Site-archief

Poëziegenerator

Geert Mul

.

In het depot van museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam was tot vorige week een tentoonstelling met verschillende digitale kunstenaars. Een van hen is mediakunstenaar Geert Mul (1965), zijn werk was in een aparte zaal te zien en toen ik er was, was hij toevallig ook aanwezig. Omdat er tussen de vele schermen die er hingen ook een over poëzie ging ben ik met hem in gesprek gegaan. In 2010 werd hij gevraagd door theater/schouwburg Agnietenhof en de gemeente Tiel om iets met poëzie en de website van de Agnietenhof te doen.

Hij heeft toen, samen met Mothership Rotterdam, die de productie deden, een poëziegenerator (interactieve lichtinstallatie) gemaakt die nieuws, poëzie en architectuur integreert en die met woorden en stukken van zinnen gerijmde poëzie maakte. De speciale software haalt de tekstuele beschrijvingen van de theatervoorstellingen op en knipt deze op. Vervolgens vormt het algoritme op basis daarvan voortdurend nieuwe, poëtische zinnen en gedichten.

Deze poëzie werd aan de buitenkant van het gebouw getoond in een golfpatroon waarmee de lichtkrant (want dat was het) refereert aan het zicht op de rivier de Waal die door Tiel stroomt. In de presentatie van deze poëziegenerator las ik (en zo noemde hij het ook) ‘Teksten van de schouwburg worden door de computer gebruikt voor rijmelarij die op de lichtkrant te lezen is.  Ik weet niet of de lichtkrant heden ten dagen nog altijd gevoed wordt met rijmen maar het idee vond ik leuk genoeg om hier te delen.

Een paar voorbeelden van rijmende zinnen opgemaakt uit woorden van de website:

 

“charmant, subtiel en muzikaal, hoe overleef je dat allemaal.”

“en het ergste is, dromen, verlangen en gemis.”

“begint staat voor hoop, ergens aan beginnen / ze ontdekken dat meedoen belangrijker is dan winnen.”

.

Zwemmen

Gustaaf Peek

.

Schrijver en dichter Gustaaf Peek (1975) kennen de meeste mensen wel van zijn romans (‘Godin’ en ‘Ik was Amerika’ bijvoorbeeld) maar hij begon aanvankelijk, na zijn studie Engelse Taal- en Letterkunde, als dichter. Gedichten van zijn hand verschenen in onder andere De Tweede Ronde en Tzum. Pas in 2025 verscheen zijn poëzie debuutbundel (en tot nu toe enige), nadat hij vijf romans had gepubliceerd waar hij dan ook vooral bekendheid door heeft gekregen.

In die dichtbundel ‘Orang/oetang’ komen thema’s als identiteit, weerstand, liefde en afkomst voor. De reden dat ik hier aandacht besteed aan deze bundel is het warme weer. Klinkt misschien vreemd maar juist met dit warme weer verdrinken er vaker mensen in zee en in meren en rivieren. Afgelopen maand nog in de Waal. Toen ik dit las moest ik denken aan het gedicht ‘Zwemmen’ dat ik las in de bundel van Peek. Daarom dus hier dit gedicht.

.

Zwemmen

.

Ze zei tijdens een schoolreis sterven er

Altijd wel een stuk of drie omdat

Ze niet kunnen zwemmen

Ze sprak niet als een van de kinderen

fijn het strand de vrije dag

Maar als een ouder aan het ontbijt

.

O schoolplein de gedachten die je niet verdient

Zit die van mij straks niet meer

Achter het raam wat heeft tellen dan nog voor zin

Bij het instappen

.

Er wordt maar weinig uitgezwaaid

Elk jaar weer zeker drie omdat ze niet

Kunnen zwemmen

.

Mooie plekjes

Gedichten op vreemde plekken

.

Hoewel ik de term ‘Gedichten op vreemde plekken’ eigenlijk al niet meer relevant vind, want wat zijn vreemde plekken? Elke plek buiten een bundel was ooit, toen ik met deze categorie begon in april 2010, een vreemde plek. Inmiddels vele honderden voorbeelden verder, de website straatpoëzie.nl  en mijn instagram account @meerovergedichten waar ik nog steeds foto’s plaats die ik neem en toegestuurd krijg, wilde ik toch nog een keer een bijdrage aan deze fijne categorie leveren. Van Bart, Ed en Stefanie kreeg ik onderstaande voorbeelden van gedichten op vreemde plekken of zoals hier het geval gedichten in de openbare ruimte.

Het eerste voorbeeld is een gedicht van André van Zwieten, mooi gezet in een frame van kant achter een raam in Dorestad. Het tweede voorbeeld is een gedicht van Lizet Burgersdijk en Marcelle Hilgers en is getiteld ‘Een DIJk van een WIJF’ en het staat bij de Waal ten oosten van Nijmegen. Het laatste gedicht is van Jan Paul Bresser, getiteld ‘Voorjaar’ en dit gedicht maakt deel uit van de Poëzieroute Wassenaar.

.