.

Een paar Luifel-schriften:

Tot een bakker omtrent Heusden:

Kain sloeg Abel in ’t Oosten doot, daarom woont hier Abel in ’t Westen, en hij bakt er broot.

Tot een Spekverkoper:

Die Saucysen koopt en weduwen trouwt, weet niet wat daar is in gedouwt.

Een paar Graf-schriften:

te Maaslands Sluis:

Hier in der aarde, by de swarte mollen, leid een Ontvanger van verscheiden Tollen; Is de Ziel in den Hemel, zo is alle dingen wel, want daar waaren ‘er veel die hem wenschten in de Hel.

Hier lyt Tryn Snaps, sy had altyd veel klaps, en dit en heeft ‘er tot den einde niet berouwen, maar ze leit daar ze leit, ze zal nou haar bek wel houwen.

.

Schipbreukeling

Poëzie in de film: Castaway van William Cowper

.

William Cowper leefde van 1731 tot 1800 en was een Engels dichter. Cowper had van tijd tot tijd te lijden van hevige depressies, soms in zulke mate dat hij diverse pogingen ondernam zich van het leven te beroven. Hij werd verliefd op zijn nicht Theodora Cowper, maar haar vader stond een huwelijk in de weg, omdat hij twijfelde aan Williams mentale stabiliteit en omdat hij vond dat de twee te nauw aan elkaar verwant waren. In die voor hem ongelukkige periode werden er al wel wat zijn verzen in bladen gepubliceerd en vertaalde hij werk van Voltaire.

In 1763 kreeg hij een baan aangeboden als klerk bij het Hogerhuis. Hij moest hiervoor een eenvoudig examen doen, maar hij zag hier zo tegenop, dat hij in een diepe depressie raakte en een zelfmoordpoging ondernam. Hierop werd hij opgenomen in een tehuis, waar hij onder de zorgen van arts en dichter Nathaniel Cotton langzaam genas. Zijn broer en vrienden bezorgden hem daarna een onderkomen en een klein inkomen in Huntingdon. Hier brak een gelukkige periode aan. Hij maakte kennis met het gezin van Morley en Mary Unwin en hun kinderen en hieruit ontstond een warme vriendschap. Hij trok uiteindelijk bij hen in. Morley Unwin overleed in 1767 en het gezin, inclusief Cowper, verhuisde naar Olney. Hier raakte hij onder invloed van de gedreven evangelische geestelijke en voormalig slavenhandelaar John Newton. Deze zette hem ertoe aan mee te werken aan een liedboek. De aan hem gestelde eisen vielen Cowper echter zwaar en hij geraakte opnieuw in een depressie. Olney Hymns verscheen uiteindelijk in 1779, met een aantal zeker al zes jaar eerder geschreven bijdragen van Cowper, waaronder een aantal liederen die nog altijd gezongen worden. Newton zelf was overigens de schrijver van het nog altijd bekende lied Amazing Grace.

In 1773, Cowper was inmiddels verloofd met Mary Unwin, ontstond bij hem het idee dat hij een verdoemd man was en dat God zijn leven van hem eiste als offer. De huwelijksplannen waren hiermee ten einde, maar Mary Unwin bleef hem verzorgen en bracht hem er weer bovenop.Mary Unwin, met wie hij niet trouwde maar wel altijd goede vrienden bleef, overleed in 1794, wat hem lichamelijk en mentaal hevig aangreep. In zijn laatste jaren schreef hij in zijn wanhoop nog het gedicht The Castaway. Hij overleed in East Dereham, waar hij ook werd begraven.

The Castaway werd gebruikt in de film Sense and sensibility uit 1995 van Ang Lee met Kate Winslet, Emma Thompson, Alan Rickman en High Grant.

.

The Castaway

.

Obscurest night involved the sky,

The Atlantic billows roared,

When such a destined wretch as I,

Washed headlong from on board,

Of friends, of hope, of all bereft,

His floating home forever left.

 .

No braver chief could Albion boast

Than he with whom he went,

Nor ever ship left Albion’s coast,

With warmer wishes sent.

He loved them both, but both in vain,

Nor him beheld, nor her again.

 .

Not long beneath the whelming brine,

Expert to swim, he lay;

Nor soon he felt his strength decline,

Or courage die away;

But waged with death a lasting strife,

Supported by despair of life.

 .

He shouted: nor his friends had failed

To check the vessel’s course,

But so the furious blast prevailed,

That, pitiless perforce,

They left their outcast mate behind,

And scudded still before the wind.

 .

Some succour yet they could afford;

And, such as storms allow,

The cask, the coop, the floated cord,

Delayed not to bestow.

But he (they knew) nor ship, nor shore,

Whatever they gave, should visit more.

 .

Nor, cruel as it seemed, could he

Their haste himself condemn,

Aware that flight, in such a sea,

Alone could rescue them;

Yet bitter felt it still to die

Deserted, and his friends so nigh.

 .

He long survives, who lives an hour

In ocean, self-upheld;

And so long he, with unspent power,

His destiny repelled;

And ever, as the minutes flew,

Entreated help, or cried,

 .

“Adieu!” At length, his transient respite past,

His comrades, who before

Had heard his voice in every blast,

Could catch the sound no more.

For then, by toil subdued, he drank

The stifling wave, and then he sank.

 .

No poet wept him: but the page

Of narrative sincere,

That tells his name, his worth, his age,

Is wet with Anson’s tear.

And tears by bards or heroes shed

Alike immortalize the dead.

I therefore purpose not, or dream,

Descanting on his fate,

To give the melancholy theme

A more enduring date:

But misery still delights to trace

Its semblance in another’s case.

.

No voice divine the storm allayed,

No light propitious shone;

When, snatched from all effectual aid,

We perished, each alone:

But I beneath a rougher sea,

And whelmed in deeper gulfs than he

.

sense_and_sensibility